Bekijk het origineel

veranderend gezicht van de maatschappelijke dienstverlening

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

veranderend gezicht van de maatschappelijke dienstverlening

5 minuten leestijd

Het is bekend dat in de achter ons liggende jaren een groot aantal instellingen voor maatschappelijke dienstverlening in grotere regionale en meestal algemene organisaties is opgegaan. Dit had zijn natuurlijke consequenties voor de begeleidende organen op provinciaal en landelijk niveau, waarvan de meeste ook in algemene samenwerkingsverbanden zijn opgegaan. Het proces van schaalvergroting en samenwerking kreeg hierdoor in de jaren 1972–73 duidelijk het karakter van afbouw (duidelijker: afbraak) van de organisaties op levensbeschouwelijke grondslag. Wat tien jaar geleden reeds door de g.d.r. werd voorzien, is in een snel tempo realiteit geworden. Al eerder werd gesteld, dat dit niet betekent dat er voor het diakonaat op dit gebied geen taak meer is. Maar die taak is wel grondig veranderd en in bepaalde opzichten ongetwijfeld moeilijker geworden.

Hoe snel de ontwikkeling zich voltrok blijkt uit de volgende getallen:

In vijf jaar verminderde het totaal aantal instellingen voor gezinsverzorging in Nederland van 883 tot 492. terwijl het aantal beroepskrachten steeg van 16.588 tot 26.935. In ongeveer dezelfde periode verminderde (in afgeronde getallen) het aantal instellingen voor algemeen maatschappelijk werk van 500 tot 300. teiwijl het aantal beroepskrachten steeg van 1380 tot 1600.

De g.d.r. heeft dit proces in hervormde kring zoveel mogelijk begeleid, b.v. ook door een brede verspreiding van de brochure over samenwerkingsvragen, ervan uitgaande dat schaalvergroting vooral gericht moet zijn op verbetering van de kwaliteit, verbetering van de bereikbaarheid en verbetering van het „gezicht” van het werk.

Diakonale brugfunctie

Begrijpelijk is dat in de voorlichting herhaaldelijk het begrip al gemeenheid aan de orde kwam. De g.d.r. bedoelt met deze term geen neutraliteit. Bij het ontstaan van algemene instellingen wordt dan ook veelal getracht — onder meer door statutaire bepalingen — tot uitdrukking te brengen dat het de bedoeling is een situatie te scheppen waarbij de levensbeschouwelijke verscheidenheid zowel in de bestuurssamenstelling als in de personeelsbezetting tot zijn recht komt.

In de praktijk zal moeten blijken hoe de zo gecreëerde ruimte wordt gebruikt. Het diakonaat heeft in dezen een brugfunctie, die zich echter eerst goed kan ontwikkelen als er van een tweerichtingsverkeer sprake is op grond van wederzijdse behoefte. Ter stimulering en begeleiding van een en ander beschikt de g.d.r. over een commissie voor gezinsverzorging en een commissie voor maatschappelijk werk.

Landelijke samenwerking

Voor de g.d.r. als landelijk bureau heeft deze ontwikkeling ingrijpende consequenties gehad. Het betekende overdracht van werk, van kennis en van mankracht.

De afdeling gezinsverzorging werkte reeds geruime tijd intensief samen met de landelijke zusterorganen. Uitbouw van deze samenwerking heeft er toe geleid dat alle landelijke organen besloten in 1972 te komen tot één gemeenschappelijke in stelling. Ook de betreffende functionaris van de g.d.r. ging hierbij over naar de Centrale raad voor gezinsverzorging.

Op het terrein van het algemeen maatschappelijk werk is een vergelijkbare ontwikkeling te constateren. Sinds 1969 waren er gesprekken met de zusterorganen, wat in 1971 leidde tot publicatie van een gezamenlijke „intentieverklaring”. Medio 197:5 kwam de Landelijke stichting maatschappelijke dienstverlening tot stand, waarin behalve de g.d.r. en humanitas ook participeren de r.k., de gereformeerde en de vrijzinnig protestantse organisatie. Ook deze fusie betekende de overgang van een g.d.r.-functionaris naar een nieuwe „joint”. (Inmiddels hebt u in het juninummer van dit blad kunnen lezen dat het gemeenschappelijk bureau in mei j.l. officieel geopend werd.).

Het g.d.r. versing geeft in dit verband levens een overzicht van de ontwikkeling op provinciaal niveau. De groeiende samenwerking op uitvoerend vlak heeft ook hier zijn consequenties. De ontwikkeling in de verschillende provincies loopt niet steeds gelijk. Maar wel is overal sprake van een omhouw tot een gemeenschappelijke veelkleurige aan pak.

Samenlevingsopbouw

Al enige jaren is met het ministerie van C.R.M. overleg gaande over de mogclijk heid om, na uitsplitsing van de dienstverleningstaken van de zgn, „samenwerkings-organen”, een aantal overblijvende taken door de overheid erkend, d.w.z. gesubsidieerd te krijgen. Het gaat hierbij om erkenning van een tweede kernfunctie (f2 genaamd) naast de eerste, waarover hierboven werd gesproken.

Tegen het einde van 1973 is de onzekerheid in zoverre weggenomen, dat C.R.M. thans een tweede functie erkent, die de volgende taken inhoudt:

— het mobiliseren van een „thuisfront” voor maatschappelijke dienstverlening en andere vormen van welzijnebehartiging, wat betekent voorlichting, bevordenng van participatie, werving van bestuurders en vrijwilligers;

— het bevorderen van bijdragen uit de hervormde groeperingen aan welzijnsberaad en samenlevingsopbouw;

— het begeleiden en stimuleren van spontane vormen van hulpverlening waar de eigen groep mee bezig is of waaraan in de samenleving behoefte blijkt te be-staan.

Doordat echter een beperking is opgelegd aan het totaal aantal te subsidiëren functionarissen is niet zeker of op langere termijn alle nog bestaande werkzaam-heden gesubsidieerd kunnen blijven. Intussen zijn de hervormde f2-mensen geza-menlijk bezig met de methodische vragen rond deze functie. Het zou te ver voeren daar in dit verband nader op in te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974

Diakonia | 36 Pagina's

veranderend gezicht van de maatschappelijke dienstverlening

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken