Bekijk het origineel

‘Het Evangeliewoord’, werkgroep voor protestantse slechthorenden en doven

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

‘Het Evangeliewoord’, werkgroep voor protestantse slechthorenden en doven

7 minuten leestijd

Door enkele slechthorenden en zgn. later doof gewordenen werd in 1960 naar Duits voorbeeld (Der Arbeitsgemeinschaft für Evangelische Schwerhörigenseelsorge e.V. te Braunschweig) het initiatief genomen tot oprichting van ‘Het Evangeliewoord’, Werkgroep voor protestantse slechthorenden en doven (later doof geworden). De naam ‘Het Evangeliewoord’ werd afgeleid van het bekende lied: ‘Roept uit aan alle stranden’, omdat dit zeer toepasselijk was voor de plaats, waar slechthorenden en doven zich over het algemeen in de kerkelijke gemeenschap bevinden, nl. op een strand, waar de stem van de Kerken in meer dan één opzicht zeer moeilijk blijkt door te dringen. De initiatiefnemers wisten uit eigen ervaring en uit contacten met lotgenoten, dat. er ten opzichte van de slechthorenden en doven in de Kerken een hiaat bestond wat betreft de herderlijke zorg.

De in verschillende grote steden bestaande interkerkejijke commissies voor de geestelijke verzorging van doven blijven hier buiten beschouwing. Dat is een geheel andere taak. Ook in Duitsland zijn door de Evangelische Kerken predikanten benoemd voor de geestelijke verzorging van doven, d.w.z. doof geborenen en vroeg doof gewordenen, die men vroeger doofstommen noemde. Daarnaast zijn er ook predikanten benoemd voor de geestelijke verzorging van slechthorenden en later doof gewordenen. Het maakt een groot verschil in de menselijke structuur, of men nooit, zeer kort, of een belangrijk deel van het leven heeft kunnen horen. Dat, is vooral van grote invloed op het taalgevoel en de taalontwikkeling. Het is dan ook praktisch niet mogelijk al deze gehoorgestoorden op gelijke wijze te benaderen als het gaat om de geestelijke verzorging.

Het doel van de werkgroep is niet de taak van de Kerken over te nemen, of zelf voor zielzorg te gaan spelen, maar wèl voor de slechthorenden en doof gewordenen daadwerkelijk iets te doen, waardoor het bestaande hiaat enigszins kan worden opgevuld. Hierbij staat altijd voorop, dat het contact met de Kerken wordt bevorderd.

Kloof

Slechthorendheid of doofheid veroorzaakt in de gehele samenleving en dus ook in de kerkelijke gemeenschap een diepe kloof, doordat de communicatie wordt verstoord. Meer dan elke andere ziekte of elk ander gebrek brengt slechthorendheid of doofheid de horenden in grote verlegenheid als het gaat om het leggen, het herstellen of het onderhou den van contacten. Over het algemeen blijft een zieke of gebrekkige beschikken over het meest elementaire zintuig, waarmee het contact kan worden onderhouden, nl. het gehoor.

Daardoor blijft de communicatie en dus ook de geestelijke verzorging mogelijk. Bij toenemende slechthorendheid of het ontstaan van totale doofheid wordt de communicatie niet alleen verstoord, maar komt ook de geestelijke verzorging in de knel. De mens, wiens gehoorvermogen afneemt of die totaal dool wordt, komt in een soort luchtledig te verkeren. Hij of zij heeft dan wel het voorrecht, uit het horende verleden een bron van geestelijke reserves te mogen meenemen naar de grote stilte. Maar deze reserves zijn niet onuitputtelijk. Ondanks de kracht, die een slechthorende of doofgewordene kan putten uit zijn geloof, wordt er door het ontbreken van de wisselwerking van de normale communicatie een bovenmenselijke geestkracht van hem of haar gevraagd om in deze beproeving staande te kunnen blijven. De psychische druk, waar een slechthorende of doof gewordene onder komt te staan in de samenleving, is voor een buitenstaander heel moeilijk te peilen. Dikwijls blijven de gevolgen van deze druk niet uit en doen zich nog andere kwalen of stoornisssen voor.

De taak van de Kerken

Het blijkt in de praktijk erg moeilijk te zijn om in de kerkelijke gemeenschap de christelijke naastenliefde tegenover de slechthorenden en later doof gewordenen enige vorm te geven. Men mag het als een soort onmacht beschouwen, dat de Kerken tekort schieten in de opvang en begeleiding van deze gehandicapten. Zolang het gaat om slechthorenden, die met behulp van eigen hoorapparaat en/of met behulp van de in het kerkgebouw aanwezige geluidsinstallatie de preek nog kunnen verstaan, is het probleem nog niet zo groot (wij mogen aannemen, dat elke kerkeraad wel bereid zal zijn een dergelijke installatie in haar kerkgebouw te laten aanleggen). Mocht dat nog niet het geval zijn, dan kan men om inlichtingen vragen bij de Ned. Ver. voor S-H., Postbus 166, Zutphen. Veel moeilijker wordt het, als het gaat om die slechthorenden, die bij deze technische hulpmiddelen geen baatmeervinden en die ook thuis via de bandrecorder de preek niet meer kunnen verstaan. Deze slechthorenden komen dan op dezelfde lijn te staan als de later tengevolge van ziekte of ongeval geheel doof gewordenen. Juist zij hebben dan wel in het bijzonder de aandacht en herderlijke zorg van de Kerk nodig. Maar helaas juist daaraan ontbreekt het maar al te vaak.

Lezen

De problemen voor de zwaar slechthorenden en geheel doof gewordenen zouden al voor een belangrijk deel kunnen worden opgelost, indien men er ook in de Kerken vanuit ging, dat wie niet goed meer of in het geheel niet meer kan horen, nog kan en moet lezen. Lezen is wel het allerbelangrijkste voor een slechthorende of doof gewordene om geestelijk op peil te blijven en niet te verpauperen. Maar zelfs dat wordt niet of niet in voldoende mate beseft door predikanten en anderen.

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn, dat de slechthorenden en doven wekelijks van een gedrukte of gestencilde preek werden voorzien. Zelfs deze mini male tegemoetkoming of handreiking moeten velen nog ontberen. Het is een hoge uitzondering, wanneer een predikant wekelijks zijn te houden preek laat stencillen (ook hier bevestigen uitzonderingen de regel). En mochten wij dit te veeleisend vinden, dan zijn er nog wel gedrukte preken voor dit doel, zoals ‘Van Goedertierenheid en Recht’, de radiopreken, die men bij I.K.O.R. en C.V.K. kan aanvragen, maar waarvan de slechthorenden en doven het bestaan niet kennen, omdat zij nu eenmaal niet naar de radio luisteren en er door anderen niet op worden gewezen. Hier ligt o.i. duidelijk een taak voor de Kerken.

Ook wat betreft het huisbezoek bestaat er onder de slechthorenden en doven heel veel teleurstellingen. Dat komt doordat veel horenden en dus ook predikanten en ouderlingen er tegen opzien om slechthorenden en doven te bezoeken. Zij weten doodgewoon niet wat ze ermee aan moeten.

Aktiviteiten

Om in het bestaande hiaat in de Kerken te voorzien, is de werkgroep destijds begonnen met het uitgeven van een maandelijks verschijnende preekbrief. Vroeger ging dit op basis van vrijwillige bijdragen, maar door de grote kostenstij ging is dat niet meer mogelijk. Wij zijn nu genoodzaakt om van belanghebbenden een bijdrage te vragen van ƒ 5, per jaar. Van verschillende kerkelijke gemeenten ontvangen wij financiële steun, waar wij zeer dankbaar voor zijn, maar ook dan nog stelt deze preekuitgave ons voor grote problemen wat de voortzetting ervan betreft, ook al werken predikanten uit verschillende protestantse Kerken er geheel belange loos aan mee.

Deze preekbrieven fungeren als het wa re als contactorgaan.

Contact met andere slechthorenden en doven is een van de grootste vreugden en een belangrijk middel om het isolement enigszins te verbreken. Met velerlei steun hopen wij dan ook dit werk te kunnen voortzetten. Niet alleen om de preekbrieven op zich, welke taak de Kerken eventueel nog wel zouden kunnen overnemen, maar vooral omdat dit begin van de aktiviteiten heeft geleid tot het organiseren van nog andere zeer belangrijke zaken.

Al enkele jaren, in het voor- en najaar, zijn er bijbel weekenden op ‘Ons Landhuis’, het rust- en vakantieoord van de Nederlandse Vereniging van Slechthorenden te Lunteren. Ook hieraan werken predikanten uit verschillende protestantse Kerken mee. Deze bijbel-weekenden genieten een toenemende belangstelling, zodat het denkbaar is dat er in de toekomst nog meer van deze weekenden gehouden moeten worden.

Wij ontvangen graag adressen van S-H en doof geworden mensen die bij onze aktiviteiten betrokken willen worden.

Namens de Werkgroep ‘Het Evangeliewoord’, Jac. I. Poepjes, secr., Kon. Julianalaan 41, Joure (Fr.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1975

Diakonia | 48 Pagina's

‘Het Evangeliewoord’, werkgroep voor protestantse slechthorenden en doven

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1975

Diakonia | 48 Pagina's

PDF Bekijken