Bekijk het origineel

samen aan het werk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

samen aan het werk

9 minuten leestijd

Enkele notities naar aanleiding van een enquête

In het dorp waar ik voor de oorlog woonde, begonnen de gereformeerde en hervormde kerkdiensten allebei om 10.00 uur. Aangezien de twee kerkgebouwen (de ene uit de 19e en de andere uit de 14e eeuw) ver van elkaar lagen, kwamen de kerkgangers elkaar halverwege tegen. Men groette elkaar — zij het minder uitbundig dan op werkdagen — maar daar bleef het bij.

Kerkelijk gezien kwam je niet bij elkaar over de vloer. Daarvoor was er zo’n halve eeuw of langer geleden kennelijk teveel voorgevallen. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Er waren zelfs gezinnen waar ook door de week bij het boodschappen doen de kerkelijke gezindte een duidelijke rol speelde. Vooral de gereformeerden gaven blijk van een sterke onderlinge verbondenheid. Maar voor beide groepen gold toch wel de ge dachte dat je beter naar een roomse of lutherse bakker kon gaan dan naar een … (vult i zelf maar in).

Nog moeilijker lag hct cen paar dorpen verderop. Daar kon je de verschillen ook merken in de kranten die men las, de scholen die men bezocht, de harmonie of schaakclub waarin men speelde. Daar „geloofde” men ook verschillend, daar stemde men verschillend, daar werd ook de dag des Heren op duidelijk onderscheiden wijze gevierd c.q. doorgebracht. Daar waren ook sociologisch gezien duidelijke verschillen. Daar was men anders dan de ander.

En eigenlijk vond men het ook wel goed zo.

„Anders” is anders geworden

De tweede wereldoorlog heeft ongetwijfeld een grote rol gespeeld in de veranderde situatie. Niet alleen gingen veel vanzelfsprekendheden en zelfgenoegzaamheden verloren, er groeide ook meer begrip voor elkaar. Hier en daar zelfs sympathie. Men bleek niet „zo an ders” te zijn (of misschien niet meer, laten we eerlijk zijn) dan gedacht werd en velen gingen de gescheidenheid als on nodig, als verkeerd, zelfs als zondig zien.

Hoe moet je nu „reformed” in het Ne derlands vertalen, vroeg men zich bovendien in het buitenland af. En wanneer je die verschillen probeerde duidelijk te maken, voelde je je als cen markt verkoper die de ene citroen prijst boven de andere.

Er bleken hervormden te zijn, die — hoe bestaat het — hetzelfde „geloofden” als hun gereformeerde buren, er bleken ge reformeerden te zijn, die sterk „hervormd” dachten (als u begrijpt wat ik be doel). DE toenadering groeide enkele ja ren geleden heel snel — ook onder invloed van het oecumenisch denken. Men ging elkaar beter leren kennen, men ging samen op weg. In 1973 vond zelfs te Utrecht een hervormd-gereformeerde Synode vergadering plaats, Gesproken werd over federatie, over fusie, over integratie. Men ging (en gaat) samen naar de kerk, samen aan het avondmaal en beriep zelfs wederzijds predikanten.

Is er stilstand gekomen in die ontwikkeling? In bepaalde opzichten misschien wel, is sprake van een „op de plaats rust”. Van een terug op de oude linies kan niet meer gesproken worden. Zeker niet in de plaatselijke kerken of gemeenten En daar gaat het in feite om.

Nu op diakonaal terrein

Het is begrijpelijk dat deze tendens ook merkbaar was in het diakonale werk. Hier en daar vond men elkaar als vanzelfsprekend, in andere gemeenten moeilijker of nauwelijks. In de loop van de laatste jaren bereikten de landelijke bureaus van het hervormde en gereformeerde diakonaat dan ook tal vanvragen over de mogelijkheden (en moeilijkheden) van samenwerking.

Wat kunnen, mogen, moeten we samen doen, wat zijn hiervoor de meest ge eigende vormen enz. Duidelijke richtlijnen, „modellen” zeggen we tegenwoordig, bleken er niet te zijn. Om die te maken moet je ook niet achter een Utrechts bureau zitten (dat moet natuurlijk ook wel eens), maar éérst heb je kennis nodig van de plaatselijke situaties en van de omvang en aard van de reeds bestaande vormen van hervormde/gereformeerde samenwerking en van de daar al of niet gebleken problemen. Samenwerking op ambtelijk terrein kan b.v. gevolgen hebben voor de kerkorden.

De gereformeerde en hervormde „toppen” sloegen derhalve de handen ineen (dat was niet moeilijk, dat gebeurde op allerlei terreinen al jarenlang!) en bezochten in eerste instantie vier plaatsen waar sprake bleek van een vergaande vorm van samenwerking. Het waren Kindhoven, Geldrop, Nijmegen (Dukenburgwijk) en Uitgeest.

Op grond van die ervaringen werd een vragenlijst gestuurd aan alle hervormde en gereformeerde diakonieën in den lande. Die brief ging dus aan 2267 adressen, n.l. aan 823 gereformeerde en aan 1444 hervormde diakonieën.

De grenzen van het onderzoek

De eerste vraag van de enquête luidde: „Bestaan in uw gemeente tussen diakenen van de gereformeerde kerk en diakenen van de hervormde kerk zodanige contacten op ambtelijk terrein, dat gesproken kan worden van een reeds bestaande of een zich aankondigende samenwerking?

Op deze vraag kwamen ruim 200 bevestigende antwoorden (laten we zeggen 10%), maar die moesten geverifieerd worden. Kwamen de antwoorden uit dezelfde plaatsen met elkaar overeen? Slechts uit 13 plaatsen kwam een gezamenlijk antwoord. De andere antwoorden moesten gecompleteerd of gecorrigeerd worden. Tenslotte bleven er 95 plaatsen over met hanteerbare gegevens. Niet gevraagd werd naar samenwerking op het gebied van maatschappelijk werk, gezinsverzorging, bejaardentehuizen enz. Wel kwam even ter sprake de samenwerking „op ander terrein”. In vrijwel alle van de 95 plaatsen bleek ook samenwerking op ander kerkelijk gebied: gemeenschappelijke kerkdiensten (81), kanselruil (74), gezamenlijke kerkeraadsvergadering (59), gemeenschappelijk gebruik kerk (58). gezamenlijk jeugdwerk (37).


Het proces van toenadering tussen hervormden en gereformeerden is op gang en niet meer tegen te houden. Wij zijn samen op weg, met struikelen, vallen en opstaan. Maar voor teleurstelling, geprikkeldheid, defaitisme is geen reilen … En onze verlegenheden zijn Gods gelegenheden.

Jörg


Samenvattend bleek dat in ongeveer 550 plaatsen sprake is van de een of andere vorm van hervormd-gereformeerde samenwerking in welke uitgesproken of vage vorm dan ook.

Wáár wordt diakonaal samengewerkt

Wanneer wij ons dus verder beperken tot de al eerder genoemde hanteerbaar gemaakte antwoorden uit 95 gemeenten, blijken deze plaatsen te liggen in de volgende provincies: Groningen (in 2 gemeenten). Friesland (14), Drenthe (3). Overijssel (7), Gelderland (10), Utrecht (7), Noord-Holland (15), Zuid-Holland (26). Zeeland (5). Noord-Brabant/Limburg (6).

Anders gerangschikt geven de reakties het volgende beeld:

— in 60% is van samenwerking sprake in de zin van incidentele contacten/samenwerking en regelmatig overleg;

— in 40% is van samenwerking sprake op een aantal of op allerlei terreinen (Hiervan zijn er acht die op alle terreinen alles samendoen.)

Overigens is in veel gevallen de samenwerking breder. Met de r.k.-kerk (35x), met doopsgezinden en luthersen (4), met de N.P.B. (3), enz.

Op welke terreinen?

Gevraagd is ook op welke terreinen men diakonaal samenwerkte. Hierop kwamen de volgende antwoorden:

— diakonaal huisbezoek 6

— aktivering gemeente-diakonaat 17

— jongeren-diakonaat 7

— bezoek aan zieken en bejaarden 31

— overige vormen van bejaardenwerk 68

— werelddiakonaat 28

— kinderbescherming 9

— gehandicaptenwerk 20

— recreatiewerk 25

— buitenlandse werknemers 13

— materiële hulpverlening 12

— bemiddeling sociale voorzieningen (ABW) 12

— collecten in de eredienst 53

— andere inzamelingen 46

In 48 gemeenten zijn hiervoor organisatorische voorzieningen getroffen. Dat betreft dan de volgende gebieden:

— gemeenschappelijke vergaderingen van diakonieën 48

— gemeenschappelijke collecte-administratie 6

— gemeenschappelijke kas 5

— gezamenlijk adres 7

— gezamenlijke diakonie 6

— gastlidmaatschap van hervormde diakenen in gereformeerde diakonie 3

— gastlidmaatschap van gereformeerde diakenen in hervormd college van diakenen 4

— federatief verband van kerkeraden 8

(Hierbij zijn verscheidene gemeenten, die meer dan 1 punt hebben genoemd).

Moeilijkheden vallen mee

Natuurlijk doen zich bij wat verdergaande samenwerking vragen voor. Zijn die van kerkordelijke aard? In slechts 10 gevallen (dus nog geen 10%) wel. Het betreft dan ambt en ambtsbediening, beheer en toezicht, het indienen van de begroting, handelingsbevoegdheid diakonie of bediening van het avondmaal.

Een paar kanttekeningen

Wie dit verhaal tot dusverre heeft gevolgd, zal niet tot opzienbarende conclusies komen. Wáár van samenwerking gesproken kan worden blijkt deze merendeels ten dele te zijn. Het zijn incidentele contacten of bepaalde vormen van overleg. Het samen doen komt maar betrekkelijk weinig voor. Slechts in 8 gevallen is van volledige samenwerking sprake; slechts in 13 gevallen werden de vragen gezamenlijk beantwoord. Kerkordelijke struikelblokken vallen echter mee.

De enquête heeft geen antwoord gegeven op diepergaande vragen. Gaat b.v. van diakonale samenwerking invloed uit op samenwerking op andere terreinen? Zijn er gemeenten waarmee op andere terreinen wordt samengewerkt maar niet op dit? Is er bij de negatieve antwoorden wel samenwerking met andere kerken of groepen? Zijn er plaatsen waar duidelijke pogingen werden gedaan die echter mislukten? Enz.

Mogelijk wreekt zich hier het feit dat dit onderzoek een wat eenzijdige opzet had. Het beperkte zich tot het diakonaat en dan nog met een streep onder het adjectief „ambtelijk”. Bovendien speelt niet alleen de interpretatie van de vragen een rol, ook die van de antwoorden. Concreet een voorzichtig eerste overleg in de gemeente A kan van veel groter betekenis zijn dan een uit de nood geboren zeer vergaande samenwerking in de gemeente B. Samenwerking wordt nu eenmaal gemakkelijker uit de nood geboren dan uit de overvloed.

De samenstellers van het rapport komen tenslotte tot een aantal voorstelien. Ik noem ervan: publicatie van de voorlopige resultaten (wat hierbij geschiedt), nader beraad van de provinciale organen, regionale conferenties over de hervormd-gereformeerde samenwerking, verder onderzoek naar de gebleven vragen, afstemming op elkaar van de jaarlijkse advieslijsten en overleg over collectedata.

Ik gaf u een wat uitvoerig verslag. Zij die aan de enquête deelnamen hebben daar recht op. Ook anderen zal het interesseren hoe de stand van zaken is. Méér wil het onderzoek ook niet geven: een peiling van de situatie op dit ogenblik.

Wie het resultaat dan nòg mager vindt, bedenke dat het er vooral om gaat hoe hervormden en gereformeerden (en ook anderen natuurlijk!) met elkaar omgaan in het gewone dagelijkse leven. Hoe ze als christen functioneren in het leven van alle dag. I)aar komt geen diakonie aan te pas …!

Of misschien toch wèl? Maar daar geven enquêtes geen antwoord op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974

Diakonia | 36 Pagina's

samen aan het werk

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken