Bekijk het origineel

diakonaat in noord-holland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

diakonaat in noord-holland

10 minuten leestijd

Het opschrift zal misschien grote verwachtingen oproepen. De bedoeling is echter alleen aan te geven, dat er nu een stuk komt waarin wordt aangeduid waarmede de Noordhollandse P.D.C. en haar stichting voor maatschappelijk werk mee bezig zijn en mee geconfronteerd worden.

Grote verscheidenheid van mens en streek

Noord-Holland is een grote provincie, zowel wat inwonertal betreft als wat betreft de oppervlakte. Belangrijker is in dit verband echter te zien hoeveel onderling verschil er is: wat heeft de kop van Noord Holland (Den Helder, Scha gen en wijde omgeving) gemeen met b.v.t Gooi? wat zijn overeenkomstige punten tussen Haarlem en omgeving en Oostelijk West Friesland (’t gebied tus-sen Hoorn, Enkhuizen en Medemblik)? Over de plaats, die Amsterdam in dit geheel inneemt, zal elders in dit stuk nog apart iets worden geschreven.

Verdeling in regio’s

Het grote onderlinge verschil leidde er reeds verscheidene jaren geleden toe, dat zo iets als regionalisatie krachtig van de grond kon komen. Het Provinciaal Opbouworgaan (voor insiders toen bekend om z’n atlassen) bracht in kaart welke gebieden „van nature” een zodanige samenhang vertoonden, dat van een regio gesproken kon worden. Het bleken er tien te zijn (kop van Noord- Holland, Alkmaar en wijde omgeving, Oostelijk West -Friesland, I Jmond. Zaanstreek, Waterland, Amsterdam e.o., Haarlem e.o., Haarlemmermeer en Amstellanden en ’t Gooi e.o.). Het spreekt vanzelf, dat deze regionalisaties (vooral omdat deze niet kunstmatig is al zijn er op de grenzen natuurlijk vraagtekens te plaatsen), niet voorbij gaat aan de kerken. De grotere kerken speelden daar gaarne op in — of eigenlijk: men behoefde dit niet te doen, want het was al zo. Dit betreft de Roomskatholicke dekenaten en de Hervormde classes (wel vormen soms 2 regio’s één classis). Ook gaat dit uiteraard niet voorbij aan de organen voor maatschappelijke dienstverlening en alles wat daarbij hoort. En ook hier geldt, dat voor bepaald werk een regio apart te klein is en dat dus meer regio’s samen moeten doen.

De mogelijkheden binnen de regio

Bij deze regionalisatie leeft de wens, dat binnen het bereik van ieder zoveel mogelijk alles te vinden is wat ook aanwezig is in gebieden, die door ligging en grootte zich dit zonder meer kunnen per-mitteren. Wel dient men natuurlijk bil lijk te blijven en niet te vergeten, dat een plattelandsregio toch wel erg veel voor heeft op een stadsregio aan ruimte, laagbouw en frisheid en dat dan andere voorzieningen wel wat minder mogen zijn.

Ten aanzien van de maatschappelijke dienstverlening (als maatschappelijk werk, gezinsverzorging, zorg voor bejaarden) is het in Noord-Holland nooit een moeilijk en onoverkomelijk probleem geweest om elkaar te vinden, eerst als Hervormden en later samen met andere groeperingen. Wel was er soms strijd over de omvang. Vanuit de provincie (P.D.C. en stichting) werd gepleit voor een grotere omvang en dit werd dan soms afgehouden door het grondvlak. Daarbij wisten wij elkaar echter steeds te vinden.

Een andere zaak is echter of het grondvlak ook bereid is om onder elkaar als hervormden verder te regionaliseren dan alleen t.a.v. bepaalde voorzieningen. Het „uur der waarheid” is nl. in grote delen van Noord-Holland allang verleden tijd en dit bracht aan het licht, dat velen zich niet bekennen te behoren tot de Hervormde gemeente. In grote delen van Noord-Holland zijn de Hervormde ge-meenten in getal heel klein en dit levert t.a.v. „de bemanning” van de kerkelijke colleges nogal wat moeilijkheden op. Vandaar, dat de P.D.C. enkele keren achtereen dit verdere regionaliseren aan de orde stelde. Dit gebeurde eerst in ’t algemeen en later in een enkel gebied. Alle gemeenten (diakonieën) in dat gebied werden bezocht, er werd geschreven en er waren gemeenschappelijke besprekingen. Het resultaat was echter zo, dat de P.D.C. besloot om deze zaak voorlopig te laten rusten. Te duidelijk bleek, dat men ter plaatse koos voor doorgaan op de oude wijze, overigens steeds bereid om voor voorzieningen etc. wel samen te werken met anderen.

Voorzieningen

Voor tot andere punten overgegaan wordt, moet hier toch eerst nog even bij aangesloten worden.

Naast de zorg voor voorzieningen, die direkt te maken hebben met hulp — ongeacht op welk terrein — vraagt momenteel veel aandacht de zorg voor welzijn in algemene zin. Daarbij gaat het om een gezonde samenleving. De vraag is: hoe moeten wij de samenleving inrichten zó, dat het voor velen goed is om daarin te leven. In verschillende regio’s zijn hiertoe al welzijnsorganen in ’t leven geroe-pen en het zou wel eens kunnen zijn, dat mede daardoor toch verdere regionalisatie op hervormd terrein noodzakelijk zal blijken te zijn. Dat er niet geforceerd moet worden, staat in Noord-Holland echter vast! Alsof een Noordhollander zich laat forceren!

Outillage

De P.D.C. beschikt in Noord-Holland over een goed provinciaal bureau. Ook zijn verscheidene P.D.C.-leden in de gelegenheid om naast het bezoeken van de vergaderingen er ook op uit te trekken naar de diakonieën of deze op het bureau te ontvangen. Van oudsher ligt de kracht van de P.D.C. in het overleg. In het laatste jaarverslag schrijft de P.D.C.: „De commissie wil niet „dirigeren en voor-schrijven”, maar wel wil zij de taak vervullen van „medeweter”, eventueel van „vragensteller” en desgevraagd van „adviseur”.” Daaraan wordt nog toegevoegd: „Zowel het een als het ander moet iedere diakonie een goede zaak vinden, want als rentmeester en als diakenen in een schakel van diakenen, waarin ieder maar een korte tijd „dient”, is het een goede aangelegenheid als men zijn plannen en daden mee kan laten beoordelen door anderen en dit te meer, omdat het hier gaat om een commissie, die niets liever doet dan geleerd en verrijkt te worden door het draagvlak van de kerk.” Uit deze zinnen blijkt wel in welke geest gewerkt wordt. Het zal dan ook geen verwondering wekken, dat verreweg de meeste diakonieën met deze commissie op goede voet staan en er in vele gevallen gesproken kan worden van een „hartelijke samenwerking”.

Gelden

Een moeilijk punt vormt de zaak van de z.g.n. overheveling van diakonaal inkomen naar de eigen plaatselijke kerkvoogdij als deze met tekorten te kampen heeft. In het bovenstaande werd al aangegeven, dat er heel wat kleine (soms haast te kleine) gemeenten zijn in onze provincie. Ook kon men lezen, dat men er geweldige prijs op stelt om zelfstandig te blijven. Duidelijk is, dat men in die omstandigheden er toe komt om zich bij zijn eigen diakonie te presenteren als de „dichtstbijzijnde ergste arme, die er maar is”. Bij overhevelingszaken wordt door de P.D.G. nauw samengewerkt met de provinciale kerkvoogdij commissie. Er kan ook gesproken worden van een gezamenlijk inzicht, dat in de loop der tijd is verkregen. Dit inzicht klopt in grote lijnen met wat op het grondvlak van de kerk in Noord-Holland leeft. Dit is laatst nog duidelijk geworden op een tweetal regionale bijeenkomsten voor diakenen. De lijn is:

a. het heeft geen zin om diakonaal geld in een bodemloze put te storten;

b. een kerkvoogdij moet gezorgd hebben, dat de gemeenteleden financieel gedaan hebben wat redelijker wijze verwacht mag worden;

c. de diakonie moet hebben gedaan wat redelijker wijze van haar verwacht mag worden (t.a.v. de eigen gemeente, t.a.v. het giftenadvies van de Provincie, t.a.v. het giftenadvies van de G.D.R. en t.a.v. doelen buiten Nederland (ten minste 5%);

d. kapitaal (bezit) wordt niet overgebracht van diakonie naar kerkvoogdij.

Overigens: het is wel erg als een diakonie niet heftig protesteert als gezegd wordt, dat een kerke lijke gemeente de ergste arme is, kijkt men niet naar T.V.- journaals?

Wie in Noord-Holland in een bestuur of een commissie zitting heeft of wie er werkt als full-timer ontvangt er altijd toch veel voldoening van. Naar buiten is dat niet zo gemakkelijk duidelijk te maken. Daarom is het altijd prettig als er eens iets is, dat de buitenwacht wat kan aanspreken. Er zijn zo twee dingen, die ons gelukkig stemmen. Het eerste is, dat wij in 1972 11.5% opbrachten van de landelijke opbrengst van de 4 landelijke collecten (in 1971 was het zelfs 15,2%). Het tweede is, dat Noord-Holland in het kader van de 2%-aktie bijna ƒ 100.000,— bijeenbracht op een totaal van f 380.000,—! Misschien verloochenen wij hier niet, dat wij wonen in een gebied, dat veel walvisvaarders opleverde en niet te vergeten mensen van de Oost-Indië-vaart! Dat dit zo blijven moge.

Werksoorten

De praktische zin van onze provincie uit zich ook t.a.v. bijvoorbeeld de vakantieweken voor lichamelijk gehandicapten. Werd er met één week begonnen, na verloop van tijd bleek, dat twee weken per se noodzakelijk zijn. Zonder al te veel moeite komen de benodigde gasten en niet te vergeten helpers uit vele hoeken en gaten tevoorschijn. Helaas kan niet geschreven worden „uit alle hoeken en gaten”. Te veel diakonieën weten nog steeds geen gehandicapten in hun ge-meenten te vinden. Opvallend is ook hoe diakonieën met fijn onderscheidingsvermogen spontaan meer geven dan wordt gevraagd voor de zorg voor geestelijk gehandicapten. Het lijkt nu de tijd te zijn de diakenen nu verder mobiel te krijgen voor dit werk, dat tot op heden te veel alleen gedragen wordt door mensen uit de scholenwereld en die van de ouderverenigingen.

Voor het werken in de sector van de oudere mens beschikt onze provincie al jaren over een vrijgestelde adviseur voor het z.g.n. open bejaardenwerk. Het spreekt vanzelf, dat daardoor heel wat werk verzet kan worden. Vooral is veel aandacht besteed aan het werken aan mentaliteitsverandering van bejaarden en t.a.v. bejaarden. Dat eerste moet wel worden onderstreept, want het zijn ook nogal eens de bejaarden zelf, die zich op een verkeerde wijze opstellen en voet geven aan heel verkeerde situaties.

T.a.v. de toekomstige ontwikkeling kan gemeld worden, dat het besluit is gevallen, dat de adviseur voor het bejaardenwerk voor de helft blijft werken in en ten behoeve van de hervormde gemeenten en voor de andere helft gaat participeren in de Gemeenschappelijke Instelling voor Maatschappelijke Dienstverlening (G.I.M.D.) in onze provincie, die ook een sectie bejaardenwerk heeft.

Over die G.I.M.D. wordt hier maar gezwegen. Iedere provincie heeft daarmede te maken, zodat daar niet veel spe- cifiek Noordhollands over geschreven kan worden.

Dit geldt ook voor het werk van de z.g.n. F2-ers (consulent maatschappelijke toerusting). Ook daar heeft iedere provincie gelijkelijk mee te maken. Uitzonderlijk voor Noord-Holland is, dat de zuster- organen hier evenals wij van meet af aan met een aantal 1'2-ers gaan werken (R.K. 3 krachten. Geref. 1% kracht, Herv. 2 krachten).

De grote stad

Tot slot vanuit „de provincie” een paar regels over Amsterdam. Allereerst dient naar voren gebracht te worden, dat het verschijnsel „Amsterdam uniek is in Nederland en dat uiteraard de provincie die daar omheen ligt daarvan de meeste invloed ondergaat. Waarin het unieke van Amsterdam nu precies bestaat, is niet gemakkelijk onder woorden te brengen. Het beste is om Amsterdam dit zelf te laten doen. Een paar trekken durven wij wel te noemen: openheid en — daarmee verwant — bereidheid om te accepteren. Een misschien negatieve trek is: er is maar één Amsterdam en maar één houding!

Vanuit de P.D.C. kan geschreven worden, dat zij van Amsterdam vooral merkt, dat men de P.D.C. open en bereid tot accepteren tegemoet treedt. De negatieve trek ondervindt de P.D.C. eigenlijk niet.

Al met al: het werken is hier in Noord-Holland niet gemakkelijk, maar het is toch ook een voorrecht om er te mogen werken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1974

Diakonia | 32 Pagina's

diakonaat in noord-holland

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1974

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken