Bekijk het origineel

Missionair Panorama

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Missionair Panorama

15 minuten leestijd

Afscheid van drs C.H. Steenwinkel

Per 1 januari a.s. zal drs C.H. Steenwinkel na negentienjarige zendingsdienst ons gaan verlaten. Hij treedt dan in dienst van llaco, een firma die zich toelegt op het ontwerpen van adviezen over ontwikkelingsvraagstukken op het platteland van de Derde Wereld.

We zien hem node gaan, maar we kunnen gelukkig constateren dat zijn besluit om een andere werkkring binnen te stappen pas genomen is na zeer zorgvuldig beraad. Na een werkperiode van 19 jaar is het te begrijpen dat iemand van 45 zijn gaven en capaciteiten nog eens ergens anders ten nutte wil maken. En… zijn toekomstige werk ligt ook duidelijk in de sfeer van assistentie aan de „ontwikkelingslanden”.

In 1956 trad drs Steenwinkel in zendingsdienst. Eerst heeft hij van 1956-1961 gewerkt ten dienste van de kerken op Java als sociaal-econoom. Daarna tot 1967 in Pakistan, waar hij verschillende functies bekleedde in dienst van de pakistaanse kerken. Vooral zijn werk voor de bestrijding van het analfabetisme en zijn werk ten behoeve van het hoger onderwijs hebben de aandacht getrokken. Toen in 1967 door het overlijden van ds B. Richters er een vacature ontstond in de directie van het Zendingscentrum, repatrieerde de familie Steenwinkel naar Nederland, omdat drs Steenwinkel benoemd werd tot mededirecteur en tevens tot secretaris voor Indonesië.

Toen de herstructurering binnen de zending een feit werd heeft hij zich geheel gericht op het secretariaat van de Java/Sumatra-sectie.

Als collega’s bewaren we bijzonder goede herinneringen aan de samenwerking, de vriendschap en de loyaliteit van Chris Steenwinkel. Met grote voortvarendheid en bijzonder nauwgezet deed hij zijn werk. Zijn vele internationale contacten maakten hem bij uitstek geschikt om namens ons in verschillende interkerkelijke en oecumenische organen vertegenwoordigd te zijn, waarbij we vooral denken aan zijn werk voor het wereldwijde lectuur- en radiowerk. Zijn organisatie-vermogen heeft hij o.a. laten zien in de eerste opzet van de herstructurering van het thuisfront, in de ideeën voor een vernieuwd personeelsbeleid voor de medewerkers overzee en in het mede-leidinggeven aan het Zendingscentrum.

Het llaco kan nu profiteren van die deskundigheden en ervaringen. Wij zullen die missen. Maar dankbaar nemen we afscheid van drs en mevrouw Steenwinkel en hun vier kinderen; dankbaar voor alles wat ze gedaan hebben én voor wat ze geweest zijn.

Vakantieweken in Baarn in 1975

Misschien denkt u: de zomer is nog zo ver weg en plannen maken voor de vakantie kan altijd nog.

Maar voordat u er erg in hebt, zitten de blaadjes weer aan de bomen en staat het voorjaar voor de deur. Vaak is het dan al te laat om nog plannen te maken voor de vakantie.

Daarom vragen wij nu reeds uw aandacht voor zes vakantieweken die in 1975 door het Zendingscentrum in het conferentieoord worden georganiseerd. Gezien de vele aanvragen die wij vorig jaar voor onze vakantieweken ontvingen en waarvan wij er velen moesten teleurstellen wegens gebrek aan ruimte, zijn er deze zomer zes in plaats van vier vakantieweken, namelijk: van 10 t/m 17 mei; van 17 t/m 24 mei; van 24 t/m 31 mei; van 31 mei t/m 7 juni; van 16 t/m 23 augustus; van 23 t/m 30 augustus.

Deze weken staan open voor valide personen van elke leeftijd. De prijs bedraagt f 256,– per persoon per week. Met een eventueel dieet wordt rekening gehouden. Voor opgave en informatie kunt u zich wenden tot mejuffrouw Kalkhoven, conferentieoord Zendingscentrum, Wilhelmi-nalaan 3, Baarn, tel. 02154-5159.

Deze zomer is de laatste keer dat u hier uw vakantie kunt doorbrengen. Wacht u dus vooral niet te lang met aanmelden.

Een zondag in Bethesda

Het is intussen zondag geworden, schrijft dr J. Bouma de gynaecologe aan het ziekenhuis Bethesda, de enige dag dat je niet aan de polikliniek behoeft te denken. De gebruikelijke sabbathsbezigheden zijn achter de rug: kerkgang om half zeven ’s ochtends, visite maken, bloemetje plukken in de tuin en het gewas bezien, krantje lezen, oud verlamd vrouwtje gedag zeggen dat al 20 jaar op een van de armenzalen ligt tussen 30 andere patiënten waarvan er altijd wel een klaagt of kreunt, juist geopereerd of net binnengekomen is met een ongeluk; waarvan er altijd wel een juist haar bed nat of vies heeft gemaakt of juist de po heeft nodig gehad; twintig jaar als enig bezit dat wat in een nachtkastje kan worden opgeborgen — en als de zusters dan eens heel weinig te doen hebben en goede zin bezitten word je naar buiten gesjouwd om even te luchten, brr. Maar nog altijd beter dan van honger omkomen of bedelend rondkruipen op de straat zonder dak boven je hoofd en zonder bed om in te liggen; sociale voorzieningen zijn er nu eenmaal niet.

De bedelaars zijn intussen ontwaakt, het stapeltje muntjes op mijn bureau slinkt al aardig. Het leven op straat is in volle gang, moeders en grootmoeders met kinderen in de slendang en soms ook nog manden op de rug gebonden, af en toe met een vrolijke parasol of een zwarte herenparapluie opgestoken tegen de brandende zon, gaan van en naar de pasar, en laten zich onderweg verleiden door een van de vele ventertjes, die poepoe (kroepoek) of teetee (saté) of nog iets anders vertrouwds roepen, zijn waren probeert te verkopen. Het wemelt van de fietsen en de becaks; af en toe een knarsend en gierend remmende auto omdat er weer eens iemand onverhoeds overstak zonder uit te kijken; gelukkig gaat het gewoonlijk goed omdat men hier anders achter het stuur zit dan in Nederland waar men op zijn recht staat. Een paar mussen baden gelukzalig in een plas, onverwachte bof in het droge seizoen, leve de lekke waterleiding, ze gaan zelfs niet aan de kant voor de postbode die een late pinkstergroet brengt van zondagsschoolkinderen ver weg; toch leuk.

Kerk aan ’t werk ginds en hier

Vanuit dit onderwerp zijn in oktober jl. drie interkerkelijke zendingsdagen, te weten in Etten-Leur, Hoogeveen en ’s-Gravenhage, gehouden.

Terugkijkend op deze dagen mogen we zeggen: „het was goed om ze te houden”. Je kunt dit van verschillende kanten bezien.

In Etten-Leur was het vol, er was goede muziek, er was een fijne sfeer, er waren veel ontmoetingen van jongeren en ouderen.

In Hoogeveen was het overvol, het was gezellig, al was er door de zeergrote opkomst wat te weinig ruimte voor gesprekken, stands, enz. Maar wat geeft het uiteindelijk… men is gekomen en daar ging het om. In Den Haag was wat meer ruimte; toch was de kerk bijna vol. De zon scheen een keer tussen veel „natte” dagen en de film werd nu wat bleker. Wat is er echter ook in Den Haag veel gepraat tussen jonge en oude „zendingsvrienden”.

Boven alles uit hebben we echter gehoord van mensen die ver weg en dichtbij met de opdracht bezig zijn: „Gaat heen en verkondigt…”

We waren in Azië, in Zuid-Amerika, in Suriname, in Afrika, enz.; we hebben gezocht naar mogelijkheden om in Nederland aan het werk te zijn en te blijven. We hoorden van het werk in Amsterdam en in Zeeland, ook in Friesland en Gelderland. De Kerk aan het werk — het begint dichtbij en… we zoeken het vaak alleen maar ver weg. Het gaat om beiden.

Gesterkt gingen we naar huis met het lied: „Behoed Uw kerk, zet uit o God, haar palen”.

Het was goed in Etten-Leur, Hoogeveen en Den Haag.

We hopen tot volgend jaar.

En dat gebeurt dan toch maar…

Elke week komen tienduizenden buitenkerkelijke kinderen naar een evangelisatieclub en zondagsschool om daar samen met de leiding allerlei activiteiten te beleven. Op alle dagen van de week zijn er wel ergens in het land mensen bezig hun clublokaal in te richten voor de jongelui, die er op die middag of avond „hun” club zullen hebben. Leiding die er niet slechts een uur lang club „doet” in een zaaltje achter de kerk of in een speciaal daarvoor ingericht clubgebouw, maar mensen die er de andere dagen van de week ook nog het nodige voor hebben te doen.

Wat te denken bijvoorbeeld van de bijbelvertelling? Dat kun je niet zomaar! De meeste leiding zal zich zeer serieus voorbereiden op haar taak en naast de bijbel ook gebruik maken van een of ander leidersblad, om van daaruit zo goed mogelijk voorbereid te zijn voor het brengen van de bijbelse boodschap.

Een dankbare taak, maar voorwaar geen gemakkelijke taak.

De jeugd — in de leeftijd van 6-20 jaar — is in diverse leeftijdsgroepen onderverdeeld. Steeds weer zal de leiding proberen om manieren te vinden waarop de jongeren bereikt kunnen worden met het evangelie. Dat zal in elke leeftijdsfase weer een aparte benadering vragen. En omdat het jongelui uit een buitenkerkelijk milieu betreft is de voornaamste zorg van de leiding er op te letten, dat de boodschap bij de jongeren kan overkomen, zodat ze er iets mee kunnen en de bijbelverhalen voor hen geen sprookjes worden. Diverse grote activiteiten bereidt de leiding gezamenlijk voor, bijvoorbeeld het feestelijke kerstgebeuren, het paasfeest en voor veel plaatsen het kampweekend of zelfs een kampweek. Allemaal zaken waar veel tijd in gaat zitten en waar veel mensen voor nodig zijn. Gelukkig dat ze er zijn!

Zendingsstudiedag in Friesland

Op 28 december a.s. wordt in Friesland een vroeger in die provincie bestaande traditie in ere hersteld: De zendingsstudiedag.

Vroeger werden deze dagen (o.a.) gehouden in St. Nicolaasga. Nu de kerken, die in het bijzonder verbonden zijn met het missionaire werk in Zuid-Amerika, binnenkort boffen met de aanwezigheid van drie verlofgangers — ds P. Gilhuis uit Cascavel, ds W.H. van Halsema uit Sâo Paulo en dr L. Schuurman uit Buenos Aires — heeft de zendingswerkgroep in de provincie opnieuw zo’n studiedag uitgeschreven. Het thema, dat door de drie zendingsarbeiders, ieder vanuit eigen werk zal worden ingeleid, is „Zending, het bestaansrecht van de kerk”.

In de middaguren zullen de (max. 300) deelnemers in kleine groepen verder discussiëren en studeren. De dag vindt plaats in de scholengemeenschap „Nijenhove” in Bolsward.

leder die tijdig f 5,– stort op giro 1667553 t.n.v. Zuid-Amerika Zending te Leeuwarden zal kunnen deelnemen (lunch inbegrepen). Wie eerst wat meer wil weten, kan op het Zendingscentrum te Baarn of op het Zendingsbureau te Leeuwarden, Stationsweg 28, tel. 05100-23894, nadere gegevens verkrijgen.

Rectificatie

Aan het einde van ons artikel over „We-relddiakonaat en zending aan het werk” staat een merkwaardige fout. Er wordt gesproken over het „nederlandse hulpwerk van verpleegster Thea Naaktgeboren”. Zo nationalistisch wilden we niet zijn. Bedoeld was het „medisch hulpwerk” van deze verpleegster.

Nieuw adres van dr J.C. Gilhuis

Dr J.C. Gilhuis is verhuisd van Margrietlaan 11 naar Veenbesstraat 84 in Soest. Zijn telefoonnummer blijft 02155-16932.

Anne Maries bibliotheek in dienst van de zending

Anne Marie Beeuwkes uit Zwijndrecht heeft zich het lot aangetrokken van jongens in Rwanda voor wie na de lagere school geen plaats is bij het voortgezet onderwijs. Dit voorjaar overhandigde zij ds L.R. Krol een flink bedrag in guldens. Ze had dit geld verdiend met het uitlenen van haar boeken.

Het begon allemaal ruim twee jaar geleden toen ds Krol in haar kerk sprak over het zendingswerk in Rwanda. Na afloop zei ze tegen haar ouders: „Weet u wat ik doe? Ik begin een bibliotheek en dan geef ik het geld wat ik daarmee verdien aan ds Krol voor het jeugdwerk in Rwanda.”

Het ging niet altijd even vlotals Anne Marie wel wilde. Van haar medescholieren zegt ze: „Ze hebben vaak geen zin om naar me toe te komen. Ze zeggen „breng maar wat mee”.” En ze is handig genoeg om dat te doen, want, zegt ze, „Anders verdien ik niks.”

Ook is ze niet voor één gat te vangen. Toen voor de vakantie de bibliotheek naar haar zin niet genoeg opbracht maakte ze een puzzelkrant. Haar vader zorgde voor de vermenigvuldiging ervan en zij verkocht die op school voor een dubbeltje: „Soms kreeg ik ook wel eens een kwartje en m’n zusje vond het zo leuk, dat ze er ook een paar meenam naar haar school.”

De centen, dubbeltjes en kwartjes telden op. Het is al bijna een gewoonte geworden dat Anne Marie ds Krol op zijn verjaardag bezoekt met een goed gevulde portemonnee. De laatste keer zat er niet minder dan 175 gulden in. „Voor Rwanda,” zei ze.

Kerk van Lampung houdt het intellect nu thuis

Enkele jaren geleden opende de gouverneur van de indonesische provincie Lampung op Zuid-Sumatra in Bandoeng een internaat voor lampungse studenten die daar studeerden.

Bij die gelegenheid sprak hij zijn bezorgdheid uit over het feit dat meer dan de helft van deze studenten na hun studie voorgoed op Java blijven. Een provincie die sterk in opkomst is (bevolkingsgroei 11 procent per jaar) en daarom dringend behoefte heeft aan allerlei kader, ziet veel van zijn meestbelovende jongeren voorgoed wegtrekken.

Ook de kerk in Lampung heeft daar last van. Echteral in een eerder stadium en op een lager niveau. Jonge kerkleden gingen vaak voor een middelbare opleiding al naar Java. En ook heel veel van hen bleven daar voorgoed. De samenstelling van de Christelijke Kerk van Lampung (vroeger Javaanse Kerk) werd daardoor uiterst eenzijdig. Van de bijna 20.000 leden heeft nauwelijks 1 procent enig voortgezet onderwijs gevolgd.

Om het beeld wat meer kleurte geven. Van die 20.000 leden had er vorig jaar slechts één lid televisie, niet één telefoon en lazen er hooguit honderd een dagblad, zaken die overigens in Lampung toch helemaal niet meer zo ongewoon zijn.

Ongeveer vijf jaar geleden kreeg een aantal gemeenteleden in Tanjungkarang (de provinciehoofdstad met zo’n 250.000 inwoners) oog voor deze zwakte van hun kerk. Zij besloten er iets aan te doen. Omdat het ondoenlijk leek zelf allerlei christelijke middelbare en technische scholen op te zetten besloot men te streven naar een christelijk internaat voor leerlingen bij het voortgezet onderwijs. De christelijke onderwijsstichting nam hun plan over. Door allerlei moeilijkheden werden de plannen vertraagd. Maar tenslotte lukte het, met financiële steun van onze zending, de hand te leggen op een groot en stevig huis dat uitermate geschikt bleek als internaat. Na de noodzakelijke verbouwing kon het vorig jaar in gebruikgenomen worden. Als vader en moeder voor dit internaat werden benoemd drs Suparno en zijn vrouw, beiden leraar aan een kweekschool in Jokjakarta. Drs Suparno, een overtuigd christen, heeft grote liefde voor het evangelisatiewerk. Als extra bijzonderheid dient vermeld dat deze leraar geschiedenis, een uitstekende dalang is. Een dalang is een man die wajangvoorstellingen kan verzorgen.

Hoewel het internaat in de loop van vorig jaar klaar kwam, begon het pas goed te draaien bij de aanvang van het nieuwe schooljaar in januari 1974. Het aantal verzoeken om plaatsing was dubbel zo groot als de capaciteit. Voorlopig werden 16 jongens geplaatst.

Het overgrote deel kwam uit gezinnen van javaanse transmigranten (landverhuizers). Toch zijn er ook enkele jongens van suma-traanse afkomst bij. Vijf van de javaanse jongens kwamen uit christelijke gezinnen. Toch weten drs Suparno en zijn vrouw een duidelijke christelijke sfeer in hun grote „gezin” te handhaven. Het gevolg is dat enkele jongens van niet-christelijke huize nu ook de catechisatie gaan volgen.

Het grootste deel van de jongens studeert aan de mts in Tanjungkarang die maar een paar honderd meter van het internaat verwijderd is. Om goede studieresultaten te krijgen schrijft het huishoudelijk reglement ook voor dat er dagelijks verplichte studieuren zijn in het internaat. De vader en moeder houden hier strikt de hand aan. Of drs Suparno nog zorgen heeft? Ja, die zijn er genoeg. In januari a.s. willen ze nog enkele leerlingen meer opnemen. De ruimte is er nog voor in huis, maar er moet nog wel aanvullend meubilair komen. Verder moet er dringend een hek om het hele complex geplaatst worden. Zoiets is in Tanjungkarang, en in heel Indonesië trouwens, noodzakelijk. Zijn grootste zorg is rond te komen met het huishoudboekje. Het internaatsgeld bedraagt Rp 4.000,– per persoon per maand. Maar om al die jongens in de groei, met een geweldige honger, te eten te geven heb je per maand wel 6 tot 7.000,– nodig. De prijzen zijn zo geweldig gestegen.

Gaat het internaatsgeld omhoog dan zullen de meeste jongens moeten verdwijnen. Dat kunnen hun ouders dan niet meer opbrengen. Ze moeten dus of maar twee keer per dag gaan eten of het moet ergens vandaan komen.

Een stukje dienst aan kerk en samenleving op Zuid-Sumatra.

Geen reusachtig project? Inderdaad. Maar in Indonesië kun je maar beter kleine projecten opzetten. En deze jongens zijn er alvast maar weer mee geholpen. En de kerk en de samenleving ook.


Giften

Overzicht van de N.N.-giften in de maand oktober 1974 Giften nader te bestemmen: 1 × f 20,– SM. te B.; 1 × f 25,– N.N. te Muiden; 1 × f 50,– N.N. te Hoogeveen; 1 x f 75,– N.N. te St. Anna Parochie; 1 x f 115,46 N.N. te Sneek; 1 x f 250,– N.N. te Maasland; 1 xf 400,–N.N. te Eindhoven.

Giften Lectuurfonds: 1 × f 25,– N.N. te Apeldoorn.

Bouw en restauratie christelijke scholen op Sumatra: 1 × f 25,– N.N. te Rotterdam.

Giften theologisch onderwijs: 1 × f 1000,– N.N. te Sneek.

Gebedsbrieven: Ontvangen vanaf 1 januari 1974 tot en met 31 oktober 1974, totaal f 57.941,29.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

Missionair Panorama

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 december 1974

Zendingsblad van de Gereformeerde Kerken in Nederland | 24 Pagina's

PDF Bekijken