Bekijk het origineel

beneden de grote rivieren

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

beneden de grote rivieren

13 minuten leestijd

Wie „150 jaar welstand” van mr, dr. de Vries ter hand neemt en ook metterdaad léést (in dubbel opzicht een kwestie van niet gering gewicht), doet misschien beter om dit artikel meteen maar in de prullemand te gooien (let wel: niét dit gehéle nummer van „Diakonia” s.v.p.).

Het boek werd uitgegeven bij gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de „Maatschappij tot bevordering van welstand, voornamelijk onder landlieden” (bij de Stichting zuidelijk historisch contact — Tilburg 1972).

Je zou kunnen zeggen, dat in dit jubileumboek een stuk diakonaat beschreven staat, zonder hetwelk het protestantisme in Noord-Brabant en Limburg welhaast ondenkbaar geweest zou zijn.

Uit die beschrijving blijkt verder, dat niet zo gemakkelijk gesproken kan worden van „het diakonaat in Zuid-Nederland”. zoals ongeveer de vraag van de redaktie luidde.

De kerkprovincie is uiteraard onder te verdelen in de twee provincies Noord- Brabant en Limburg. Dat Limburg vormt de classis Maastricht; Noord-Brabant is onderverdeeld in drie classes, t.w. Breda, Heusden en Oost-Brabant (niet zo lang geleden ’s-Hertogenbosch en Kindhoven).

Zo de kerkprovincie overziende, denk je echter veel meer in verschillende streken, die niet alleen altijd hun eigen kenmerken hadden en nog hebben, maar die even-zeer een eigen ontwikkeling meemaakten — en in onze dagen in een eigentijdse stroomversnelling terecht zijn gekomen, die er bepaald niet om liegt.

Het uiterste Zuiden

Reist u mee naar Zuid-Limburg? Natuurlijk las en hoorde u al veel eerder over de mijnsluitingen daar. Wat het voor zéér velen in wèrkelijkheid betekent, daarvan hebben anderen, die er niet bij betrokken zijn, eenvoudig geen weet. Volwassenen, jongeren en gezinnen ervaren er momenteel de schok van hun leven.

Voor buitenstaanders speelt het zich allemaal (om in termen van het mijnbedrijf te spreken) „ondergronds” af. In aan oog, oor en beoordeling onttrokken duistere (economische) „gangen”. Het proces voltrekt zich over de vele betrokkenen en tegelijk zonder hen. Al zijn ze er wèl en heel duidelijk ook de slachtoffers van. In weerwil van planning, voorzieningen en garanties. De meesten van hen kunnen en mogen niet achter „de poort” kijken, waar de besluiten vallen. Men voelt zich weerloos overgeleverd aan een nu eenmaal ingezette ontwikkeling. Anderen be-slissen over wat economisch nuttig, nodig en haalbaar is.

Intussen spelen zich drama’s af in mensenharten en in gezinnen. Geplande ver-vangende werkgelegenheid schiet schromelijk tekort. De aanpassing wordt gemist. Instellingen verhuizen naar het Zuiden en brengen voor een deel „eigen mensen” mee. Gevolg is o.m., dat de woningbouw voor hoge flats zorgt, die het landschap pelijk uitzicht komen bederven. Nieuwe wegen ontsluiten het gebied, maar maken op hun wijze landschap en stilte kapot. De duizenden brom- en autotoeristen — denk alleen al aan Valkenburg — zullen daar de minste last van hebben.

Door deze korte schets zal toch duidelijk zijn, dat het samenlevingskarakter danig verandert. En dat naast de voordelen lang niet iedereen zich daarbij gelukkig voelt. Zéker niet degenen, die de mijnpoort noodgedwongen achter zich moesten sluiten en gedoemd zijn om de rol van toeschouwers te vervullen.

De Westhoek van Brabant

Rijdt u mee naar het andere uiterste van de kerkprovincie? Stap in, voor de Westhoek van Noord-Brabant. U herinnert zich de naam zeker nog uit uw tijd van de schoolbanken. Over de autowegen is het vanuit het Zuiden zo’n 200 km. Door België iets korter, maar niet sneller. Bovendien heb je daar als kerkelijk medewerker weinig te zoeken. Ofschoon een bezoek aan onze protestantse buren een zinvol reisdoel onderweg kan betekenen. Zoals bijv. „Ons Kinderhuis’’ in Genk en de evangelist met zijn gezin in Tielt, al ligt dat heel wat westelijker.

Het hart van Brabant

We rijden door Eindhoven, waar de gloeilamp (met de rest) betekent, wat in Born de variomatic is. Weinigen van de velen, die uit de mijn kwamen, voelden echter voor de lopende band daar, zodat veel buitenlandse werknemers er het werk doen. Daarover kan je natuurlijk een schamper en eenzijdig verhaal schrijven, zoals „Jeugdwerk Nu” van de Ned. Jeugdgemeenschap, dat enkele maanden geleden in een apart aan Eindhoven besteed nummer deed (zie no. 18 van 10 oktober 1973). „Ons I.ieve Heer bleef niet buiten schot, tot op de omslagtekening toe zelfs. Maar wie en wat is er mee gediend? Bewustwording moet toch langs een andere weg gestimuleerd worden! Zó te schrijven zou bovendien wel eens het tegendeel kunnen bewerken, lijkt me.

De verhoudingen

Zo komen we — bij het passeren van een aantal „kerkdorpen” buiten de hoofdbaan — samen te praten over de rol van het Rooms-Katholicisme in het Zuiden. Vroeger: algemeen aanvaard als dogma en in de praktijk. Nu: bij velen in dié vorm afgewezen, om niet te zeggen verdacht. Men voelt zich bevrijd van druk en dwang. De Kerk is niet meer „de poort naar de hemel” en „meneer pastoor” niet langer bemiddelaar en uitdeler van genade; Maria heeft voor een goed deel als middelares aan waarde ingeboet. De vraag, die zich opdringt, is wel belangrijk: wat blijft over van geloofsinhoud en geloofsbeleving? En blijkt niet ook steeds duidelijker, dat de officiële kerkleer, die van „Rome” komt, in wezen niet veranderd is? Welnu, dat ervaar je — de R.K. kerken binnenlopend, plaatselijke en regionale blaadjes en bladen lezend, sprekend met buurtgenoten, die zich bij het oude houden — naast het onmiskenbaar aan de gang zijnde veranderingsproces evenééns.

Voorzichtig mag je toch wèl constateren, dat er naar reformatorische opvatting de laatste jaren veel veranderd is ten goede. Plaatselijk en regionaal kwamen vaak oecumenische gesprekken en ontmoetingen op gang, waaraan tot voor kort eenvou-dig niet te denken viel. Ook provinciaal, zo u wilt „op hoger niveau”, is er regel-matig en welgemeend beraad en contact.

En dat zegt toch wel iets in provincies, waar de Protestanten leven en werken te-midden van en behoren tot een bevolking van dorp of stad, die in overgrote meer-derheid R.K. is. Een groeiend aantal Rooms-Katholieken weliswaar, dat niet meer praktiseert, doch als R.K nominatief te boek blijft staan. Waarvan weer anderen proberen het moeizame proces van verandering te volgen en te beleven. Dat deel van de bevolking, dat „zonder godsdienst” vermeld komt te staan, groeit door de geschetste veranderingen van opvatting en praktijk eveneens; de nieuw-inkomen- den (door mijnsluitingen, industrialisering, nieuwe bedrijfsvestiging, enz.) zijn daarvoor uiteraard mede-verantwoordelijk.

Veranderingen

We naderen de Westhoek (globaal tussen Breda, Bergen op Zoom, Willemstad en Moerdijk) met zijn geheel andere problemen dan in Zuid-Kimburg. Met het overeenkomstige resultaat overigens, dat ook hier mensen de dupe (dreigen te) worden van veranderingen in sociaal en economisch opzicht.

De verschrikkelijke watersnoodramp in 1953 heeft de vragen en problemen ook in dit gebied eerst goed naar boven gebracht. Er móest iets gebeuren om herhaling van zo’n ramp te voorkomen. Het Deltaplan werd geboren. Voor het Westen van Noord- Brabant kwam in dit kader meer aandacht.

De Kerk liet geen verstek gaan en stelde de Commissie voor Deltazaken vanwege de Hervormde Kerk in. Om langs die weg uitdrukking te geven aan haar mede-verantwoordelijkheid voor de mensen in dit gebied in en na hun rampsituatie, in de toekomst ook. Drs. W. Echholtz schreef „Aan de rand van de randstad” (ondertitel: „De Noord-Westhoek van Brabant, een agrarisch grensgebied op weg naar een andere toekomst”. De laatste jaren werd vanuit een interkerkelijk deltaberaad (uitgave Boekencentrum N.V., ’s-Gravenhage, 1902) door genoemde commissie gewerkt aan de bewustwording van de bevolking als het gaat om veranderingen, ook hiér, op sociaal en economisch terrein: Oosterschelde open of dicht, de Shcll-vcstiging hij Moerdijk, industrialisering elders, een vliegveld bij Steenbergen, autowegen door het gebied, de bevolking van landbouw naar andere (pendel)arbeid, scholing en toekomst van de jongeren in die veranderingen.

De kerkprovincie is door de Deltacommissie bij de doelstelling van de interprovin-ciale commissie ingeschakeld. De afgelopen periode streefde men naar de tot standkoming van zgn, delta-denkgroepen. Na een delta-congres in Dordrecht (april 1974) wordt nu nagegaan, hoe de werkwijze voor het komende jaar zal zijn.

Traag contact

De verhouding met de R.K. Kerk in het Westen van Noord-Brabant is wat afstandelijk en traditioneel. Daar tussendoor lopen oecumenische verbanden, veelal plaatselijk bepaald. Van de verschuivingen op R.K. erf, zoals we over Limburg aanduidden, is minder merkbaar, ook omdat in enkele plaatsen de Protestantse bevolking uit godsdienstige overwegingen die afstand bewaart. Maar die veranderingen zullen er toch ook wel een rol spelen.

De aandacht valt ook wat dit betreft nu eenmaal sterk op de Rooms-Katholieke verhoudingen binnenkamers in Limburg, die — zij het ook in veel wijder verband — de laatste tijd opnieuw verwoord kunnen worden door de „begrippen” Gijsen (bisschop van Roermond) — htp (= hogere school voor theologie en pastoraat te Heerlen) — seminarie (bedoeld wordt: Rolduc. Kerkrade).

Zorg

Dat we als Protestanten met deze ontwikkeling, zeg maar spanning, léven, is te veel gezegd. Dat velen daarin mééleven, is wèl waar. Zich bezorgd afvragend, waartoe deze R.K. tegenstellingen uiteindelijk zullen leiden. Want ook in déze situatie moeten mensen leven en werken, waarbij ze aan die spanningen kapot dreigen te gaan. En wat betekenen besluiten, die tenslotte toch èrgens genomen zullen moeten worden; waar zullen ze toe leiden in een hiërarchisch opgebouwde kerkorganisatie, waar de paus in Rome tegen veler verwachting in blijk geeft, niet van koers en inzicht veranderd te zijn?!

Onder ons, als reformatorische christenen, zou meer en meer het medeleven con-creet gestalte moeten krijgen, bijv, in oecumenische gespreksgroepen, die de ontwikkelingen inhoudelijk aan de orde stellen. Te weinig komt onze belangstelling tot uiting, als we bedenken, dat juist het ambt der gelovigen ons innerlijk ook hiértoe zou moeten dringen. Een heilige ijver zou ons moeten bezielen om onze R.K. broeders en zusters ter zijde te staan in gebed, gesprek en omgang. Wat in dit opzicht wèl gebeurt, komt te weinig aan in de gemeente en bij de gemeenteleden als zodanig. Terwijl je in de verander(en)de R.K. opvattingen toch veel herkent van wat wij als mensen van de reformatie geloven.

Naar elkaar

Wanneer we nu terugrijden door het Land van Heusden en Altena dan zijn we in een streek, waar „het geloof der vaderen” ons tegenkomt in „het woord van Ge-schrift en Belijdenis” en in het stoere psalmgezang vóór de tijd van rythme en ver-taling.

Het gesprek over Rome en reformatie, over het diakonaat en over onze verantwoordelijkheid voor de derde wereld verloopt daar anders, zult u begrijpen. Minder genuanceerd, noemen we dat tegenwoordig. Maar daarachter schuilen een diep geloof, een vasthoudendheid en een traditie, waarmee echter niet iedereen weg weet. Wederzijds liggen er vragen, die — zolang ze gehoord en beantwoord worden in respect voor elkaar — kunnen doen vermoeden, dat het alles tesamen temidden van menselijke tegenstellingen en gebrokenheid een aspect is van wal Christus bedoelde, toen Hij bad „opdat zij allen één zijn”.

Samenwerking

Hier en daar is er in de gemeente goede samenwerking met onze geloofsgenoten in de Gereformeerde Kerken. Soms heeft men er in de praktijk en op schrift een bepaalde vorm aan gegeven. Lang niet overal zijn er die mogelijkheden, om de eenvoudige reden, dat men niet zo ver is of gaan wil.

De deur, die we samen moeten passeren, zou minder moeten piepen dan hij nu soms doet. Met andere woorden: alles aan „het grondvlak” overlaten, toenadering en samenwerking daar toejuichen en maar zien wat er van komt, is niet zonder meer zo’n ideale situatie als men wel eens doet voorkomen. Ik heb de indruk, dat op sommige deuren wel degelijk nieuwe deurknoppen en nieuwe scharnieren aange-bracht en bepaalde sloten verwijderd moeten worden, wil er sprake zijn en blijven van „samen op weg”. En waar is de plaats van de jòngeren in deze wat ondoor-zichtige verhoudingen? Ook weer: bij de discussies en besluiten, die ook op dit punt in synodes, classes en provincies gehouden en genomen worden? Deze vragen van hervormde-gereformeerde samenwerking houden ons in het zuiden meer bezig dan elders (of is dat toch niet waar?), omdat we speciaal daar immers zo op elkaar aangewezen zijn. Dit alles overigens afgedacht van de Geest, die ons allen ook hierin zou moeten (kunnen) bezielen en leiden en die wij als mensen van hervormde en gereformeerde huize door onze èigen vasthoudend- en onduidelijkheden helaas maar al te vaak voor de voeten lopen.

Diakonale verantwoordelijkheden

U zult zich langzamerhand misschien gaan afvragen: wal hebben wij tijdens deze zit en in dit verhaal nu eigenlijk over het diakonaat in deze zuidelijke kerkprovincie gezien en gehoord? Het wóórd kwam er immers nauwelijks in voor. En we reden toch maar naar een paar streken. In de „grote steden”, met hun kerkelijke proble-men, stapten we niet af. Terwijl we b.v. Noord-Limburg. Oost-Brabant en de Langstraat helemaal lieten liggen. Voor de kerkprovincie als zodanig hadden we nauwelijks aandacht.

Bedenkt u dan, dat het gehéél uit z’n delen bestaat. Daarom dacht ik, dat zit en praatje — want méér was het niet — toch zinvol waren geweest.

U zult ongetwijfeld gemerkt hebben, dat de kerk — wil zij een bijdrage leveren in de streeksgewijs aan de orde zijnde ontwikkelingen en mensen en jongeren in hun persoonlijke en gemeenschappelijke situatie daarbij steunen — nauw bij die samen-leving betrokken is.

We zijn doende om ook met de diakenen over hun verantwoordelijkheid en hun taak in eigen plaats en regio — in de niet snel wijzigende situaties — te spreken. Meer en duidelijker wordt ons de vraag gesteld: wat is nu het werk van de diakonie?

Op zo’n vraag geef je niet zo-maar antwoord natuurlijk. En dan nòg: het antwoord moet van diakenen en gemeenteleden zèlf komen! We leveren een bijdrage in de gesprekken, zoeken mee naar wat nodig is, stellen ons voor om in het nieuwe winterseizoen in heel wat gemeenten — na de eerste reeds gehouden besprekingen — meer doelgericht met elkaar boven tafel gehaalde zaken aan de orde te stellen.

We denken aan ontmoetingen met enkele diakonieën tesamen, waarvoor een streek- verband waarschijnlijk weer te wijd en te ver is. Om ook van daaruit samen verder te komen.

De financiën voor ons provinciale diakonale werk moeten duidelijk aan de orde komen, willen we in de naaste toekomst zinnig bezig blijven zijn.

Dat in grote trekken voor wat òns provinciale deel betreft

Tenslotte

Om niet de schijn te wekken, dat dit laatste het voornaamste zou zijn, eindig ik graag met vast te stellen, dat vélen in de protestantse gemeenten zich inspannen om gestalte te geven aan dat, wat zij vanuit het Evangelie in eigen plaats, regio en situatie als hun opdracht beschouwen!

Gemeenteleden en ambtsdragers, dus ook diakenen, zoeken zo het Woord van hun Heer te verstaan en daar concrete vormen aan te geven in gezin, gemeente en samenleving.

Het gaat vaak met veel teleurstelling en menselijk tekort gepaard. Juist als men zich bewust is van de problemen en de vragen, waarvoor men staat. Binnen èn bui-ten de Kerk.

Verhoudingsgewijs moet het werk in onze provincies bovendien met maar een handje-vol mensen verricht worden. Van de in sommige gebieden nieuw inkomenden voelt zich helaas maar een klein deel thuis in de Kerk. Laat staan, dat men zich geroepen voelt om het werk samen mee aan te pakken.

Tòch liggen er met wat fantasie en wat durf ook weer onvermoede krachten en mogelijkheden in zulke op zichzelf moeilijke situaties.

De toekomst tegemoet

We gaan voort onze taak te doen, gelovend, dat in wezen niet één situatie uitzichtloos is, ook al moet hier en daar menselijke arbeid ingeperkt en zelfs afgebroken worden.

Omdat we mogen geloven in de door God beloofde Toekomst en daarmee hier en nu mogen leven en werken!

Het is één van de meest wezenlijke aspecten van het diakonaat!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

Diakonia | 44 Pagina's

beneden de grote rivieren

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken