Bekijk het origineel

Missionair Panorama

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Missionair Panorama

12 minuten leestijd

Indonesisch amendement

De tien leden van de indonesische delegatie hebben de synodale debatten niet zonder meer over hun hoofden laten gaan. Op een gegeven ogenblik diende prof. dr R. Soedarmo een amendement in. Het eerste amendement ingediend door een afgevaardigde van de uit de zending ontstane kerken op een gereformeerde synode.

Aan de orde was de herstructurering van de zending. De indonesische kerken hadden die altijd gezien als een interne aangelegenheid van de nederlandse kerk. „Wij hadden gehoord dat de vroegere structuur weinig efficiënt was,” zei prof. Soedarmo. Naderhand bleek dat de kerken op Midden-Java toch wel te maken kregen met de consequenties. Er bestonden van oudsher regionale akkoorden tussen zendende kerken in Nederland en groepen kerken in Indonesië. Ineens golden andere regels, die ook wel eens financiële gevolgen bleken te hebben.

Op de synode van Solo – die volkomen begrip had voor de noodzaak van de nederlandse herstructurering – werd erover geklaagd dat er niet voldoende contact was geweest.

Prof. Soedarmo stelde voor in het besluit dat spreekt over de missionaire samenwerking de gedachte op te nemen dat de nederlandse zendingsmensen zouden spreken met de kerken van Midden-Java. Hij voegde eraan toe: „We moeten samen die gevolgen onder ogen zien. Wij (in Indonesië) moeten niet alleen maar gezien worden als uitvoerders van nederlandse besluiten.”

Aangezien op de agenda van de bezoekende delegatie reeds een gesprek stond over deze materie, verzocht de synode het Centraal Orgaan voor de zending in een later stadium verslag uit te brengen op de synode. Daardoor was het amendement van prof. Soedarmo in wezen niet meer nodig.

Over het algemeen werden de door de commissie van pre-advies voorgestelde besluiten zonder veel moeite door de synode aanvaard. Op één punt werd een voorstel sterk afgezwakt. De deputaten en de commissie van pre-advies stelden voor de Theologische Hogeschool van Kampen en de theologische faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam te verzoeken de missiologie en de daarmee in verband staande vragen een geïntegreerde plaats in het curriculum te geven en tevens aan te dringen op het uitnodigen van theologen uit de derde wereld om aan beide inrichtingen gastcolleges te komen geven. Prof. dr K. Runia van Kampen meende dat de beide onderwijsinstituten overvraagd werden. Hoewel prof. dr A.G. Honig zich tamelijk sterk verzette, stelde prof. Runia een veel minder duidelijke uitspraak voor. Hij kreeg de synode mee, zodat de curatoria van beide onderwijsinstellingen nu verzocht zullen worden „in heel de theologische opleiding zoveel als mogelijk is aandacht te schenken aan het missionaire perspectief van de bijbelse boodschap en tevens aan te dringen als de gelegenheid zich voordoet theologen uit de derde wereld te vragen aan beide inrichtingen gastcolleges te komen geven”.

Voor de tweede maal kwam de gehele zending ter sprake op de synode. Vroeger kon de synode zich slechts bezinnen op enkele aspecten ervan. De synodeleden legden zich echter bijzondere beperkingen op. Enkele onderwerpen kwamen telkens ter sprake zoals de conferentie van Bangkok van vorig jaar, de vraag of het Centraal Orgaan terecht heeft besloten geen artsen naar Zuid-Afrika te zenden, de herstructurering en de gevolgen voor Midden-Java, de situatie in Suriname en de samenwerking met het Zeister Zendingsgenootschap (er werd na het ter perse gaan van dit nummer van ZD een gesprek gevoerd met het nieuwe bestuur van „Zeist”). Ook de dialoog kwam natuurlijk ter sprake. Niet gesproken werd over de positie en taak van de Nederlandse Zendingsraad, het Hendrik Kraemer-instituut, en allerlei zendingsmethodieken. Het gevolg was dat zendingsdeputaten toch het gevoel hadden dat eigenlijk slechts de buitenste buitenkant van hun werk ter sprake was geweest.

Wat wel de kern raakte was dat in de besluitvorming de synode het Centraal Orgaan de opdracht verstrekte om zich blijvend te bezinnen op het wezen van de zendingstaak, die opdracht niet „te versmallen tot enerzijds individuele heilspre-diking en filantropie en anderzijds tot louter sociaal-politiek activisme”. Bovendien droeg de synode het orgaan op „in de samenwerking met de partnerkerken overzee alles te doen om tot een volwassen houding tussen kerken te komen, waarbij niet de één macht uitoefent over de ander, maar een wederzijds dienen mogelijk is”. En in die laatste zin ligt eigenlijk de gehele nieuwe zendingssituatie besloten. Zending is geworden: Elkaar dienend ter zijde staan om samen Gods evangelie uit te dragen door verkondiging, dienstbetoon, gemeenschap en gerechtigheidsbevordering.

In zijn inleiding bepleitte de voorzitter van het Centraal Orgaan, dr J.C. Gilhuis, flexibiliteit in het beleid van het Centraal Orgaan. Dit is noodzakelijk, zei hij, gezien de ontwikkelingen in de zending. Het is noodzakelijk dat de zending naast regionale taken ook functionele taken kan aanvaarden. Het Pakistan-orgaan zou bijvoorbeeld een Islam-Orgaan kunnen vormen dat ook buiten Pakistan contacten heeft in de wereld van de Islam, en in ons eigen land bijzondere zorg besteedt aan de verhouding christenen en moslimse gastarbeiders.

Jaarverslag van de Zendingsraad

Drie nieuwe verschijnselen vragen de aandacht, zegt het zojuist verschenen verslag van de Nederlandse Zendingsraad over de jaren 1971 en 1972: In de eerste plaats verschijnen nieuwe punten op de agenda’s van de vergadering, zoals de verhouding „tussen zending en ontwikkelingssamenwerking”, of de vraag „omtrent deelname van de kerken en zendingsinstellingen aan de bestrijding van het racisme”. In de tweede plaats kan een groeiende aandacht bespeurd worden voor het eigen land en voor Europa als arbeidsveld. In de derde plaats is in de beide afgelopen jaren een discussie ontstaan over de organisatorische vormgeving die beter dan de huidige structuren aan de voortgang en vernieuwing van de zending dienstbaar zou kunnen zijn.

De conclusie van dit verslag is dat we „moeilijke maar boeiende jaren te verwachten” hebben. Er is binnen de NZR nog geen gezamenlijke visie of besluitvorming. Het gaat er nu om „de diepte en de breedte van het evangelie van het Koninkrijk Gods onder ogen te willen zien, midden in de wereld zoals die vandaag werkelijk is”.

In de afgelopen periode werd besloten dat de NZR „de financiële verantwoordelijkheid voor de arbeid van Kerk Overzee niet verder op zich (zal) nemen dan tot ultimo 1974: in die tussentijd moet een intensief gesprek met de participerende kerken plaatsvinden over de mogelijkheden tot verdere voortzetting”. Kerk Overzee houdt zich bezig met missionaire toerusting en pastorale verzorging van Nederlanders overzee.

Door Bureau Dienst over Grenzen werden in 1971 en 1972 respectievelijk 52 en 54 personen uitgezonden. Gingen in de beginjaren van deze nog veel jongeren als vrijwilligers naar diaconale projecten in Europese landen, nu waren het er maar respectievelijk 3 en 1. De overgrote meerderheid gaat nu naar ontwikkelingslanden. Het secretariaat onderwijs deelt mee dat in de afgelopen periode de uitgave van het blad „Visie” wegens te geringe belangstelling gestaakt is. Het blad voor de lagere school „Marimba” meldt een regelmatige groei in het aantal abonnementen. Tifa, voor 12-16-jarigen, haalt echter maar nauwelijks de 12.000.


Het Zendingscentrum

van de Gereformeerde Kerken in

Baarn

zoekt

EEN VERPLEEGKUNDIGE/ DOCENTE VERPLEEGKUNDE

voor het ziekenhuis „Panti Wilasa” in Semarang op Midden-Java.

De taak zal vooral bestaan uit het doceren van algemene verpleegkunde (theorie en praktijk) aan leerling-vroedvrouwen. Het ziekenhuis heeft 100 bedden voor moeders en 30 voor kinderen.

Aan een uitzending gaat een vooropleiding van minstens een half jaar vooraf.

Sollicitaties graag te richten aan ds. A. Vos, Zendingscentrum, Wilhelminalaan 3, Baarn. tel. 02154-4051.


In de afgelopen periode moest Audiovisie bezuinigen. De foto-dienst kon echter gewoon doordraaien. Deze stichting „Fotodienst Audiovisie” is nu ondergebracht in het Zendingscentrum te Baarn. De verhuur van de dia-series en films van de participerende „zendingen” wordt nu verzorgd door het Nederlands Bijbel-Genootschap.

Hoornvlies voor een moslim-naaste

De training van blinden is, na het vertrek van de heer F.M. Koster naar Nederland, thans overgenomen door de heer J. Lenselink. In zijn eerste rapportage, waarin met name zijn plannen voor de training in de komende periode 1973/74 worden ontvouwd, is sprake van een nieuw aspect van het werk onder blinden: Meer en meer worden mensen die blind zijn of dat dreigen te worden door een oogziekte, naar de farm gebracht in de hoop dat men hen daar zal adviseren en zo mogelijk verder helpen. De farm-staf heeft in verschillende van deze gevallen reeds medisch advies gevraagd.

Een van deze gevallen werd ons onlangs voorgelegd. Het betrof een jongen die binnen enkele maanden blind zou worden, tenzij hij een hoornvliestransplantatie zou ondergaan. In Iran is dit uiterst moeilijk. Het is een overwegend moslim-land en noch een moslim noch zijn familie zal toestemming geven tot het afstaan van een hoornvlies na overlijden, dit op grond van hun religieuze overtuiging.

Ons werd nu gevraagd of deze jongen niet in Nederland zou kunnen worden geopereerd en op onze kosten zou kunnen worden overgevlogen. Op grond van een advies van een deskundige in tropische oogziekten, met jarenlange ervaring in de tropen, hebben wij geantwoord dat het beter is een zieke zoveel mogelijk te behandelen in zijn eigen omgeving en hem niet de hele wereld over te sturen voor een behandeling, als dit niet dringend noodzakelijk is. Een goede chirurg is in Iran aanwezig. In geval van nood kan een hoornvlies worden overgevlogen, maar waarom zouden we niet trachten een donor te vinden onder de christenen in Iran?

Op dit moment is nog niet bekend of inderdaad een christen-lrani bereid werd gevonden tot deze dienst aan een moslim-naaste, maar gehoopt wordt dat dit inderdaad zal lukken. (uit „Diakonaat”).

Mevr. Khair Ullah uit Pakistan spreekt synode toe

Niet alleen tien Indonesiërs woonden de synode bij, maar ook de pakistaanse mevrouw Khair Ullah. Ze bracht de groeten over van haar kerk, de Verenigde Kerk van Pakistan, waarvan de leden nog altijd wat moeite hebben met de nieuwe eenheid, zoals ze zei.

Pakistan is een islamitische staat, maar de verbondenheid aan de islam was niet sterk genoeg om de nationale eenheid te bewaren. Bangladesh scheidde zich af en het opmerkelijk gevolg is dat de positie van de islam zich in West-Pakistan heeft versterkt. In 1972 werden de scholen genationaliseerd en op alle scholen is nu onderwijs in de islam verplicht.

Een groot probleem voor de christelijke kerk, die slechts één procent van de bevolking omvat, is datzoveel jonge christenacademici zich in het buitenland vestigen. In de pakistaanse situatie is het noodzakelijk dat de christelijke toerusting plaatsvindt in het gezin. Daarom is het kerkelijk vrouwenwerk zozeer van belang. Verder moet het zondagsschoolwerk versterkt worden dat een belangrijke taak heeft bij het godsdienstonderwijs. Hoewel de kerk weinig groei vertoont kon mevrouw Khair Ullah toch ervan getuigen dat twee volwassen islamieten zich in het afgelopen jaar lieten dopen.

Kerken in Argentinië vinden elkaar

Reeds jaar en dag zijn er in Argentinië, met name in de hoofdstad Buenos Aires, verscheidene „uitheemse” kerken, gesticht door europese emigranten van diverse oorsprong. Het zijn meestal kleine gemeenten, waar de moeder-taal nog altijd een sterk bindmiddel vormt.

Nu stond er onlangs in de gestencilde „nieuwsbrief” van de Gereformeerde Oecumenische Synode (RES-News, Vol. X, No 9, 4 sept. 1973) een bericht waarin vermeld werd dat er een Evangelisch Gereformeerde Kerk gevormd was uit de vereniging van drie „uitheemse” kerken. Dat waren de Zwitserse Evangelische Kerk in Argentinië, de Frans-sprekende Evangelische Kerk van de Rio Plata en de Evangelische Waldensische Kerk van Buenos Aires. In haar constitutie werd het voornaamste doel van de nieuwe kerk als volgt omschreven: „… om als een lid van de universele kerk het evangelie van Jezus Christus in practijk te brengen en te verkondigen, zoals dit vervat is in de Schriften en in overeenstemming is met de beginselen opnieuw bevestigd door de hervormers”. Een van de eerste resultaten van deze fusie is het besluit om het maandblad „Le Messager” (van de Frans-sprekende kerk) voortaan niet alleen in het Frans, maar ook in het Spaans en Duits uit te geven ten dienste van de nieuwe kerkelijke gemeenschap.

Men heeft ook het plan om dit blad IERBA te gaan noemen, een naam die niet alleen verwijst naar de nieuwe kerk (Iglesia Evangelica Reformada de Buenos Aires) maar ook een woordspeling vormt met wat men in Argentinië hierba noemt, en dat betekent „jonge plant”.

Feest in het vrouwengevangenkamp

Zondag 16 september 1973 was een bijzondere dag voor het vrouwengevangenkamp Bulu. Reeds vroeg in de morgen heerste er al een hele drukte. De aula werd feestelijk versierd, omdat er een kerkdienst gehouden werd, waarin 21 vrouwen werden gedoopt en twee belijdenis van hun geloof aflegden.

De geestelijke verzorging voor deze politieke gevangenen is in handen van zuster J.C. van Vliet, missionair zuster van de indonesische kerk te Semarang. Met veel geduld en grote toewijding gaf zij jarenlang catechisatie aan deze gevangenen. Er gingen geruchten, dat aan deze politieke gevangenen amnestie zou worden verleend en op de Merdeka-dag, de dag van de vrijheid, zouden worden losgelaten. Maar 17 augustus is al lang voorbij en de deuren van de gevangenis bleven voor deze vrouwen gesloten. Dat verhinderde hen niet om toch tot de Kerk te willen toetreden door middel van de doop.

Na de doopdienst sprak de directrice van de gevangenis haar grote blijdschap uit over deze bijzondere gebeurtenis. Het was de eerste keer dat een dergelijke dienst in de vrouwengevangenis Bulu gehouden werd.

In het slot van zijn verslag over deze bijzondere gebeurtenis schrijft onze correspondent in Semarang, Oh Tjo Han: Broeders en zusters mag ik u dringend vragen voor deze politieke gevangenen te blijven bidden om vrijlating na al deze jaren?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Missionair Panorama

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken