Bekijk het origineel

meedenken in de gezinsverzorging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

meedenken in de gezinsverzorging

7 minuten leestijd

De G.D.R.-eommissie gezinsverzorging die zich presenteert in onderslaand artikel, hoopt op realities uil het „grondvlak”, die verduidelijken hoe de commissie dienstbaar kan zijn aan bestuurders en werkers.

Vele diakenen en anderen, die betrokken zijn bij het werk van de gezinsverzorging, zullen gemerkt hebben dat daarin soms geleidelijk, soms snel in enkele jaren tamelijk veel veranderingen zijn opgetreden. De fusies zijn niet van de lucht, de computer heeft ook zijn greep naar de gezinsverzorging uitgestrekt, instellingen met meer dan 1000 of 1500 personeelsleden zijn verrezen in de grote steden en niet alleen daar.

Worden daarmee een aantal vroeger bestaande problemen opgelost, andere komen er voor in de plaats. Met name de kwestie van het eigene, dat verloren dreigt te gaan, en de vraag of en zo ja, hoe de levensbeschouwing nog moet of kan functioneren in die grote instellingen en wat dan de inbreng van de diakenen of — breder gezien — de inbreng van de hervormde gemeenschap daarin kan zijn.

Ontwikkeling in de laatste jaren

Laten wij eens even nagaan, wal er de laatste jaren gebeurd is en wat de rol van de Generale Diakonale Raad van de Ned. Hervormde Kerk daarbij was.

In juni 1972 vond in de landelijke gezinsverzorging een voorlopige afsluiting van een samenbundelingsproces plaats, dat ongeveer 2½ jaar was voorbereid door de verschillende landelijke organisaties voor gezinsverzorging, waaronder de Generale Diakonale Raad (verder te noemen G.D.R.).

Die landelijke organisaties (N.K.G.; L.O.G.G.: Federatie van algemene instellingen) behartigden ten behoeve van het zgn. „grondvlak” (plaatselijke instellingen en dikwijls provinciale, diocesane of gewestelijke organisaties) een aantal taken zoals: advisering, voorlichting, cursuswerk, bevorderen van opleidingen, informatieverstrekking enz.

De accenten lagen vaak verschillend per organisatie. Deze landelijke organisaties hadden in de Centrale Raad voor Gezinsverzorging elkaar in 1947 al gevonden om overleg te plegen. Die Centrale Raad is in de loop der jaren steeds meer de officieel erkende bundeling van het particulier initiatief geworden, die o.a. veel bemoeienis heeft gehad met de opleiding tot gezinsverzorgster, totdat die taken voor een belangrijk deel door de overheid werden overgenomen. Hij is steeds een spreekbuis naar de rijksoverheid toe geweest voor de landelijke organisaties en ging op verzoek van de landelijke organisaties steeds meer technische taken, die centraal beter behartigd konden worden dan door de organisaties afzonderlijk, op zich nemen.

Zo groeide er een onderling contact tussen de verschillende organisaties, met name ook tussen de staffunctionarissen en deze gingen geleidelijk taken aan elkaar overdragen of gezamenlijk opzetten. Zij sprongen gemakkelijker voor elkaar in en de gedachte ontstond om tot een gezamenlijk bureau te komen, waardoor de beschikbare mankracht beter ingezet, zo nodig gespecialiseerd zou kunnen worden en de vragen uit hef grondvlak, die steeds gecompliceerder werden, beter en deskundiger zouden kunnen worden beantwoord, We willen hier niet onvermeld laten, dat de groeiende samenwerking in het uitvoerend vlak uiteraard een heel belangrijke rol heeft gespeeld in de besprekingen over samenwerking op landelijk niveau.

Dit leidde tenslotte tot de samenvoeging van de bureaus van alle landelijke organisaties en van de Centrale Raad tot één landelijk bureau voor gezinsverzorging, uitgaande van een nieuw georganiseerde en van nieuwe statuten voorziene Centrale Raad voor Gezinsverzorging. Dit nieuwe bureau werd bemand met personeel, dat overkwam van de genoemde landelijke organisaties. Het Ministerie van Cultuur. Recreatie en Maatschappelijk Werk, dat voor deze ontwikkeling veel waardering toonde, bleek bereid de Centrale Raad „nieuwe stijl” te subsidiëren.

En zo werkt dus sinds juni 1972 de vroegere staffunctionaris van de G.D.R., Mw. A. W. Wolf. nu als staffunctionaris bij de Centrale Raad. Zij is belast met opleidingszaken, in hel bijzonder betreffende gezinsverzorgsters en gezinshelpsters.

En de eigen inbreng?

Na de instelling van de Centrale Raad „nieuwe stijl” bleef voor de G.D.R. de vraag, hoe nu voortaan gestalte kon worden gegeven aan zijn blijvende taak t.o.v. het Hervormde achterland, dat zich medeverantwoordelijk blijft voelen, ook in die situaties waar men tezamen met andere al dan niet levensbeschouwelijke groepen tot grotere instellingen komt. Dit leidde tot het besluit van de G.D.R. om een nieuwe commissie gezinsverzorging in te stellen. Deze commissie zou de discussie op gang moeten brengen tussen uit de Hervormde groepering afkomstige bestuurders en beroepskrachten, die bij de „algemeenheid zijn betrokken. (Als hier wordt gesproken over „algemeenheid” wordt daarmee niet een kleurloze neutraliteit bedoeld, maar een door verschillende levensbeschouwingen opgevulde totaliteit.) Met name zou het denkbaar zijn, dut er in hef Hervormde achterland, bij de diakonale organen allerlei vragen zouden rijzen, omdat men verder van het werk af komt te staan, de ontwikkeling minder goed kan volgen en er daardoor meent onvoldoende op te kunnen inspelen, of — wal ook denkbaar is — omdat men kritiek heeft op de werkwijze.

De discussie in de landelijke commissie over deze en/of andere relevant geachte punten, zou ertoe kunnen leiden, dat de commissie fungeert als klankbord voor de Hervormde bestuurders en functionarissen; mogelijk zou het gesprek kunnen leiden tot het doen van bepaalde suggesties, waardoor de Centrale Raad meer mogelijkheid krijgt veelzijdig en veelkleurig te functioneren.

Als adviescie, van de G.D.R. zal men bepaalde zaken kunnen signaleren, die in de G.D.R. aan de orde moeten komen; men zou voorstellen kunnen doen om bepaalde C.R.-aktiviteiten via de hervormde kanalen door de G.D.R. te doen ondersteunen; men zou voorstellen kunnen doen om zo nodig bepaalde gezinsverzorgingsproblemen onder de aandacht van derden te brengen (voorzover dit niet op de weg van de C.R. ligt). Wij denken hier bijv, aan het attenderen van diakenen, diakonale consulenten, prov. diakonale commissies op bepaalde zaken, die via de gezinsverzorging aan de orde komen.

Met bovenstaande globale gedachten omtrent haar taak startte de Commissie Gezinsverzorging haar werkzaamheden in februari 1973.

Presentatie en oproep

De commissie bestaat uit 2 bestuursleden en 2 staffunctionarissen van de Centrale Raad (waaronder 1 diaken), een diaken (tevens bestuurslid van een zgn. A.-instelling voor gezinsverzorging en algemeen maatschappelijk werk en van een Hervormde opleiding voor gezinsverzorgsters), een directrice van een Hervormde opleiding voor gezinsverzorgsters, twee staffunctionarissen van A.-instellingen, een staffunctionaris van de G.D.R. Als voorzitter, resp. secretaresse treden op Mw. mr. A. A. van Dellen (G.D.R.) en Mw. A. W. Wolf (C.R.).

In 1973 kwam de commissie viermaal bijeen, waarbij uitvoerig gesproken werd over de taken, die de commissie zou kunnen verrichten en waarbij bleek, dat de gegeven omschrijving van taken wel aardig op papier staat, maar tevens, dat het niet eenvoudig is de opdracht verder te concretiseren, omdat verschillende vragen, welke tot dusver tot de commissie kwamen, eerder wezen op een „gevoel van onbehagen” dan op een concreet probleem.

De commissie wil zich daarom langs deze weg presenteren in de verwachting, dat de lezers mogelijk materiaal aandragen waarmee verder gewerkt kan worden. Of anders gezegd: we veronderstellen dat het mogelijk is bij de commissie zaken aanhangig te maken, die betrekking hebben op de verbinding tussen het achterland en de professionele instelling, opdat het meedenken daarover kan leiden tot meer samenspel en waar nodig tot beter begrip over en weer.

Wij verzoeken de lezer te reageren op het bovenstaande en daarbij tevens kennis te nemen van het artikel: „Heelt het nog zin, dat diakenen zitting hebben in de besturen van die enorm grote instellingen voor gezinsverzorging?”

De Commissie Gezinsverzorging van de G.D.R

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1974

Diakonia | 32 Pagina's

meedenken in de gezinsverzorging

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 februari 1974

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken