Bekijk het origineel

Terugblik en uitzicht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Terugblik en uitzicht

Kroniek door prof. dr. J. Plomp

9 minuten leestijd

Ditmaal begin ik de kroniek met wat opmerkingen over kerkordelijke zaken. Het zal wel vanzelf blijken waarom. Ik wil eerst iets zeggen over het agendum van de meerdere vergaderingen. En daarbij denk ik dan vooral aan het agendum van de 'mééste' vergadering, de generale synode. Hoe wordt dat agendum samengesteld! Wat komt erop voor en wat mèg erop voorkomen?

Drie rubrieken

Voor de beantwoording van die vragen zijn vooral twee artikelen van de kerkorde van belang. Allereerst artikel 30. Daarin staat dat in de meerdere vergadering in de eerste plaats zullen worden behandeld de zaken die de kerken die in die vergadering bijeenkomen, gemeenschappelijk aangaan. Dus — om het een beetje in te vullen — zaken als de zending, het gemeenschappelijk diaconaal werk, de Theologische Hogeschool, maar ook — ik verzin nu maar iets — een verzoek van de hervormde synode om gezamenlijk zich op een bepaald vraagstuk te gaan bezinnen.

Vervolgens zaken die door de mindere vergaderingen niet konden worden afgehandeld. Er wordt meteen bij gezegd op welke manieren de mindere vergaderingen die zaken dan op de meerdere aan de orde kunnen stellen: in de vorm van een vraag, van een instructie, van een bezwaarschrift of 'op andere wijze'. Dat laatste staat erbij om andere goede mogelijkheden niet uit te sluiten. Een kleine notitie nog bij het woord 'instructie'. Dat betekent hier niet wat het meestal betekent: een soort taakomschrijving, maar: een schriftelijke opdracht aan de afgevaardigden om een bepaalde zaak aan de orde te stellen.

Tenslotte zegt artikel 30 nog dat zaken waarvan de behandeling behoort tot de taak van de meerdere vergadering, óók door die vergadering zélf aan de orde kunnen worden gesteld. Dit zou men een derde rubriek kunnen noemen.

Vooral de kerkelijke vergaderingen

Het tweede kerkorde-artikel dat in dit verband van belang is, is artikel 47; ik kan volstaan met een stukje daarvan: lid 3. Dat sluit goed aan op artikel 30. Er wordt in bepaald dat de meerdere vergadering zelf haar definitieve agendum vaststelt 'mede aan de hand van instructies, Dezwaarschritten, vragen en mededelingen, die aan de afgevaardigden zijn medegegeven'. En dan volgt er: 'Zij zal op het agendum geen stukken plaatsen, ingezonden door leden van de gemeenten, wanneer niet blijkt, dat deze stukken van tevoren aan het oordeel van een mindere vergadering onderworpen zijn'.

Hier stop ik even. Wat valt op in de bepalingen die ik aanhaalde? Dat het wel niet uitsluitend maar toch wel voornamelijk de kerkelijke vergaderingen zijn die zorgen voor de vulling van het agendum van de meerdere vergaderingen. Als wij aan de generale synode denken, zijn dat de kerkelijke vergaderingen vanaf de kerkeraad tot en met de generale synode zelfl

​En de kerkleden dan?

Afzonderlijke kerkleden kunnen ook wel stukken op het synodale agendum geplaatst krijgen, maar dan moeten die toch eerst aan het oordeel van een (mindere) kerkelijke vergadering onderworpen zijn. Vreemd, dit laatste? Toch niet zo heel erg. Want het héle kerkverband moet functioneren, niet alleen het afzonderlijke kerklid en de generale synode, maar ook de daartussen liggende kerkelijke vergaderingen. En dan nóg iets. Iets heel nuchters. Als alle - kerkleden zich rechtstreeks tot de generale synode konden wenden en die ook verplicht was al hun brieven te agenderen, zou ze met de afhandeling van haar agendum nooit klaar komenl

​Verzoeken om revisie

Nu moet ik aan het bovenstaande nog iets toevoegen. De kerkorde spreekt in artikel 32 over de mogelijkheid bij 'enige kerkelijke vergadering' — dus ook bij de generale synode — een verzoek in te dienen tot revisie (herziening) van door die vergadering genomen besluiten. Zo'n verzoek moet natuurlijk aan bepaalde voorwaarden voldoen. De voornaamste is wel dat er een element in naar voren wordt gebracht dat bij het doen van de uitspraak buiten beschouwing is gebleven of onvoldoende is overwogen.

Zo'n verzoek om revisie kan worden ingediend door een mindere vergadering, bijv. dooreen kerkeraad. Nu is het mogelijk dat iemand lid is van een gemeente waarvan de kerkeraad aan revisie van een bepaald besluit helemaal geen behoefte heeft. Maar die iemand wel! Welnu, dan kan hij zelf een verzoek om revisie indienen. Maar als hij dat goed wil doen, moet hij het doen via zijn eigen kerkeraad. Die kan er zich dan rekenschap van geven, zich er alsnog bij aansluiten, of niet. Maar in beide gevallen wordt het verzoek ingediend, vergezeld van een beoordeling van de kerkeraad en daar kan de synode dan haar winst mee doen.

Waarom dit relaas?

Het wordt langzamerhand tijd dat ik onthul waarom ik dit kerkrechtelijk lesje ten beste geef. Omdat telkens weer blijkt dat veel kerkleden (en onder hen ook ambtsdragers!) van deze regels maar slecht op de hoogte zijn.

Neem nu de laatste zittingen van de generale synode. Daar waren heel wat brieven ingezonden die de synode voor on-ontvankelijk moest verklaren. In de eerste plaats een aantal brieven van gemeenteleden, die niet hun kerkeraad gepasseerd waren. En vervolgens ook twee brieven — bezwaarschriften — van een stichting! Ik denk dat dit laatste een novum was. En ook een wel héél vreemd verschijnsel. Want een stichting is een rechtspersoon zonder leden! Die kan toch onmogelijk bezwaarschriften indienen.

Nu hoop ik maar dat mijn relaas de nodige aandacht krijgt. Niet omdat het van mij is maar om de inhoud. Als men die ter harte neemt, kan men zich in de toekomst - teleurstelling besparen. De teleurstelling als een synode een met zorg opgesteld stuk terzijde legt, móet leggen, omdat bij de indiening de spelregels niet in acht genomen zijn.

Nog twee opmerkingen

Nog een paar opmerkingen voordat ik tot iets anders overga. Wat kerkelijk bezien óók weinig fraai is, dat is als een kerklid of een kerkeraad zonder meer adhesie betuigt met een stuk van een andere kerkeraad of een andere instantie. Wie zich bezwaard voelt, moet zelf nadenken, zelf in de pen klimmen en zelf zijn bezwaren onder woorden brengen. Er zijn er ook kerkleden en kerkeraden (en andere mindere vergaderingen) die dit weten en doen. Die moeten dit maar voor ongezegd houden.

En ook nog dit. Ik kan mij voorstellen dat iemand zich is gaan afvragen: moet dat nu werkelijk allemaal zó? Ik zou daarop willen antwoorden: ja en nee. Ja, want er moeten nu eenmaal ook in de kerk spelregels, of wil men: verkeersregels, zijn. En als wij die eenmaal met elkaar hebben afgesproken, moeten wij er ons ook aan houden. Maar ik zeg ook nee. Want misschien zijn er betere regels denkbaar. Als iemand in die richting suggesties heeft, laat hij ze kenbaar maken, uiteraard langs de kerkelijke weg die nu nog geldt.

Openbare zittingen

De meeste zittingen van de synode zijn openbaar. Sommige niet. Dat zijn zittingen 'in comité', zoals dat heet. Die laatste zijn beperkt in getal en dat lijkt mij ook een goede zaak.

Maar nu moet mij toch een verzuchting over de openbare zittingen van het hart. Ze zijn mij soms al te openbaar. Het is nog niet zo lang geleden dat voor een openbare zitting gold: een zitting die ook toegankelijk was voor de leden van de eigen kerken. Maar langzamerhand zijn de openbare zittingen voor ieder opbaar geworden. Er is in Lunteren een publieke tribune waar ieder die wil kan plaatsnemen en er is een lange perstafel waaraan waaraan dikwijls een hele reeks journalisten aan het werk is. En soms zijn dan ook nog radio en televisie van de partij.

Ik weet niet goed wat ik hiervan denken moet. Soms denk ik: gelukkig, de kerk trekt — om welke reden dan ook — toch nog enige publieke belangstelling. Zeg er geen kwaad van.

Maar een andere keer: is het niet van het goede te veel? Past dit wel bij een vergadering waarin de kerk worstelt met haar eigen nood en ellende? In elk geval hoop ik één ding: dat de synodeleden zich door de aanwezigheid van de media — pers, maar vooral radio en t.v. — niet van de wijs laten brengen. Ze moeten blijven spreken mèt elkaar en tót elkaar en niet tcrt de publieke tribune of het Nederlandse volk.

Een woord van Heinemann

Hier aangeland schiet mij een woord te binnen van de vroegere Duitse bondspresident Gustav Heinemann.Hij zou het hebben uitgesproken in een rede die hij in 1971 in Emden zou houden ter gelegenheid van de herdenking van de in 1571 in die stad gehouden synode, ware hij niet ziek geworden. Een ander las de rede toen voor en zeis later in druk verschenen. Heinemann stelde er de verhouding synode parlement in aan de orde. Ik heb nog eens nagelezen wat hij over het verschil tussen die twee heeft opgemerkt. O.a. dit: in een pariement móet een oppositie zijn, in een synode mèg die niet zijn; een pariement moet de grootst mogelijke publiciteit betrachten, en een synode? Ten aanzien van kerkelijke vergaderingen in het algemeen zei Heinemann dat hij grote bedenkingen voelde opkomen, als iemand principieel zou menen dat ook alle daar gevoerde discussies aan de openbaarheid zouden moeten worden prijsgegeven. De kerk is nu eenmaal wel in de wereld, maar niet van de wereld, zei hij. Ik heb het allemaal wat vrij vertaald en geef het door zonder commentaar, maar wèl ter overweging.

Dodenzondag - Eeuwigheidszondag

En tenslotte — in deze laatste kroniek in 1974 — ook het volgende nog ter overweging. Ook vrij vertaald uit het Duits, of liever heel vrij naverteld uit de Reformierte Kirchenzeitung (15. 11), uiteen meditatie van Karl Halaski, de vroegere secretaris-generaal van de Reformierte Bund in Duitsland. In 1816 voerde koning Frederik Willem III in Pruisen de 'Dodenzondag' in. De vrijheidsooriogen — met hun vele doden — lagen nog vers in het geheugen: snel burgerde de 'Dodenzondag' in heel Duitsland in. Hij sloot het kerkelijk jaar af, viel dus op de zondag vóór de eerste Advent. Het werd de dag van het bezoek aan de kerkhoven, de dag van de weemoedige herinneringen aan hen die van ons gingen.

Toch eigenlijk geen goede afsluiting van het kerkelijk jaar, vonden velen in kerkelijke kring op den duur. De zondag kreeg een andere naam: 'Eeuwigheidszondag'! Nu konden christenen ook vooruit kijken: naar de eeuwigheid! Dromen van wat kwam na dit moeilijke aardse leven.

Een verbetering? Nauwelijks! Het bleef individualisme.

Uitzicht

Denken aan wat komt, uitnemend! Maar dan voorgelicht door de profeet Micha. 'Want zie, de Here gaat uit van zijn woning en Hij daalt neer en treedt op de hoogten der aarde' (1:3). Dat is de Advent, de komst, de intrede van de Heer in onze Wereld, onze geschiedenis.

Deze Heer vraagt om respns. Hij krijgt ze! 'En volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen' (4:1).

Een jaar is voorbij. Ook voor onze kerken. Er was soms nauwelijks uitzicht. Is het er nu wel? In elk geval dit uitzicht, dat van Micha. Hier is hoop, hoop die leven doet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1974

Kerkinformatie | 15 Pagina's

Terugblik en uitzicht

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1974

Kerkinformatie | 15 Pagina's

PDF Bekijken