Bekijk het origineel

Kritische samenwerking in anti-racisme programma

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kritische samenwerking in anti-racisme programma

16 minuten leestijd

Het speciale fonds tot bestrijding van het racisme van de Wereldraad van Kerken krijgt voortaan ook medewerking vanuit de Gereformeerde Kerken in Nederland. De generale synode besloot namelijk zich achter de bedoelingen van dit fonds te stellen. Financiële hulp zal gegeven worden vla het door de vorige synode reeds ingestelde "Fonds ter bestrijding van de gevolgen van het racisme". Kerken, diaconieën en kerkleden kunnen hieraan vrijwillig bijdragen geven. Er wordt geen steun verleend uit de gewone collecten en bijdragen voor zending en werelddiakonaat. Zo wordt voorkomen, dat zij die bezwaar hebben tegen het wereldraadfonds er via hun giften voor zending en werelddiakonaat toch aan zouden bijdragen. Lang niet iedereen vindt namelijk het fonds aanvaardbaar. Dat bleek ook wel uit de stemming in de synode. Tegen deelname stemden 25 van de 71 aanwezige synodeleden.

Dat racisme en discriminatie van mensen door de kerk van Jezus Christus bestreden moet worden was voor de synode geen vraag. Het ging alleen over de manier waarop. Er zijn verzetsorganisaties en bevrijdingsbewegingen die in uiterste nood ook geweld gebruiken. Ook zij worden geholpen door het wereldraadfonds. Wel gaat het hier om een klein deel van de bestedingen en het geld dat deze bewegingen ontvangen is ook bepaald niet bestemd voor wapen-aankoop, maar voor medische zorg, sociale hulp en onderwijs. Maar, zo werd gevraagd, wie controleert dat? En betekent die hulp aan noodlijdenden toch niet dat de bewegingen, waarin ze zijn opgenomen, via een omweggetje geld vrij krijgen voor wapen-aankoop?

Een andere vraag: het fonds van de wereldraad is ook actief in zuidelijk Afrika. In de republiek Zuid-Afrika betreft dat weliswaar alleen steun aan het Luthulli Herdenkingsfonds, dat de apartheidspolitiek bestrijdt. Maar de Zuidafrikaanse kerken, waarmee de gereformeerde kerken in Nederland vanouds bijzondere relaties onderhouden, veroordelen ook de activiteiten van de verzetsorganisaties in de landen van Zuidelijk Afrika. Ter synode was een delegatie van vier man uit de Nederduitse Gereformeerde Kerk en de Gereformeerde Kerk van Zuid- Afrika. Eén van hen, dr. J. S. Gericke, vice-voorzitter van de nederduits gereformeerde synode vroeg vanachter de katheder in Lunteren: hoe kunt u zeggen dat wij de niet-blanken verdrukken; zie eens welke enorme bedragen wij uittrekken voor onderwijs, medische en sociale zorg voor de zwarte en gekleurde bevolkingsgroepen.

Zwaarlijvig rapport

Uitgangspunt voor de synode-discussie over dit vraagstuk was een rapport van de deputaten voor zending, diakonaat en oecumene (buitenland) van 160 pagina's. Het zal in de geschiedenis van de gereformeerde kerken zelden zijn voorgekomen, dat de synode zo'n zwaarlijvig rapport kreeg. Een indrukwekkende arbeid — aldus het commentaar van de synodale commissie die het stuk in de synode presenteerde. Die commissie kwam evenals de deputaten tot de conclusie, dat er nu zoveel positieve informatie is over het fonds, dat de gereformeerde synode er medewerking aan kan verlenen. Dat wil zeggen: zo dacht de meerderheid (10 van de 14 leden) er over. Uit de commissie kwamen echter ook drie minderheidsnota's, en wel van ouderling M. Kraan, ds. I. van Til en van de Duitse (Altreformierte) synodeleden H. J. Zwiens en W. Lutterman.

Ouderling Kraan stond grotendeels achter het rapport, maar had bezwaar omdat niet controleerbaar is of de bevrijdingsbewegingen geld van de kerken gebruiken voor geweld. Ds. Van Til wees medewerking af omdat men daardoor de regering van Zuid-Afrika voor de voeten zou lopen bij haar pogingen een oplossing te vinden voor de grote moeilijkheden waarmee ze te worstelen heeft. Hij stelde wel dat de Zuidafrikaanse regering meermalen naar middelen grijpt die volstrekt ontoelaatbaar zijn en daartegen moeten de kerken in het geweer komen. Maar men kan het probleem van de apartheid niet alleen bezien uit de gezichtshoek van het anti-racisme. Het moet ook bekeken worden uit historisch, cultureel en sociaal- economisch oogpunt.

De beide Duitse leden vroegen zich af of het fonds de bevrijdingsbewegingen niet dreigt te stimuleren in het gebruik van geweld. De kerk mag, zo betoogden ze, nooit geweld gebruiken, noch zich door anderen in geweld laten verstrikken.

Antwoord op vragen

Het commissierapport geeft intussen antwoorden op een groot aantal vragen, die ook op de vorige synode reeds naar voren kwamen. Antwoorden die gebaseerd zijn op de omvangrijke studie van de deputaten. Een veel voorkomende vraag is:

Is de besteding van de gelden van het speciale fonds niet eenzijdig gericht op de bestrijding van (blank) racisme in zuidelijk Afrika? (n.b. niet verwarren met de republiek Zuid-Afrika, dat slechts één land is in zuidelijk Afrika).

Antwoord: hier is een misverstand, dat op een eenvoudige wijze kan worden weggenomen. De eerste giften uit het speciale fonds gingen op grond van een aanbeveling van een internationale adviescommissie o.a. ook naar Australië (autochtonen), Japan, EngelandAVest- Indië en Zuid-Amerika (Indianen Columbia).

De tweede serie giften (1971) werd door het Centraal Comité in Addis Abbeba voor 1/3 deel beschikbaar gesteld naar de U.S.A., Canada, Zuid-Amerika, Caraïbisch gebied en Japan. Dat een groot deel naar zuidelijk Afrika gaat, vindt zijn oorzaak in het feit dat daar reeds grote georganiseerde vrijheidsbewegingen zijn en uitgestrekte gebieden reeds bevrijd zijn, waar de bevolking dringend behoefte heeft aan humanitaire steun via het P.C.R., zoals Mozambique en Guinee- Bissau, om maar twee bekende voorbeelden te noemen.

De commissie vernam dat er voor dit jaar (1974) van de door het P.C.R. beschikbaar gestelde 450.000 dollar een bedrag van 322.000 dollar voor zuidelijk Afrika is bestemd. Het grootste bedrag gaat naar de PAIGC, de bevrijdingsbeweging van Guinee-Bissau, die 3/4 van het gebied beheerst: $ 100.000 (ziekenhuis longlijders, uitbreiding weeshuis, stichting kinderhuis). Naar het Frelimo (bevrijdingsbeweging Mozambique) gaat $ 60.000 voor opleiding artsen in de bevrijde gebieden, revalidatie van invaliden en bestrijding van de cholera. Naar Angola gaat eveneens $ 60.000 voor opbouw nieuw bestaan van invalide oorlogsslachtoffers, inentingsprogramma tegen cholera, pokken en tetanus, bouw van een ziekenhuis en polikliniek, opleiding vroedvrouwen en scholenbouw.

Buiten de wereld van zuidelijk Afrika kunnen worden genoemd: rechtsbijstand aan Koreanen in Japan, hulp aan van hun grond beroofde Indianen in Columbia, contacten tussen Indianen in Canada en Maori's in Nieuw-Zeeland, hulp aan seizoenarbeiders in zuidelijke staten van de U.S.A.

Er ligt inderdaad een sterk accent op de bestrijding van (blank) racisme en imperialisme in zuidelijk Afrika. Dit is echter geen eenzijdig accent. Het P.C.R. ziet zeer wel dat er ook andere vormen van discriminatie en racisme zijn, waar het Speciale Fonds een taak heeft in de strijd voor raciale gerechtigheid.

Waarom niet Oost-Europa? Moet de wereldraad niet veel meer doen tegen de ontrechting en beroving van menselijke vrijheden in communistische landen? Durft men dat niet? Of vindt men dat minder erg?

In zijn "Open brief aan de synode der Gereformeerde Kerken" heeft dr. Blake geprobeerd hierop een antwoord te geven. Het is naar de mening van de commissie de vraag of dit antwoord, zowel wat vorm betreft (Open brief), als wat de inhoud betreft, bevredigend is. Men kan het met dr. Blake eens zijn dat de situatie in Oost-Europa politiek gezien nogal verschillend is en dat het uit voorzichtigheidsoogpunt zelfs moeilijk is de lidkerken in de communistische wereld om informatie te vragen. In die wereld zijn zelfs geen "bevrijdingsbewegingen" mogelijkl

De Wereldraad van Kerken zal daar dan ook andere wegen moeten zoeken om racisme te bestrijden dan via het P.C.R.I Het behoeft echter niet onbekend te zijn dat een ander orgaan van de wereldraad, nl. de Commissie voor Internationale Zaken (C.C.I.A.) hier goed werk doet en opkomt voor de rechten van de mens als individu en als groep. Het zou ter zake zijn geweest als dr. Blake in een vertrouwelijk schrijven (geen Open brief) de synode iets had meegedeeld over de arbeid van deze commissie ten behoeve van ontrechten ook in de communistische landen (bv. antisemitisme in Rusland).

De commissie begrijpt niet wat de secretaris- generaal van de Wereldraad van Kerken bewoog in zijn brief te waarschuwen niet "de situatie in Oost-Europa geïsoleerd te beschouwen of zelfs deze automatisch voorrang te verlenen". Dit was toch zeker niet de bedoeling van de vorige synode met haar schrijven naar Geneve. Of heeft dr. Blake deze indruk gekregen omdat de synode van Dordrecht wel vroeg wat de Gereformeerde Kerken kunnen doen voor christenen en Joden in Rusland, wier menselijke rechten worden aangetast, maar niet bereid bleek zich te stellen achter het speciale fonds tot steun van antiracistische organisaties?

Hier blijkt weer duidelijk het tekort aan communicatie tussen de Gereformeerde Kerken en de wereldraadorganisatie I

Het zal noodzakelijk zijn dat de Gereformeerde Kerken binnen de wereldraad aandacht blijven vragen voor de discriminatie van mensen en groepen in de communistische landen. Maar dan dient men op de hoogte te zijn van wat er via de Commissie voor Internationale zaken metterdaad wel gebeurt I Zeker ook om legendevorming van "pro-communistische sympathieën binnen de Wereldraad" te voorkomen.

Mag de kerk geweld steunen?

Deze vraag is het onderwerp van een uitvoerige studie geworden, niet alleen in het deputatenrapport, maar ook in de Wereldraad (rapport van "kerk en samenleving" over geweld en geweldloosheid). Op de vraag: Mag de kerk "geweld" steunen? is nog niet het laatste antwoord gegeven. Men zal er goed aan doen deze vraag alleen te bezien in het kader van de steun aan het speciale fonds. Mag dat fonds namens de christelijke kerken steun verlenen aan bevrijdingsbewegingen, die ook geweld gebruiken om hun doel "vrijheid en gerechtigheid" te bereiken?

De commissie heeft bij deze vraag het volgende overwogen:

a. Het is duidelijk dat het bij de hulpverlening uit het Speciale Fonds om meer gaat dan alleen om "helpen waar nood is". Deze barmhartigheidsfunctie wordt vooral vervuld door de wereldraadcommissie voor interkerkelijke hulp, vluchtelingen en werelddiaconaat.

b. Het P.C.R. doet meer. Het kiest partij voor de verdrukten, die lijden onder structureel geweld. Het wil solidair zijn met deze verdrukten, in hun strijd voor gerechtigheid. Het doet dus een politieke keuze in het conflict tussen verdrukkers en verdrukten, uit evangelische motieven.

c. In feite doen de Gereformeerde Kerken niet anders. "Deze gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift bewoog in het verleden reeds de Gereformeerde Kerken in Nederland tot ernstig en broederiijk vermaan aan zusterkerken in Zuid-Afrika" (uitspraak 3, synode van Dordrecht).

d. Terecht verwijzen deputaten ook naar het rapport "Het spreken van de kerk in de samenleving"" dat door de synode van Dordrecht werd aanvaard. We citeren: "'De kerk kan niet ontkomen aan de plicht, zich te verdiepen in wat in de wereld omgaat". "De woorden die de kerk moet spreken in wereldlijke aangelegenheden moeten verlossende woorden zijn, zonder overmoed gesproken; zij moeten ook, zo nodig, met daadwerkelijke hulp gepaard gaan".

e. Nu stelt het P.C.R. de kerken voor de vraag of het principieel verantwoord is, steun uit het speciale fonds te onthouden aan die bevrijdingsbewegingen, die om hun doel te bereiken, ten einde raad hun toevlucht hebben genomen tot tegengeweld, tot verweer dat wil bevrijden van geweld dat verdrukt.

De commissie meent dat het ethisch even moeilijk is deze vraag met ja als met nee te beantwoorden. In beide gevallen maken we onze handen vuil. Gehoorzaamheid aan een overheid, terwille van het welzijn van een samenleving (vgl. 1 Tim. 2 : 1 , 2 "een stil en gerust leven""), kan nooit zo ver gaan dat de kerk daarom machtsmisbruik en ontrechting van medemensen door die overheid zou sanctioneren. Een kerk die zich niet verzet tegen een onderdrukkende macht staat even schuldig als een kerk die een revolutie steunt. In beide gevallen verbindt men zich met een vorm van geweld.

Een volk dat in zijn geschiedenis (80- jarige oorlog, 1940-"45) in één adem heeft gezongen: 'Dat ik toch vroom mag blijven, uw dienaar t'aller stond" en "de tyrannie verdrijven, die mij mijn hart doorwondt", zal voorzichtig moeten zijn om dit recht tot verzet aan andere onderdrukten te ontzeggen.

Hierbij wil de commissie allerminst voorbijgaan aan de ontzettende gevolgen van geweld. Het gaat er allerminst om de bloedbaden in zuidelijk Afrika te bagatelliseren. Geweld is wel de allerlaatste methode die christenen zouden kiezen. Geweld lost geen tegenstellingen op, maar vernietigt tegenstanders.

Maar houdt humanitaire steun aan bevrijdingsbewegingen die als uiterste verweer geweld gebruiken, nu werkelijk in dat de kerken dan "kiezen voor geweld"? Dat wil er bij de commissie niet in. We kunnen toch de hulpverlening niet overlaten aan hen die geen geweld schuwen? Juist christenen in die bevrijdingsbewegingen hebben om onze solidariteit gevraagd.

Betekent een "steunen van geweld" niet een klap voor "geweldloosheid "?

Deze vraag is te begrijpen. Uit het bovenstaande is echter duidelijk dat christenen in hun voorkeur voor "geweldloos verzet" bereid moeten zijn tot het uiterste te gaan. Maar er zijn situaties waar men al gegrepen heeft naar geweld als uiterste middel. Moeten christenen zich daar dan distanciëren uit de strijd voor gerechtigheid? Zullen ze juist daar ook niet aanwezig moeten zijn in hun pogen het geweld terug te dringen? Hoe kunnen ze dit anders doen dan door hun solidariteit met de verdrukten te tonen in hun hulpverlening?

De commissie stelt deze zaken vragenderwijs. Het laatste woord is nog niet gesproken. Van harte wordt het deputatenvoorstel ondersteund dat onze kerken in de bezinning over geweld en geweldloosheid binnen de Wereldraad van Kerken het hunne zullen bijdragen. Zo ergens, dan gaat het hier om "brandende ethische vragen"!

Wie controleert onze giften?

In het algemeen is het zakelijk juist verantwoording te vragen over de besteding van ter beschikking gestelde gelden. Dat het P.C.R. deze verantwoordingsplicht nu juist niet gevraagd heeft voor schenkingen uit het speciale fonds, heeft zijn duidelijke reden. De giften uit het speciale fonds hebben een sterk symbolisch motief. Ze bedoelen de slachtoffers van discriminatie en racisme duidelijk te maken dat de kerken dit geld niet geven uit het oogpunt van barmhartigheid, maar uit het oogpunt van gerechtigheid. Als de vrijheidsbewegingen beloven het geld te gebruiken voor humanitaire doeleinden, dan moeten we dat vertrouwen. Het is vanaf het moment van de schenking niet meer ons geld, maar hun geld! Daar zit dus inderdaad iets in van machtsoverdracht, van volkomen gelijkwaardigheid, van een de verdrukten hoop gevende solidariteit in hun strijd voor menselijke gerechtigheid. De commissie wil hierbij nog het volgende aantekenen:

Voordat de giften worden toegekend, vindt een intensief onderzoek plaats of het verantwoord is. De christelijke kerken in het gebied van de hulpverlening worden geconsulteerd waar dit mogelijk is. Uiteindelijk beslist niet het P.C.R., maar het uitvoerende comité van de Wereldraad of een steunaanvraag wordt ingewilligd.

Vele bevrijdingsbewegingen en andere ondersteunde instanties brengen vrijwillig rapport uit over wat ze met het geld uit het speciale fonds hebben gedaan. Ze vinden dat dit hoort bij het partnerschap. Het wordt echter niet vereist!

Het is helaas in deze wereld gemakkelijker aan wapens te komen dan aan ziekenhuizen, onderwijs, rechtsbijstand etc. De vrees dat men voor het P.C.R.-geld bommen en handgranaten koopt, wordt meer ingegeven door wantrouwen dan door op de realiteit berustende feiten. Wapens worden door andere machten helaas graag pro deo (of moeten we zeggen pro diabolo?) geleverd!

Wat zeggen onze zusterkerken in Zuid- Afrika?

De commissie is van mening dat zowel de blanke als de niet blanke kerken in Zuid-Afrika er recht op hebben te weten dat de beslissingen die de Gereformeerde Kerken in Nederland nemen, niet worden beïnvloed door bloed- en stamverwantschap, maar door gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift. Juist deze gehoorzaamheid geeft de commissie de moed om te veronderstellen dat geestelijke banden niet zullen worden verbroken op grond van verschil in politieke inzichten. Van harte ondersteunt de commissie het voorstel van deputaten het contact met de Zuidafrikaanse zusterkerken te intensiveren.

Samenvattende conclusie:

Op grond van al deze informatie, waarvan een groot gedeelte aan de vorige synode niet bekend kon zijn, meent de commissie dat er geen doorslaggevende bezwaren zijn, waarom de synode zich niet zou stellen achter het Programme to Combat Racism wat betreft het speciale fonds.

Men lette op de formulering: geen doorslaggevende bezwaren! Zowel in de commissie als in de synode en de Gereformeerde Kerken zullen wel bezwaren blijven leven. Het is niet een ongenuanceerd ja, dat hiermee wordt uitgesproken. De kwestie van betrokken zijn bij vormen van '"geweld", ook al is dat geweld bedoeld tot bevrijding van ellendigen, blijft een moeilijk punt. Onze kerken zijn echter in de wereldraad binnen getreden om positief en critisch mee te werken in de dienst van de kerk aan de wereld.

Een positieve beslissing op dit punt (geen doorslaggevende bezwaren) sluit tevens in een critische begeleiding van de uitgaven van het speciale fonds, vanuit de deputaatschappen die hiermee te maken hebben. Het sluit ook in een verder doordenken van de vragen over geweld en geweldloosheid, zoals die in het rapport van de wereldraad verwerkt zijn. Op geen enkele synode zal een gedocumenteerde rapportage over deze zaken mogen ontbreken. Deze rapportage zal niet gevraagd mogen worden uit wantrouwen in wereldraad, P.C.R. en speciaal fonds. Deze rapportage zal gevraagd moeten worden uit christelijke belangstelling voor de gediscrimineerde en verdrukte medemens.

Het gaat immers om "de bestrijding van één van de roepende zonden van onze tijd, waardoor miljoenen onvoorstelbaar leed wordt aangedaan".

Tot zover de antwoorden van het commissierapport op de vragen rondom het speciale fonds van de wereldraad. Vragen, die de uitvoerige synodediscussie ook beheersten. Prof. dr. K. Runia voegde daar nog een belangrijke vraag aan toe. Moeten we in plaats van bewegingen niet de christelijke kerken steunen in die gebieden waar sprake is van verdrukking en discriminatie? De Angolese predikant ds. José Chipenda, wiens vader — ook predikant — is omgekomen in een Portugees concentratiekamp, trachtte er een antwoord op te geven: de kerk bij ons is zo verzwakt. Veel christenen zitten in de gevangenis. De meeste leiders van de vrijheidsbewegingen zijn opgevoed in de christelijke kerk en zij zijn het die om hulp vragen. Wat bedoelt u met steun aan de kerk? Is dat het gebouw of een volk in beweging? En er zijn veel contacten tussen vrijheidsstrijders en predikanten.

Een vraag van de Zuidafrikaanse dr. J. S. Gericke hoe men kan stellen dat de niet-blanke bevolking in Zuid-Afrika verdrukt wordt als men ziet hoeveel de regering voor hen doet op medisch en sociaal gebied en in het onderwijs, releveerden we al. Uit het antwoord noteerden we dit: het gaat om de apartheidspolitiek die door de blanken is uitgevonden en die door de kleurlingen en de zwarten als discriminerend en bevoogdend wordt ervaren. Waar halen de blanken het recht vandaan om te zeggen: wij moeten de zwarten opvoeden? Omdat de blanken de macht hebben? Maar macht hebben is toch niet hetzelfde als recht hebben? Denk maar aan de Duitse bezettingstijd in ons land.

Investeringen

Op de tafel van de synode lag ook de resolutie van de wereldraad, waarin het bedrijfsleven werd opgeroepen investeringen in zuidelijk Afrika terug te trekken. Voor wat Zuid-Afrika betreft zagen de synodeleden daarin weinig heil, evenals de commissie. Deze meende dat er een andere en betere weg open ligt waarlangs gestreefd kan worden naar gerechtigheid voor raciaal verdrukten: de wet van daadwerkelijk geprogrammeerde hervormingen waartoe ook het bedrijfsleven een positieve bijdrage kan leveren. De commissie ondersteunde daarom een voorstel van deputaten om in deze geest met het Nederlandse bedrijfsleven dat investeringen heeft in zuidelijk Afrika in contact te treden.

Een slotargument ontleende de commissie aan de volgende uitspraak van prof. Albeda: "Een negatief gevolg van de resolutie van de Wereldraad van Kerken is dat gevreesd moet worden dat juist diè bedrijven, die het meest geneigd zijn het advies van de Wereldraad van Kerken op te volgen, de bedrijven zijn die ik het liefst in Zuid-Afrika zou willen zien."

Zuiver blank?

Tenslotte de vraag: moet de synode in de huidige situatie emigratie naar Zuid- Afrika ontraden?

De commissie rapporteerde daarover o.a.: De meeste emigranten zullen wel naar Zuid-Afrika emigreren uit economische motieven. De aanbiedingen zijn in dit opzicht aanlokkelijk genoeg. Slechts weinig emigranten zullen de bedoeling hebben de politiek van de regering Vorster bewust te ondersteunen. Een enkele idealist zal hopen door zijn aanwezigheid daar iets ten goede te veranderen in de raciale tegenstellingen.

Maar wat ook de motieven zijn, allen zullen een verklaring moeten tekenen vóór hun emigratie, waarin staat dat zij en hun familieleden raszuivere blanken zijn. Op het Zuidafrikaanse immigratieformulier staat onder rubriek "Besonderhede van applikant en (indien van toepassing) eggenote en kinders"" als eerste vraag: Is u en al die betrekke persone van suiwer blanke afkoms? Deze vraag "moet met ja of nee beantwoord word"". " "n Blote strepie (—) sal nie as 'n antwoord aanvaar word nie". Indische Nederlanders zullen een zware dobber hebben door deze zeef te komen. Om over Surinaamse Nederlanders en gehuwden van verschillend "ras" maar helemaal niet te spreken. Dit laatste geldt immers in Zuid-Afrika als ontucht! (Prohibition of Mixed Marriages.)

Het onderschrijven van zo'n immigratieformulier voor Zuid-Afrika is daarom in strijd met het evangelie van Jezus Christus, door wiens verzoenend werk ook alle raciale verschillen tussen mensen hun scheiding brengende betekenis verliezen. Moet het (dikwijls ondoordacht) tekenen van zo'n formulier niet gezien worden als in feite een eerste capitulatie voor de "apartheid"? Is er in wezen verschil tussen deze verklaring en de zg. Ariërverklaring in de oorlog van 1940/45? De commissie stelt deze vragen in grote bezorgdheid, aldus het rapport.

Over de vraag of emigratie van blanken naar Zuid-Afrika in het belang is van de gekleurde bevolking kan men verschillend denken. En dat deden de synodeleden ook. Maar over de raszuiverheidsverklaring was men het eens: zoiets kan een christen niet ondertekenen. Vandaar dat besloten werd in deze situatie emigratie te ontraden.

Intussen: ook de Zuidafrikaanse vertegenwoordigers ter synode waren nogal verbaasd over deze kwestie en ze zegden toe er bij de autoriteiten in hun land opheldering over te zullen vragen.

In Zuid-Afrika is scherp gereageerd op de besluiten van de synode te Lunteren. Er is zelfs gesteld dat dit kan leiden tot een verbreking van de relaties met de gereformeerde kerken in Nederiand. Dat zou dan geheel in strijd zijn met wat de synode bedoelde en besloot. Namelijk om juist nu er een duidelijk verschil van inzicht is, nauwer contact te zoeken met de Zuidafrikaanse kerken. En hierop zijn ook positieve reacties gekomen uit Zuid- Afrika. Dit najaar zal een en ander ter sprake komen in de synode van de Nederduitse Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika en het is de bedoeling dat daarbij ook vertegenwoordigers van de gereformeerde synode uit Nederland aanwezig zullen zijn.


Ds. R. J. van der Veen, alg. secretaris van de Nederlandse Zendingsraad achter de katheder in Lunteren. Ds. Van der Veen is (het enige blanke) moderamenlid in het bestuur van het anti-racisme programma van de Wereldraad van Kerken.


Drie leden van de Zuidafrikaanse delegatie in de synodevergadering te Lunteren. Van links naar rechts: prof. dr. Tj. van der Walt van de Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika en dr. J. S. Gericke en ds. F. O'Brien Geldenhuls van de Nederduits Gereformeerde Kerk In Zuid-Afrika.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1974

Kerkinformatie | 16 Pagina's

Kritische samenwerking in anti-racisme programma

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1974

Kerkinformatie | 16 Pagina's

PDF Bekijken