Bekijk het origineel

Briefwisseling met Zuid-Afrika over anti-racismefonds

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Briefwisseling met Zuid-Afrika over anti-racismefonds

9 minuten leestijd

Dr J. S. Gericke uit Stellenbosch in Zuid-Afrika was een der Zuidafrikaanse afgevaardigden naar de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken te Lunteren en hij sprak daar o.a. mee in de discussie over het anti-racisme programma van de Wereldraad van Kerken. Dr Gericke is een tegenstander van dat fonds en in een open brief aan de leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland schrijft hij daarover. Dr A. Kruyswijk, praeses van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland antwoordde hem. We geven hier de volledige tekst van beide brieven.

OPEN BRIEF
van dr J . S. Gericke te Stellenbosch aan de leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Stellenbosch, 25 april 1974

Zeer geachte mede-gelovigen,

Drie motieven brengen mij er toe, deze brief aan u te richten.

Ten eerste: de bijzondere geloofsbanden, die mij gedurende vele jaren aan uw kerk verbonden hebben;

ten tweede: mijn vaste overtuiging, dat er in uw kerk tienduizenden zijn, die zich in hun christelijk geweten gekwetst voelen door het onlangs door uw synode in Lunteren genomen besluit om geldelijke steun toe te zeggen aan de zogenaamde "bevrijdingsbewegingen" in Zuidelijke Afrika;

ten derde: een eerlijke overtuiging, dat het nog niet te laat is, een ramp voor uw kerk en de onze te voorkomen. Het is over deze ramp, dat ik graag van hart tot hart met u spreken wil.

Met het boven genoemde besluit heeft uw synode uw kerk in beginsel gebonden aan een oorlog op grote schaal tegen Zuid-Afrika. Het kan immers niet in de bedoeling van de synode gelegen hebben, om hulp aan een georganiseerde militaire beweging te verlenen zonder de wens en de bede, dat deze militaire macht in zijn doel zal slagen. Iemand zegt toch geen steun toe aan een zaak in de hoop dat die zaak zal mislukken!

Daarom kan deze toegezegde steun aan de "Vrijheidsstrijders" niets minder betekenen, dat dat uw kerk door haar synode gevraagd wordt om te werken en te bidden voor zo'n escalatie van de strijd, dat dit tot overwinning van de "Vrijheidsstrijders" over Zuid Afrika kan leiden. Dus voor niets minder dan een ooriog tegen dit land, die tot resultaat zal hebben: de overname van Zuid Afrika door dié machten, waarmede uw kerk zich solidair verklaard heeft. Iemand kan immers in zo'n geweldproces geen a zeggen, zonder ook b en c te zeggen! Men moet toch zijn morele geldelijke steun kracht bijzetten met de wil en de begeerte dat het einddoel bereikt zal worden. Tenzij men de wereld een tweede Vietnam wil aandoen, wat tot niets leidt! En van zo'n onverantwoordelijkheid wil ik uw synode niet verdenken. Nog minder wil ik de synode verdenken van de naïeviteit. dat zij met haar besluit in stilte gehoopt heeft, dat Zuid Afrika zich, met al de weerstandsmacht, waarover het beschikt, zonder verzet zou overgeven aan machten die reeds dikwijls het bewijs geleverd hebben, dat geen gruweldaad buiten hun bedoeling en vermogen ligt.

Het moet dus voor u duidelijk zijn, dat de "Vrijheidsstrijders" alleen met hun doeleinden zouden slagen in een totale oorlog, waaruit zij als overwinnaars te voorschijn komen. Het zijn deze b en c die uw synode moet toevoegen aan de a, die zij reeds in Lunteren heeft uitgesproken — tenminste als de synode consequent wil zijn.

Ik kan niet geloven, dat een zusterkerk, dat mede-gelovigen, dit voor hun medegelovigen in dit land begeren. Zo'n medeplichtigheid aan de gruweldaden, die door communistisch opgeleide "Vrijheidsstrijders" met communistische wapens in Zuidelijk Afrika gepleegd worden, mag niet op de rekening en het geweten van uw kerk blijven rusten.

Van alle kerken in dit land, Engels en Afrikaans sprekend, welke bevolkingsgroep ook omvattend, is een eenparig protest uitgegaan tegen de hulp aan terroristen in Zuidelijk Afrika. Uw synode heeft deze eenparige stem van medechristenen veronachtzaamd en 49 synodeleden hebben namens achthonderdduizend leden besloten, om met woord en daad hun solidariteit met de "Vrijheidsstrijders" te betuigen.

Moeten wij in ons land dus aanvaarden, dat de Gereformeerde Kerken in Nederland zich als bondgenoten willen beschouwen van de wreedste en meest meedogenloze strijdmachten, die uw en onze geschiedenis nog opgeleverd heeft?

Deze brief is er niet voor bedoeld om opstand in uw kerk aan te moedigen. Ook dit zou voor u en voor ons een ramp zijn. Van mijn kant is dit alleen maar een eerlijke en bescheiden poging, om u de consequenties van het besluit van Lunteren te laten zien. Met de hoop en de bede, dat u door uw getuigenis uw synode er toe zal brengen, haar besluit zó te herzien, dat u u niet zal bezondigen aan Zach. 4 : 6, Rom 13 en andere ondubbelzinnige uitspraken van de Schrift.

Er bestaat in uw kerk en in de onze een heel sterk verlangen, dat de banden tussen ons behouden zullen blijven. Het moet echter voor iedereen duidelijk zijn, dat uw kerk niet zijn ene hand helpend en aanmoedigend naar onze vijanden kan uitsteken, en zijn andere hand met een vriendschappelijk gebaar naar ons. In zo'n tweeslachtige positie mag de kerk van de Here Jezus niet berusten. En van onze kerk kan niet verwacht worden, dat wij de hand van vriendschap zullen aanvaarden, terwijl de andere hand met het bloed van onze zonen — en eventueel met het bloed van onze vrouwen en kinderen — bevlekt is. Zó eenvoudig, maar ook zó ontzettend ernstig, is uw keuze — én de onze!

j, s. GERICKE


ANTWOORD van dr A. Kruyswijk aan dr Gericke

Enschede 6 mei 1974 Zeer geachte dr Gericke, In de open brief, die U gericht hebt tot de leden van de Gereformeerde kerken in Nederiand, komt opnieuw tot uitdrukking hoe diep U werd getroffen door het besluit van onze synode tot steunverlening aan het Programme to Combat Racism. Wij hebben daar volledig begrip voor. Toch zullen wij op uw schrijven moeten ingaan, om een aantal ingrijpende misvattingen recht te zetten.

1. Het is geheel begrijpelijk voor ons, dat de terugkeer uit Lunteren naar uw eigen land een aantal indrukken heeft doen vervagen. Daarom mag ik u eraan herinneren, dat U vóór onze behandeling van het antiracisme-programma tegenover het moderamen van de synode hebt verklaard, dat de betreffende rapporten en voorstellen U waren meegevallen. Daarmee laat zich moeilijk verenigen de klacht in uw brief, dat wij weliswaar de ene hand vriendschappelijk naar de zuidafrikaanse geloofsgenoten uitsteken, maar dat onze andere hand met bloed is bevlekt.

2. Reeds in 1972 sprak onze synode uit: "Elke discriminatie die de politieke en sociale rechten en vrijheden van groepen in de samenleving beknot of uitsluitend afhankelijk stelt van het inzicht van de heersende machten, is in strijd met het Evangelie van Jezus Christus, omdat ze aan Gods geboden en beloften tekort doet en de vrede die Christus voor heel de menselijke samenleving heeft geleerd te zoeken, in de weg staat ". Het is U bekend dat het thans genomen besluit inzake P.C.R. op die uitspraak berust; dat het volledig is gericht op de vrede en de gerechtigheid voor alle volken, en dus allerminst een "oorlog op grote schaal tegen Zuid-Afrika" beoogt.

3. Een oorlog in uw land — gesproken is over een tweede Vietnam — zou ons met het grootst mogelijke afgrijzen vervullen. Mede daarom hebben wij er bij uw kerk steeds op aangedrongen, alle middelen aan te wenden om de door God gegeven mensenrechten voor zwarten, kleurlingen en Indiërs in uw land te realiseren en aan alle discriminatie een einde te maken. De verantwoordelijkheid voor de vrede in Zuid- Afrika willen wij graag tesamen met U dragen.

4. Met grote dankbaarheid erkennen wij de voortgang, die in de afgelopen jaren op dit terrein is geboekt. Niettemin zijn wij zeer onder de indruk van de berichten die ons bereiken. Te wijzen valt bijvoorbeeld op de brief, die Ovambavrouwen richtten tot de Verenigde Naties: "Hoor onze noodkreet, omdat u thans onze Mozes bent. U bent door God aangewezen om te bemiddelen voor de onderdrukte volkeren. Wij worden hier in Namibië in het geheim gemarteld, maar omdat wij in afzondering leven hebben wij geen mogelijkheid om onze nood bekend te maken . . ."

5. Wanneer dan mensen, die zich geknecht voelen en als onvrijen behandeld, in hun eigen land of daarbuiten zich organiseren en tot ons roepen om hulp, wat moeten wij dan doen? In uw brief wordt niet ingegaan op de vraag, die in het te Lunteren behandelde rapport werd gesteld: "Zijn wij niet mede schuldig aan het laten voortbestaan van het racisme in al zijn verschrikkelijke vormen en gevolgen, wanneer we gediscrimineerde medemensen (soms ook medechristenen) niet metterdaad laten blijken dat we solidair met hen zijn en naast hun staan in hun strijd voor vrijheid en recht?" In uw brief wordt zelfs aan de mensen waarom het hier gaat . . . volledig voorbijgegaan!

6. Solidariteit met de zwarten betekent voor ons echter geenszins het goedkeuren van geweld, zelfs niet indien dit door de betrokkenen wordt beleefd als tegengeweld tegen onderdrukking. Wij beogen geen andere solidariteit dan die van onze Heer Jezus Christus, die de mensen opzocht en tegemoet trad in hun nood. Onze solidariteit gaat niet uit naar bevrijdingslegers, maar naar mensen die zich geknecht voelen en in hun rechten tekort gedaan.

7. Om deze reden werd de bestrijding van het racisme en van de discriminatie door onze synode opgedragen aan onze organen voor het diaconaat en voor de zending, door middel van een apart fonds. Beide hebben zij immers hun specifieke taak in dienst van de gerechtigheid van het Koninkrijk Gods. Om deze reden ook beperkte de synode zich nadrukkelijk tot het verlenen van steun van humanitaire aard.

8. Uit het bovenstaande moet duidelijk zijn, hoezeer de zaak wordt scheefgetrokken door uw opmerking, dat onze synode hulp aan een georganiseerde militaire beweging verleent met de bedoeling, dat deze ook metterdaad in haar bevrijdingsdoel zal slagen. Veeleer hopen en bidden wij, dat het U, als blanken van Zuid-Afrika, gegeven mag zijn de prikkel tot het verzet volledig weg te nemen door de vreedzame opbouw van een rechtvaardige samenleving in uw land, naar de normen van Gods Koninkrijk.

9. Omdat wij in zulk een poging, die mede van uw kerk een immense krachtinspanning zal eisen, graag naast U willen staan, besloot onze synode tot het zoeken van een zo nauw mogelijk contact tussen onze kerken en de uwe.

10. Het is daarom ook dat ik graag uw uitnodiging heb aanvaard, om bij een volgend bezoek aan uw land in Stellenbosch Gods Woord te bedienen uit Zacharia 4 : 6: "Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest — zegt de Here der heerscharen ".

/ / . Tenslotte een opmerking over de wijze, waarop U zich tot onze kerken hebt gericht

Onze besluiten inzake het P.C.R. werden door onze synode na een zeer intensief en eeriijk beraad wettig genomen, met meerderheid van stemmen, zodat van onze kerkleden aanpassing mag worden gevraagd.

Graag neem ik nota van uw verklaring, dat uw brief niet bedoelt opstand in onze kerk aan te moedigen. Toch kan moeilijk worden ontkend, dat onze gemeenteleden door U worden opgewekt onze synode te bewegen tot herziening van haar besluit.

Van onze kant hebben wij ons nimmer tot de leden van uw werk gericht om verzet op te roepen tegen besluiten van uw synode.

Hoewel wij tegen uw besluiten meer malen ernstige bezwaren hadden, is zulk een interventie niet bij ons opgekomen, omdat het zaaien van tweedracht ons in strijd met het Evangelie schijnt te zijn. Toch willen wij U het schrijven van uw brief niet al te zeer euvel duiden, omdat het om zo verschrikkelijk ernstige dingen gaat, voor uw kerk en voor uw land.

Bijzonder graag zullen wij de dialoog met uw kerk voortzetten, op een verantwoorde wijze. Van de resultaten van zulke contacten hopen wij onze gemeenteleden getrouw op de hoogte te stellen.

Want ons allen gaat uw zaak zeer aan

Met hartelijke groeten, de uwe in Christus,

A. KRUYSWIJK

P.S. Ongetwijfeld zult U het kunnen billijken, dat ook deze brief ter beschikking wordt gesteld van de pers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1974

Kerkinformatie | 16 Pagina's

Briefwisseling met Zuid-Afrika over anti-racismefonds

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1974

Kerkinformatie | 16 Pagina's

PDF Bekijken