Bekijk het origineel

Commentaar op een commentaar

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Commentaar op een commentaar

5 minuten leestijd

Drs H. van ’t Veld schrijft ons:

In ZD van augustus 1974 levert prof. dr A.G. Honig commentaar op een verslag van een door mij gehouden lezing. Hij houdt enerzijds rekening met de mogelijkheid dat het verslag onjuist was, trekt anderzijds van leer met zwaargeladen woorden. Het heeft mij bevreemd dat de commentator vooraf geen contact met mij heeft gezocht om naar de juistheid van weergave te informeren en een kopie van de volledige lezing te vragen.

Het referaat is inmiddels verschenen in „Wapenveld”, tweemaandelijks tijdschrift uitgaande van de reünistenvereniging van de CSFR, juli 1974. De redactie van dit tijdschrift heeft prof. Honig aangeboden de volledige tekst te becommentariëren; deze heeft meegedeeld ook na kennisneming van de gehele lezing bij zijn commentaar in ZD te blijven, een zaak die nog meer bevreemdt.

In de eerste plaats vormen de gewraakte tegenstellingen tussen moderne zending en zending van de gereformeerde gezindte slechts een klein onderdeel van de lezing en hebben zij ook slechts zijdelings met de kern ervan te maken, getuige de titel:„Het gereformeerd karakter van de zending in de missionaire praktijk. ” Deze passage „het meest aanstootgevend” te noemen stelt ongefundeerd de overblijvende negentig procent van het referaat in een kwaad licht.

In de tweede plaats spreekt het verslag niet, maar de volledige tekst wel van tegenstellingen c.q. accentverschillen en dan niet in de uitvoering van de zen-dingstaak, zelfs niet in de zendingsleer als zodanig, maar in het beeld van zendingsleer en zendingspraktijk dat in de zendingspubliciteit wordt aangeboden. Eenvoudiger gezegd: de moderne zending schrijft meer over wat achter„ modern ” staat vermeld, de gereformeerde gezindte over wat achter „gereformeerde gezindte” staat geschreven.

Daarbij dan nog twee correcties. Het volledige artikel vermeldt: Missio Dei, God die ook in andere religies werkt, en: Geschiedenis en Koninkrijk Gods. De „duistere formulering” die prof. Honig hoofdbrekens kost, is niet van mij.

In de derde plaats zijn de tegenstellingen of accentverschillen in de publiciteit niet door mij van een waardeoordeel voorzien of getoetst aan hun mate van schriftuurlijkheid. Als ik zou moeten evalueren, dan zou ik het aandacht vragen voor de Missio Dei een gezonder zaak achten dan het in de schijnwerper plaatsen van de zendeling.

Prof. Honig gist, veronderstelt en bestrijdt dan vervolgens wat hij veronderstelt, wat door mij niet werd geschreven. Ik zie dan ook de noodzaak niet, op zijn uitdagingen aan mij verder in te gaan. Alleen de vraag die hij aan mij stelt aan het slot van zijn commentaar wil ik beantwoorden. „Meent drs Van ’t Veld dat christelijk-in-de-wereld-zijn geen getuigenis van Christus is? „Nee, dat meen ik niet, getuige ook de passage in mijn lezing: „in de zendingspraktijk moet men wel aandacht schenken aan de strijd voor recht, bevrijding en menselijke waardigheid. ”

Tenslotte Honigs allerlaatste vraag: „Moet dat zo onder christenen ?” Tot het christelijk-in-de-wereld-zijn reken ik ook het juiste en bezonnen commentaar leveren op wat een mede ex-zendingsman in werkelijkheid schreef, vermanen desnoods, niet tarten. Zo moet dat onder christenen.

Naschrift van prof. dr A.G. Honig

1. Het verslag van de heer Van ’t Velds lezing was geen stuk voor een besloten kring, maar een gepubliceerd verslag. Daarin stonden zware aantijgingen tegen de zending van de Nederlandse Hervormde Kerk en van de Gereformeerde Kerken, die geen enkele grond hadden (noch hebben). Dat ik rekening hield met de mogelijkheid, dat het verslag onjuist was, vond zijn reden in de gebrekkige formuleringen. Maar of de aantijgingen van de heer Van ’t Veld kwamen of niet, ze waren geuit. Daarom leek het mij gerechtvaardigd daar tegen te schrijven.

2. De inhoud van het referaat, dat in zijn geheel werd gepubliceerd in „Wapenveld” verschilde zakelijk niet van het beknopte verslag, waarop ik had gereageerd. Daarom leek mij verder commentaar overbodig.

3. Mijn gissingen blijken.allen juist geweest te zijn: hetgeen ik meende dat bedoeld werd, stond net zo in de volledige tekst.

4. Of het tegenstellingen of accentverschillen zijn, waar ik op ingegaan ben, lijkt mij geen groot verschil te maken. Zowel in ’t kort verslag als in de volledige tekst staat het zo, dat er zwaar geschut in het geweer gebracht wordt. Of de heer Van ’t Veld ze van waardeoordelen voorzien heeft, doet ook niet ter zake. Er is in geformuleerd, wat de moderne zending stelt en wat de gereformeerde gezindte daartegenover stelt. Modern is: Oegstgeest en Baarn! Dat is ook de strekking van het gehele referaat. Daarom is het ook geen onbillijkheid te schrijven, dat het door mij bekritiseerde gedeelte het meest aanstootgevend is.

5. Wie onjuiste beschuldigingen uit, kan men niet vriendelijker bejegenen dan hem uit te dagen om zijn beschuldigingen waar te maken. Dat is vriendelijker dan aanstonds te gaan vermanen. Als je dan het woord „tarten” gebruikt, betekent dat in goed nederlands dat je ervan overtuigd bent, dat er geen goede gronden voor de beschuldigingen bestaan. Meer niet.

(Discussie gesloten)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Commentaar op een commentaar

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken