Bekijk het origineel

Kerk en jeugd in de landen van Oost-Europa

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kerk en jeugd in de landen van Oost-Europa

4 minuten leestijd

Er is een soort touwtrekken om de jeugd aan de gang tussen de communistische regeringen en de kerken in Oost-Europa. De strijd speelt zich voornamelijk af op het terrein van het onderwijs, dat in alle communistische landen wat wij zouden noemen: "openbaar onderwijs" is. De regering bepaalt de inhoud van het onderwijs en heeft dus de gelegenheid, de jeugd in de marxistische leer van materialisme (alles is stoffelijk) en atheïsme (er bestaat geen God) op te voeden.

Deze opvoeding wordt echter bij de jeugd uit christelijke gezinnen doorkruist door de invloed van kerk en ouderiijk huis

Een regering kan verschillende wegen inslaan om de godsdienstige invloeden te bestrijden. Ze kan alle godsdienst verbieden. Dat is in Albanië gebeurd. Een andere mogelijkheid is, het godsdienstig leven strikt tot de kerkdiensten te beperken en alle contacten van de jeugd met de kerk te verbieden: geen godsdienstonderwijs, geen catechisatie, geen zondagsscholen, geen deelname aan kerkdiensten door jongeren.

Dat is de russische manier, die echter evenmin als de albanese tot bevredigende resultaten heeft geleid. Ondanks dit gebrek aan succes houdt men toch aan de methode van de regelrechte bestrijding vast en zijn er in de laatste jaren zelfs wettelijke mogelijkheden geschapen om kinderen wegens godsdienstige beïnvloeding thuis, aan de ouderlijke macht te onttrekken. Deze laatste maatregel wordt vooral toegepast om niet erkende religieuze groeperingen te bestrijden.

Weer een andere weg wordt gevolgd in Roemenië. Godsdienstonderwijs op de scholen is afgeschaft, maar verder is godsdienstige opvoeding, door de kerken en de ouders, mogelijk. Er wordt ook van overheidswege geen druk op de ouders uitgeoefend, om hun kinderen niet godsdienstig op te voeden. Dit hangt samen met de positie van de orthodoxe kerk, de nationale kerk, waartoe meer dan 80% van de bevolking behoort en die zich vanaf het begin van de communistische heerschappij positief tegenover het regiem heeft opgesteld.

Beide feiten versterken die positie: de grote aanhang, die de kerk onder het volk heeft, maakt het moeilijk, haar aan te vallen en haar loyale houding maakt het onnodig. Daarom probeert de regering niet de kerk op korte termijn te elimineren zoals Albanië, of haar in een dwangbuis te sluiten, zoals Rusland, maar haar een natuurlijke dood te laten sterven, waarbij men zijn hoop vestigt op de combinatie van secularisatie en marxistische schoolopvoeding van de nieuwe generatie.

Kerk of fabriek

Het land is namelijk nog maar kort aan het industrialiseren en de huidige arbeiders in de steden zijn grotendeels voormalige dorpelingen, maar hun kinderen zijn niet meer, zoals zij, in een gesloten dorpsgemeenschap met sterke geloofstradities opgegroeid. Die kinderen zullen, naar de regering verwacht, daardoor sneller en gemakkelijker van de kerk vervreemden. De overheid wil de kerk als een eerbiedwaardig overblijfsel van het verleden beschouwd zien: "Gisteren waren de roemenen christenen, maar nu hebben ze fabrieken". Zo formuleerde laatst iemand het gezichtspunt van de communistische regering, een gezichtspunt, dat ze ook de jeugd wil bijbrengen. In de meeste andere oosteuropese landen is godsdienstonderwijs in de eigen gebouwen van de kerk toegestaan en in enkele mag het ook, buiten de schooltijden, in de schoolgebouwen gegeven worden. De ouders moeten hun kind voor deze godsdienstlessen op school bij het schoolhoofd aanmelden, waarbij dit schoolhoofd probeert, hen van hun voornemen af te brengen. Bovendien zijn de uren, waarop de lessen gegeven mogen worden, gewoonlijk zeer ongunstig en moeten de kinderen vaak naar veraf gelegen schoolgebouwen. Daarom willen zowel de ouders als de kerken van deze mogelijkheid tot godsdienstonderwijs op school liefst zo min mogelijk gebruik makan.

De teugels strakker

De situatie wordt de laatste tijd overal moeilijker, daar in verschillende landen de ideologische teugels strakker worden aangetrokken. Soms is dat het gevolg van politieke gebeurtenissen zoals In Tsjechoslowakije de "praagse lente" van 1968 en in Joegoslavië de nationalistische onlusten van enige jaren geleden. In andere landen b.v. Polen en D.D.R. schijnt men de hervorming van de bevolking in marxistische zin energieker te willen aanpakken. Deze neiging is ook in sterke mate aanwezig bij de partijleidingen. Vorig jaar hebben de partijsecretarissen besloten, de kerkpolitiek in hun landen zoveel mogelijk te coördineren; voor het jeugdbeleid zal men proberen de russische weg te volgen.

De verscherping van het beleid is duidelijk te merken. In Tsjechoslowakije wordt op de scholen het atheïsme met nadruk verkondigd, klassen worden aangemoedigd collectief te besluiten geen godsdienstonderwijs te volgen, kinderen uit christelijke gezinnen wordt het moeilijker gemaakt dan andere om hogere opleidingen te volgen. Dit laatste geldt ook voor de D.D.R.; de laatste tijd gaan leraren zelfs zover, christelijke ouders te waarschuwen, hun kinderen niet naar godsdienstonderwijs en catechisatie te sturen of belijdenis te laten doen, omdat dit de toekomstmogelijkheden van deze kinderen nadelig zou beïnvloeden.

In Polen oefent de staat steeds meer controle uit op het in de kerkelijke ruimten gegeven godsdienstonderwijs en verlangt lijsten met de namen van kinderen die eraan deelnemen. Het r.k. episcopaat beklaagt zich erover, dat het atheïsme in strijd met de wet in het leerplan van de scholen wordt opgenomen.

Kinderziel

In Joegoslavië worden de lerarencorpsen ertoe geïnspireerd, te eisen, dat er een wettelijk verbod zal komen voor "religieus gezinden" om bij het onderwijs werkzaam te zijn. Zelfs Is in het afgelopen jaar in Macedonië, één van de republieken van de Joegoslavische federatie, al een verbod uitgevaardigd om kinderen in de leerplichtige leeftijd godsdienstonderwijs te laten geven. Het belangrijkste argument was, en dat doet tegenwoordig vooral in Tsjechoslowakije opgeld: in de kinderziel wordt verwarring gesticht, als men het kind twee verschillende wereldbeschouwingen bijbrengt. Met dit argument werkt men in Tsjechoslowakije nu alleen nog op het verantwoordelijkheidsgevoel van de ouders, maar het zou niet verwonderlijk zijn, als het in de komende tijd ook hier en in andere oosteuropese landen gebruikt zou worden, om een verbod tot godsdienstonderwijs te motieveren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

Kerkinformatie | 16 Pagina's

Kerk en jeugd in de landen van Oost-Europa

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

Kerkinformatie | 16 Pagina's

PDF Bekijken