Bekijk het origineel

Pioniers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Pioniers

7 minuten leestijd

In het artikel van ds Van Berge „Waarom naar Irian”, werd er al op gewezen dat reeds in 1855 de eerste zendelingen voet aan wal zetten in het toenmalige Nieuw-Guinea. Dat is het begin geweest van een zeer bewogen zendingsgeschiedenis, waarbij de „Hervormde Zending” ook reeds jaar en dag betrokken is en gedeeld heeft in al de zorgen, die vooral ook het werk in het zo geïsoleerde binnenland heeft opgeleverd. Hoe moeilijk het werk daar nog altijd is, ondervinden ook de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (niet te verwarren met de Gereformeerde Kerken in Nederland). Toen zij in de jaren vijftig met zendingswerk begonnen, kozen zij als eerste werkterrein het binnenland van Nieuw-Guinea, waar in de geïsoleerde valleien ook andere zendingen werken, zoals die van de Indonesische Christelijke Kerk. Hoe dat werk daar gestart en tot nu toe verlopen is, kunt u in het hier volgende artikel van dr Van der Linden lezen.

De eerste zendingsposten die de Gereformeerde Gemeenten in Nederland gingen inrichten op Irian Jaya, werden letterlijk in het oerwoud uitgehakt. Onder grote opofferingen zijn de eerste zendingsgezinnen daar aan het werk gegaan. In de Gereformeerde Gemeenten kent een ieder hun namen. De posten Abenaho, Langda, Landik-ma en Nipsan liggen allen in het Jaligebied, dicht bij de grens van het nu zelfstandige Papua Nieuw-Guinea, het vroegere australische deel van het eiland.

Wie het werk van deze Gemeenten van iets dichterbij leert kennen, zal getroffen worden door het sterke zendingsbewustzijn, dat in deze kringen leeft. De werkers in het oerwoud mogen zich inderdaad gedragen weten door een voortdurend gebed van een zendingsthuisfront, dat intens meeleeft met de gangen van het Evangelie onder deze stammen.

De zendingsleiding heeft van het begin af begrepen, dat alles in het werk moest worden gesteld om aan de Jali’s het Evangelie zó te brengen, dat ook zij, nog levend in het stenen tijdperk, in hun eigen taal de grote werken Gods hoorden. Naast de andere zendingsarbeiders zonden zij daarom naar dit gebied ook een taalgeleerde, drs Ch. Fahner, die in enkele jaren kans zag heel het nieuwe testament en ook nog een deel van het oude over te zetten in de Jali-taal.

De taai-expert van het Indonesische Bijbelgenootschap, dr Bromley heeft een deel van deze vertaling reeds kunnen beoordelen. Hij sprak er zijn verwondering over uit, dat in zo korte tijd zoveel was bereikt. De vertaling zal nu in de practijk van het werk getoetst worden. Het ziet er naar uit, dat het Indonesisch Bijbelgenootschap bereid zal zijn daarna de druk van deze eerste vertaling in de Jali-taal te verzorgen. Ook de verste stammen kunnen nu in eigen taal de stem horen van Hem, Die onder hen de Zijnen kent en ze bijeenvergaderen wil.

In hun onvermoeibare pionier ds G. Kuijt hebben de Gereformeerde Gemeenten een zendeling gevonden, die rusteloos steeds wijder kringen zoekt. Zijn verkenningen brachten hem in gebieden waar nog nooit een Europeaan gewerkt had. De naam Nipsan dook steeds vaker op in zijn rapporten. Daarheen wilde hij het evangelie brengen. De afstand van de laatste post naar deze nieuwe opening kon in drie dagen worden afgelegd. Langs onbekende paden en door een gebied, waar met een afwerende, zo niet vijandige houding van de bevolking rekening gehouden moest worden.

Maar ds Kuijt zette door. Na bijna zes maanden had hij met enkele helpers een opening uitgehakt en zelfs een vliegstrip aangelegd. Begin 1971 kon het eerste zendingsvliegtuigje landen. Maar bij een hevig onweer sloeg de bliksem in en vernielde de radio-ap-paratuur.

Op de andere posten heerste grote angst, toen Nipsan zich na oproep niet meldde. Men was bang dat de post overvallen was. Reeds geruime tijd waren er bij de bevolking tekenen van vijandschap te bespeuren. Een van de helpers werd door pijlen om het leven gebracht. Niet lang daarna volgde er dan ook een echte overval op de post zelf. Mevrouw Kuijt en haar kinderen konden zich ternauwernood redden. De piloot van een „toevallig” overkomend vliegtuigje wist door duikvluchten de aanvallers te verdrijven.


Door een misstap is dr J. van der Linden, schrijver van dit artikel, in de Zending gekomen!

Maar eerst even dit: op 11 november jongstleden was het veertig jaar geleden dat hij predikant werd (twee jaar in Tzum en daarna 38 jaar in zendingsdienst). Maar de jubilaris wilde dit liever buiten de publiciteit houden. Toen wij dat echter al te kaal vonden, mocht er een kort stukje in ZD.

Maar nu die misstap. Daar speelde ook nog een oliemagnaat een rol in!

Op het eerste gezicht geen verleden om weer eens op te rakelen.

En toch…

Tegen het eind van de jaren twintig vond Sir Henri Deterding, directeur-generaal van de „Koninklijke”, het nodig dat jonge nederlandse academici ook door eigen aanschouwing eens wat meer van Nederlandsch-lndië leerden kennen. Tien studenten mochten op zijn kosten daar enkele weken doorbrengen. Van der Linden was een van die tien.

Op Midden-Java aangekomen, bezocht dit uitgelezen gezelschap ook de Papan Dajan en daalde langs een heel smal pad de krater van deze vulkaan in. Daar maakte Van der Linden die misstap; zette z ’n rechtervoet even naast het pad en kwam — niet in de blubber — maar in de gloeiend-hete as terecht! Gevolg: ernstige verbranding… weken in het zendingsziekenhuis (Petronella-hospitaal) te Djogja onder behandeling van dokter Offringa.

Toen hij wat opknapte nam ds Pos hem mee., de desa in. En daarmee was Van der Linden meteen verkocht aan de Zending en voor altijd verknocht aan liet Javaanse volk!

Een gezegende misstap! Kerk en Zending op Midden-Java hebben dat ondervonden in de diepgewortelde liefde, het wijze optreden en de intense toewijding waarmee het missionaire werk door deze jubilaris zo lange jaren is verricht.

Dus wel een misstap om even over naar huis te schrijven. Dat doen we hier dan ook.

Met dank aan God. En hartelijke gelukwensen — J.C.G.


Intussen ging het werk door. Een delegatie uit Nederland kon in mei 1973 de post bezoeken en constateren dat verscheidene mensen bereid bleken naar hetverhaal van het Evangelie te luisteren. Maar de dreiging bleef. Januari 1974 kwam het weer tot een botsing met de vijandige bevolking. Ds Kuijt was met verlof gegaan. De post werd geleid door een inheemse helper: Herman Imbab. Op 14 mei zag de bevolking de kans schoon. Ze nodigde een aantal leerlingen van de bijbelschool in Nipsan uit voor een „varkensfeest”. Zes gingen erheen. Vijf werden zonder vorm van proces afgemaakt en opgegeten.

Daarna volgde bestorming van de post. Totaal veertien medewerkers kwamen om het leven. De geheel verwoeste post moet een verschrikkelijke aanblik geboden hebben. Enkelen slechts wisten aan het bloedbad te ontkomen. Zij waren deenigen, die het op de andere posten konden melden. De gevolgen van deze overval zijn nog niet te overzien. Voor de jonge gemeenten op de andere posten is het een geweldige beproeving. De vijanden van het Evangelie voelen zich gesterkt door deze „overwinning”.

Maar te midden van de grote verslagenheid na deze overval zei een van de evangelisten tegen ds Kuijt: „Mijn vlees zegt: nooit terug naar Nipsan, maar als de Here roept, zal ik gaan”. In de Gereformeerde Gemeenten in Nederland wordt gebeden voor de bevolking van Nipsan. Wie weet wordt een nieuwe kans straks geboden. Dan is men bereid opnieuw voor Nipsan zich in te zetten. Want ook uit Nipsan zullen eens „Gods kinderen in Sion komen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Pioniers

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken