Bekijk het origineel

johann hinrich wichern [1808-1881]

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

johann hinrich wichern [1808-1881]

11 minuten leestijd

diakonale fakkeldrager van de vorige eeuw

Wij zouden als diakenen niet zijn wat wij zijn zonder de inspiratie en daden van Wichern. Hij betekent „onze” Heldring en Pierson, een opgericht signaal in het midden van de vorige eeuw. Maar Wichern zou niet zijn wat hij was zonder het jaar 1848. De industriële revolutie verdichtte zich tot massaoproer in Europa’s hoofdsteden, hoop van de „vierde stand”, maar spoedig met geweld neergeslagen. Er volgt een golf van krampachtige anti-revolutionaire reactie.

1848 zie ik als hèt jaar van een tweemanschap en van een enkeling. Twee jongemannen, Marx en Engels, schrijven in opdracht een „politieke geloofsbelijdenis”, die als „Communistisch Manifest” tenslotte honderden miljoenen zal inspireren.

Hetzelfde jaar verstaat Wichern als keerpunt in de geschiedenis van het Rijk Gods. De koning had voor de oproerige massa’s in Berlijn moeten vluchten. Zelf snelt Wichern naar Silezië, waar wanhopige wevers hun getouwen stuk slaan en zingen:

God zij gevloekt, de blinde, de dove,

in wie wij eens biddend geloofden,

op wie wij vergeefs eens hoopten, vertrouwden,

Hij heeft ons misleid, voor de gék ons gehouden.1)

Wichern, Marx en Engels

Wichern, nog máár kandidaat in de theologie, diakonaal werkzaam onder Hamburg’s verwaarloosde jeugd, stichter van „reddingshuizen”, hij moet ter plaatse zijn: zien, herkennen, redden. Terwijl Marx en Engels speuren naar de wortels van een onmenselijk economisch systeem, door de opeenhoping van crises rijp voor omverwerping, strijdt Wichern tegen de onmenselijke resultaten. Wichern is, ook als hij méér wil zijn, degene die de oude rol speelt van „Samaritaan”, die de wonden heeft, die anderen hebben geslagen. Het tweemanschap Marx-Engels proclameren de strijd tegen de „rovers” zelf, namelijk tegen de uitbuiters van menselijke arbeids-kracht. De een verbindt wonden doordat hij enkelingen helpt en ze voor hun dood bewaart. De anderen maken de slachtoffers bewust van de diepe scheuren, die door de maatschappij gaan, om hen van de noodzaak van een totale omverwerping van die maatschappij te overtuigen. De een wil de stervenden het leven redden, de anderen willen desnoods de dood van hen, die schuldig zijn aan het sterven van onschuldigen. Na de dood van de schuldigen zal het leven van de onschuldigen pas goed kunnen beginnen.

In het bovenstaande vindt u enkele ideeën terug uit een gedenkboek „Reform von Kirche und Cesellschaft, 1848–1973”, gewijd aan Wichern, en speciaal aan de vragen en antwoorden waartoe hij kwam in zijn tijd.2) Het is een uitgave van het Centrale Orgaan van het diakonale werk van de Evangelische Kerk in Duitsland. Wichern is immers óók de grondlegger van deze enorm veel diakonale projecten omvattende Inwendige Zending, de grote zuster van het klein gebleven zusje, in Nederland. Het deed mij goed het boek bij mijn afscheid van de G.D.R. uit de handen van de secretaris van de Internationale Bond voor Inwendige Zending, de heer A. Otter, te ontvangen! In mijn „Vervreemding en Dienst heb ik mij ook al uitvoerig met Marx en Wichern in 1848 beziggehouden.3)

Bondspresident dr. Gustav Heinemann en bondskanselier Willy Brandt vonden deze diakonale herdenking belangrijk genoeg om ieder een voorwoord te schrijven!

1848: Wittenberger Kerkdag, appèl van ziende liefde

1848 is voor het Duitse diakonaat en evenzeer voor de totale evangelische kerk van betekenis geworden, door het simpele feit, dat een kandidaatje het woord in een vergadering van 500 kerkvorsten, die zitten met het probleem van hun jammerlijke verdeeldheid binnen de grenzen van kleine staatjes en confessies. Ondanks de aardschok van het oproer in Berlijn tegen monarchie en volk wil het met de eenheid niet hikken. Maar op het zich reeds ontwikkelend terrein van het diakonaal-missionaire werk gaat er iets gebeuren. Beroemd zijn de woorden uit Wichern’s „Stegreifrede” (geïmproviseerde toespraak): „Ik heb met frisse en vrolijke moed deze bijeenkomst tegemoet gezien en grote verwachting ook voor ons vaderland eraan vastgeknoopt. Het staat in Gods hand, of zij zal worden vervuld. Vrienden! Eén ding is nodig: de Evangelische kerk moet het duidelijk uitspreken: de arbeid van de Inwendige Zending is mijn arbeid! Zij moet al die arbeid met de uitspraak bezegelen: liefde is voor de kerk even wezenlijk als geloof (die Liebe gehört mir wie der Glaube). Red-dende liefde moet voor haar het grote instrument worden, waarmee zij de werkelijkheid van het geloof bewijst.”4)

Willy Brandt noemt de diakonale consolidatie, die vanuit deze kerkdag voortkwam, een voorbeeld van in praktijk gebrachte gemeenschapszin. Hij herinnert eraan, dat sindsdien de Inwendige Zending zich met die medemens heeft ingelaten, die anders jammerlijk zou zijn verwaarloosd. Hij breekt een lans voor het particuliere initiatief, omdat immers materiële hulp onvoldoende is. Nodig is hulp van mens-tot-mens, hulp tot zelfhulp, tot zelfverwerkelijking.

De inspirerende kracht van Wichern is zijn geloof, dat de gehéle Christus zich openbaart in het totale bestand van volk en kerk. De hoogste, zuiverste, kerkelijkste van alle uit het geloof voortvloeiende daden is „reddende liefde”. Met de nauwkeurigheid van een seismograaf registreert hij de onrust der tijden, en kan hij spreken van waarheden, die in het opkomend communisme verborgen liggen. Maar hij kent ook het geheim van het mosterdzaadje, waaruit als bij toverslag het totale Rijk Gods te voorschijn komt. Telkens komt hij er weer voor uit, dat de christelijke daad bij uitstek is het planten van zo’n zaadje. Tegelijk is dan alles in het geding, want het gaat om heil in Christus, en het scherpziende oog van de liefde ontdekt dat dit heil geestelijk èn lichamelijk welzijn omvat. Heil in Christus is salus en sanitas, heil en héél zijn in énen. Zo blijkt dat voor onze diakonale psycho-sociale problematiek Wichern nog aktueel is.

Ziende en reddende liefde

Wij zouden nu verder kunnen schrijven over zijn verrassende pedagogische inzichten en praktijk: vrijheidschenken in gemeenschap. Vrijheid is bij hem het trefpunt van individu en gemeenschap. Wij zouden kunnen wijzen op zijn afkeer van religieuze „oplading” van de opvoeding van jonge pupillen, van zijn opname van èlke, zelfs de meest verwilderde pupil op basis van het in Christus geschonken nieuwe leven. Als een sacrament wast Wichern de nieuw-aangekomen pupillen met eigen handen schoon: mijn zoon, de zonden zijn vergeven! Wij kunnen op dit alles hier niet ingaan, maar wat is het aktueel in onze wereld van diakonale instellingen èn mensen!

Wij zouden ook kunnen schilderen, hoe Wichern de kern van het sociale vraagstuk door zijn binding aan het patriarchale systeem van de wereld van zijn dagen niet heeft kunnen raken. Het was hem niet mogelijk het leven van Christus, zoals hij het zag, met een wereld van massaproduktie en massabewegingen in verbinding te brengen. Ziende en reddende liefde waren uiteindelijk vaak niet te combineren, omdat tot de redding vooral ook behoorde een partijkiezen voor de armen van zijn dagen tot in alle consequenties. Verder dan het niemandsland tussen het oude en nieuwe heeft hij zich meestal niet kunnen wagen, en zijn „opvolgers”, mannen van veel minder allooi, hebben steeds meer de Innere Mission tot een van de steunpilaren van de staat gemaakt.


Johann Hinrich Wichern

diakonale fakkeldrager van de vorige eeuw


Er gaat een spook door Europa: Gastarbeiders!

Op Wichern’s werk rust een zware hypotheek, bestaande uit zijn diepgewortelde overtuiging, dat de bestaande orde van zijn dagen van Godswege bevolen was. Hij was een kind van zijn tijd en van de toonaangevende theologie. Er is nauwelijks een begaanbare weg van het feodale Lutheranisme naar een maatschappij van snelle sociale verandering. Het calvinisme heeft ook voor zijn diakonaat meer mogelijkheden.

Sterk speelt de angst voor opkomend socialisme en communisme — nog niet scherp te onderscheiden —• een rol op een terrein, waar wij tenslotte aandacht aan willen geven.

Wichern heeft zich uitvoerig — zijn leven lang — verdiept in de problemen van de gastarbeiders van die dagen. Wij lezen daar belangrijke dingen over in het gedenkboek.5) Wichern heeft becijferd, dat behalve een totale duitse bevolking van 35 miljoen er 11 à 12 miljoen buiten de grenzen in Europa woonden. Speciaal is hij bezorgd voor voortdurende en toenemende golven van migranten en trekkende ambachtslui en zwervers. Zijn voornaamste vrees is, dat zij voor kerk en evangelie verloren gaan. Wichern registreert al in zijn Wittenberger toespraak, en zijn leven lang in talloze geschriften, wat er vooral met de „gastarbeiders” van zijn dagen aan de hand is. Vanuit de maatschappelijke ellende in Duitsland worden miljoenen weggelokt, om spoorwegen, havens, fabriekscomplexen, vestigingen enz. aan te leggen, en het is een miljoenenleger, waarvan Wichern vaak heeft moeten dromen. Hij schrijft: „er is bijna geen streek in Frankrijk, waar industrie of handel zich vestigen, er worden geen spoorwegen of kanalen aangelegd, waar geen Duitse dagloners en arbeiders massaal samenstromen”. In 1847 waren volgens Wichern alle straten van Duitsland naar Parijs vol van Duitse emigranten en reizigers. En in Parijs alleen al zijn er 50.000 Duitsers. Wichern beschrijft uitvoerig hun schrijnende ellende.

„Een spook gaat door Europa”. Deze bekende zin uit het „Communistisch Manifest” slaat op het communisme zelf. Bij nadere kennisname van personen en gebeurtenissen wordt duidelijk dat dit „spook” zich vooral belichaamde in de Duitse „gastarbeiders”! De hoofdstroom kwam sinds 1830 in Parijs waar vroeg-communistische cellen bezig waren zich te vormen, en waar arbeiders werden geschoold voor de strijd tegen het kapitalisme, met het oog op een nieuwe maatschappijorde.

Wichern bezweert de Evangelische kerk haar leden in het buitenland niet te verwaarlozen, ze materieel en geestelijk te helpen. Het gaat hem vooral om colportage en oprichting van tehuizen.

Kunnen wij echter zeggen dat Wichern het vraagstuk van de gastarbeiders werkelijk heeft aangepakt, zoals het gedenkboek het zegt?6)

Als Wichern faalt, slagen anderen

Wij horen nooit van geslaagde projecten in het buitenland vanwege de Innere Mission, waarin de gastarbeiders betrokken waren. Intussen maakten een tweetal jonge ontheemde Duitsers, Marx en Engels, die op grond van wat zij schreven en spraken de wijk hadden moeten nemen achtereenvolgens naar Parijs, Brussel en Londen, geschiedenis. In elke Europese hoofdstad waar zij kwamen zochten zij aansluiting bij het opkomende, nog sterk utopisch gekleurde socialisme, zoals dit vooral leefde in kringen van Franse arbeiders, Duitse gastarbeiders en intellectuelen. Fel kiest Wichern partij tegen de vroeg-socialist en utopist Weiding, kleermakersgezel, ook een bekende van Marx en Engels, die een „nieuw christendom in radicale termen vertaalt voor ambachtsgezellen en fabrieksarbeiders, dus de proletariërs. Waarom heeft Wichern met hem nooit aanraking gezocht? Wij kunnen nog verder gaan: waarom heeft hij, of heeft de kerk, zich nooit bekommerd om Marx en Engels, die eens waren gedoopt en tot belijdend lid van de Evangelische kerk bevestigd?

Na lezing van het gedenkboekje passen geen verwijten aan Wichern of zelfs de kerk van zijn dagen. Sterk blijft de vraag op het geweten drukken als een zware hypotheek, al meer dan een eeuw oud, hoe het toch eigenlijk komt, dat wij in het diakonaat in ons land en elders de geest van de tijd niet werkelijk hebben verstaan, de „spoken” zoals Marx en Engels niet hebben weten te benaderen en aan de problematiek van het proletariaat zijn voorbijgegaan. Ook vandaag weer is de gastarbei-der-problematiek een testcase voor ons geweest!

Blijvende betekenis van Wichern

Wichern’s program van „reddende” èn van „structurele diakonia” blijft aan de orde, ook nu de Inwendige Zending zich heeft omgezet in het „Diakonische Werk der Evangelischen Kirche’” Naar mijn mening blijft Wichern van blijvende betekenis vooral hierom, omdat bij hem improvisatie zich paarde aan de organisatie op een wijze, die uniek is, niet handhaving van de vrijheid van de mens, die op zelfhulp en gemeenschap is aangewezen. Een van zijn meest inspirerende woorden is: „De liefde is niet blind, maar heeft een scherp oog, alles te zien”. Boven de mechanistische en onmenselijke aanvat van het door Marx en Engels geïnspireerde communisme heeft de diakonale benadering een meerwaarde, waarbij temidden van alle noodzakelijke structurele verandering de unieke betekenis van de mens centraal blijft staan.


1) Heine, geciteerd door J. H. Wichern, Sämtl. Werke I 141.

2) Evang. Verlagswerk, Stuttgart. Een voor diakenen belangrijk leesboek over figuren uit de Inwendige Zending e.a., zoals Heldring, Wichern, Von Bodeischwingh is „In Gods Naam” van Johan Winkler, Arbeiderspers A’dam 1960.

3) Boekencentrum 1964.

4) S.W. I 165.

5) p. 179 vv.

6) p. 183.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1974

Diakonia | 32 Pagina's

johann hinrich wichern [1808-1881]

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1974

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken