Bekijk het origineel

Hou kerk open voor vragen uit studentenwereld

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Hou kerk open voor vragen uit studentenwereld

STUDENTENPREDIKANTEN:

6 minuten leestijd

"Aan een groeiend aantal jongere mensen die wij in ons werk ontmoeten heeft het kerkelijk leven zoals het gestalte voor hen kreeg en krijgt, weinig te zeggen.

Dat is geen verschijnsel dat pas gaandeweg in de studententijd aan de dag treedt, integendeel, velen komen de universitaire wereld binnen met een flauwe band aan het kerkelijk leven zoals zij het meemaakten.

Het is dan ook een misverstand te denken, dat ze, vroeger geïntegreerd in het kerkelijk leven, in hun studententijd van kerk en godsdienst vervreemden. Ook dat komt voor, maar niet als trend. Wij ontmoeten in ons werk jongere mensen die óf geen óf weinig band hebben met de kerk. Dat blijkt als we peilen naar hun ervaringen opgedaan met catechese- en/ of kerkbezoek. Hoe duidelijk dus ook het studentenwerk kerkelijke arbeid is, dat wil nog niet zeggen dat de studerende (en die niet alleen!) jeugd aan die kerk een boodschap heeft."

Dit rapporteerden de gezamenlijke studentenpredikanten aan de Generale Synode In een algemene beschouwing over de problematiek van hun werk.

Zin van het leven

We citeren verder: "Dit betekent intussen niet, dat die kerk hen niets gedaan heeft en doet. De gesprekken, waarin het geloof ter sprake komt, cirkelen om wat we de vraag naar de zin van het leven zouden willen noemen. In die gesprekken speelt voor velen de kerk — voor zover wij zien — eigenlijk geen rol, nauwelijks ook nog öf je je christen noemt of niet. Als vroeg of laat een vorm van gemeentelijk leven ontstaat waar je mag zeggen wat je op je hart hebt, waar het Woord ook antwoord vraagt en niet dicteert, waar je God mag zoeken en door Hem niet overvallen wordt van meetaf aan, daar gaat voor hen weer iets leven van de waarde van samen-gemeente-zIjn, waarbinnen opvang en hulp, samenwerking en actie, mystiek en politiek als kleine plantjes gaan groeien. Sommigen vinden via zo'n tussenfase, die het studentenpastoraat en/of de studentengemeente biedt, de plaatselijke kerk waar dan ook terug, maar ze komen anders weer binnen dan ze vertrokken.

Geen behoefte

Anderen hebben geen behoefte zich als christenen weer bij een kerk te voegen, zien hun taak als christenmens soms toch wel duidelijk voor zich, zetten zich veelal niet af tegen de kerk — waarom zou je? — maar missen die ook niet — en vinden dat weer wel of helemaal niet vreemd. Vrij ongemerkt trekt een aantal ons voorbij die een graantje van het studentenpastoraat meepikken en zonder moeite de weg naar de plaatselijke kerk weten te vinden, terwijl er ook zijn die aanvankelijk of definitief hun heil zoeken bij bewegingen als Youth for Christ, Ichtus, Navigators, e.a.

In deze wereld vol verscheidenheid zit ons de vraag hoog: hoe krijgt in deze mensen gestalte wat de Here God met alle mensen op aarde voorheeft? Of de toekomstige generatie die bedoeling gestalte zal geven in onze vormen? — voor een deel, een groot deel waarschijnlijk wel, maar voor een ander deel ook bepaald niet. En onze vraag is: hoe zullen wij denken en geloven en onze traditie (zoals die gestalte heeft gekregen in het evangelie en het belijden van onze kerken) zó dóór vertellen, dat dit alles vruchtbaar kan worden voor hen en zij de moed vinden om de bedoeling die hun leven heeft temidden van de mensen gestalte te geven. Daar zien wij — het is tastend gezegd — onze taak liggen.

Ruimte scheppen

En wat onze kerken betreft: de vraag is of wij samen bereid zijn om ruimte te scheppen voor alle mogelijke mensen: voor de werkende jongeren niet minder dan voor de studerende jeugd. Vaak is de klacht van de ouderen en jongeren: ademhalingstekort. Het ruimte-scheppend gemeente-zijn zou daaraan mogelijk een einde maken. Ruimte scheppen is voor die kerk zelf ook van levensbelang. In een Delfts rapport uit 1971 wordt wat wij bedoelen zó onder woorden gebracht: "In het algemeen is het misschien zó te stellen dat er voor studentenpredikanten niet slechts een taak is t.o.v. hen die studeren, maar ook t.a.v. de kerken zelf, nl. opdat de kerken open blijven voor die vragen die wellicht onder andere in het contact met studenten en universiteit duidelijker naar voren komen en waarvan blijkt dat ze aller vragen zijn en behoren te zijn.'"

Kritische vragen

In het rapport van de synodecommissie werd deze laatste opmerking met instemming overgenomen. Maar — zo vroeg de commissie critisch: "is er bij de studentenpredikanten wel genoeg openheid naar die kerken toe om als vertalers van de studenten-vragen naar de kerken te gaan en als vertolkers van de Intenties van de kerk onder de studenten werkzaam te zijn? Wij signaleren hier nogal eens een communicatiestoornis, die door de studentenpredikanten niet overbrugd wordt."

Van dit laatste is, naar de mening van de commissie, sprake wanneer de studentenpredikanten in hun beschouwing schrijven over: "een vorm van gemeentelijk leven waar je mag zeggen wat je op je hart hebt, waar het Woord ook antwoord vraagt en niet dicteert, waar je God mag zoeken en door Hem niet overvallen wordt van meetaf aan . . ."" Hier wordt, naar de mening van de commissie een caricatuur van de kerk gegeven, die alleen maar voort kan komen uit onvoldoende contact met de kerk zoals ze is.

Verbondenheid

De woorden uit het rapport over het studentenwerk in Leiden onderstreept de commissie: ""De integratie van het studentenwerk binnen de plaatselijke kerk wordt waarschijnlijk het best bevorderd, wanneer predikanten en ouderlingen in hun gesprekken en optreden tonen zich met die kerken verbonden te voelen.""

Die verbondenheid moet sterker beleefd worden en daarop stuurden de voorstellen, die de commissie deed en die door de synode werden aanvaard, dan ook aan. Er moet een levendig samenspel zijn tussen academiekerken, deputaten en synode. De deputaten voor de studerenden zullen voortaan aan elke synode moeten rapporteren en niet zoals tot nu toe eenmaal in de vier jaar. Ook kregen ze opdracht hun taken met de plaatselijke academiekerken door te spreken, zodat er een zo intensief mogelijke samenwerking kan groeien. Deze kerken moeten ook in het deputaatschap vertegenwoordigd zijn

En wat inmiddels de kritische opmerkingen in het commissierapport van de synode betreft: de rapporteur, ds. D.J. Roos zei bij de bespreking, dat er aan de loyaliteit van de studentenpredikant niet in het minst getwijfeld wordt. Er Is grote bewondering voor hun werk met moeilijkheden, waarvan een buitenstaander vaak geen weet heeft. Maar het gaat over het naar buiten treden. Daarin zijn soms negatieve tendensen. Hieraan voegde de praeses, dr. A. Kruyswijk, aan het slot van de behandeling toe: de generatieproblematiek vergt erg veel flexibiliteit en aanpassingsvermogen van de studentenpredikant. Het is voor hen een voortdurend zoeken hoe zijn taak uit te voeren. Daarbij kan hij wel eens op sleeptouw worden genomen of soms tot afstandelijkheid komen. Dat zal eens moeten worden bijgetrokken.

Voorlopig

Terzijde was er ook critiek op het maandblad "Voorlopig", dat een kwart van z"n abonnees vindt onder gereformeerde studenten. Ordeelt dit blad niet vaak te hard, te koud en te liefdeloos over de kerk? Zou er niet meer verbondenheid met de kerk in tot uiting moeten komen? Velen zeiden dat. Een amendement om alle invloed aan te wenden het blad in een meer kerkelijke en minder eenzijdige richting te koersen kreeg echter onvoldoende (16) stemmen van de synode.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

Kerkinformatie | 16 Pagina's

Hou kerk open voor vragen uit studentenwereld

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

Kerkinformatie | 16 Pagina's

PDF Bekijken