Bekijk het origineel

Dat hele geweldige, dat hebben we niet meer

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Dat hele geweldige, dat hebben we niet meer

Gesprek met evangelisatiedominee W. van Boeijen

6 minuten leestijd

'Dat hele geweldige, dat hebben we niet meer', zegt ds. W. van Boeijen (59), evangelisatiepredikant in Amsterdam- Zuid. 'Je weet wel hoe dat vroeger ging. . . . onze oogstdienst, spotte ik wel eens: een stampvolle kerk, voorin een paar rijen met mensen die belijdenis deden, volwassenendoop or bij, een zangkoor, een speciale liturgie, enfin, een enorme belangstelling, en de gemeenteleden konden constateren dat hun evangelisatiedominee niet voor niks rondsjouwde. . . .'.

Ds. Van Boeijen lacht zacht en gaat verder: 'Ik kijk daar niet op neer, zulke diensten hadden hun bekoring en hun betekenis. Maar hoe ging het na een paar maanden met die zo enthousiast ontvangen nieuwelingen? Als ze al niet afdropen, schoven ze vaak naar de kant. Ze konden in de gemeente geen aansluiting vinden, er was over en weer zo'n andere achtergrond, er was concreet zo weinig gemeenschappelijks. Daarom zijn we er later toe overgegaan om mensen die werkelijk belangstelling hadden, te verwijzen naar de gewone catechisatie van een wijkpredikant, overigens op gevaar af dat de gemeente zou gaan zeggen: waarvoor houden wij er eigenlijk nog een aparte evangelisatiedominee op na? Maar goed, op deze manier maakten de nieuwkomers al een brok normaal kerkelijk leven mee vóórdat ze lid van de gemeente werden en konden ze zich daarna veel makkelijker in het geheel invoegen'.

Ds. Van Boeijen, u praat in de verleden tijd. Is dat met opzet?

Ds. Van Boeijen: 'Naar de kerk toewerken, daar hebben we 't altijd over gehad, daar had je geen moeite mee. Natuurlijk kende je wel je zorgjes, zo in de trant van: als hij of zij nu maar niet net bij een preek zus van dominee zo terecht komt want dat zou wel eens verkeerd kunnen uitpakken. En dan adviseerde je: ik zou maar eens naar die dienst, naar die dominee toegaan. . . .'.

En zo maakte je er meteen domineenalopers van . . . .

'Onzin. Daar heb ik nooit een punt van gemaakt. Ik geloof zelfs dat het bijbels is. . . nou ja, ik bedoel dat het niet verkeerd is wanneer je meer affiniteit hebt met de éne dan met de andere dominee. God heeft ons niet voor niks vier evangeliën gegeven. Wie weet, heeft Hij gedacht: och sommigen zullen Johannes wat eenzijdig vinden, die kunnen dan bij Markus terecht en anderen worden weer aangesproken door Mattheüs want die zien het bij Lucas niet zitten. Je begrijpt m'n bedoeling. Maar iets anders is dat wat wij denken dat die buitenkerkelijke mooi of niet mooi zal vinden, er soms falikant naast kan zijn. Neem nou dominee Sikkel, ik vond hem een geweldige vent en we waren erg goed met elkaar, maar ik kon niet beweren dat uitgerekend zijn preken geknipt waren voor mensen die nog maar kort met het evangelie in aanraking waren gekomen. Toch zei een van mijn contacten: ik ga altijd naar die dominee Sikkel, die preekt het duidelijkst!'

We zijn wat afgedwaald

'O ja, ik praatte in de verleden tijd. Het is namelijk zo dat ik er niet zeker van ben of je er goed aan doet iemand zo gauw mogelijk in de kerk neer te zetten met al die onzekerheden en twijfels. Daar komt iemand aan, blij dat-ie Jezus heeft leren kennen, en waar komt-ie terecht? In een gezelschap dat zit te bomen over funktieverlies van de kerk. Of in een kring waarin verbeten geprobeerd wordt oude zekerheden vast te houden. Wat moet je? Ik praat met een vrouw, we zullen nog eens praten en ze zegt: dan nodig ik ook m'n broer en schoonzuster uit. De keer daarop zijn we met nog meer. Het wordt een beetje een gewoonte. Pas op, ik praat niet over een huisgemeente of zo, ik schrijf de kerk ook niet af, maar dat vanzelfsprekende zijn we kwijt. Toch kun je de mensen niet zomaar laten rondzwemmen. Ik ben er niet uit'.

Maar hoe ziet u, los van deze problematiek, uw werk?

'leder heeft een bruggehoofd in de bijbel vanwaaruit hij werkt. Vaak hoor je in verband met evangelisatie de tekst: gaat dan heen . . . . Ik voor mij kom terecht bij wat kort na de opstanding gebeurde. Op advies van Petrus zijn de discipelen maar weer eens gewoon gaan vissen. Het wil niet erg, tot iemand van de kant af adviseert; probeer het eens aan de andere kant. Je kent het verhaal, — en tenslotte herkennen ze de man op het strand: het is Jezus! Kijk, daar heb je het. Je moet niet zo opzettelijk doen, je moet de mensen in hun stiel aanspreken en dan kan het gebeuren dat ze iets herkennen van Jezus, die jouw vreugd en toekomst is. Dan zeggen ze soms alleen maar: hé, daar zit wat in! Ik spreek natuurlijk voor me zelf, een ander benadert het anders'.

Niet opzettelijk. Maar je hebt wèn van je laten horen in Amsterdam!

'Een jaar of wat terug werd ik eens opgebeld door iemand die nijdig door de telefoon siste: publikatiehengsti, en daarna meteen neerlegde. Maar ik ben er altijd van uitgegaan dat ik bekend moest worden, dat de mensen me moesten kunnen vinden. -Neem nou onze jaarlijkse blijdschap-estafette op eerste kerstdag. We delen dan enveloppen uit met een sigaret of een of ander snoepje er in. Verder een paar woorden èn mijn naam en adres. Die enveloppen worden uitgedeeld aan mensen die moeten werken: in cafés of ziekenhuizen, op het station of op de straat. Taxichauffeurs, vuilnisbakkenlegers, tramconducteurs, noem maar op. We zingen om zeven uur in de hal van het Centraal Station en we delen weei' de enveloppen uit: aan de mensen van het loket, aan de zwervers, aan slampampers. . . . Laat dan maar iemand schelden van publikatiehengst, ik herinner me ook een telefoontje van een vrouw, die vier jaar terug een kaartje van me had gehad. Daar stond op dat we nooit alleen zijn. Daar stonden ook m'n naam en adres op, en ze zei: ik ben wel alleen, m'n man is er vandoor. — Ik hoef geen tranerige anekdotes kwijt, maar zulke dingen gebeuren'.

Wie zijn die 'we'?

Onze medewerkers, die in vier werkgroepen verdeeld zijn. Er is een groep voor het meer massale werk, zoals op kerstmorgen. Aan persoonlijke contacten kom je dan niet toe. Dan heb je het groepswerk, gesprekskringen en zo. We hebben een poos een kring met barkeepers gehad. Hoe komt zoiets? Je praat eens met zo'n man, je zegt: ons beroep heeft wel wat van elkaar, we zitten allebei wel eens met iemand tegenover ons die méér nodig heeft dan een drankje. De derde groep is voor het individueel contact en de vierde werkgroep houdt zich bezig met de diakonale kanten van de zaak. Hier maken we gebruik van ons fonrls Handdruk, daarmee kunnen we a la minute helpen, zonder dat je eerst langs een of meer instanties heen moet'.

Zitten we nu niet in de buurt van de vraag naar de vedhouding van woord en daad?

Daar wil ik graag wat over kwijt. We zijn er om zo te zeggen bij grootgebracht dat je de daad bij het woord moet voegen. Het woord mag niet vrijblijvend zijn. Nu denk ik vaak: moet je het niet omdraaien, moeten we niet het woord bij de daad voegen? Het gaat er om, dacht ik, dat we meebewegen mei de mensen. Eerst de daad, de ontmoeting, dan het woord toevoegen. Nee, ik pas voor het etiket horizontalist. Want al begin je aan de andere kant, het moet je wens blijven dat het komt tot het herkennen van Jezus. Ik zie wel een zekere verzoeking om het bij de daad te laten. Je hebt net een prettig con tact, het loopt lekker, en laten we het dan maar niet ingewikkeld maken, het stoot de ander misschien nog af ook. . . . Je moet er heel gewoon om bidden, dat je het blijft willen, dat andere, dat je het niet laat bij die éne kant. Ik ben de laatste tijd hiermee nogal bezig. Je wilt met de mens méé, maar waaróm wil ik dat?'

Maar deze overwegingen zijn niet fnuikend . . .?

'Ik vind mijn werk nog elke dag fascinerend, ik ben niet zo'n ventje van 'de kerk is niks, al heb ik m'n vragen, maar daarover hebben we al gepraat'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1974

Kerkinformatie | 22 Pagina's

Dat hele geweldige, dat hebben we niet meer

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1974

Kerkinformatie | 22 Pagina's

PDF Bekijken