Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek

13 minuten leestijd

Vijf en zeventig

Wanneer u dit nummer van Diakonia ontvangt — het eerste van een nieuwe jaargang — bent u al aan het jonge jaar gewend. We schrijven 1975 en u vergist zich allang niet inner in de datum boven uw brieven. Missrhien hebt u zelfs gezien dat het over twee maanden al weer Pasen wordt …

Diakonia is ongemerkt zijn 42e jaar begonnen. Nog wel niet. zó oud, maar toch oud genoeg om een zekere mate van volwassen heid en evenwichtigheid te mogen hebben. Anderzijds jong genoeg voor alle mogelijk heden van speelsheid en vernieuwing.

Niet alleen wijzigt zich de lezerskring ieder jaar, ook de redaktie vernieuwt zich telkens. Er komt jong bloed, er komen nieuwegezichten en die kijken weer nieuw tegen de dingen aan. Dat is goed zo. Ook om na 5 jaar weer eens een andere jas aan te trekken.

Het jaar 1975 geve ons een open oog voor het nieuwe, respect, en waardering voor het blijvende.

Kritiek

Het laatste jaarverslag van de G.D.R. heeft verschillende malen de pers gehaald. Niet alleen Diakonia, maar ook vele andere bladen besteedden er aandacht aan. En wat zeker even belangrijk is: diakenen spreken er met elkaar over. Ook het Amsterdamse college van diakenen. Het werd niet ‘voor kennisgeving aangenomen’ (het ergste wat je kan overkomen !), nee, de redaktie van ‘Dia’ schrijft over het verslag:

‘Het is een mooi verhaal, maar toch … De collegeleden hadden het er moeilijk mee. Misschien omdat er nog te weinig concrete punten in werden genoemd waar de wijkdiaken verder mee kan. Wij hadden gruag gezien dal in het jaarverslag bijvoorbeeld duidelijk omschreven was aan welke aktivi teiten men denkt uls het gaat om de dienst van barmhartigheid en gerechtigheid.

Wat moei een diaken zich hierbij voorstellen? De verwachting wordt uitgesproken dat de diakenen zich met de voorlichting over het diakonaat aan de gemeenteleden zullen bezig houden. Maar is dat wel reëel, hebben de diakenen daar voldoende tijd voor? Waarover moeten diakenen voorlichten en met welk doel?

Hoe gebeurt die voorlichting in andere plaatsen? Daarover wordt in het jaarverslag met geen woord geschreven.

Er wordt gesproken over de taak van diakenen om onrecht te bestrijden, dat door men sen en structuren is veroorzaakt. Het onrecht wordt echter niet met name genoemd. Evenmin worden de oorzaken van dat onrecht aangegeven.

Ook wordt gezegd dat deskundigheid nodig is om het diakonale werk te doen zonder dat men aangeeft welke deskundigheid men van een diaken verwacht. Wat moet een diaken weten, wat moet hij of zij kunnen om het diakonale werk zo goed mogelijk uit te voeren?

Tenslotte, waarom wordt er niets geschreven over de moeilijkheden van de diakenen in de grote steden, en wordt er niet stil gestaan bij de oplossing van die moeilijkheden. De Amsterdamse diaken kan veel hebben aan informatie over hoe diakenen in andere steden bijvoorbeeld het probleem van de mankracht, het probleem van de plaatsing van bejaarden m tehuizen, het probleem van de burenhulp, de bejaardenverzorging thuis enz. hebben benaderd.

De collegeleden hebben in ieder geval vast gesteld, dat de diakenen hun problemen maar eens moesten gaan voorleggen aan de G.D.R. Want het staat natuurlijk wel vast, dat mede door het feit., dat de diakenen zo weinig vragen stellen aan de G.D.R., de werkzaamheden van de G.D.R. zo veral lijken te staan van de dagelijkse werkzaamheden van de diakenen in Amsterdam’.

Nu ben ikdeC.D.R. niet. Indien wel, dan zou ik de Amsterdamse diakenen bijzonder dankbaar zijn voor hun kritische vragen en hen hartelijk welkom heten. Want het is wáár dat de afstand tussen de wijkdiaken en de G.D.R. soms veel te groot is (daar zitten overigens ook nog provinciale organen tussen; waar zijn die?). Moet de G.D.H. een wekelijkse coffee shop beginnen ? Een maan delijkse lopende lunch? Een diakonale borrel?

Ik weet dat vrijwel dagelijks G.D.R.-mensen ‘het land’ in zijn (en ook in in Amsterdam komen), dat er jaarlijks — naast andere bijeenkomsten — een diakenenconferentie is en bovendien een algemene diakonale vergadering. Op de laatste was bet. bedoelde verslag aan de orde. Daar was de geëigende gelegenheid mèt de G.D.R. over deze zaken te praten. Zijt gij er geweest Amsterdammers? Overigens: een jaarverslag is geen handleiding voor diakenen. Wie regelmatig ‘Diakonia’ leest (en Amsterdamse diakenen ook o.a. hun eigen ‘Dia’), wie de andere G.D.R.-publicaties kent, krijgt reeds antwoord op een groot aantal van zijn vragen.

Maar misschien niet voldoende. Misschien moet het. allemaal opnieuw gezegd worden, herschreven in de situatie 1975 en nog concreter aangepast. Weet wel dat dit voor een landelijk bureau een geweldige opgave is. Die éne diaken in Nieuwstadt (Z. Limburg), die onze A.B.W. cursus bezocht, heeft ongetwijfeld andere vragen dan zijn Amsterdamse collega’s. Ga daar maar aan staan! Toch wil ik graag in deze rubriek onze lastige Amsterdammers hartelijk bedanken voor hun kritische inbreng. In deze paar pagina’s is het onmogelijk op allerlei details in te gaan. Hopelijk is er in dit. blad in de komende maanden meer gelegenheid.

Nog meer kritiek

In Utrecht is een Centrale hervormde jeugdraad, gegroepeerd rond de oude Buurkerk. Hun laatste blad ‘Mededelingen’, dat ik toevallig in handen kreeg, handelt over het diakonaat (‘Diakonie zonder geld?’), met. daarin een aantal heel mooie gedachten over het waarom, wat, wie en hoe van de diakonale opdracht van de gemeente. Daarnaast een uitgebreid versiag over een internationaal project van deze groep. Het blad besluit met, twee open brieven. Eén aan de diakonie van Utrecht (waarom schrijven jongeren toch altijd diaconie, met een c?) en één aan de sectie internationale hulpverlening van de G.D.R.

Aan de Utrechtse diakonie verwijt, men het gebrek aan een duidelijk omschreven beleid (‘hoe kan de gemeente zo participeren?’), terwijl er kritische vragen gesteld worden t.a.v. het financieel beheer (het ‘bezit’) en daaraan verbonden de vraag of het diakonaal beleid daar niet nagenoeg opgaat, in dat beheer van het kapitaal on de besteding van de financiën. Aan de sectie I.H. wordt o.a. gevraagd naar de motivering van de gevers (‘de ontvangende partij komt te weinig aan het woord’), naar de coördinatie van de buitenlandse contacten en naar de manier waarop we geld geven.

Mogelijk zou ik bij enkele opmerkingen en vragen wel een paar kanttekeningen kunnen maken (tie zaken liggen soms wel wat ingewikkelder dan een ieder lief is), maar ik meen dat de aangesproken instanties dat zelf maar moeten doen. In dit kader alleen de opmerking dat het. verheugend is dat een groep hervormde jongeren bezig is met dergelijke diakonale zaken, met kritische vragen zit en die overbrengt aan een plaatselijk college en aan een landelijke commissie. Kritiek kan wel eens lastig zijn, maar het is ook iets waar geen mens buiten kan.

Arnhem vroeg aandacht voor een vergeten groep

Onlangs maakte ik reeds melding van het feit, dat de Arnhemse diakonie met een belangrijke zaak bezig was, n.l. met. de situatie waarin oudere echtparen terecht komen wanneer een van de twee in een verpleeghuis moet. worden opgenomen. Ik illustreerde dit met een ervaring in mijn eigen omgeving, waar twee bejaarde mensen zo grondig gescheiden werden dat ze elkaar nog slechts zelden konden ontmoeten (‘Gefeliciteerd met uw gouden bruiloft …’). Een stukje tragiek waar we maar zelden bij stil staan.

Daarom is het zo belangrijk dal een werkgroepje van de Arnhemse diakonie daar eens wat dieper op is ingegaan. Hoe kwam men daar toe? Door gelijksoortige ellendige ervaringen. Men schreef hierover aan de contactgroep Arnhemse verpleeghuizen, die zich kennelijk van deze zaak wat gemakkelijk almaakte en terugschreef: dat dergelijke problemen in het. algemeen weinig voorkomen.

Natuurlijk had de diakonie die briel naasl zich kunnen neerleggen. Men deed dat. niet en ging zelf op onderzoek uit. Intussen ligt het, rapport voorons. Hieruitblijktdat alleen in Arnhem o.o. zo’n 80-90 bejaarde echt paren (d.w.z. 160-180 personen) gescheiden van elkaar leven tengevolge van het leit dat één van beide partners hulpbehoevend is. Bovendien blijken er in Arnhem minstens 128 mensen te wonen, die een grote kans lopen binnenkort om dezelfde reden uit elkaar te moeten. Dit drukt, ook z’n stempel op mensen die nu nog zelfstandig wonen en al met de angst voor een scheiding rondlo pen. Dus maar zo lang mogelijk uitstellen! Inderdaad, het gaat ton opzichte van de gehele Arnhemse (en Nederlandse?) bevolking om betrekkelijk kleine aantallen. Maar juist daarom wijst de diakonie op de mogelijkheid van een nauwere samenwerking tussen bejaarden en verpleegtehuizen.

Er zijn plaatsen in Nederland, waar voor de hier bedoelde echtparen wel eens een bevredigende oplossing wordt gevonden, b.v. waar een bejaardenhuis een goed geoutilleerde ziekenafdeling heeft. De diakonie meent daarom dat in haargemeento mensen onnodig verdriet wordt aangedaan. Het is haars inziens dringend nodig dat er ernst wordt, gemaakt met de vraag hoe gehuwde bejaarden ook in een dorgelijke situatie als gehuwden tot bun recht kunnen blijven komen.

De Arnhemse diakonie heeft niet de pretentie in haar onderzoek volledig te zijn geweest. Zij heeft ook geen wetenschappelijk verantwoord rapport nagestreefd. Zij heeft wel een duw willen geven en aandacht gevestigd op een duidelijk vergeten groep. Ik hoop dat zij er in geslaagd is.

Haar adres is: Zijpendaalseweg 57, Arnhem. Dit voor het geval u nader contact wenst.

Voor zieken, gevangenen en andere mensen onderweg

Wie leest er eigenlijk nog in de Bijbel? Ik denk veel mensen niet of niet meer, waar U het eigenlijk wel van verwachtte. Ik denk veel mensen wel, waar u het niet van gedacht had. De Bijbel staat ongebruikt in veel boekenkasten. Er wordt ook naar gevraagd en in gelezen in onverwachte en moeilijke situaties. Op een hotelkamertje, in een ziekenhuis, op een schip, in de gevangenis.

Een instelling, die daar al ruim 25 jaar aan werkt, is de vereniging de Nederlandse Oideons (Sportlaan 976, Den Haag).

Op het ogenblik zijn er door dit werk meer dan 75.000 bijbels in omloop, ’t Is een instelling die weinig aan de weg timmert en die we daarom toch maar eens noemen.

De vrijwilliger mijden?

Al eerder is er in dit blad op gewezen dat de jarenlang verguisde vrijwilliger ook in de sociale dienstverlening weer in opmars is. Hij durft zijn gezicht weer te laten zien. Dat blijkt b.v. uit het grote aantal reakties dat steeds weer komt op de NOS-rubriek Werkwinkel (Liebje Hoekendijk). Dan melden zich in één klap zo’n 500 medewerkers. Soms voor een speciaal verzoek, ook bij de regelmatige behoefte aan vrijwillige gezinshulp, voor autodiensten enz.

‘Zit daar nu geen gevaar in?’ wordt wel eens gevraagd. ‘Je weet toch nooit wat voor mensen zich melden na zo’n algemene oproep?’ Ongetwijfeld. Iedereen, die met vrijwilligers werkt, heeft daar weet van. De reclassering, de kinderbescherming, de recreatie van volwassenen zelfs. Je werkt tenslotte met men sen … en kaf zit er onder alle koren. Zelfs mensen die zich met oprechte bedoelingen aanbieden kunnen onbewust onoprechte gevoelens koesteren, kunnen ook zèlf met onverwerkte problemen rondlopen.

Moeten wij daarom de vrijwilliger toch weer mijden? Ik dacht van niet. Mitsorganisaties, die van hun diensten gebruik maken, zo selectief mogelijk te werk gaan. Dat vraagt echter tijd en deskundigheid.

Het feit dat mensen andere mensen willen helpen, kunnen we niet hoog genoeg aanslaan. We moeten het soms zelfs stimuleren. De vrijwillige dienstverlening afschaffen betekent de mens ontdoen van een van zijn meest menselijke eigenschappen: leven in gemeenschap.

De dominee gaat voorbij

Een boek dat, naar ik dacht, mooi op tijd is uitgekomen: ‘De dominee gaat voorbij’ van Ben van Kaam en Anne van der Meiden. Het is ook precies wat de ondertitel aangeeft: een familiealbum van driekwart eeuw protestants leven in Nederland. Wie de Katholieke pendant van vorig jaar kent. (‘De Kerk gaat uit’) kan zich ongeveer voorstellen wat geboden wordt: erg veel foto’s (en ik vind de kwaliteit daarvan hier stukken beter) en maar betrekkelijk weinig tekst.

Het is een suggestieve titel, die denken doet aan de lijd, dat. na een storm of andere ramp de dominee langs de huizen ging om te vertellen wie omgekomen was. ‘Zou hij hier ook aankomen?’ Men hield de adem in. Deze rol, zoals zoveel rollen des dominees, is uitgespeeld. Zoals ook zoveel kerkelijk en semi kerkelijk leven van vroeger voorbij is gegaan. In dit boek komen dan ook niet alleen dominees voor — al drukt hij z’n stempel duidelijk — maar ook de oudeiling, het verhaal van de afgescheidenen, het barmhartigheidswerk, mannen-, vrouwen-, jongelings en meisjesverenigingen, het koninklijk huis, de radio, de politiek, tie vakbeweging enz.

Bij sommige foto’s deuk je: hè ja, dat is waar ook. En met plezier tracht je mensen van vroeger te herkennen. Er zijn ook dingen die je node mist, met, name de diaken. En toch hadden de samenstellers destijds de beschikking over een siel raki; foto’s uit het rijke diakonaat van vroeger, met mensen als Adriani, Slotemakeren Hemmes, metdiake nen op toogdagen enz.

Maar beter is het niet op de missers te letten maar op het boek als geheel. Een rijk boek met zoveel indrukwekkend foto-materiaal en zo’n schat aan herinneringen dat ik het graag onder uw aandacht breng. Veel van vroeger is voorbijgegaan, maar wie het verleden niet kent, begrijpt van het heden ook weinig.

Hebt u aan het begin van dit jaar nog een boek te goed ofte vergeven? Loop maareens bij uw boekhandelaar langs. Het is een Ambouitgave en de prijs is ƒ 17,50.

Youth for Christ en wij

Over Youth for Christ wordt heel verschillend gedacht. Ik ken zowel enthousiaste medewerkers als voorzichtige afstandbewaarders. En iedereen moet maar doen zoals hij wil.

Een lezer attendeerde mij op een (plezierig leesbaar en duidelijk) interview in ‘Gezond Gezin’ van oktober j.l. met ds. Brucks, de leidende figuur van deze organisatie. Daarin staat dat de hervormde kerk, inde figuur Van dr. Van den Heuvel, sympathiek staat tegen over Youth for Christ., maar dat de gereformeerde kerken geld geven. Onze lezer vond dat maar een rare vertoning. Waarom doet de hervormde kerk niet méér?

Met hem erger ik me er ook wel eens aan, dat hervormden de dingen altijd maar ‘in stilte’ doen en dan lijkt het altijd maar of ze niets doen. Voor Youth for Christ stelde het hervormde diakonaat vorig jaar vele duizenden beschikbaar (op de noemer van hulpverlening aan jongeren in nood) en bovendien staat deze organisatie positief vermeld in het giltenadvies voor 1975. Dat brengt dan ook nog (ongemerkt) lekker wat. op.

Het hoeft niet in de krant, maar onze lezer mag het wel weten. En toevallige andere lezers ook.

Slot

Wanneer zo’n blad als Diakonia van de pers komt, denk je wel eens: wal,een zwaarwichtigheid, wat een ernst, wal een ellende allemaal. En dat wordt je dan één keer per maand in een klein aantal pagina’s samen geperst thuisbezorgd. Met de verwachting dat je er ook nog iets aan gaat doen ! Wordt het niet al te somber?

Dan is het plezierig opeens van een gehandicapte, die een diakonale vakantieweek beleefde, te horen: ‘We hebben daar enorm gelachen …’. Want ook in het diakonaat hoort, het lachen erbij. Ook trouwens bij de diaken zelf. Ondanks de vaak sombere kanten van het leven waar we telkens weer tegenaan lopen. Daarom naast alle ernstige agendapunten van dit jaar als slot de kanttekening: wie niet meer kan lachen kan ook voor de ander niets meer betekenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1975

Diakonia | 48 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1975

Diakonia | 48 Pagina's

PDF Bekijken