Bekijk het origineel

Zending te gelde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zending te gelde

Achter de cijfers

6 minuten leestijd

Oktober en november op het Zendingscentrum, ’k Wilde wel dat iedereen daar eens een kijkje had kunnen nemen. Volop bedrijvigheid, vooral bij de financiële afdeling. Want… op 22 november vergadert het Centraal Orgaan. En dan moet de begroting worden goedgekeurd om ter vaststelling te worden voorgelegd aan de Synode.

Een begroting is een vertaling van het beleid. Achter de cijfers schuilt dus niet alleen veel rekenwerk, maar vooral veel denkwerk en niet minder overleg met onze zusterkerken in Azië, Afrika en Zuid-Amerika.

Hoe ziet die begroting eruit? Op pagina 12 en 14 ziet u overzichten van de cijfers. Het uiteindelijke resultaat is een totaal aan uitgaven van 10,4 miljoen gulden. Een groot bedrag dat echter „slechts” f 540.000 gulden hoger ligt dan in 1973. „Slechts” neemt u misschien met een korreltje zout. Maar op zulk een omvangrijk werk als dat van de zending is een stijging van nog geen 5,5 procent niet hoog te noemen. Waarvoor is dat geld allemaal nodig? De begroting geeft de volgende hoofdonderdelen te zien:

Regionale begrotingen die dus de steun omvatten die wij financieel en personeel geven aan onze partnerkerken overzee. Deze kosten vormen samen 68,9 procent van het totaal, oftewel een bedrag van ruim 7 miljoen gulden.

Samenwerking en subsidies aan interkerkelijke en internationale organen. Binnen Nederland staan wij samen met anderen voor de instandhouding van de uitermate belangrijke opleiding van werkers in zending en werelddiakonaat in het Hendrik Kraemer Instituut. Uit wat prof. Soedarmo uit Djakarta op onze synode daarover gezegd heeft (zie pag. 4 en 5) mag duidelijk zijn hoe ook onze zusterkerken overzee het belang inzien van een goede vooropleiding. Verder valt onder deze samenwerking ook het werk van de Nederlandse Zendingsraad, die niet alleen namens 12 aangesloten kerken en organisaties in Nederland de contacten met oecumenische instellingen onderhoudt, maar in het binnenland ook de voorlichting en de benadering van de scholen, het werk van Kerk Overzee en Dienst over Grenzen voor zijn rekening neemt. En niet vergeten mag worden het onopvallende maar gezegende werk onder de Afro-Aziatische Studenten die in Nederland studeren.

Voor wat het buitenland betreft geven wij mede steun aan allerlei internationale fondsen, die er zijn voor het wereldwijde werk van theologische opleidingen, lectuurwerk, radiowerk, studentenwerk e.d. De steun aan al dit werk omvat bijna 8,2 procent van de totale uitgaven.

Algemeen en Onvoorzien. Meestal een post die niet zo direct duidelijk is. Onder „Algemeen” vallen de delegatiekosten die voor het zo noodzakelijke contact met de partnerkerken moeten worden gemaakt. „Onvoorzien” zal elke goede penningmeester voorzien, zeker in het zo snel zich ontwikkelende werk van de zending. Een percentage van 1,45 is daarbij gering.

Kosten in Nederland. Dat is een stuk van de begroting waarover nogal eens vragen worden gesteld. En terecht. Als je voor de zending geeft, wil je dat een zo groot mogelijk deel daarvan naar het werk overzee gaat. Toch mag die post „kosten in Nederland” niet gezien worden als de beruchte „strijkstok”. Want onder deze kosten valt ook een brok echt zendingswerk. Als de deputaten vergaderen, als de gemeenten missionair toegerust worden, als onze financiële steun moet worden overgemaakt naar overzee, als er allerlei voorbereidingen moeten worden getroffen voor de uitzending en terugkeer van onze zendingsarbeiders, is dat dan geen direct zendingswerk? Om dat allemaal te kunnen doen zijn er mensen nodig. En wat is het gelukkig dat we zo’n groot „leger” van vrijwilligers hebben die zich inzetten voor dit boeiende werk. Maar niemand zal kunnen ontkennen dat er ook vakmensen nodig zijn, die dit werk dag in dag uit moeten kunnen doen. En ieder weet ook hoe de loonontwikkelingen zijn. Daarom zijn wij erop attent om de personeelskosten zoveel mogelijk te beperken zonder iemand onrecht te doen en zonder de slagvaardigheid te remmen. Naar internationale maatstaven gemeten is een percentage van nog geen 21,5 procent voor dit stuk zendingswerk laag te noemen.

In enkele statistiekjes hebben wij aangegeven hoe het werk verdeeld is. In onze westerse wereld is er nogal eens discussie geweest over de verschillende facetten van het zendingswerk. Sommigen vinden dat er te veel een „horizontale” tendens is waar te nemen, wat dit dan ook mag betekenen. Als we echter alleen de verdeling van het werk onder het hoofd „regionale begrotingen” zien, dan merken we dat voor direct kerkewerk (waaronder ook de opleiding van predikanten, de gemeentetoerusting en lectuurwerk zijn opgenomen) bijna 3,5 miljoen gulden is begroot, dat is ongeveer de helft van het totaalbedrag van de regionale begrotingen.


Het Zendingscentrum geeft in de loop van januari een speciale brochure uit onder de titel „Zending te gelde”. Daarin vindt u evenals in 1973 de hele begroting uitvoerig toegelicht. Deze brochure zal aan alle zendingscommissies en werkgroepen worden toegezonden. Maar ieder die belang stelt in de brochure kan deze per briefkaart bestellen in Baarn.

Voor onderwijs, beurzen en studentenwerk is 1,5 miljoen gulden uitgetrokken. Voor medisch werk en de bouwdienst (bouw van kerken en scholen) nog eens ruim 1,1 miljoen.

Dekkingsplan: Aan de kerken zal via de omslagregeling (quota) niet het totale uit-gavenbedrag worden gevraagd, doch slechts f 9.798.000, dat is gemiddeld 6,5 procent meer dan in 1973. Voor sommige provincies ligt dit procent echter lager, voor andere hoger. Dit komt omdat we nog enkele jaren nodig hebben om het omslagpercentage gelijk te trekken met de in onze kerken algemeen geldende quotatiecijfers. Een bedrag van f 84.000 hebben we nog beschikbaar uit vorige jaren voor enkele posten.

De rest: 527.000 gulden hopen we te ontvangen uit extra giften en adopties. De ervaringen met deze methode in 1973 gaven ons de volle vrijmoedigheid om die ook voor 1974 toe te passen. In nauwe samenwerking met het Vrouwenzendingsthuis-front, dat in 1973 een aanzienlijk deel van deze z.g. giftenzone voor zijn rekening nam, én in nauwe samenwerking met de zendingscommissies en particulieren verwachten wij dat het bedrag van f 527.000 zeker gedekt zal worden.

Ook in 1974 is er weer een projectenboekje dat op aanvrage door het Zendingscentrum graag beschikbaar wordt gesteld. Daarin staan opgenomen de projecten en de stukken werk, waarvoor wij rekenen op extra giften, dus buiten de quota.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Zending te gelde

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken