Bekijk het origineel

Bekering

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bekering

7 minuten leestijd

De eerste pinksterpreek – in Jeruzalem – had als thema: „Bekeert u en laat u dopen.” Maar dit artikel, dat prof. Honig voor ZD schreef, begint met: „Het woord bekering is bepaald niet populair.” De generale deputaten voor de evangelisatie hopen in mei een speciale conferentie over „bekering” te houden. Reden genoeg om ons af te vragen, moet daar zo nadrukkelijk over geschreven en geconfereerd worden?

Het woord bekering is bepaald niet populair. Zeker niet als het gebruikt wordt in verband met het doel van de zending. Zending zou dan – zo zegt men – ontaarden in propaganda en zieltjeswinnerij en in werven voor eigen standje. De kerkorganisatie zou centraal worden gesteld en doel in zichzelf worden gemaakt. Vandaar de term „ecclesiocentrisme”, die gebruikt wordt om de oproep tot bekering in zending en evangelisatie af te keuren.

Men kan dan ook telkens horen, dat we vroeger erg op grote getallen bekeringen uit waren, maar dat we nu hebben ingezien dat zo iets fout is. De formulering van de rooms-katholieke theoloog Küng: „Het gaat niet om verovering van de wereld, maar om dienst aan de wereld,” kan men in alle toonaarden beluisteren, ook in protestantse kring.

Nu kennen we allen de irriterende methoden van sommige religieuze stromingen, die met heftige opdringerigheid en een soort geestelijke terreur anderen voor zich proberen te winnen. Maar laten we nooit vergeten, dat Christus aan zijn apostelen en in hen aan de kerk heeft opgedragen om alle volken tot zijn discipelen te maken. Daarom is dan ook het blijde refrein in de Handelingen der Apostelen, dat het Woord wies en vermenigvuldigde. Er klinkt kennelijk een diepe vreugde in door als gezegd wordt, dat velen aan de gemeente werden toegevoegd. En met grote bewogenheid zien we Paulus bezig om enigen voor Christus te winnen, of het nu gaat om Joden of om Grieken. Hij is met een ware hartstocht vervuld en voelt zich gedreven; de noodzaak is hem opgelegd om het evangelie te verkondigen: met het doel om mensen voor Christus te winnen. Leest u nog eens 1 Korinte 9 : 15-23, 2 Korinte 5 : 11-21, en speciaal ten aanzien van „zijn verwanten naar het vlees”, de joden, de eerste verzen van Romeinen 9, 10 en 11.

In 1 Korinte 9 wordt ook duidelijk, waarom Paulus tot alles bereid is om toch maar enigen voor Christuste kunnen „winnen”. Daar wisselt namelijk dit winnen af met „enigen te redden”. Dat is het doel: mensen te bewaren voor de ondergang. Reddingswerk is zeer bewogen werk!

De tegenwoordig veel gesmade doops- en bekeringsstatistieken van evangelisatie en zending zijn nog altijd van héél groot belang. Het gaat om mensenlevens! Het door Voetius geformuleerde klassieke doel van de zending blijft naar de Schrift: de bekering der volkeren, de planting der kerk en de verheerlijking en manifestatie van Gods genade.

Daarom is het erg belangrijk, dat de generale deputaten voor de evangelisatie over „bekering” een speciale conferentie houden in mei. Als we in juni het pinksterfeest gaan vieren, is het een goede voorbereiding om ons allen ervan te doordringen, dat de Heilige Geest bij zijn komst de hele gemeente in beweging heeft gebracht om de grote werken van God te verkondigen. De spits van deze verkondiging was: „Bekeert u en laat u dopen”. Nu moet goed duidelijk zijn, wat we met bekering bedoelen. Ook daarover is de laatste tijd heel veel gesproken en geschreven. Aan de ene kant wordt er gezegd, dat bekering een woord is uit de woordenschat van het piëtisme. Men bedoelt daarmee, dat bekering te zeer gezien is als geestelijke ommekeer, afkeer van de wereld en toewen-ding-naar God: een zaak van het hart, van de innerlijkheid, zoeken van vergeving van zonde en gemeenschap met God als het enig nodige. Heb je Christus wel in je hart? Woont de Heilige Geest wel in je? Daarbij zou dan te weinig nadruk gelegd zijn op de vraag, of er ook in de practijk, in daden, iets van deze bekering zichtbaar wordt: of men wel de gerechtigheid van het koninkrijk van Christus in zijn daden tracht te realiseren en of men wel voldoende bereid is om zich in te zetten voor de verdrukten en voor de vrede in de wereld.

Anderzijds menen velen, dat bekering tegenwoordig gebruikt wordt in een geheel „verwereldlijkte” betekenis. Bekering zou alleen nog bestaan in sociale en politieke activiteiten. En als er dan van Jezus Christus, de Bevrijder, gesproken wordt en van de bekering tot Hem dan zou men helemaal niet meer daarbij denken aan de bevrijding van de zonde, maar louter aan politieke bevrijding van wat men dan uitbuiting en onderdrukking noemt. Zo zou men dan de boodschap van het evangelie tegenwoordig ombuigen naar een vorm van humanisme. En dan ook nog, zo zegt men, van een zeer bedenkelijke aard, omdat het „links” en „rood” getint zou zijn.

Heel dit debat is een jammerlijke zaak van wederzijdse misverstanden en de gemaakte onjuiste tegenstellingen leiden tot verzwakking van de boodschap van het evangelie in de wereld. Bekering is een zaak van het hart, van het zoeken van vergeving, een innerlijke omwending van „de wereld” af en naar God toe. En „de wereld” is dan alles, wat de plaats van God voor je heeft ingenomen, alles waarmee je afgodendienst bedreven hebt: je eer, je geld, of wat dan ook. Maar bekering mag nooit betekenen geringere belangstelling voor wat je zelf als taak in de wereld hebt, voor de verkondigingen in de samenleving, voor gerechtigheid en vrede.

De boom moet aan de vruchten gekend worden. En de gerechtigheid van het koninkrijk moet voor alles gezocht worden, naar Jezus’ onderwijs. En dat heeft alles te maken ook met sociale en politieke activiteiten, met het opkomen voor de verdrukten. Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar weduwen en wezen in hun druk en zich zelf onbesmet bewaren van de wereld, die de verdrukking maar laat begaan. En hoeveel nadruk valt er in de bijbel op de strijd tegen uitbuiting en verdrukking! Hoezeer wordt aan Israël de zorg voor de vreemdeling (gastarbeider!) op het hart gebonden.

Vergeving van zonden, ontvangen op bekering, moet blijken in daden. Johannes, die zoveel van de liefde weet, begint hele scherpe woorden te gebruiken als hij het heeft over mensen die zeggen God lief te hebben, maar die de daden, die daaruit zouden moeten voortvloeien, achterwege laten. Leugenaars zijn het, zegt hij. En deze daden worden gevraagd in alle verbanden, waarin we leven. Deze daden worden gevraagd op economisch terrein: ze hebben alles te maken met rechtvaardige inkomensverdeling en met de wijze waarop men zijn kapitaal belegt (rentmeesterschap). Ze hebben er mee te maken of de produkten, die je koopt onder methoden van uitbuiting op de markt gebracht zijn; en de daden van bekering staan in verband met je omgang met mensen van ander ras. Bekering houdt verband met de verhouding tussen je kerkelijke bijdrage en de luxe, die je jezelf permitteert. Bekering is een geweldig radicaal woord. Het is omkeer: jezelf een hele slag omdraaien en bereid zijn in alles voor Gods aangezicht te leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Bekering

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 mei 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken