Bekijk het origineel

Samen delen begint in de christelijke gemeente

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Samen delen begint in de christelijke gemeente

6 minuten leestijd

In de eerste christengemeente, die op de Pinksterdag in Jeruzalem ontstond, gebeurde iets merkwaardigs. Zij, die op die dag gedoopt werden, vormden een geheel nieuwe gemeenschap. De omkering, die door de uitstorting van de Heilige Geest bij deze mensen plaatsvond, was zó ingrijpend, dat ook geld en goed binnen de gemeenschap gebracht werden. Niemand zei, dat iets van hetgeen hij bezat, zijn persoonlijk eigendom was. De kracht van de Heilige Geest was zó sterk, dat dit als regel hermetisch gesloten terrein als vanzelf openging.

De gemeenschap van goederen, die bij de eerste christenen bestond, stond niet op zichzelf. Zij was een onderdeel van een levensgemeenschap, die ook omvatte het onderwijs van de apostelen, het breken van het brood en de gebeden. Het delen van geld en goed werd gedragen door een geestelijke eenheid. Men kan zeggen dat in Jeruzalem toen een volmaakte harmonie was tussen de 4 kenmerken van de christelijke gemeente: gemeenschap (koinonia), viering (liturgie); verkondiging (kerugma) en dienst (diakonia).

Het samen delen was ook geen doel in zichzelf. Het was een middel om een nieuwe gemeenschap te stichten. Er was ook niet één behoeftig onder hen, zegt Handelingen 4. Men bracht de opbrengst van landerijen en huizen bij de apostelen, die aan ieder uitdeelden naar behoefte. Dat wil zeggen: de tegenstellingen tussen rijk en arm werden opgeheven. Het gemeenschappelijk (collectief) belang werd gesteld boven het persoonlijk (individueel) belang. Zo kwam iedereen — ook de behoeftige, die om een of andere reden niet genoeg had voor zijn eigen levensonderhoud — tot zijn recht.
God werd als absoluut Eigenaar van alles erkend en daarmee kwam ook de naaste binnen de kring van de liefde. Zo kwam dus ook het stoffelijke, het materiële, onder het beslag van de Geest van Christus te liggen.
De eerste christengemeente is een voorloper geweest van het Rijk van vrede en gerechtigheid (de sjaloom) dat komt. Men kan er ook een oefenplaats van het heil in zien. Het is een vooruitgrijpen op de toekomst geweest. In die dagen was het in Jeruzalem zoals het eens worden zal. De muren werden afgebroken, ook die tussen arm en rijk. Er ontstonden geheel nieuwe verhoudingen tussen de mensen. Zij leefden zó geheel anders dan de andere mensen, dat uit hun handel en wandel een sterk appèl en een uitdaging op de omgeving uitging. Zij ervoeren de waarheid van het woord van Jezus, door Paulus aangehaald (in Handelingen 20:35): 'het is zaliger te geven dan te ontvangen'. Stel dat daar onze economie eens op gebouwd was was . . . !
Hun nieuwe levenswijze was tegelijk hun missionaire (zendings)kracht. De Heer voegde dagelijks toe aan degenen, die behouden werden. Zij getuigden, behalve door hun woord, vooral ook door hun daad.

Het leven van de eerste christengemeente is een inspiratiebron voor christenen, die vandaag zoeken naar een nieuwe levenswijze. leder, die probeert te versoberen, komt al gauw tot de ontdekking, dat je het op je eentje maar moeilijk kunt volhouden. Je hebt er anderen, geloofsgenoten, bij nodig. Je moet samen zoeken naar wegen om tegenspel te bieden aan de druk die de welvaartsmaatschappij op ons uitoefent om méér te willen hebben, méér te consumeren, méér te produceren. Wanneer je samen met anderen over deze dingen begint, kan er een wederzijds vertrouwen groeien, gebaseerd op een gemeenschappelijk geloof. Als deze basis er is, kan er ook openheid komen over 'heilige huisjes' als ons privé-inkomen en privé-eigendom en wat we daarmee doen.

Ideaal zou zijn wanneer een christelijke gemeente bestond uit kleine leefgemeenschappen (communauteiten) van christenen die in dezelfde buurt wonen. Daarin kan op basis van de gemeenschappelijke band aan Christus iets opbloeien van het samen delen, waarin de eerste christengemeente ons ten voorbeeld was. Dat samen delen kan dan allerlei zaken omvatten, van een bezoekje bij ziekte tot materiële steun in geval van nood. Dat samen delen richt zich dan ook op medemensen ver weg, die door verdrukking of armoede in nood geraakt zijn. Het moet een permanente betrokkenheid inhouden voor de naaste in de 'derde wereld'. Maar er is ook nog een 'naaste-in-de-tijd' (de na ons komende generaties!) met wie we samen moeten delen.

Zo zien we in onze tijd allerlei groepen ontstaan, van christelijke communes tot buurtgemeenten, die, de een wat verder en dieper dan de ander, het samen delen in praktijk proberen te brengen. Het bekendste voorbeeld van een communauteit in onze tijd is Taizé, waar men het soberheidsideaal in praktijk wil brengen. Zo doen de broeders van Taizé bijvoorbeeld niet aan kapitaalvorming. Gastvrijheid, ter beschikking staan voor de ander, daadwerkelijke hulpveriening, geloofsblijdschap en gebed staan centraal in de leefregels van Taizé. Het is een moderne vorm van de oude kloostergemeenschappen uit de Middeleeuwen.

Taizé is natuurlijk voor de meesten van ons ver weg en onbereikbaar. Toch helpen de ideeën van Taizé ook vele 'gewone' christenen in deze tijd om op weg te gaan. Er zijn trouwens ook voorbeelden dichterbij huis. Zo kwam een werkgroep voor ontwikkelingssamenwerking via allerlei activiteiten voor de 'derde wereld' uit bij het eigen bestedingspatroon. Er groeide een besef van: wij zullen ook onderling openheid moeten betrachten over onze eigen inkomsten en uitgaven; wij zijn zelf in het grote geheel van de plaatselijke kerk een stukje gemeente, dat beoordeeld wil worden naar de mate van onderlinge solidariteit en dienst aan de gerechtigheid. Samen delen en samen bidden liggen in eikaars verlengde.

Het komt in onze tijd meer dan ooit aan op de macht van twee of drie (Matt. 18:20). Sterker dan vroeger beseffen wij dat de gemeente van Christus terugvalt op zijn oorspronkelijke kern. Die kleine kern heeft de belofte: waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden. Waar de grote instituten hoe langer hoe meer uitgehold lijken, waar in de moderne samenleving techniek en economie de mens steeds meer doen vereenzamen, wordt die kleine kern van getrouwen hoe langer hoe belangrijker. De kleine gemeenschap van christenen, die een oefenplaats wil zijn van samen delen en van vernieuwing van de levensvormen, is de overlevingskans van de kerk. Wanneer de 'officiële' kerk dit verschijnsel als wezenlijk herkent, zal ze het ook willen erkennen en de ruimte willen geven. Tenslotte zond Jezus zijn volgelingen twee aan twee erop uit (Lucas 10:1). Ook beval hij ze geen goud, zilver of koper mee te nemen, zelfs geen reiszak en geen twee hemden of sandalen, (Matt. 10:9, 10) omdat Hijzelf borg stond voor hun levensonderhoud. Het triomfalisme van een kerk als macht, die meetelt, heeft zijn tijd gehad. Het instituut heeft niet afgedaan, maar het valt terug op zijn kleinste kern: de macht van twee of drie en daarmee op Hem, wiens kracht in zwakheid wordt volbracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975

Kerkinformatie | 28 Pagina's

Samen delen begint in de christelijke gemeente

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 februari 1975

Kerkinformatie | 28 Pagina's

PDF Bekijken