Bekijk het origineel

Wijze woorden Rogier

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wijze woorden Rogier

9 minuten leestijd

Rogier Vorig jaar overleed op bijna tachtigjarige leeftijd professor dr. L. J . Rogier, jarenlang hoogleraar in de geschiedenis aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Een groot geleerde, die veel heeft gepubliceerd — vooral op het gebied van de geschiedenis van de rooms-katholieke kerk in Nederland — en ook na zijn emeritering nog produktief bleef.

'Vandaag en morgen'
Eén van zijn laatste werkstukken is onlangs door zijn zoon Jan Rogier uitgegeven. Een klein geschrift — ruim zestig pagina's —, getiteld 'Vandaag en morgen'. Men kan het beschouwen als een aanvulling op het standaardwerk 'Katholieke Herieving' dat in 1956 verscheen als een bewerking van het gedenkboek'In vrijheid herboren', geschreven ter gelegenheid van het eeuwfeest van het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland (1853).
Eigenlijk schreef Rogier deze verhandeling meteen heel ander doel. Een Franse collega van hem wilde een boek schrijven over de geschiedenis van het katholicisme in Nederland sinds de zestiende eeuw. Als belangrijkste bron gebruikte hij daarvoor de werken van Rogier. Maar die gaven hem uiteraard geen informatie over de allerjongste tijd. Daaraan heeft Rogier hem met dit opstel willen helpen. De Franse studie is vorig jaar uitgekomen, met vermelding van Rogier als mede-auteur.
Rogiers boekje mag klein zijn, er staat veel in, tè veel om daarvan in deze kroniek een overzicht te geven. Maar dat is ook mijn bedoeling niet. Die is veeleer de lezer een aantal wijze woorden voor te schotelen — het werkje bevat ze in overvloedige mate —, in de overtuiging dat ook gereformeerde Nederlanders daarmee hun winst kunnen doen.

Verstand van zaken niet nodig?

Naar aanleiding van het Pastoraal Concilie (1968-70) merkt de schrijver op: ieder kon er zijn hart luchten maar dat gebeurde niet steeds op doordachte wijze. Er waren lieden die zich gedroegen 'als leden van een soort pinksterbeweging in hun glossolalisch getuigen, daarbij al te duidelijk openbarend, hoezeer zij tekortschoten in kennis van de leer der Kerk en van haar geschiedenis. Het is misschien karakteristiek voor de tijd waarin wij leven, dat zoiets als normaal aanvaard wordt: verstand van zaken schijnt niet nodig om mee te beslissen' (25).

Polarisatie
Een aantal bladzijden verder gaat het over de polarisatie: 'Het tot onverzoenlijkheid toespitsen van geschillen of — om het modewoord van vandaag te gebruiken — de polarisatie is een kenmerk van de wereldsamenleving, waarin elk compromis lafheid heet. Het demonstreren, het dreigen, het afdwingen met geweld van tijdbommen en gijzelingen, een klimaat van haat en oorlog op de hogere en lagere onderwijsinstituten — zie daar wat heel de wereld terroriserenderwijze beheerst. In alle landen staan een rechts en een links schuimbekkend tegenover elkaar, ook op het gewijde erf van de Kerk. Nooit is er zo druk geschermd met de oecumenische gedachte, nooit is er door de katholieken — men zou hier ook kunnen lezen: de gereformeerden, J. P. — zo nadrukkelijk gelonkt naar andersdenkenden en nooit is er tussen de leden van dezelfde Kerk zóveel af gevochten' (44).

De ziekte van deze tijd: discussiewoede Op bladzijde 46 en 47 zegt Rogier wat volgens hem de meest in het oog lopende tegenstelling was tussen het tweede Vaticaanse Concilie en het Pastoraal Concilie: in Rome waren theologen van de oude stempel de hoofdredacteuren van de werkstukken en in Noordwijkerhout waren dat de sociologen. Jammer, beide eenzijdigheden. 'Met name de Noordwijkerhoutse vergaderingen hadden bovendien te lijden onder de ziekte van de tijd — of moet ik zeggen: de kinderziekte der sociologen? — namelijk de discussiewoede, het soms bijna kinderlijk geloof in het nut van gedachtenwisselen, de blindheid voor het gevaar, dat altijd om de hoek loert, als er lieden bijeen zijn, die beter praten dan luisteren kunnen: de kans, dat de onderwerpen doodgepraat worden en de discussie eindigt in een mist, waarin de opinies geen herkenbare gestalte meer hebben'.

Wie zijn de schuldigen?
Wie hebben schuld aan de huidige verdeeldheid van het katholicisme? Zij die zich beschouwen 'als de door God geroepen wachters op de tinnen', zij die terugschrikken voor de consequenties van het tweede Vaticanum. Zeker. Maar: 'Natuurlijk zijn zij niet de enige schuldigen. Hun verzet kreeg voedsel van andermans onberaden vernieuwingsvlijt. Die vlijt had veelal de parmantigheid der ontdekkingsreizigers, die gebieden ontsluiten, waar geen mens nog een voet gezet had. Maar er is zo weinig nieuws onder de zon' (51). Beide partijen zouden er goed aan doen zich goed in de geschiedenis te verdiepen.
Eenmaal zover gekomen, zouden de driftige vernieuwers misschien gaan beseffen, dat kennis van het verleden zijn nut heeft voor het heden en dat het een uiterste van snobisme moet heten te verkondigen dat het geen zin heeft rekening te houden met het verleden, omdat dit 'dood (is) en voorgoed voorbij'. Het is, of een weeskind beweert, dat het nooit ouders gehad heeft. Voor de koppige stilstaanders kan kennis van de kerkgeschiedenis misschien dit nut hebben, dat zij wat minder gauw schrokken van wat zij nieuwlichterij noemen, maar dat soms diepe wortels in het verleden heeft' (52).

Het (misschien) wijste woord
Op bladzijde 54 schrijft professor Rogier over de verschraling in spiritualiteit en eredienst, die, zegt hij, geen mens kan ontkennen. 'De rijkdom van wat Bremond 'Ie sentiment religieux' (het religieuse gevoel) noemde heeft plaatsgemaakt voor een instrument met één snaar, een nieuw rationalisme, dat zweert bij de tastbaarheden alleen. Zo is het gesteld in alle landen der aarde'. En dan volgt het misschien meest wijze woord uit heel het boekje: 'Het zal wel weer overgaan . . .'

Onbesuisd vernieuwingszelotisme
Misschien heeft deze of gene zich allang afgevraagd: waar stond Rogier nu eigenlijk? Het antwoord moet luiden: is geen geval in de zogeheten conservatieve hoek. Al in 1958 hekelde hij in een rede de toenmalige volgzaamheid van de Nederlandse katholieken door volgzaamheid 'het instinct van de schapen' te noemen. De rede verwekte toen nogal opschudding, vooral bij de clerus. Dat maakt de geciteerde uitspraken des te opvallender. En ook de volgende waarin de Nederlandse katholieken worden opgeroepen 'een beeldstormersdrift in te tomen, die telkens weer olie op de smeulende achterdocht giet. Als de bisschoppen uitleggen, dat het geloof niet verandert met het invoeren van nieuwe uitdrukkingsvormen, schrijft een onbesuisde vernieuwingszeloot in een krant, dat het beter is er eerlijk voor uit te komen, dat de kerkleer wèl verandert, zodra de gestalte waarin zij tot ons treedt, wijziging ondergaat. Zo sticht men heilloze verwarring. Ontelbaar zijn verder de eisen, die door bepaalde pressiegroepen naar buiten gedragen worden als een stem des volks, maar die voorshands bij dat volk nauwelijks weerklank vinden' (61).

De les van de kerkgeschiedenis
Helemaal aan het eind zegt Rogier van de Nederlandse bisschoppen: zij 'lopen eer het gevaar van een te lang volharden in het 'laissez-faire' (laat maar gaan) dan dat van te grote kwistigheid met het 'veto'. Misschien konden zij de koplopers onder 'de hun toevertrouwde geestelijkheid en gelovigen' iets hardhandiger met de neus drukken op Jesaja's woord: 'Wie gelooft, die en zal niet haasten'. De kerkgeschiedenis demonstreert op haast elke bladzijde, hoe gevaarlijk het is de behoudzucht uit te dragen door radicalisme' (62).

Rogiers Terugblik'
'Vandaag en morgen' is wel het laatst verschenen, maar niet het laatst geschreven opstel van professor Rogier. Het laatst geschreven is een 'Terugblik' in het 'documentenboek' 'Katholieke Universiteit Nijmegen 1923-1973' (Ambo, Bilthoven 1974), verschenen (zoals de titel al zegt) ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Nijmeegse universiteit. Boeiend en leerzaam — weer zeg ik: óók voor ons — is wat hij aan het slot van zijn terugblik schrijft over de toekomst van die universiteit. Dat is — beknopt en deels letterlijk, deels vrij weergegeven — het volgende:
Zal zij gevestigd blijven op de oude grondslag en — om met Abraham Kuyper te spreken — voortgaan in de edele opzet 'uit den wortel des geloofs de vrucht der wetenschap te telen'? Zo simpel ziet vandaag niemand het meer'.
Men verneemt dan dat een in 1968 ingestelde commissie na achtentwintig vergaderingen in 1971 tot de slotsom kwam 'dat het raadzaam moest heten het predicaat 'Katholiek'in de naam der universiteit te handhaven, mits dit predicaat mocht verstaan worden in zijn oud-christelijke zin en niet als de aanduiding van de kerk van Rome in haar na-Trentse strijdbaarheid'. Dat laatste was ongetwijfeld een afwijking van de opzet van 1923. Maar één waartegen op zichzelf geen bezwaar is te maken, vindt Rogier. 'Als elke tijd van zijn eigen adem moet leven, heeft niemand het recht om van katholieken van 1974 te veriangen, dat zij leven uit leuzen van 1923'.
De vraag echter waar het op aankomt, is deze: 'is bij de Nederlandse katholieken nog genoeg over van het geloof in de zin van een confessionele universiteit? Is het niet zo, dan zullen geen conspiraties (samenzweringen) van moderne Katharen *) het prijsgeven kunnen beletten van wat eens 'in Dei nomine feliciter' (in de naam van God veel geluk) op alle straten en pleinen verkondigd werd. Immers is het natuurlijk, dat 'het lemmet vlam noch dampen' geeft, 'als de olie is verbarrend in de lampen' (Vondel). De naaste toekomst zal uitwijzen, of het zover gekomen is of binnenkort komen zal. Ik voor mij hoop het niet meer te beleven'. Zo eindigt Rogiers terugblik. Of nee, er is nog een naschrift. Dat zó luidt: 'Dit essay is in te grote haast — en met een doodziek lichaam — zonder het noodzakelijk bronnenonderzoek geschreven, waardoor waarschijnlijk onnauwkeurigheden zijn ingeslopen'. Een maand later overieed Rogier. Vlijt en arbeidzaamheid staan tegenwoordig niet zo hoog meer genoteerd. Maar ik voor mij kom diep onder de indruk van de trouw aan de levenstaak — trouw tot haast in de dood — die hier gedemonstreerd wordt.

Nog eens: bezoek uit Jutland

In september vorig jaargaf ik in mijn Kroniek iets door van wat de Deense predikant Glenthöj mij over de situatie in zijn land bij een bezoek aan Kampen verteld had. O.a. dat aan de theologische faculteiten tegenwoordig grote aandacht wordt gegeven aan godsdienstwetenschap en menswetenschappen, dit ten koste van de wetenschappelijke bestudering van de bijbel.
Door bemiddeling van professor Augustijn ontving ik een brief van een Deense theologische studente die momenteel aan de V.U. studeert. Zij spreekt het door mij vermelde tegen. Schrijft o.a.: 'Van een verschuiving van het zwaartepunt naar godsdienst- en menswetenschappen heb ik niets gemerkt. M.i. staan de exegetische vakken nog even centraal in de studie als vroeger'.
Ik geef dit gaarne door, zonder verder commentaar; misschien doet zich nog eens een gelegenheid voor over dit onderwerp contact met mijn zegsman op te nemen. Intussen werd de hoofdmoot van mijn Kroniek van september 1974 gevormd door iets anders, nl. de moeilijkheden waarin de jonge predikant Nör geraakt was. Hij had verklaard geen kinderen te zullen dopen van ouders die niet wilden beloven hun kinderen christelijk op te voeden. Misschien herinnert de lezer het zich nog. Die kwestie heeft intussen een (voorlopige?) afsluiting gevonden. De minister (!) heeft ds. Nör niet afgezet — hetgeen volgens de berichten diens bisschop gewild had —, maar hem wèl aangezegd dat de eerste keer dat hij de - doop zou weigeren, zijn afzetting zou kunnen betekenen.


*) Katharen (letterlijk: reinen) was de naam van verschillende secten in de oude kerk, maar vooral in de middeleeuwen, die protesteerden tegen de onzuiverheid en verwording in de kerk. Met moderne Katharen bedoelde Rogier ongetwijfeld katholieken die zich hebben verenigd in bijv. het Michael-Legioen en de R.K. Partij Nederland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1975

Kerkinformatie | 20 Pagina's

Wijze woorden Rogier

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1975

Kerkinformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken