Bekijk het origineel

overal waar mensen zijn

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

overal waar mensen zijn

10 minuten leestijd

Juist in dit nummer van Diakonia lijkt een aankondiging en aanbeveling ter lezing van het boekje van dr. J Hendriks „OVERAL WAAR MENSEN ZIJN” op zijn plaats.

Het gaat over het diakonaat en vooral over de veranderde opvattingen en mogelijkheden van het diakonaat van de gemeente. De ondertitel luidt dan ook: de diakonale gemeente.

Dr. J. Hendriks was tot voor kort directeur van het algemeen diakonaal bureau van de gereformeerde kerken (thans als socioloog verbonden aan het instituut voor praktische theologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam). In zijn vorige werkkring had dr. Hendriks veel contact met (gereformeerde) diakenen en kerkelijke gemeenten. Uit deze contacten is dit boekje ontstaan. Het telt ruim honderd bladzijden, is zeer overzichtelijk ingedeeld met enkele rake en geestige illustraties en het heeft niet een te dicht bedrukte tekst, waardoor het boekje zeer prettig en vlot leest.

De inhoud

Hendriks laat dus zien, dat de opvattingen over het diakonaat de laatste jaren grondig veranderen. Steeds weer keert het hoofdthema terug:

Bij diakonaat moet niet in de eerste plaats gedacht worden aan een taak van de ambtsdragers, maar aan een zijnswijze van de gemeente. De schrijver gaat na, wat het betekent als het accent verschuift van de diaken naar de gemeente. Puntig (geen ingewikkelde zinnen en formuleringen) en praktisch (zeer veel voorbeelden) gaat de schrijver in op allerlei facetten van het diakonaal. De Heer schept ruimte voor verdrukten en armen; de gemeente volgt daarin (hoofdstuk 1).

Vanuit verschillende begrippenparen laat hij zien waar het om gaat. Aan de orde komen o.a. horizontalisme en verticalisme; getuigen en dienen; helpen en geholpen worden; geloofsgenoten en anderen; barmhartigheid en gerechtigheid; gaat het om gezindheid of om aktie?, betekent aandacht voor de individuele mens ook aandacht voor de samenlevingsverbanden (hoofdstuk 2 en 3)?

Over deze laatste vraag (de samenhang tussen individuele nood en samenlevingsstructuren) handelt een apart hoofdstuk (4), waarbij ook het z.g. politieke diakonaat aan de orde komt en de weerstanden, die dit in de kerken oproept of kan oproepen. Het is eigen aan de gemeente van Christus om niet te blijven staan bij de nood in een bepaalde sector van de samenleving, maar „overal waar mensen zijn” present te zijn met haar eigen diakonale voorkeur (hoofdstuk 5).

Met het oog op deze opdracht moet de gemeente geaktiveerd en opnieuw gegroepeerd worden. Aan deze toerusting en werkwijze worden twee hoofdstukken gewijd (6 en 7). Daarna komen de taken-nieuwe- stijl van diakenen aan de orde (hoofdsuk 8) en tenslotte wordt de vraag gesteld of we niet te hoog grijpen, waarbij suggesties worden gegeven ons niet te vertillen. (hoofdstuk 9)

Om een beeld te geven

Om een beeld te geven, van wat dr. Hendriks schrijft en hoe hij het doet, volgen hier enkele hoofdgedachten uit de laatste twee hoofdstukken.

Als er een onzekerheid is over de taak van de diaken, dan hangt deze samen met de accentverschuiving van zijn functie: van helpen namens de gemeente naar stimuleren van de gemeente. Die accentverschuiving levert in de praktijk allerlei spanningen op, omdat de ideeën van de diakenen niet overeenstemmen met die van de gemeenteleden.

Vaak zijn de diakenen verder dan de gemeente, waardoor het appèl aan de gemeenteleden door de laatsten beleefd wordt als een afschuiven van taken. Er wordt dan gezegd: „Waar hebben we nu eigenlijk diakenen voor”!

Ook het omgekeerde komt voor. Gemeenteleden zijn bereid tot aktie, maar de diakenen remmen dit af („Waar zijn wij anders diakenen voor”!). Deze en andere oorzaken leiden er vaak toe, dat het diakonale beleid vaak weifelend en tweeslachtig is. Vanuit de gedachte, dat de opdracht tot dienst primair rust op de gemeente (en dat de diaken daarbij reserve staat), moeten we komen tot een functiezuivering van de diaken. Dr. Hendriks noemt daarna de belangrijkste nieuwe taken, waarbij hij o.a. aansluit bij het diakonale zakboekje van de G.D.R. Hij gaat na wat het betekent te inspireren tot dienst en daarbij te assisteren; hij somt op wat de inhoud van daadwerkelijke steun aan allerlei werk kan zijn en hoe systematisch gespeurd kan worden naar noden. In enkele punten vat hij tenslotte hoofstuk 8 samen, waardoor het proces tot diakonie-nieuwe-stijl in beweging kan worden gezet: communicatie met de gemeente, de keuze van ambtsdragers, het jaarplan, de verdeling van de tijd en de zogenaamde evaluatie.

Om ons niet te vertillen (laatste hoofdstuk) kan en hoeft niet alles tegelijkertijd te worden aangepakt. Liever beperkte taken goed aanpakken, dan de helft laten liggen. Het gaat om het doorbreken van de kleine kring van mensen, die altijd en overal voor opdraaien. Als het lukt de gemeente aan het denken te krijgen over haar eigen opdracht en een concreet appèl te doen, dan zal blijken, dat de mogelijkheden van de diakonale gemeente niet onderschat hoeven te worden. Om verder te komen, doet de schrijver dan een aantal suggesties:

a, allereerst bezinning in de gemeente over twee vragen:

— wat betekent het diakonale gemeente te zijn

— wat is de rol van de diakenen

Deze bezinning beoogt verdieping én verbreding (aktie); bezinning mondt altijd uit in aktie en omgekeerd kan aktie niet zonder verdiepende bezinning.

b. er dient een diakonaal werkplan van de gemeente te komen. Dr. Hendriks geeft allerlei praktische tips: wees niet te perfectionistisch, werk in fasen, maak duidelijke afspraken, een goed werk- en aktieplan sluit altijd aan bij de specifieke plaatselijke omstandigheden en mogelijkheden, vergader zo min mogelijk, maar houdt wel goed in de gaten wat lukt en mislukt en waarom dat gebeurt (evaluat ie).

c. doe een beroep op mensen, die weten wat er bij werken in groepen goed en verkeerd kan gaan: erken en gebruik de sociale en psychologische factoren, die ook in het kerkewerk hun rol spelen; dat voorkomt oppervlakkige verklaringen als „de gemeenteleden willen niets” en „je krijgt ze nergens (meer) voor”.

d. de rol en assistentie van de predikanten. Met name bij de diakonale toerusting mag op hen een beroep worden gedaan. Vaak reageren de predikanten met: „We kunnen ons niet overal in verdiepen”. Hendriks’ diagnose is, dat predikanten vaak wel willen, maar niet kunnen. En dat „niet-kunnen” hangt samen met de z.i. onjuiste (onaangepaste) structuur van de ambtsuitoefening. Als de werkwijze in zogenaamde éénmansgemeenten plaats maakt voor het werken in teamverband zal zeker één predikant van zo’n team zich speciaal in het diakonaat kunnen verdiepen.

e. schaalvergroting, zowel door interkerkelijke samenwerking als door de vorming van streekgemeenten.

Een enkele kanttekening

Omdat dit artikel in de eerste plaats een aanbeveling wil zijn om het boekje van dr. Hendriks aan te schaffen, het te bestuderen en er mee aan het werk te gaan, willen we het niet aan uitvoerige kritische beschouwingen gaan onderwerpen. We maken slechts een paar kanttekeningen.

1. In een aantal opzichten zijn de gereformeerde en hervormde gemeenten vaak verschillend. De gereformeerde parochies zijn over het algemeen niet alleen kleiner, en overzichtelijker dan de hervormde gemeenten, de gemeenteleden zijn veelal ook duidelijker aanspreekbaar. In hervormde kring kennen we bijna overal het verschijnsel (probleem) van de sterk, half en nauwelijks meelevenden. Dal facet komt niet aan de orde in het boekje. Hier liggen in hervormde kring specilieke moeilijkheden, maar juist ook mogelijkheden. Als de diakonale beweging in de gemeenten op gang komt, zullen we het vraagstuk van de wel en niet meelevendheid ook weer anders gaan zien.

2. Dr. Hendriks geelt voortdurend praktische voorbeelden en illustraties van hoe het zou kunnen en wat er hier en daar gebeurt. In het hoofdstuk over de hergroepering van de gemeente — je kunt spreken van een reorganisatie van de diakonale werkstructuur — geeft hij enkele concrete werkmodellen. Hij schrijft, dat het op deze wijze werken in de praktijk tot goede resultaten leidt (blz. 95 en 96) en dat hij die ervaringen ten dele in zijn boekje heeft verwerkt in zijn voorstellen tot hergroepering van de gemeente. Dat gaat wel een beetje snel. Graag hadden we wat meer informatie gehad over de feitelijke ervaringen op allerlei plaatsen: waarom lukt iets op de ene plaats wel en op de andere niet; voor welke specifieke problemen kwam men te staan; hoe werden die opgelost of hoe werd de oplossing geblokkeerd. Als socioloog heeft dr. Hendriks terecht aandacht voor sociale en psychologische factoren, een nauwkeuriger in kaart brengen van veranderingen en weerstanden er tegen, is o.i. geen overbodige luxe.

3. Tijdens het lezen van het boekje kwam bij ons steeds de vraag weer boven; Hoe komt dit aan en over bij diakenen, ouderlingen en predikanten? (Tussen haakjes is daarmee tegelijk gezegd, dat het boekje verplichte stof zou moeten zijn voor alle kerkeraadsleden.)

Het is goed denkbaar, dat „ervaren rotten in de gemeente- en diakonaatzaken” zullen reageren met: „dat hoeven wij hier niet te proberen” of „dat lukt hier toch niet”, terwijl anderen plotseling ongekende perspectieven herkennen en — bij wijze van spreken — morgen de gemeentetrein volgens de dienstregeling Hendriks willen laten vertrekken. Wij kunnen nu wel schrijven, dat beide groepen in hun conclusie de kern van de bedoeling van Hendriks (net) niet pakken, maar intussen kan het ongeluk al gebeurd zijn: degenen, die bezwaren hebben, laten het bij wat het was en de enthousiaste „hergroepeerders” branden als een strovuur op. Na enkele — al dan niet geslaagde experimenten — komen ze adem te kort en spoedig of tenslotte verdwijnen ze teleurgesteld uit de gelederen van ambtsdragers en meelevenden. Dr. Hendriks realiseert zich dit probleem, deze spanning, zeer goed. Hij zegt, dat hergroepering nodig is, omdat de huidige structuur van de gemeente onvoldoende mogelijkheden heeft om de gaven, die in de gemeente aanwezig zijn, te mobiliseren voor noden en uitdagingen van deze tijd (blz 84).

Tegelijkertijd wijdt hij het slothoofdstuk aan de vraag hoe we aan de hergroepering kunnen werken zonder ons eraan te vertillen.

„Overal waar mensen zijn” wil een handreiking en hulp zijn om de gemeente diakonaal in beweging te krijgen. Vandaar dat ons de kernvraag lijkt, of het boekje als zodanig ook aan- en overkomt. In verband met die vraag willen we tenslotte nog een enkele suggestie doen;

Suggesties

1. OVERAL WAAR MENSEN ZIJN leent zich goed voor bespreking in groepsverband en wij bevelen het dan ook van harte aan als gespreksstof voor colleges van diakenen en kerkeraden.

2. Het lijkt onmogelijk (onjuist) alleen maar consumptief of vrijblijvend van het gebodene kennis te nemen. Het lezen en bestuderen van het boekje zal (moeten) uitlopen op de vraag: wat betekent dat concreet voor onze gemeente?

3. De diakonieën en kerkeraden zouden zich af kunnen vragen of het niet verstandig is bij de bespreking iemand te betrekken, die goed bekend is met vragen van vormingswerk of kerkelijke reorganisatieprocessen.

Denkt u eens aan iemand van de provinciale commissie, de provinciale stichting voor maatschappelijk werk (die zich speciaal gaat toeleggen op de maatschappelijke toerusting), de scriba van de provinciale kerkvergadering of iemand van een nabij gelegen vormingscentrum.

4. De redaktie van Diakonia houdt zich van harte aanbevolen voor berichten en verslagen uit gemeenten, waar de inhoud van het boekje aan de orde wordt gesteld. Waardevolle — maar wellicht ook minder goede — ervaringen in de ene gemeente kunnen van betekenis zijn voor andere plaatsen. DIAKONIA wil graag functioneren als „doorgeefluik”. Ook al meent u, dat de ervaringen in uw plaats voor anderen niet van belang zijn, dan is de G.D.R. nog gewoon belangstellend en wil graag horen, dat u er mee bezig bent.

5. Ziet U niet precies hoe de inhoud van OVERAL WAAR MENSEN ZIJN in uw kring het beste aan de orde kan komen, denkt u dan aan de derde suggestie of neemt u contact op met de G.D.R.

Dr. Hendriks heeft ons een handschoen toegeworpen. OVERAL WAAR GEMEENTEN ZIJN, kan deze opgenomen worden.

OVERAL WAAR MENSEN ZIJN, Dr. J. Hendriks, prijs ƒ 7,90, uitgever J. H. KOK N.V. Kampen, (uit de serie: gcmeentetoerusting)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1974

Diakonia | 56 Pagina's

overal waar mensen zijn

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1974

Diakonia | 56 Pagina's

PDF Bekijken