Bekijk het origineel

Bezoel< uit Jutland en Tecidenburg in Kampen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Bezoel< uit Jutland en Tecidenburg in Kampen

Kroniek door prof. dr. J. Plomp

8 minuten leestijd

Als iemand verre reizen doet, dan kan hij veel verhalen. Maar laat men vooral niet denken dat je niets te vertellen hebt, als je rustig thuis blijft. Dit jaar had ik vroeg vakantie genomen. Het gevolg was dat ik een goed deel van de zomer thuis was. En daar kwamen ze, de bezoekers, naar Kampen. Laat ik ineens zeggen: het waren natuurlijk geen stromen — hoewel, die Tecklenburgers (zie hieronder) — en zij kwamen natuurlijk niet zozeer om mij als wel om de Theologische Hogeschool. Maar ik moest ze opvangen, en dan hoor je veel en kun je dus ook veel verhalen.

Deense kerk

Eerst iets over het bezoek van ds. J^rgen Glenth^j. Hij is predikant in de lutherse volkskerk van Denemarken. Hij dient een gemeente in de buurt van de stad Aarhus in Jutland. Als theoloog heeft hij ook buiten Denemarken vermaardheid. Hij is een goed Bonhoeffer-kenner en heeft verschillende publicaties (in het Duits) over Bonhoeffer op zijn naam staan. Ook in Denemarken is hij een bekend man. Hij maakt zich veel zorgen over de situatie van zijn kerk. Die maakt een ingezonken indruk. Tenminste, die indruk maken de gemeenten. Want het landelijk apparaat is indrukwekkend. De kerkgang is slecht. Veel predikanten zijn doordrenkt van een universiteitstheologie, die haaks staat op het geloofsleven van de kerkleden. Aan de theologische faculteiten wordt veel aandacht besteed aan godsdienstwetenschap. Ook de menswetenschappen zijn er in opmars. Een en ander zou niet erg zijn als het maar niet geschiedde ten koste van de wetenschappelijke bestudering van de bijbel, met name van de exegese van de bijbel in de oorspronkelijke talen. Maar daar komt steeds minder van terecht. Er wordt niet of nauwelijks nog kennis van die talen vereist voor de studie van de theologie.

Tegenbeweging

Maar gelukkig is er een tegenbeweging. En daarin heeft ook ds. Glenth^j een plaats. Zo zijn er cursussen opgezet waarin theologische studenten onder deskundige leiding kunnen doen wat zij aan de universiteit niet meer of nauwelijks nog kunnen doen: zich een behoorlijke kennis van het hebreeuws en grieks eigen maken en exegese beoefenen. Deze cursus is een van de tekenen van een evangelische opwekking. Er zijn de laatste jaren in de Deense kerk verschillende jonge dominees gekomen die zich toeleggen op bijbelse prediking en een trouw pastoraat

Doopstrijd

Ds. Glenthi^j vertelde mij ook over een strijd om de doop die op dit ogenblik gaande is in Denemarken. Hij gaf mij daarover ook wat schriftelijk materiaal. Omdat het hier gaat om een kwestie die m.i. het nationale formaat ver te boven gaat, wil ik er hier iets over meedelen. En natuurlijk ook, omdat wij dan iets te weten komen over een kerk die ons toch tamelijk onbekend is.

In het dorp Hirtshals staat een jonge predikant Frank Nj(r, ongeveer dertig jaar oud. Hij weigert kinderen te dopen van ouders die niet bereid zijn te verklaren dat zij zorg willen dragen voor een christelijke opvoeding. Hij beroept zich daarvoor op de gelofte die hij bij zijn ambtsaanvaarding heeft afgelegd. Daarin beloofde hij o.a. de sacramenten te bedienen "met alle eerbied en betamelijkheid naar de instelling van Christus".

Nadat ds. N^r in een bepaald concreet geval de doop had geweigerd, greep terstond zijn bisschop in. Die verschanste zich onmiddellijk achter het (staats)kerkrecht, wees ds. Nfifr op zijn plichten als predikant en overheidsdienaar in de staatskerk en dreigde hem met ontheffing en ontzetting uit zijn ambt. Even later stelde het hele college van bisschoppen zich op hetzelfde standpunt: predikanten mogen bij de bediening van de kinderdoop geen enkele voorwaarde stellen. Wel voegde de primaat van de Deense kerk, bisschop dr. Westergaard- Madsen, daar volgens mededelingen in de pers aan toe, dat een (staats)kerkrechtelljke oplossing van de kwestie wel de slechtst denkbare zou zijn. Toch wel een voorzichtige aanduiding dat het hier niet alleen een zaak betrof van kerkrechtelijke, maar ook en vooral van theologische en pastorale aard.

Voor het gerecht

Intussen is de zaak in onderzoek bij het "geestelijke disciplinaire gerecht". Een advocaat treedt daarbij op als verdediger van ds. Nur. Even scheen het dat deze zich niet van theologische bijstand mocht voorzien. Dan zou de zaak helemaal volgens de strikte regels van het staats- kerkrecht zijn behandeld. Maar dat is toch niet doorgegaan. Behalve door zijn advocaat wordt ds. N«fr nu ook bijgestaan door ds. Glenth^j. En de advocaat heeft zich voorzien van de adviezen van twee zeer kundige lutherse theologen, de Deense professor Regin Prenter en de Duitse professor Edmund Schlink uit Heidelberg. (Tussen haakjes: Prenter was lange tijd hoogleraar in Aarhus. Hij is nu weer gewoon dorpspredikant. Om eindelijk weer eens te kunnen studeren en een boek uit te geven!)

Advies van prof. Schlink

Aan beide theologen vroeg de advocaat een beoordeling van een door ds. N ^ op schrift gestelde uiteenzetting over de bijbelse en lutherse doopbeschouwing en de daarmee verbonden dooppraktijk. Vooral Edmund Schlink is uitvoerig op de zaak ingegaan. Uit zijn schrijven geef ik één citaat. De advocaat had hem onder meer deze vraag voorgelegd: "Zijn er volgens de evangelisch-lutherse leer belemmeringen die tot uitstel of tot weigering van de uitreiking van een verlangde doop (kinderdoop) kunnen leiden?"' Professor Schlink beantwoordt de vraag als volgt:

"Zulke belemmeringen zijn er: a. als iemand voor zichzelf de doop begeert zonder het geloof in de drieënige God en zijn heilshandelen in de doop, hetzij uit louter aanpassing aan een zede, hetzij ter wille van maatschappelijke voordelen of ook om geloof en kerk bespottelijk te maken; b. als ouders de doop van hun kind verzoeken maar zich niet willen verplichten tot een christelijke opvoeding". De brief van professor Schlink is strikt zakelijk. Aan het eind vraagt hij de advocaat hem bij gelegenheid eens over de aanleiding en het verloop van het proces nader te informeren. Want tot nu toe heeft hij er maar weinig over gehoord. In de brief van professor Prenter komt de naam van ds. Nsrr verschillende malen voor. Hij kan zich geheel vinden in de door deze gegeven uiteenzetting over de doop in de bijbel, de doop volgens de lutherse belijdenisgeschriften en de daaruit voortvloeiende dooppraktijk. De laatste zin van Prenters brief luidt zó: "In zijn uiteenzetting heeft ds. NoT kerkelijk of dogmatisch gezien, geen eigen standpunt vertolkt, maar hij houdt zich aan wat algemeen in de lutherse kerk is erkend geweest. Daarom kan hij ook zijn uiteenzetting afsluiten met een verwijzing naar wat erkende Deense dogmatische handboeken over dit vraagstuk bevatten. Zijn uiteenzetting ligt geheel in de lijn van deze dogmatici, van H. L. Martensen af tot aan ondergetekende toe."

Belangrijke zaak

De zaak is nog hangende. Dat de afloop door veel Denen met spanning tegemoet wordt gezien, spreekt vanzelf. De opstelling van de (lutherse) bisschoppen in de kwestie dwingt weinig bewondering af. Zij zijn, met veel anderen, bang voor verandering van de bestaande dooppraktijk, bang ook voor het ontstaan van een vrije belijdeniskerk. Mannen als ds. Niar zijn daar niet op uit, dat is mij uit het gesprek met ds. Glenth^aj wel duidelijk geworden. Maar ook zij weten niet hoe het verder zou moeten als ds. N0r (en anderen) zouden worden verplicht tot het dopen ook van die kinderen wier ouders geen belofte ten aanzien van de christelijke opvoeding willen afleggen. Het is te hopen dat het tot zo'n verplichting niet komt. De volkskerk wordt er in elk geval niet door gered.

In een Duits tijdschrift stond onlangs een artikel over het geval-Njir. Dat artikel stelt aan het eind de zaak heel scherp maar ook heel juist: "Als men op grond van de verplichting tot onvoorwaardelijk uitreiken van de doop, de kinderdoop losmaakt van de daarmee samenhangende verplichting tot de christelijke opvoeding van het kind, dan worden de vragen bij de doop zinloos. En het resultaat zal zijn een volks-religieuze kerk . . . Dan heeft men zich dermate van Schrift en belijdenis gedistantieerd, dat de volkskerk als christelijke kerk waarschijnlijk haar definitief einde tegemoet gaat".

De Deense belijdende christenen verdienen ons meeleven. En wij kunnen ook iets van hen en van het geval-N0r leren: dat wij niet alleen "de wacht moeten houden"' bij de avondmaalstafel, maar óók bij het doopvont.

Tecklenburgers

Dan nu iets over het bezoek van de Tecklenburgers. Ik werd door de Hogeschool opgebeld: er zouden veertig bezoekers komen uit het gebied van de synode Tecklenburg, een onderdeel van de kerk van Westfalen: predikanten en hun vrouwen. Zij zouden het op prijs stellen als ik ze tijdens de lunch iets vertelde over onze kerken en onze hogeschool. Ter plaatse aangekomen bleken er geen veertig, maar 140 personen aanwezig te zijn: nog veel meer dominees plus vrouwen, maar ook een aantal andere ambtsdragers èn een aantal kinderen. Het geheel onder leiding van superintendent Schreiber.

Het bleek dat het een uitstapje van één dag was, en niet alléén naar Kampen. Het was zo goed voor het onderling contact, werd mij gezegd. En ik voelde: dat wès zo. Bijna alle predikanten uit de synode Tecklenburg waren present. Alleen wie een "Trauung" of een begrafenis had, was afwezig. Ik dacht: zo iets moest ook hier meer voorkomen. Wij bomen maar, discussiëren maar, maar voor de goede verstandhouding en het onderling begrip zou een dagje uit van alle dominees in een classis bijv. echt niet gek zijn. De vraag is natuurlijk wel: wie zal dat betalen? In Duitsland zal dat wel geen vraag zijn: het zal wel betaald worden uit de "Kirchensteuer" (de kerkelijke belasting). Maar ik kan mij een slechtere besteding voorstellen!

Misverstand

Eén ding mag ik u niet onthouden. Op mijn speech volgden enige vragen. Eén van die vragen kwam ongeveer hierop neer: "Ik heb gehoord dat veel gereformeerden in de politiek anti-revolutionair zijn. Ik heb ook gehoord dat zich een groep van u heeft afgesplitst die zich vrijgemaakt noemt. Mag ik u vragen; heeft die afsplitsing ook een politieke achtergrond gehad? Zijn de vrijgemaakten méér revolutionair ingesteld, op sociaal en economisch terrein progressiever dan de gereformeerden?" Ineens voelde ik: die vraagsteller is hopeloos misleid door de namen anti-revolutionair en vrijgemaakt. In een eerste opwelling was ik geneigd te antwoorden: het is precies omgekeerd! Die opwelling heb ik ook maar opgebiecht, maar ter wille van de goede naam van de vrijgemaakte broeders èn van onszelf heb ik er wel het een en ander aan toegevoegd.

Zo ziet u: zo'n dagje uit kan je óók van afschuwelijke misverstanden afhelpen.


Kerkgang in Denemarken. De torenpartij van deze dorpskerk is typerend voor de Deense kerkbouwstijl: zij loopt uit in een trapgevel.


Bij de kroniek van prof. Plomp, die o.a. handelt over de dooppraktijk in de (lutherse) volkskerk van Denemarken, deze foto van een doop in een Deense dorpskerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1974

Kerkinformatie | 24 Pagina's

Bezoel< uit Jutland en Tecidenburg in Kampen

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1974

Kerkinformatie | 24 Pagina's

PDF Bekijken