Bekijk het origineel

Op weg … maar hoe?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Op weg … maar hoe?

5 minuten leestijd

Toen mij werd gevraagd in Diakonia over de brochure „Op weg, … maar Hoe”, een handreiking voor gesprekken over verkeersveiligheid, te schrijven, moest ik bekennen als ouderling dit tijdschrift niet te kennen. Nu ik er kennis van heb genomen vind ik dat dit voor ouderlingen een tekortkoming is.

Graag leid ik eerdergenoemd boekje bij u in.

„Op weg … maar hoe?”

Bent u „alleen” op weg of met uw gezin, of soms met vrienden? En hoe?

Aanleiding voor het tot standkomen van het boekje was een open brief van de predikanten Baart, Oppenheimer en Spijkerboer aan de Raad van Kerken in Nederland in februari 1973, een protest over de rampzalig onveilige wegen en over de taak van de Kerk, in het bijzonder t.o.v. de zwaksten in het verkeer, de meest kwetsbaren.

Werkgroep

Wij hebben met een werkgroep waarin de briefschrijvers uiteraard ook vertegenwoordigd waren, uitvoering gegeven aan een opdracht van de sectie Sociale Vraagstukken van de Raad van Kerken.

Het „verkeren met het verkeer” is immers uitgegroeid tot een sociaal vraagstuk van de eerste orde waarbij het „onmenselijk” gedrag — niet alleen van de deelnemers zelf, maar evenzéér van wegbeheerder, stedebouwer, verkeersingenieur, van politieke partij enz. een rol van grote betekenis spelen.

De verkeersmoeilijkheid wordt maar al te makkelijk beschouwd als een verschijnsel van onze tijd zonder meer.

Hoe reageren we?

We weten, wanneer we ambulance of een politieauto „horen” rijden, dat er „weer” een verkeersongeluk heeft plaatsgevonden. We staan er nauwelijks meer bij stil. „Het is de taak van de medici en van de politie”. Verder is het weliswaar het naamloze verdriet van een gezin, maar gelukkig het raakte het onze nog niet dit keer, en we gaan over tot de orde van de dag. Is onze benadering juist? De pastores zijn nauw betrokken bij het leed; op onze huisbezoeken komen ook wij er als ouderlingen mee in aanraking — maar ook worden we er op andere wijze bij betrokken.

Kunnen onze bejaarden nog veilig wandelen, kunnen onze kinderen elkaar nog vinden in het spel in de woonwijk? Liggen de prioriteiten, die de maatschappij zo lang heeft gesteld werkelijk bij de auto of moeten deze verlegd worden naar de meest kwetsbaren in de woonwijken?

De kerk zoekt de zwaksten en beschermt ze. Ook … op de weg?

De medici, de ambulances, de pastores en de politie, zij weten wat het betekent wanneer er weer een verkeersongeluk is gebeurd. Wat het betekent voor de patiënt - het patiöntje de familie - maar ook voor degenen die zichzelf verwijten maken en voor zijn of haar familie. Op onze huisbezoeken hebben wij er soms mee te maken — het boekje is ook voor ons — het is voor iedereen.

Is uw woonwijk soms géén „woon” wijk meer? Moet de prioriteit werkelijk bij de machine liggen of moeten de „mens” en de „mensjes” daar weer voorrang krijgen?

„Auto’s, fietsen, (opgepepte) voetgangers” was de titel van een lezing welke Ir. B. W. Bolomey (Eindhoven) hield op een forumavond:„ Verkeersveiligheid en de samenleving”. Hij vond dat de hierboven vermelde volgorde - zo vaak gehoord maar vreemd was, want „eigenlijk zijn de twee eerste groepen „opgepepte” voetgangers."

De auto rijdt in ons land gemiddeld één uur per dag en staat 23 uur stil. Van elke 5 Nederlanders beschikt er maar één over een auto en die ene gelukkige zit er maar 4% van zijn tijd in.

Als we kijken wat een Nederlander gemiddeld in 100 uren doet, dan is hij daarvan nog niet één uur automobilist. En van dat ene uur hebben wij in die andere 99 uur zo’n last, dat we nu hier bij elkaar zitten.” Aldus spreker.

Wat kunnen we?

De schrijvers van „Op weg … maar hoe” dachten dat wij nog onvoldoende „bij elkaar” zitten om met elkaar van gedachten te wisselen over dit grote probleem, op een gemeenteavond - op catechisatie - in het gezin of met de bewoners uit onze straat. Hoe veilig, hoe leefbaar is de uwe? Wat kunt u - wat kunnen we er anders samen aan veranderen?

Wat kan ook de diakonie doen? Het gaat toch om onze kinderen en die van de buren, de bejaarden, de invaliden uit onze wijk — uit ons land - uit onze „beschaafde”maatschappij?

De brochure vertelt u hierover en wil u de weg wijzen. In „Kosmos en Oekumene” (5 6 1972) gewijd aan het natuurvraagstuk lazen wij:

„De komende jaren zal van de kerken en van de christenen een versterkte deelneming worden gevraagd aan reflectie, discussie en aktie inzake de problemen van het menselijk wereldmilieu.”

Vervuiling van ons woonmilieu is een vorm, één aspect van de algehele milieuvervuiling, maar wel een vorm die niet alleen in de komende jaren maar in de achter ons liggende jaren én in het heden - te laat als zodanig erkend zijn slachtoffers maakte en maakt onder de zwaksten, de meest kwetsbaren.

Wij zijn onderweg, wij zijn elkanders broeder en zuster.

Onderweg … maar hoè?

Misschien kunt u als diaken of college van diakenen de bespreking van de brochure stimuleren, want wat wij beogen is de discussie op gang brengen en we hopen dat u, uw gezin, uw vrienden, uw wijk, onze kerk, ermee onderweg bezig willen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1974

Diakonia | 32 Pagina's

Op weg … maar hoe?

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1974

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken