Bekijk het origineel

Zendings Post

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Zendings Post

11 minuten leestijd

Nog eens: Lusaka

„… In mei jl. is in Lusaka in Zambia een conferentie gehouden van de organisatie van de verenigde kerken in heel Afrika, een soort Afrikaanse afdeling van de Wereldraad van Kerken dus. Voor de kerken hier is een dergelijke conferentie van enorm belang, omdat dit de mogelijkheid biedt om mensen van een heel andere cultuur en taal te ontmoeten. Ook al spreekt men samen Frans of Engels (en dat is dan nog altijd de tweede taal, die de kinderen pas op school leren), dan nog zijn er natuurlijk enorme verschillen. Uiteraard bestaat Afrika niet uit twee culturen, maar er zijn er zoveel als er stammen zijn. Het was de derde keer dat deze conferentie bijeen kwam en één van de belangrijkste vragen, die werd gesteld, was die naar de aanwezigheid van blanke zendelingen, kerkelijke medewerkers en anderen. Je kunt je er niet zomaar van af maken door te zeggen dat het ons niet aangaat. Er zijn nog veel kerken waar de leiding voor het grootste deel in handen is van blanken en dat heeft natuurlijk wel een grote invloed op de ontwikkeling van een dergelijke kerk. De Rooms-Katholieke kerk in Foumban is hier een voorbeeld van. Er zitten hier twee blanke priesters en ook zusters, terwijl er nog geen inheemse geestelijkheid is. In andere delen van Kameroen is de situatie beter, maar in het Noorden zijn bijna nog alleen maar Europese predikanten in de Lutherse kerk. Wat dat betreft staat onze kerk, de Evangelische Kerk, er beter voor. De kerk is al 15 jaar zelfstandig en de leiding is helemaal in Afrikaanse handen.

Toen dr. Van den Heuvel, de secretarisgeneraal van de N.H. Kerk, die hier op bezoek was, aan ds. Lamère, de leider in ons gebied, vroeg naar de noodzaak van een Nederlandse predikant in Foumban, zei hij eenvoudig: „We hebben tekenen nodig van de universaliteit, de wereldomvattendheid van de Kerk”. Dat zegt misschien genoeg over de verhoudingen zoals die in onze kerk zijn: voor zover ik kan nagaan is men blij met de aanwezigheid van de negen Europese predikanten (op een totaal van meer dan honderd), die bijna geen van allen op sleutelposities zitten. Natuurlijk heb je wel (zeker op regionaal niveau) een invloed, maar die moet bepaald niet overschat worden.

Een ander belangrijk punt, dat in Lusaka aan de orde is gekomen is de positie van de polygamen, de mensen met meer vrouwen, binnen de Kerk. In principe mogen zij niet deelnemen aan het Avondmaal en mogen ze ook geen ambtsdrager zijn. De conferentie in Lusaka heeft nu aangeraden (ze kunnen niets dwingend voorschrijven aan de leden-kerken) om de polygamen, die Christen willen worden, wel op te nemen.

Dat is toch een hele verandering in het denken hierover, dat vooral was beïnvloed door de zendelingen, die hier het eerst waren. Voor de Christenen, die polygaam zijn geworden, ligt de zaak echter moeilijker. Zij worden niet als volledig lid aangenomen. Een ander onderwerp, waar ik u over wil schrijven, is het probleem van de boeren en de maïs. Dit laatste is hier de voornaamste voedingsbron. De meeste mensen eten het twee keer per dag, meestal in de vorm van cous-cous: gemalen maïs opgelost in water en klaargemaakt als een soort grote bollen.

Doordat maïs aan bederf onderhevig is, moesten de boeren steeds na de oogsttijd de hele voorraad tegelijk verkopen. De opkopers betaalden er dan lage prijzen voor en sloegen het op in silo’s. Enkele maanden later werd de zaak dan tegen een veel hogere prijs verkocht en streken de opkopers een grote winst op.

De kerk hier beschouwde dit als een groot onrecht en nam het initiatief tot het oprichten van een soort coöperatie van de boeren zelf (het zijn er ongeveer 800) om deze practijken te kunnen bestrijden. Met hulp van buitenaf kon er een grote vrachtwagen worden aangeschaft om de maïs tegen een geringe vergoeding bij de boeren zelf op te halen en naar een centraal punt te vervoeren om op te slaan.

De silo’s zijn er nog niet, maar in ieder geval kan het beter bewaard worden dan bij de boeren thuis en de tussenhandel wordt zo buitenspel gezet. Door deze mensen wordt dit beschouwd als oneerlijke concurrentie en ze tekenden dan ook protest aan bij de Sultan. Deze zag echter wel wat in dit initiatief en wilde de kerk wel steunen bij deze pogingen. De kerk trekt zich, nu de zaak begint te lopen, wat uit de organisatie terug om het nu aan de boeren zelf over te laten. Naar mijn mening is dit een uiterst gelukkig voorbeeld hoe de Kerk in kan springen waar gaten in de samenleving zitten en mensen tussen de mazen van het net dreigen te vallen. Intussen zijn er al meer Moslims dan Christenen lid van deze coöperatie. En wat hier op kleine schaal gebeurt zou eigenlijk ook op de grote schaal van de hele wereld moeten gebeuren: je zou de arme boeren kunnen vergelijken met de landen van de Derde Wereld en de opkopers met de rijke landen. Maar waar is hier de derde partij?…”

A. R. Rosbergen-de Vries

echtgenote van een zendingspredikant FOUMBAN, Kameroen

Eenzijdige ontwikkeling

„… Op het eiland is er het afgelopen jaar een heleboel gebeurd, voornamelijk op economisch gebied. In mei van het vorige jaar namen de copraprijzen een ongekende vlucht en daar copra het belangrijkste product is, was er opeens een enorme hoeveelheid geld in de handen van de mensen. Dit betekende dat de koopkracht verzoveelvoudigd werd. De vraag naar practisch alle consumptieartikelen nam zeer toe en tezamen met de algemene prijsstijgingen in geheel Indonesia, bereikten de prijzen op Halmahera fantastische hoogten. Desondanks werd door de (Chinese) tokohouders voor ongelooflijke bedragen verkocht en daardoor erg veel ingekocht. Vooral op het gebied van kleding (stoffen en ook confectie met de laatste modesnufjes), huishoudelijke artikelen, bier en brandy, radio- en taperecorders, luidsprekers en geluidsinstallaties (voor alle bands die plotsklaps ontstonden), Honda bromfietsen (vnl. voor de Chinezen, maar toch ook al voor de Indonesiërs) en bouwmaterialen (zinkplaten en cement). Behalve het feit, dat dit in vele opzichten een gunstige ontwikkeling genoemd kan worden (het menu werd wat uitgebreider; er kon eventueel over een betere behuizing gedacht gaan worden), waren en zijn er nog steeds enkele minder goede aspecten aan dit alles. Bijvoorbeeld de enorme consumptiedrift die erdoor veroorzaakt werd. Uit elk huis schalt nu een cassetterecorder zijn „tunes” over ons uit, het aantal feesten nam ook evenredig toe (nu zijn, geloof ik, de Tobelorezen van oudsher erkende feestvierders), het gebruik van bier en brandy steeg schrikbarend, er werden ongelooflijke bedragen vergooid aan de Lotto (een kansspel, dat elke avond plaatsvond) en verder werd de mentaliteit versterkt dat het maar het beste was om de copraoogst onbeweeglijk af te wachten dan je te vermoeien op andere terreinen van economisch bezig zijn.

Je kunt wel stellen dat het een erg eenzijdige ontwikkeling is. Want zo kun je langs onze steeds slechter wordende hoofdweg, waarlijk een modderpoel bij regenweer, en over de op instorten staande brug, die van vitaal belang is voor het economisch leven in het gebied, de meest modern geklede jonge mensen zien flaneren: de meisjes in zeer breedpijpige lange broeken op zeer hoge profielzolen (gewoon gevaarlijk), de jongens in strakke kleding met een poging tot lange haren, waar om beurten de militairen en de leraren op de scholen een stokje voor proberen te steken. Aan de andere kant: een zeer statische gemeenschap waar de prikkels tot verandering gering zijn. In Nederland heb ik het met enkele vriendinnen erover gehad of verandering dan zo noodzakelijk zou zijn. Om kort te gaan, dat is niet iets waarover wij te beslissen hebben als ontwikkelingswerkers ter plaatse of als „planners” vanuit het Westen. Dit proces is al generaties geleden gestart met de intrede van de geldeconomie, het afhankelijk worden van de markt voor voedsel, het volgen van onderwijs op westerse basis geschoeid. En al wat nu scheef gegroeid is, b.v. misverstanden over voeding en gezondheid in het algemeen, een taakopvatting die niet past in een moderne staat met de daaruit voortvloeiende stagnaties op ieder gebied, behoeft verbetering.

Om een voorbeeld te geven: Er is net een guru (onderwijzer) van de kweekschool getrouwd en dat huwelijk vond plaats op het eiland Morotai ten noordoosten van Tobelo. Daar vele vrienden deze festiviteit bij wilden wonen en deze vrienden ook guru zijn, werden er wat scholen een tijdje op non-actief gesteld en ik denk zonder enig bezwaar van welke kant dan ook. Dit is slechts een van de vele redenen waarom een schoolprogramma geen voortgang kan vinden. De maatschappelijke factor weegt zwaarder: het voldoen aan een uitnodiging, het samen feestvieren (wat natuurlijk ook verschrikkelijk belangrijk is en het is niet zo dat ik de „werkezel-mentaliteit”, die grote maatschappelijke offers met zich meebrengt, wil ophemelen). Maar als je mensen moet afleveren, die in staat moeten kunnen zijn een universitaire opleiding te volgen, mensen die straks leiding moeten gaan geven aan de opbouw van het gebied, dan moeten ze natuurlijk meer ondergrond hebben dan alleen maar voor een schoolgebouw op hun guru staan wachten. Ergens tussen deze twee uitersten ligt de oplossing. Maar hoe je iets ook zal willen aanpakken, wil je het goed doen, dan zul je je er voor 100% voor moeten inzetten en dat is nu precies iets, waarvan ik het gevoel heb dat het niet inherent is aan dit soort gemeenschappen. Iets doen ten algemene nutte zonder er zelf voordeel van te kunnen verwachten, neen, dat is verdacht! Zo is het voor velen onbegrijpelijk dat mijn man zich een ongeluk werkt tijdens zijn toernees en de inkomsten hieruit niet voor eigen gebruik aanwendt.

Onze uitleg, dat dit in strijd zou zijn met de bepalingen van „Oegstgeest” is al even belachelijk, Oegstgeest is immers ver weg!

Een ander voorbeeld: met twee andere ibu’s heb ik aan een grote groep kweekschoolmeisjes leiding gegeven bij het vervaardigen van alle mogelijke handwerkproducten en speelgoedbeesten, met de bedoeling hen wat te leren en met de opbrengst van de verkoop van dit alles het dak van de (een jaar oude) kleuterschool, dat lekt als een zeef, te helpen repareren. Ik was dus razend druk met het bij elkaar bedelen van de materialen en wat geld bij de toko’s en daarna met de hele organisatie van dit alles. ’t Was dan ook vervelend de reactie van sommige „outsiders” (vrouwen uiteraard) te vernemen, die het maar bespottelijk vonden deze uitsloverij, voor noppes! Tegenstrijdig, zou je zo zeggen, in een maatschappij waar juist dit soort „self help-projecten” uiterst belangrijk zijn; men had nl. al een plannetje om financiële hulp in Nederland te zoeken voor deze hoognodige reparaties, maar op mijn aandringen hebben we eerst zelf wat bedacht. En dat scheen aardig te gaan lukken. En zie de reactie. Je voelt je dan wel even ellendig, maar voordat ik met allerlei verstandelijke argumenten, die vast weinig effect zouden hebben gesorteerd, de boosdoeners te lijf kon gaan, had mijn collega het enige antwoord klaar wat hier paste: Kijk, we hebben onze talenten niet gekregen om ze te begraven, maar om ze te gebruiken, nietwaar? En of je dit nu wel of niet een goede uitleg van dit bijbelgedeelte vindt, ’t is gewoon de manier om mensen met hun neus op de feiten te drukken!

Al met al hebben we de helft van het dak bij elkaar gewerkt en misschien dat we nu ergens onze hand mogen ophouden voor de andere helft: een goede omheining, een zandbak en wat ander speelspul!

Met de twee bovenstaande voorbeelden heb ik de hindernissen willen benadrukken op de weg van jonge enthousiaste ontwikkelingswerkers met hun mooie plannetjes voor geleidelijke verandering. Gewoon ook om u een beeld te geven waarmee wij te maken krijgen, ook al omdat ik het gevoel heb dat in vele rondzendbrieven de werkwereld wat al te zonneschijnachtig voorgesteld wordt.

R. L. Stroband-Heinemann

echtgenote van een zendingsarts TOBELO, Halmaheira

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 20 Pagina's

Zendings Post

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 juli 1974

Zendingsblad der Nederlandse Hervormde Kerk | 20 Pagina's

PDF Bekijken