Bekijk het origineel

kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

kroniek

13 minuten leestijd

Wat moet een diaken eigenlijk doen?

Ken vreemde vraag in een kerkelijke organisatie waarbinnen al eeuwen diakenen bezig zijn … Ook zelfs een gekke vraag voor wie zich alleen tot de nieuwere tijd wil beperken. Wat een conferenties en vergaderingen zijn er over dit onderwerp al niet geweest, hoeveel brochures verschenen er niet? Toch duikt zo’n vraag telkens weer op en we herhalen haar zonder blikken of blozen in de eenenveertigste jaargang van dit blad.

Ach, u weet allemaal hoe het gaat, hoe iemand tot diaken gekozen wordt en … hoe hij het dan zelf maar moet uitzoeken. Je wordt tenslotte niet als diaken geboren!

In de loop der jaren heb ik deze vraag en soortgelijke vragen in allerlei steden en dorpen horen stellen. Soms met een klank van berusting erin, soms met enige wrevel.

Het blijkt namelijk dat al onze landelijke en provinciale woorden en geschriften, hoe duidelijk en voortreffelijk soms, ergens net tekort schieten. Ook tekort moeten schieten, n.l. daar waar de plaatselijke situatie (d.w.z. het plaatselijk werk met z’n behoeften en mogelijkheden) in het geding komt. Handreikingen, suggesties en ideeën die landelijk of provinciaal ontstaan zullen daar voor de eigen situatie pasklaar gemaakt moeten worden. Iedere diakonale publicatie of bij-eenkomst — ook vrijwel iedere aflevering van dit blad — kan daartoe wel een bijdrage leveren. Zo wees ik in dit verband nog onlangs (Diakonia, maart 1974, pag, 100/101) op een heel praktische publicatie van o.a. de P.D.C. van Gelderland. Dat is materiaal waar u plaatselijk mee verder kunt.

Verschillende diakonieën doen hun best op eigen manier een soort plaatselijke wegwijzer te maken. Ik heb al vaker voorbeelden genoemd. Recent is de proeve van een handleiding van de diakonie van Voorburg. Uitvoerig heb ik daarover verteld in Diakonia (1973, pag. 166–174).

Intussen hebben de Voorburgse diakenen niet stilgezeten. Vragen en suggesties van binnen en buiten het college zijn verwerkt en zo kwam tot stand hun handleiding voor diakenen. M.i. een uitstekend stuk werk. In korte hoofdstukjes is puntig uiteengezet wal deze gemeente voor haar diakenen als taak ziet en hoe de organisatie daar is.

Indien er andere diakonieën zijn, die ook met iets dergelijks bezig zijn of er de be-hoefte aan voelen, dan kunt u best een exemplaar in Voorburg krijgen. Adres: Diakonie Hervormde Gemeente, Parkweg 20b te Voorburg, tel. 070-86.07.37. (Als u toch schrijft, zou ik zeggen: doe er een paar postzegels bij voor de onkosten.)

Nog één opmerking. Voorburg maakte deze handleiding voor de eigen diakenen. Bij u liggen waarschijnlijk de problemen weer wat anders. Dan zal ook uw taak anders zijn. Maar we kunnen wel van elkaar leren, elkaar helpen. Dat is dan ook de bedoeling van dit bericht.

P.S. De redaktie van dit blad is natuurlijk steeds geïnteresseerd in het werk van andere diakonieën. We maken er zo nu en dan graag melding van.

De „joint” officieel van start

Eind vorig jaar hebben vijl landelijke organisaties voor maatschappelijke dienstverlening — waaronder de G.D.R. — hun ondersteunende aktiviteiten voor het maatschappelijk werk samengebracht binnen één landelijke organisatie voor maatschappelijke dienstverlening. (Joint, junta, samenbundeling van krachten.)

Op 16 mei is deze joint officieel geopend namens de minister van C.R.M., terwijl drs. H. G. Ras, de nieuwe directeur, een overzicht gaf van werkwijze en plannen.

Wat er, vooral ook levensbeschouwelijk, in deze sector in enkele jaren is veranderd, blijkt uit de volgende getallen. Terwijl door schaalvergroting en algemenisering het aantal maatschappelijk werk-instellingen in Nederland daalde van 500 tot 300, steeg in dezelfde periode het aantal beroepskrachten van 1380 tot 1600. Er is te zijner tijd stellig in dit blad nog wel eens de gelegenheid wat dieper op deze zaken in te gaan.

Velen zijn in ieder geval naar het nieuwe bureau geweest om het „open huis” te be-zoeken, de toespraken en de muziek te beluisteren en elkaar te ontmoeten.

De nieuwe joint heeft ook een eigen orgaan, genaamd „Infoos”. Voor inlichtingen: Luybenstraat 19 te ’s-Hertogenbosch.

Nieuw bureau gezinsverzorging

De Centrale Raad voor Gezinsverzorging — waarin ook de G.D.R. participeert en er zijn afdeling gezinsverzorging in onderbracht — is sedert kort op één centraal adres geconcentreerd. Dit nieuwe adres is: Ramstraat 27, Utrecht, tel. 030-51.78.44. De oude bureaus zijn hiermede opgeheven. Post kunt u het beste richten aan: postbus 13020 te Utrecht.

Méér steun voor Amnesty International

Het zal de meeste lezers van dit blad interesseren te vernemen dat het laatste jaar de steun in Nederland voor A.I. sterk is toegenomen. Het aantal leden en donateurs steeg van 8000 (begin 1973) tot 12.000 (begin 1974) en overschreed intussen de 14.000. Deze toename geeft ruimte voor meer aktiviteiten.

Het aantal adoptiegroepen is inmiddels toegenomen tot 165. Een flinke groei, want in 1972 waren het er nog maar 60.

Het vluchtelingen-secretariaat vervult twee aktiviteiten:

a. juridische en sociale begeleiding van individuele vluchtelingen;

b. samenwerking met andere particuliere organisaties.

Als belangrijkste werkzaamheden van het aktie-secretariaat zijn o.a. te noemen: de campagne tegen het martelen, de aktie voor 100.000 gevangenen in Zuid-Vietnam, de Paasgroetaktie van de Hervormde Kerk aan gezinnen van gevangenen in Rusland en de akties ten behoeve van de slachtoffers in Brazilië. Iran en Chili.

Wie meer van de plannen en aktiviteiten wil weten (liever: aan die aktiviteiten wil meewerken). leze het maandelijks informatieblad „Wordt Vervolgd”. Een wrange nochtans eerlijke titel. Het is een publicatie van Λmncsty-Nederland, Roetersstraat 34, Amsterdam.

Vormingsweken voor ouderen

Van 5–10 augustus a.s. organiseert de volkshogeschool Valkenburg een extra vormingsweek voor ouderen, waarbij de aan de orde te stellen onderwerpen betrekking heb ben op de maatschappelijke situatie van ouderen en het verstaan van de wereld om ons heen. De kosten bedragen in totaal ƒ 115,— p.p. en ƒ 210,— voor een echtpaar.

Valkenburg ligt voor velen wel ver weg, maar misschien doe ik enkele lezers toch genoegen met dit bericht. Inlichtingen: Volkshogeschool Valkenburg, postbus 50, Valkenburg (L.), tel. 04406-15353.

Nog meer „over ouderen”

Het is begrijpelijk en goed dat de bejaarde, de ouder-wordende mens, ook in diakonale kring nogal eens onderwerp van gesprek is. De „bejaardenzorg” (zoals we dat vroeger noemden) is niet ten onrechte een diakonale zaak van de eerste orde. En dat moet ook zo blijven.

De „toon” waarop over ouderen wordt ge sproken is in de loop der jaren wel ver-anderd. I erecht wordt niet zelden geconstateerd dat aan veel zorg van vroeger (en ook nog wel aan die van nu) zorgelijke kanten zitten. Er wordt heel wat betutteld, zij het vaak met de beste bedoelingen. Dat er thans in dit opzicht van een frisse tegenwind kan worden gesproken, zal u en mij zeer verheugen. 1 och moet ook met die tegenwind voorzichtig worden omgesprongen. Want ook hier kan het gevaar dreigen dat we — nu dan op wetenschappelijke basis — toch van 65-plusscrs opnieuw „gevallen” maken, objecten van onderzoek, statistiekmateriaal, stem-vee eventueel. En zulke dingen komen dan soms toch weer over als: „Opa, u bent niet oud, u bent een gewoon mens. U moet niet over u heen laten lopen …”

Mevrouw Jansen-Smit schreef naar aanleiding van een gesprek met een oudere heer: „Ach, houdt toch op met at die flauwekul wanneer je oud wordt, hen je nog geen sul! zorg voor de medemens kan ik waarderen, maar ’k hen geen onderwerp voor studie, heren.

oud worden is een trage gang tiaar Morgen, ik weet mij veilig hij mijn God geborgen en ondanks leed, vind ik het teven fijn, en weiger ronduit een „probleem” te zijn.”

Waarmee ik maar zeggen wil dat bescheidenheid ons slechts kan sieren.

Buitenlandse werknemers

Het mei-nummer van het maandblad „Wending” is vrijwel geheel gewijd aan de bui-tenlandse arbeiders. Bijdragen o.a. van dr. J. E. van Veen, J. J. Sorber en Jos van Dijk. Het is een uitgave van Boekencentrum. I. osse nrs. ƒ 4,— + verzendkosten.

Geloven-met-het-gezin

Bijna zou ik zeggen: wat een kreet, geloven met het gezin! Want, laten we eerlijk zijn, daar komt over het algemeen weinig (meer) van terecht. Wat betekent vandaag „het gezin” nog? En hoe moet je ook „het geloof daar nog een plaatsje in geven? Gelukkig de lezer die mij niet kan volgen. Ik vrees dat het bij velen anders ligt. Want het gaat niet zo best met onze gezinnen en het gaat niet zo best met het geloof.

Je kunt daar natuurlijk allerlei stromingen, richtingen en -ismen de schuld van geven. Maar dat gaat niet op. Er zit meer achter. Daar mag je best eens een keer van wakker liggen.

Voor de interkerkelijke gezinsweek van dit jaar (20–27 oktober) is dan toch maar het thema „Geloven met het gezin” gekozen. Een hachelijke doch niettemin prijzenswaardige opzet. Aan het gelijknamige gezinsweekboekje dat binnenkort verschijnt werkten hervormde en gereformeerde auteurs mee.

Het zal gaan over

— ouders die voorgaan, kinderen die volgen?

— geloven wij ouders het wel?

— het gebed in het gezin

— gezin, school en kerk

— de massa-communicatie.

De prijs is ƒ 3,95 franco thuis, mits besteld via giro 54.98.35 van de gezinsweekcommissie te Driebergen.

P.D.C.’S bijeen

Zaterdag 8 juni vergaderde opnieuw de G.D.R. met afgevaardigden van de P.D.C.’s. Gesproken werd deze keer over financiële zaken (het fonds voor provinciaal diakonaal werk), over het werkverslag 1972/’73 van de G.D.R. (waarover in het volgende nummer van dit blad meer) en vooral over het onderwerp recreatie, met name van de zgn, kansarme groepen.

We zijn niet klaar met plannen voor bejaarden en gehandicapten die zich aanmelden. We zijn ook niet klaar met een week „fijn uit” als daar ook geen „fijn thuis” bij-komt. Recreatie is meer dan een week van huis zijn. Het vraagt vóór en nazorg. Hel vraagt aandacht voor de achtergronden van dat kansarm-zijn.

Ook kwam de kinderbescherming ter sprake, vooral wat betreft de financiële steun uit de landelijke pot. Door een voorzichtig beheer zijn de financiële mogelijkheden dit jaar toegenomen. Maar als kinderbescherming zich verbreedt tot jeugdwelzijn heeft dat wel (ook financiële) consequenties. Over de zomerconferentie: dat wordt steeds meer een werkconferentie voor diakenen, wat zeer toegejuicht werd.

Het was daar in Amersfoort een plezierige en constructieve vergadering. Vervolg op zaterdag 12 oktober a.s.

Helaas dan zonder drs. B. Cox (Zuid-Holland), die afscheid nam, na ruim 22 jaar op allerlei diakonale niveaus aktief te zijn geweest. Wij zullen zijn kennis, inzicht en inzet missen.

Aan de toeristen onder ons

Het is weer zover. Nadat de ene helft van Nederland de andere helft heeft geëxami-neerd sluiten we de tent en gaan er met z’n allen een poosje tussenuit, met vakantie. Wie het maar enigszins met z’n werk, z’n gezondheid en z’n financiën kan klaren doet voor één of meer weken z’n bureau dicht, het gas af en de deur achter zich op slot. De buren zorgen voor de poes en de planten, letten op de dieven en maaien het gras. Burenhulp lijkt soms beter te functioneren in plezierige dan in moeilijke tijden. Maar misschien is dat wel altijd zo geweest.

Energieschaarste of niet, ongetwijfeld zullen weer heel wat Nederlanders — ik denk wel een paar miljoen — het verder zoeken dan Noordwijk, Lunteren of de Achterhoek. We hebben vooral na de oorlog het buitenland ontdekt en voor velen is een vakantie in eigen land zelfs niet meer voorstelbaar. Er zijn méér kinderen dan u denkt die wel de weg in Barcelona en op Mallorca kennen, maar niet weten waar Grouw, Groet of Giethoorn te vinden is, laat staan hoe mooi het er is.

Dat is natuurlijk allemaal best te verklaren. We hebben nu eenmaal de tijd, de middelen, de mogelijkheden en de centen. Verder heeft de toeristenindustrie ervoor gezorgd dat je soms goedkoper aan de Middellandse zee dan in Limburg kunt vertoeven, met dan ook nog de garantie van goed weer. Bovendien leer je andere landen, andere culturen, andere mensen kennen. Misschien draag jewel bij tot de verbroedering onder de mensen …

Dat laatste wordt wel eens gesuggereerd door reisbureaus. Het zal wel goed bedoeld zijn, maar ik geloof er geen fluit van. Nog een stap verder en toeristische trips naar Kenya, Oeganda, Mozambique en Latijns- Amerika worden ons aangeprezen als een nieuwe vorm van ontwikkelingshulp. Landen „waar u verwelkomd wordt door dan-sers met hun primitieve tam-tams” …

Is het voor een arm land dan niet plezierig toeristen te krijgen met hun dollars, marken en guldens? Natuurlijk wel. Maar laten we niet vergeten dat zeer veel van dit geld — de verdiensten van luchtvaartmaatschappijen, van hotelconcerns enz. — toch weer naar het westen terugvloeit en dat de rest van deze aantrekkelijk schijnende bron van inkomsten voor het land zelf maar een onzekere basis heeft.

Leert een toerist een land kennen en leert dat land de vluchtige bezoekers kennen? Ach nee. De toerist is een westerling en is dat daar ook. Bovendien leeft hij daar luchtiger en luxueuzer en niet zelden onwaarachtiger dan hij thuis gewend is. Hij komt vrijwel alleen in contact met souvenirwinkeliers, met kamermeisjes, met chauffeurs en kelners. Als hij iets van armoede en ellende tegenkomt betekent dat meestal niet meer dan het schieten van een paar plaatjes, een stukje romantiek als herinnering voor later. Ik heb wel eens gedacht dat deze vorm van toerisme de verhouding tussen de volken eerder verslechtert dan verbetert. Dat is misschien overdreven, maar toch … Wij ontmoeten daar niet de bevolking zoals ze werkelijk is. En zij maken kennis met grote groepen mensen uit het westen, die er in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk doorjagen, meer en beter eten en drinken dan normaal, niet op een dollar letten en er in twee weken proberen uit te halen wat ze in die andere vijftig weken tekort kwamen. Waarbij het pijnlijke is dat de sobere en zuinige vakantieganger ook niet gewaardeerd wordt. Geld stinkt daar net zo min als hier.

Nee, ik geloof niet in toerisme met een idieel doel, met een verbroederend element. Ik geloof wel in toerisme als de mogelijkheid er eens een paar dagen of weken helemaal uit te zijn. In een andere sfeer, met andere mensen en los van de doem der dagelijkse dingen. Doe het, met veel plezier. Maak plannen en leef eens anders dan u gewend bent. En denk, wanneer u misschien uw gezonde leden strekt in een zuidelijke zon aan de mensen die dat niet kunnen. En vraag u al hoe dat te veranderen is.

Wie met vakantie gaat, wens ik een heel fijne tijd toe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

Diakonia | 44 Pagina's

kroniek

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1974

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken