Bekijk het origineel

Voor de jeugd Wat will die vreemde man?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd Wat will die vreemde man?

5 minuten leestijd

Vader lacht, hij lacht om Diego, zijn kleine jongen, die er met z’n nieuwsgieriige neus bovenop staat, want Diego wil er àlles van weten. Ze zijn op hun veldje bezig om maiskor-reltjes in de grond te doen. Die gaan straks groeien, en dan… Ja, was het maar wéér! Kwámen er maar grote planten met dikke kolven, die vader op de markt kan verkopen en waarvan moeder maispap gaat maken… liefst zóveel pap dat Diego zijn buikje vol kan eten.

„Waarom doet u telkens vier korreltjes in één kuiltje?” wil Diego weten.

„Dat doen àlle boeren!” antwoordt vader. „Zo heb ik het van mijn vader geleerd toen ik nog klein was. Vier korreltjes in één kuiltje. Eén is voor de dieven, één voor de wormen, één voor de hond… en als ik geluk heb is er nog één voor ons.”

Diego kijkt z’n vader strak aan. Méént hij het heus, of is het een grapje?… Ja-ja, het is een grap, maar wel een zuur grapje.

Diego is een Indianen-jongen, die in een land woont dat Ecuador heet en in Zuid-Amerika ligt. Hij ziet er bijna net uit als een jongen hier, alleen een béétje anders. Daarvoor is hij dan ook een Indiaantje.

Maar géén Indiaan die beschilderd is, of die met mooie veren op z’n hoofd rondloopt. Hij woont ook niet in een wigwam. Zulke Indianen zie je alleen maar op de televisie. Diego heeft nog nooit een veer op z’n hoofd gehad; hij zou ook niet weten waar hij zich mee moest beschilderen.

Ergens in dat grote bergland ligt hun dorpje. Daar staat ook een piepklein schooltje, waar Diego wel eens naar toe gaat. Nee, niét iedere dag, want hij moet vaak z’n vader helpen bij het werk op hun land. Maar daar groeit heel weinig en heus niet, omdat de mensen niet willen werken! Vader en moeder zijn er bijna de hele dag bezig, ze moeten ook alles met de hand doen; een tractor hebben ze nog nooit gezien. Bovendien is de grond erg slecht. Soms kan het in tijden niet regenen, waardoor alles verdort… terwijl het daarna wekenlang zó hard regent dat bijna alles wegspoelt. Daarom hebben de vader en moeder van Diego het niet rijk… wat zèg ik: ze zijn straatarm!

Er zijn avonden dat Diego, zijn drie broers en de twee zusjes nagenoeg zonder eten moeten gaan slapen.

Maar dén, op een middag…

Diego is weer eens naar school geweest en op weg naar huis ziet hij iets ongewoons bij hun huisje. Hij houdt z’n hand boven z’n ogen om beter te kunnen zien. Wat is dàt nou? Een auto… een auto bij hun veldje? Ja, het is zo, daar staat een auto, een jeep.

Diego legt er een schepje bovenop en staat even later hijgend op hun veldje. Daar is een vreemde meneer, die hij nooit eerder heeft gezien. Die man praat druk en ze merken niet eens dat Diego er bij komt staan.

Hoor nou toch wat die vreemde man zegt! Hij is juist aan het uitleggen dat vader er beter aan doet door de mais-korreltjes op een andere manier in de grond te stoppen…

„Niét vier bij vier, dat kan niet goed gaan, dan maken ze maar ruzie! Hebt u wel eens gezien dat vier kinderen samen eten van één bord met maispap? Dat gáát immers niet? Dan komt er herrie. De één is een echte slokop en wil alles, waardoor de ander niets krijgt… Zo is het ook met vier maiskorrels in één kuiltje: de één neemt alles en voor de ander blijft er niks over… Nee, u moet kleine kuiltjes maken en in ieder kuiltje één maiskorreltje doen. Dan krijgen ze allemaal evenveel…”

Diego glimlacht; hij vindt het een aardige meneer en die man heeft nog gelijk ook. Dat ze daar niet zelf aan hebben gedacht! Hij kijkt naar z’n vader, maar die is niet zo geestdriftig. „We hebben het altijd zo gedaan…,” bromt vader vanonder zijn snor. „Dat wéét ik, dat wéét ik!” haast de meneer zich. „Maar probeer het nou eens op de andere manier. Ik geloof zeker dat de opbrengst groter zal zijn. En kom ook eens kijken op mijn proef-veldjes. Die zijn hier niet ver vandaan…”

Er wordt nog veel meer gesproken, maar dat begrijpt Diego niet allemaal. Daar zal hij vader later wel eens naar vragen. De man vertelt dat hij uit een ver land komt. Daar wonen ook veel boeren, maar die hebben altijd voldoende water voor hun land. Ze hoorden in dat verre land hoe de vader van Diego en de meeste mensen in Ecuador het erg arm hebben. Toen hebben de mensen van de Kerk daar gezegd: „Daar moeten wij iets aan doen!” Het kan zo niet blijven dat er ginds mensen omkomen van de honger… „Nou, toen hebben ze mij hier naar toegestuurd en daarom ben ik nou bij jullie… Maar komt u eens op m’n proefveldje kijken, belooft u dat?”

„Mag ik méé?” fluistert Diego gauw. Maar hij krijgt geen antwoord. Vader bromt alleen wat onverstaanbaars.

wordt vervolgd


Giften

Overzicht van de N.N.-giften in de maand januari 1974.

Giften nader te bestemmen: 1 × f 25,– N.N. te Naaldwijk; 1 × f 50,– N.N. te N.; 1 × f 70,– N.N. te Eindhoven; 1 × f 100,– N.N. te Poortugaal; 1 × f 150,– N.N. te Ezinge.

Gitten Lektuurfonds: 1 × f 10,– N.N. te K.

Diverse bestemmingen: 1 xf 1.000,– N.N. te Leusden-Zuid.

Gebedsbrieven: Ontvangen in januari 1974, totaal f 43.104,10.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Voor de jeugd Wat will die vreemde man?

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 april 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken