Bekijk het origineel

Dienst aan de gemeente

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Dienst aan de gemeente

5 minuten leestijd

„Onze gemeenten hebben niet in de eerste plaats wetenschappelijk hoog-geschoolden nodig, maar mensen die bereid zijn te dienen, hard te werken en eenvoudig te leven.”

De hiernaast aangehaalde uitspraak komt van een indonesische predikant. Hij zegt dit niet omdat hij bezwaren heefttegen een gedegen theologische opleiding voor aanstaande predikanten. Integendeel. Maar wel omdat hij in de praktijk van zijn dagelijks werk dikwijls ziet dat de jonge predikanten, ondanks hun goede opleiding, te weinig van de gemeente weten. Ze zijn te lang weggeweest van het platteland. Ze hebben vijf of zes jaar in de stad gewoond, waar hun theologische hogeschool stond. Soms hebben ze van jongsaf in de stad gewoond, en komen ze voor het eerst met het platteland in aanraking, wanneer ze aan het werk gaan in hun eerste gemeente. Hun opleiding is onvoldoende afgestemd op de vragen waarvoor ze dan komen te staan.

Opleiding tot dienst

Natuurlijk is dit geen specifiek indonesisch probleem. Overal ter wereld, zowel in het hoog-geindustrialiseerde Europa en Noord-Amerika als in de nog grotendeels agrarische streken van Afrika, Azië en Latijns Amerika, wordt dezelfde vraag gesteld: hoe wordt de christelijke gemeente het best gediend? Door lekekrachten of door speciaal opgeleide predikanten? Door vrijwilligers of door betaalde krachten? Hoe ziet de ideale opleiding voor deze mensen eruit? Wat is daarvan binnen de grenzen van het haalbare te realiseren?

Overal zijn de theologische opleidingen bezig om de broodnodige theologische scholing aan te vullen met psychologie en sociologie. Er wordt geprobeerd om praktijkscholing te geven, om het toekomstig werkterrein te verkennen. In Nederland gebeurt dat bijvoorbeeld door stages en trainingen in een fabriek of in een ziekenhuis. Ergens in Indonesië is een kleine opleiding, waar evangelisten worden bijgeschoold tot gemeentepredikanten. Elke vrijdag moeten ze naar hun eigen dorp terug, om er de mensen op te zoeken, kerkdiensten te leiden, kortom : om de greep op de gemeente niet kwijt te raken.

Een groepje studenten van de theologische hogeschool in Jakarta werkt enkele weken in een cementfabriek, als onderdeel van hun studieprogramma. Om aan den lijve te ervaren hoe het leefpatroon in zo’n stedelijk-industriële samenleving als Jakarta is. Aan de theologische hogeschool te Yogyakarta worden van tijd tot tijd trainingen georganiseerd in dorpsontwikkelingswerk. Onder leiding van deskundigen op dit gebied woont en werkt een aantal studenten dan in een dorp. Ze werken mee aan de aanleg van een weg of de bouw van een brug, maar vooral: ze leren uit eigen ervaring iets van de economie van een klein dorp. Ze gaan zien waar de knelpunten in de dorpsontwikkeling liggen. Voor enkelen is het zelfs de eerste keer dat ze in een klein dorp, zonder verharde wegen, zonder electriciteit leven.

Toch is dit dorpsleven het leven van de overgrote meerderheid van de Indonesiërs. Een agrarische samenleving, en dat betekent dan meestal: kleine keuterboertjes, met nog geen hectare land, een varken en een paar kippen.

Vrouwen gevraagd

Heel belangrijk in deze samenleving is het familie- en gezinsleven. Welke eisen stelt die samenleving aan vrouwen, die in de gemeente willen werken? Het heeft de kerk, ook in Europa, langetijd aantheologische fundering en maatschappelijke visie ontbroken om deze vragen onder ogen te zien. Daar komt nu snel verandering in. Die verandering zien we zich ook voltrekken aan de school voor vrouwelijke kerke-werkers op Midden-Java. Naast de indonesische docenten werken daar twee nederlandse leerkrachten. Mej. C.E. van Bentum, door de zending ter beschikking gesteld, doceert bijbelvakken. Mej. L.C. Swaan, uitgezonden door het Algemeen Diakonaal Bureau, helpt meedenken over de vraag, hoe maatschappij-vakken in het leerplan kunnen worden opgenomen.

Mej. van Bentum heeft onlangs een rondreis gemaakt langs enkele gemeenten. Om een aantal oud-leerlingen op te zoeken en iets te horen en mee te maken van hun werksituatie. Zij schrijft:

„Dit was een goede gelegenheid om hen bezig te zien in een aantal werksoorten. Ik bezocht scholen, variërend van lagere school tot vroedvrouwenopleiding. Ik zocht hen op in de ziekenhuizen, tehuizen voor daklozen en weeshuizen waar zij werken. In gemeenten zag ik hen bezig met catechisatie, huisbezoek, zondagsschool, preken en evangeliseren. Veel gesprekken werden er gevoerd, niet alleen met oudleerlingen maar ook met kerkeraadsleden, predikanten, artsen, maatschappelijk werkers. Steeds met de vraag voor ogen: hoe kan onze opleiding voor vrouwelijke kerke-werkers het best worden afgestemd op de vragen die in de gemeenten leven. Hetwas bemoedigend om te zien hoe veel oudleerlingen, in vaak moeilijke omstandigheden, toch met groot verantwoordelijkheidsgevoel hun werk doen.”

Aandacht voor het gezin

De opleiding, die zoveel mogelijk wil geven van alle facetten van het kerkelijk werk, schiet echter tekort als oud-leerlingen te werk gesteld worden in specifieke taken. Zo blijkt dat degenen die werken in het godsdienstonderwijs, te weinig didactiek hebben gehad. In het jeugdwerk ligt het ook niet eenvoudig. Zij die te werk gesteld worden bij stichtingen, die sociaal werk doen, in weeshuizen, en bejaardencentra, hebben het nog moeilijker.

Lanzamerhand ontstonden er plannen om aan de school ook een sociale opleiding te verbinden.

Daarom wordt nu eerst gedurende twee jaar een algemeen-vormende opleiding gegeven, met het accent op bijbelvakken. Daarna kunnen de leerlingen kiezen uit twee vervolgopleidingen. De ene geeft scholing voor bv. catechese, zondagsschool, bijbelkring en jeugdwerk. De andere opleiding is meer sociaal gericht en omvat ook bv. het gezinswerk.

Dienst aan de gemeente — dat is het doel dat ook deze school voor vrouwelijke kerke-werkers voor ogen staat bij de verandering van de opleiding. Een opleiding die ervan uitgaat dat de kerk dichtbij de mensen staat, wanneer er in de kerk ruimschoots aandacht wordt besteed aan het gezin.


Drs Veltkamp (27) is, naast drs. Steenwinkel, secretaris van het Indonesië-Orgaan. Na zijn universitaire studie (theologie en sociologie) volgde hij de missionaire opleiding aan het Hendrik Kraemer Instituut. Deze voorbereiding werd afgerond met een stage van een half jaar in Indonesië.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Dienst aan de gemeente

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 september 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken