Bekijk het origineel

kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

kroniek

11 minuten leestijd

Aflossing van de wacht.

Wic wel eens in Londen is geweest, heeft ongetwijfeld een schim opgevangen van de changing of the guards, de aflossing van de wacht, b.v. bij Buckingham Palace. Dat gaat met veel ceremonieel gepaard. Heel wat toeristen (rekken er een uur voor uit, schieten een plaatje en herinneren zich altijd nog de vrolijke muziek, het paardengetrappel, de kleurige pluimen — en vinden het vaak jammer dat Nederland zulke tradities niet kent.

Toch zijn er bij ons ook „wachten” die alge lost worden, maar het gebeurt veel onop vallender.

Ook in de kerk, ook in het diakonaat wordt zo nu en dan de wacht afgelost. De ambtsperiode is om en nieuwe gezichten verschijnen. Dat gaat voor de nieuwelingen dan wel met enige plechtigheden gepaard, aftreden den verdwijnen veelal met de stille trom.

Dat is eigenlijk jammer, want zij hebben in die afgelopen jaren vaak heel wat tijd en belangstelling, soms ook veel deskundigheid ter beschikking gesteld van het kerkewerk. Het minste wat we doen kunnen, is hun namen „met ere noemen” in woord en geschrift en ze een herinnering meegeven aan de periode die ze nu afsluiten. Het „synodale lintje”, de „gouden Samaritaan” of iets dergelijks kennen we niet. Maar er zijn andere mogelijkheden: een boek, een jaar „Diakonia” of wat dan ook.

Dit laatste kan bovendien van praktisch be lang zijn, wanneer afgetreden ambtsdragers toch in de kring van aktieve gemeenteleden blijven. Want het is toch echt niet nodig dat bij dit aftreden tegelijk alle functies worden overgedragen. Het is b.v. mogelijk, vaak zelfs wenselijk, námens de diakonie in een bestuursvertegenwoordiging of in de een of andere „uitkijkpost” te blijven! Ook bij verplicht aftreden als ambtsdrager blijft men lid van de gemeente en mag een beroep op hem of haar blijven worden gedaan.

Een oud diaken schreef me: „Ik mis het ambt zo; waarom zijn er geen emeritus-diakenen in onze kerk…?” Ik kan me deze vraag wel voorstellen (en waarom wordt voor enkelen deze mogelijkheid niet geboden?), maar niet losgelaten mag worden de stelling dat het lidmaat-zijn van de kerk het [eitelijke ambt is, een „eeuwige professie”, waar al het andere van is afgeleid.

Maar dat weerhoude ons niet aan de aflossing van de wacht de nodige aandacht te besteden.

Nieuwe diakenen.

Vanaf begin 1974 zullen er in de eerstvolgende weken en maanden tal van nieuwe diakenen naar voren treden. Ook in „Diakonia” zal aan dit feit zeker niet worden voorbijgegaan.

In verscheidene gemeenten kost het soms erg veel moeite opengevallen plaatsen weer op de juiste wijze bezet te krijgen. Dat kan diepere oorzaken hebben, er zijn óók heel duidelijk praktische moeilijkheden. Zo verhuist men tegenwoordig veel meer dan vroeger — en ook veel vaker — naar buiten het eigen dorp, de eigen stad of wijk. Dat betekent dat sommige gemeenten steeds kleiner worden (en het reservoir aan mogelijkheden steeds beperkter wordt), terwijl dezelfde mensen in hun nieuwe woonplaats in de massa van nieuwe straten en lanen ondergaan. Soms zelfs in heel letterlijke zin. Het zal de nodige gemeenschappelijke inspanning kosten daaraan in de toekomst iets te doen. Bovendien verschuift de functie van het diakonaat de laatste jaren duidelijk. Nieuwe diakenen zullen veel meer dan vroegere voorgangers bij het gehele wel en wee van gemeente en gemeenschap, van kerk en wereld betrokken dienen te zijn. Duidelijker gaat worden dat de diaken primair ambtsdrager is en niet een aan het kerkdijk bedrijf aangehaakte sociaal werker. Zijn vertrekpunt, zijn opdracht, zijn motivatie, zijn recht-van-bestaan ligt in het midden van de gemeente.

Op zoek naar medewerkers.

Onder deze titel schreef ds. F. N. M. Nijssen, directeur van „Kerk en Wereld” een klein boekje dat we in dit verhand graag onder uw aandacht brengen.

Het bestrijkt in nog geen 40 pagina’s het gehele terrein van de werving van vrijwilligers voor kerkelijk werk, waarbij om te beginnen afgerekend wordt met een paar „dubieuze verklaringsgronden” voor het probleem, de bekende excuses, die toch wel degelijk serieus moeten worden genomen. Ernstiger belemmeringen kunnen zijn: een geestelijke crisissituatie, de intern-kerkelijke siuatie, het functieverlies van de kerk, de rol van de predikant, de uitholling van de legitimiteit. Daarnaast noemt de schrijver praktijkvoorbeelden van problemen die voorkómen kunnen worden.

Ik kan hier niet gaan citeren, noem slechts enkele kernwoorden uit het vervolg: beeldvorming, taakomschrijving, hoeveel-tijd-hetkost, onkostenvergoeding of niet, afspraken, wijze van werving, introductie en instructie, het teamverband, verdere bekwaming, vergaderen, werkklimaat. Alles bij elkaar wel zaken die hout snijden.

Vandaar dat predikanten, voorzitters van kerkeraden, van diakonieën en zij die met vrijwillige krachten werken, er goed aan doen van dit boekje kennis te nemen. Indien men bij de bestelling gelijktijdig een girokaart of betaalcheque toezendt, is de prijs ƒ 3,—, Dat is niet veel voor dit heldere materiaal. En u krijgt er nog een heel stel plaatjes bij!

Een afscheid bij de redaktie.

Deze maand werd afscheid genomen van ds. J. Swijnenburg (Amersfoort), die sedert 1965 deel uitmaakte van onze redaktie. Werkzaamheden in de eigen gemeente noopten hem tot dit besluit. Wij danken ds. Swijnenburg hartelijk voor de plezierige wijze waarop hij met ons meewerkte en hopen in incidentele gevallen nog eens een beroep op hem te mogen doen.

Wat de redaktie betreft betekent dit een lege stoel, d.w.z. uitzien naar een opvolger.

Negen jaar A.B.W. (I).

Op 1 januari a.s. is het precies negen jaar geleden dat de Algemene Bijstandswet in werking trad. Dat kan nu met een zekere achteloosheid worden neergeschreven. Hoewel het natuurlijk voor veel mensen op zichzelf niet prettig is om van de A.B.W. te moeten trekken, is voor het geheel van onze samenleving het functioneren van deze wet een heel gewone zaak geworden. „Het sluit stuk van het pakket van sociale voorzieningen,” zegt men dan.

Dat lag negen jaar geleden voor velen nog wel anders. Met name waren er ook diakenen die vreesden dat door dit instituut hun functie danig uitgehold zou worden. Zij waren armverzorgers met-hart-en-ziel (gelijk Jan Klaassen trompetter) en dan is het inderdaad heel moeilijk zo grondig te moeten omschakelen. „Het diakonaat houdt uitverkoop” zeiden pessimisten. „Ja, maar om ruimte te maken voor nieuwe artikelen!” voegden optimisten er aan toe.

Overigens is wel gebleken dat diakenen ook op het terrein van de bijstandsverlening een taak hebben gehouden. Ook bij de uitvoering van de A.B.W. In veel gemeenten werkt de diakonie dan ook met de voorlichtingsmap A.B.W. van de G.D.R. Het is wel zaak de wijzigingsbladen in te voegen. Er verandert nogal eens wat.

Door de jaren heen is over de A.B.W. heel wat gepubliceerd. Er waren vragen, klachten en onduidelijkheden. Over de voorlichting, over de normen, over de ambtenaren, over de cliënten. Op het ogenblik zijn duidelijk aan de orde zaken als koppeling aan het minimum-loon, grotere uniformiteit in uit voering, een betere procesgang en het maximum vermogen van kleine zelfstandigen. Wat dit soort zaken betreft voorspelt 1974 een aantal belangrijke verbeteringen.

Negen jaar A.B.W. (II).

Sedert de invoering van de A.B.W. is er een duidelijke verschuiving opgetreden in de categorie mensen die bijstand ontvingen. Aanvankelijk was veel geld nodig voor hen die in verpleeginrichtingen verbleven. Door bredere toepassing van de A.W.B.Z. verminderde deze groep ten gunste van bijstandstrekkers in bejaardentehuizen, onder de onvolledige gezinnen en onder de langdurig werklozen.

Ook de bedragen van bijstand zijn gegroeid. Van ruim een half miljard gulden voor 200.000 begunstigden (1905) tot thans meer dan twee miljard gulden voor zo’n 340.000 personen. Al met al een ontwikkeling die uit onze samenleving niet meer is weg te denken.

De A.B.W. en de diaken.

Wij hebben in deze rubriek al eerder geschreven over de behoefte aan op de praktijk gerichte voorlichting met betrekking tot de Algemene Bijstandswet, en dan liefst niet alleen voor Hervormde diakenen. Een jaar geleden was daarover al contact met het Gereformeerd diakonaat en later met Telcac.

Thans is het zover. Teleac gaat op 6 januari a.s. starten met 6 t.v.-uitzendingen over de A.B.W. Het wordt een populaire leergang bedoeld voor maatschappelijk werkers, hulpverleners van o.a. kerkelijke instellingen, gezinsverzorgsters, bcjaardenwerkers enz., vooral gericht dus op de zgn, verwijzers, maar ook met de bedoeling informatie te verstrekken over het hoe en wat van dit instituut. Hierbij zal worden uitgegaan van praktijkgevallen van enkele gemeentelijke sociale diensten, waarbij o.a. aan de orde komen: het onvolledige gezin, het gezin met een gehandicapt kind, de werkloze en de plotseling door tegenslag getroffenen.

De G.D.R. en het A.D.B. sluiten bij deze cursus aan met drie gespreksavonden in verschillende delen van het land, vooral met het oog op de specifieke taak van de diaken. Belangstellenden die nog geen kennis konden nemen van de brief die hierover aan alle diakonieën uitging, kunnen zich alsnog tot de G.D.R. wenden. Juist voor diakenen of andere personen in de gemeente die bijzon der met de voorlichting en de assistentie op dit gebied belast zijn, een kans om niet voorbij te laten gaan (zie ook pag. 314).

Kent u „Het Zonnehuis”?

De vereniging Het Zonnehuis (ter verpleging van langdurig zieken) met tehuizen te Beek bergen, Doorn, Vlaardingen en in 1974 ook te Amstelveen, zond alle diakonieën een exemplaar van haar geïllustreerde jaarverslag. De bedoeling is u te informeren over de stand van haar werk en over de nieuwe plannen.

Mocht u op een gemeenteavond aan dit werk bredere belangstelling willen geven, dan kunt u kosteloos een spreker uitnodigen met een prachtige serie kleurendia’s. Spreker + dia’s met muziek kosten 1 uur. Er wordt niet gecollecteerd. Wel graag tijdig aanvragen bij het bureau van Het Zonnehuis, Postbus 1301 1 te Utrecht, tel. 030-714927.

Laatste woord.

Er zijn mensen, die altijd het laatste woord willen hebben. Dat zijn meestal vervelende mensen, want hun woord getuigt zelden van wijsheid. Op den duur vallen ze op. Dan denken we: laat ze maar.

Het is daarom een wat twijfelachtig genoegen op de laatste pagina van dit nummer terecht te komen, maar dat is nu eenmaal de vaste plaats van deze rubriek.

Het laatste woord van dit nummer is ook het laatste woord van dit jaar, waarin na 332 pagina’s diakonalia de 40e jaargang wordt afgesloten. Dan komt er nog een register bij en weer wordt een jaargang „afgelegd” of op z’n best „bijgezet”, misschien om er later nog eens in te bladeren. We denken dan maar niet aan al die afleveringen die misschien al lang op de stapel oud papier terechtkwamen. Wat dat betreft zijn bladen net als mensen. Ze horen bij „de tijd” en de tijd gaat voorbij, want de tijd is kort.

We staan aan het einde van een oude en aan het begin van een nieuwe periode. Mensen gingen, mensen kwamen. Zo’n jaarwisseling is een fictief, maar toch ook wel een definitief gebeuren. We zien terug en we proberen vooruit te zien. En dan valt onafwendbaar de constatering dat het er om ons heen niet erg fraai uitziet, dat we er met elkaar — ondanks de vele schone woorden — maar weinig van terecht brachten.

Toch wensen we elkaar een goed 1974 toe in de overtuiging dat óns woord niet het laatste is. Daarmee moeten we dit jaar eindigen, daarmee mogen we straks opnieuw beginnen.

Gedurende het gehele jaar 1973 hebt u in nagenoeg elk nummer van ons blad de kroniek aangetroffen met als onderschrift de initialen P. W. A. d. W.

We zien deze kroniek, lezen hem met naar wij mogen aannemen genoegen en gaan over tot de orde van de dag.

Toch is het niet zo vanzelfsprekend geweest die kroniek van P. W. A. d. W. in 1973.

De heer De Wit, want die zit achter de initialen, is n.l. reeds lange tijd ziek. Al bijna 14 maanden heeft hij zijn werk moeten laten rusten. Alleen de kroniek, die moest hij blijven verzorgen, die schreef hij, en hoe!

Van deze plaats al wensen we de heer De Wit en zijn gezin in de Ds. Sanderuslaan 14 te De Bilt een goed 1974 en vooral beterschap toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973

Diakonia | 48 Pagina's

kroniek

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1973

Diakonia | 48 Pagina's

PDF Bekijken