Bekijk het origineel

Agrarische Evangelisatie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Agrarische Evangelisatie

4 minuten leestijd

Wat een combinatie!?

Wat bedoelt Atze van den Broek – landbouwkundige, uitgezonden door de zending en werkend in dienst van de Presbyteriaanse kerk in Ghana – als hij zo’n titel boven zijn werkrapport zet?

Evangeliseren èn landbouwkundige hulp bieden – het is in ieder geval een combinatie van bezigheden die gevaarlijk kan zijn – dat constateert Van den Broek ook en hij voegt er aan toe dat de christenen in Tamale – de plaats in Noord-Ghana waar hij werkt – het ook vaak niet goed begrijpen. Gaat het nu om verbetering van de landbouw of om de verkondiging van het Evangelie? Of is dat een onjuiste tegenstelling? Is het niet haast onvermijdelijk om toch in de practijk het accent òf op het één òf op het ander te leggen?

Landbouwverbetering, hongerbestrijding – het is een goed werk, maar is het zending? Hoe vaak wordt die vraag ook niet bij ons gesteld?

Van den Broek vertelt een verhaal: Een paar eeuwen geleden, zo omstreeks 1665, was er een levendige handel gaande vanuit Europa op o.a. Ghana. Handelsvloten – o.a. die van de Oost-Indische Compagnie – werden door oorlogsschepen beschermd. En zo kwam ook admiraal Michiel de Ruyter meer dan eens op de kust van Ghana. Hij logeerde in het nu nog bestaande kasteel „Elmina”. Een mooi schilderij van onze beroemde zeeheld hangt daar nog steeds. Het schijnt dat De Ruyter zich interesseerde voor de Afrikanen. Zo was er een jonge Ghanees onder zijn bedienden, die Jan Kompan genoemd werd. De Ruyter was blijkbaar op hem gesteld, hij schrijft over hem in zijn journaal. Jan Kompan werd christen – één van de allereerste Ghanese christenen. Wanneer De Ruyter na een paar jaar weer eens in Ghana komt, gaat hij Jan Kompan opzoeken in zijn dorp, waar hij chief geworden is. Heel wijs en voorzichtig schrijft hij in zijn journaal:

„Jan Kompan verstaat de kunst het christen-zijn te combineren met het drinken van alcohol.”

Wij vragen ons nu – zoveel eeuwen later – ook wel eens af: hoe hebben de Europeanen uit die tijd hun christen-zijn kunnen combineren met de slavenhandel?

Soldaten en handelaren uit het christelijke Europa trokken zich van de Ghanezen over het algemeen niets aan. Een Franse protestantse handelaar schreef eens: „Voor de Nederlanders en alle andere Europeanen op de Ghanese kust is geld verdienen het enige doel – het zieleheil van de Afrikanen interesseert hen niet. Door hun losbandige leven stoten zij de Ghanezen eerder af en versterken hen in hun heidense en soms wrede practijken. Dit moet ik tot schande van de christenheid zeggen.”

En een paar eeuwen later in Bangkok (Wereldzendingsvergadering) zegt men: „De Kerk moet het Evangelie aan allen verkondigen. Maar als de christenen daarbij niet tegelijk levende illustraties zijn van wat de Kerk leert, dan wordt de verkondiging ongeloofwaardig, dan staat de Kerk het Evangelie in de weg.”

„Een christelijke gemeente die op zichzelf gericht is sabotteert de reddende liefde van God voor het dorp of de stad waar die gemeente woont. Een christelijke gemeente die zich inzet voor zijn omgeving, die solidair is met de lijdenden, de armen, de in nood verkerenden is een instrument in Gods hand.”

Het Evangelie verkondigen èn in practijk brengen t.o.v. de omgeving: het één kan niet zonder het ander. Dàt ervaart ook de kerk in Ghana; dat ervaart ook de familie Van den Broek. Daarom – in zijn geval – aandacht, veel werk en veel tijd voor de landbouwvoorlichting:

– het verhandelen van de producten

– vele kilometers rijden om mensen in hun afgelegen dorpjes te bezoeken en te helpen

– praten met mensen over hun tuinen en over God, Heer van hemel èn van aarde

– technisch landbouwkundig goed bijblijven, opdat werkelijk deskundig geadviseerd kan worden.

En dan gaan de dingen leven in de kleine dorpjes.

Bijvoorbeeld in Kotingli, waar de mensen een waterreservoir bouwden. Ze betaalden dat grotendeels zelf – wat een wonder was. Er ontstond rondom dit werk een sfeer van grote eensgezindheid – wat een nog veel groter wonder was, een „geschenk van God waar we erg dankbaar voor zijn”, zoals ze zelf zeiden. Ze gaan nu samen een kerkje bouwen.

Of in Chanshegu, waar 13 families in grote armoede wonen. Elke week een kerkdienst en daarna praten met àlle dorpsbewoners om er achter te komen met welke moeilijkheden zij van dag tot dag zitten. En dan helpen – zo goed en zoveel mogelijk.

Verkondigen èn leven, vóórleven. Wàt een combinatie!

Wàt een uitdaging voor de gemeente van Jezus Christus in Ghana èn in Nederland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 20 Pagina's

Agrarische Evangelisatie

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 20 Pagina's

PDF Bekijken