Bekijk het origineel

Over onszelf en ‘de anderen’

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Over onszelf en ‘de anderen’

9 minuten leestijd

Het nu volgende artikel gaat over de verschijnselen discriminatie en vooroordeel, zoals deze in de sociale psychologie beschreven zijn. Ik heb het de titel: over onszelf en ‘de anderen’, gegeven, omdat ik ervan uitga dat alle mensen, dus ook wijzelf, meer of minder bevooroordeeld zijn, d.w.z. dat wij ‘de ander’ discrimineren op grond van het feit dat hij of zij tot een bepaalde groep behoort, en voorbijgaan aan zijn persoon.

Eerst een korte algemene beschrijving. In hun contact met de wereld om hen heen moeten mensen en dieren onderscheid maken tussen de prikkels, die ze waarnemen, om een georganiseerd beeld van hun omgeving te kunnen krijgen. Dit is onderzocht door J. van Vexküll (in 1933), die uit fysiologische onderzoekingen bij dieren concludeerde dat alle inwerkingen van buitenaf wel het lichaam van het organisme bereiken, maar dat dit organisme slechts op enkele van die inwerkingen reageert. Met andere woorden: alle binnengekomen informatie wordt door het organisme geordend.

In de psychologie neemt men aan dat een dergelijk ordeningsprincipe als bij het waarnemen ook geldt bij het psychisch op ons laten inwerken van de buitenwereld. We kunnen niet reageren op alle eigenschappen van alle mensen om ons heen. Ook hier worden grote hoeveelheden informatie in categorieën verdeeld; op deze wijze krijgen we een samenhangend beeld van onze omgeving. Dit stelt ons zelfs in staat om over grote groepen mensen te spreken met behulp van een enkel begrip. We praten over ‘de ambtenaren’, ‘de delinquenten’, ‘de negers’, en kennen zelfs eigenschappen toe aan deze groepen, hoewel we ze in onze omgeving niet kunnen aanwijzen. Deze ordening kan op rationele, maar ook op emotionele gronden berusten. We hebben een hekel aan een bepaalde groep, en geven de voorkeur aan een andere groep.

Wat is een vooroordeel?

Wat is nu bevooroordeeldheid? Dat houdt in, dat iemand een ander beoordeelt louter en alleen op diens lidmaatschap van een groep. Een duidelijk voorbeeld is het vooroordeel, dat vaak tegen delinquenten bestaat. ‘Dieven zijn misdadigers, en misdadigers zijn gevaarlijk’ of ‘Wie eens steelt, is altijd een dief’, hoort men vaak.

Opvallend is dat men zich een beeld gaat vormen van zo’n bevooroordeelde groep, en dat de leden van deze groep dus eigenschappen worden toegedicht, die onderling samenhangen. Denk maar aan het vooroordeel ten aanzien van psychiatrische patiënten, dat men vaak tegenkomt. Deze mensen worden b.v. onevenwichtig, onbetrouwbaar en gevaarlijk genoemd. Het beeld, dat men van een psychiatrische patiënt heeft, is echter niet duidelijk. Het is een vaag, onbewust negatief beeld, dat grote invloed heeft bij het vormen van een oordeel over iemand.

Vandaar het woord voor oordeel. Voordat men — redelijkerwijze gesproken — over een persoon kan oordelen, heeft men vanwege zijn psychiatrischpatiënt-zijn al een afwerende houding. Kenmerkend is ook, dat vaak bepaalde negatieve eigenschappen zo belangrijk zijn dat ze invloed hebben op alle eigenschappen. De hele persoon wordt veroordeeld. In het verhaal over het vooroordeel tegen de gehandicapte door mr. Menken bijvoorbeeld wordt door een aantal vrouwen in de bus het lichamelijk gehandicapt zijn (wat ze kunnen zien) naar het geestelijke uitgebreid (wat ze niet kunnen zien en dus alleen maar kunnen veronderstellen).

Ik heb met u een aantal aspecten van het verschijnsel vooroordeel bekeken. Nu ga ik in op de vraag hoe het komt dat mensen bevooroordeeld zijn. Het antwoord op deze vraag probeer ik als volgt te formuleren. Zowel persoonlijke als sociale en culturele factoren spelen een grote rol bij het tot stand komen (en het handhaven!) van vooroordelen. Persoonlijke factoren noem ik factoren binnen de mens zelf. Ik behandel er enkele: angst en agressiviteit. Sociale factoren zijn invloeden vanuit de omgeving. Eén van de belangrijkste hiervan is de gezinssituatie, die in een apart paragraafje behandeld wordt.

Persoonlijke factoren

Wanneer je met bekende mensen omgaat, is het duidelijk wat van je verwacht wordt. Je weet wat je moet doen, je ‘rol’ is duidelijk. Je hebt een veilige basis voorjouw handelen. In de omgang met een vreemde voel je je wat minder zeker. Je moet de ander als het ware aftasten. Je weet niet of hij vriendelijk of agressief is, en dat onzekere gevoel kan bedreigend zijn. Het plaatst je in een kwetsbare positie, waardoor het moei lijk wordt je voor die vreemde open te stellen.

Ik kan me voorstellen dat veel mensen soortgelijke gevoelens hebben, wanneer ze iemand tegenkomen, die uit een voor hen vreemde groep komt. Wanneer ze bijvoorbeeld een gehandicapte zien, is dat een beetje griezelig. Ze weten met hun houding geen raad. Ze zijn bang, en het veiligste lijkt dan om maar niets met de ander te maken te hebben. Een gevolg van die angst is dus dat ze niets van de persoon van die gehandicapte te weten komen.

Een andere persoonlijke factor, die opvalt bij het tot stand komen van vooroordelen, is de agressiviteit. Sommige mensen worden kwaad op hele groepen tegelijk en men kan zich afvragen waar die boosheid vandaan komt. In veel gevallen zal men zien dat een ‘zondebok’ wordt uitgekozen, omdat men zijn agressie niet kan uiten tegen de figuur waarop men boos is. Een bekend cartoon achtig voorbeeld is de sergeant, die thuis door zijn vrouw afgeblaft wordt, zijn kwaadheid hierover tegen haar niet kan uiten en deze opgekropte agressie afreageert op zijn manschappen, een groep die in feite ‘onschuldig’ is. Het komt heel vaak voor dat opgekropte agressie ontladen wordt op minderheidsgroepen.

Sociale en culturele factoren

Mensen zijn onderdelen van een sociaal systeem (bijv. de maatschappij, maar ook het gezin, de schoolklas), waarin bepaalde normen en regels gelden. Deze normen vormen een richtlijn voor het gedrag van de leden van de groep. Conformeren aan de regels van de groep is dus een ‘normaal’ verschijnsel. Wan neer iemand afwijkt van die regels, veroorzaakt dit in de groep onzekerheid (of onveiligheid), die vaak door die groep niet getolereerd wordt. Het kind, dat afwijkt in de klas, ligt er bij de andere leerlingen uit. Op grotere schaal komt een dergelijk verschijnsel ook voor. Wanneer mensen tot een bepaalde groep behoren, blijkt dat de maatschappij hen minder rechten toekent dan aan anderen. Al kent Nederland officieel geen minderheidsgroepen meer, die gediscrimineerd worden, toch laten de artikelen in dit nummer van Diakonia zien dat de praktijk anders leert. Iemand, die uit een psychiatrische inrichting ontslagen is, kan moeilijk werk vinden.

De maatschappij kent veel van die onbewuste normen en regels, waardoor voor bepaalde groepen het volledig meefunctioneren in de samenleving moeilijker wordt gemaakt dan voor anderen. Ik denk aan de grote groep bejaarden, die na hun 65 ste levensjaar uitgerangeerd zijn in een maatschappij, waarin het produktief zijn, het werken en bovendien het jong zijn als een ideale norm wordt gezien. Ze krijgen het etiket van ‘oudje’ opgeplakt en tellen eigenlijk niet meer mee.

De achtergrond van het gezin

In 1964 verscheen een boek van de Duitse filosoof socioloog Adorno, ‘De autoritaire persoonlijkheid’, waarin de sterk bevooroordeelde met de weinig bevooroordeelde persoon werd vergeleken. We noemen hen resp. Steven en Willem. Beiden werken en zijn 20 jaar oud.

In het gezin waarin Steven opgroeide, werd streng de hand gehouden aan discipline, regels en dus gehoorzaam heid. Dit noemen we een autoritair gezin. Willem daarentegen kreeg een soepele opvoeding. Hij kon zijn eigen mening uiten.

Deze verschillen in ‘sfeer’ bepalen voor een belangrijk gedeelte de karakterontwikkeling van de kinderen.

Waneer Steven over zijn ouders spreekt, gebruikt hij ongedifferentieerde termen.

Hij idealiseert ze. Er zijn geen problemen, waarover hij met hen zou willen praten. Zijn vader is koel en streng, maar hij voelt zich meer tot hem aangetrokken dan tot zijn moeder, waarschijn lijk omdat zijn vader het gezag vertegenwoordigt. Willem geeft een meer objeclieve mening over zijn ouders. Hij noemt ook hun tekortkomingen, maar zegt veel positieve dingen, bijvoorbeeld dat zij vaak deelnamen aan spelletjes met de kinderen. Hij voelt zich meer tot zijn moeder aangetrokken. Het blijkt dat Steven zijn gevoelens moeilijker kan uiten. Hij maakt weinig originele opmerkingen. Willem praat veel gemakkelijker over zijn gevoel.

Een belangrijk verschil tussen Steven en Willem ligt in hun houding ten opzichte van het gezag. Steven houdt zich aan de regels, gehoorzaamt zijn superieuren zonder zich af te vragen of hij het wel met ze eens is. Willem gaat soepel met de regels om, en is eigenlijk veel ongehoorzamer. Wanneer we bij Steven en Willem nagaan, wie van de twee sterk bevooroordeeld is, dan zullen we veel vooroordelen bij Steven aantreffen. Hij houdt zich aan stereotiepe, weinig gedifferentieerde uitspraken over groepen (negers, Surinamers), die volgens hem gevaarlijk zijn, omdat ze geen regels hebben. Omdat hij zo vasthoudt aan het belang van zijn normen, is het moeilijk hem ervan te overtuigen dat andere groepen andere normen hebben.

In het algemeen gesproken is het autoritaire gezin een voedingsbodem voor bevooroordeeldheid. De kinderen krijgen weinig persoonlijk, gevoelsmatig contact en het gevolg hiervan is dat ze niet met hun gevoel kunnen omgaan. Vage, ongedifferentieerde gevoelens ten aanzien van grote groepen kiezen zij als uitgangspunt voor hun handelen.

Ons eigen gedrag

Maar iedereen is bevooroordeeld, zo stelde ik aan het begin van dit artikel. En het is zeer goed mogelijk iets aan die bevooroordeeldheid te doen. Ik denk dat het vooroordeel wegvalt in een concrete situatie, waarin ‘de ontmoeting van mens tot mens’ plaatsvindt.

We zullen naar die ‘ander’ moeten toegaan, met onze onzekere houding. Pas dan zien we die ander niet meer als ‘gehandicapte’, als ‘psychiatrische patiënt’, maar als medemens, die evenals wij strijden moet voor een gelukkig leven, die evenals wij eenzaamheid kent, en die evenals wij zijn bestaan zal moeten opbouwen.


Exemplaren van dit themanummer kunt u bestellen door overschrijving op giro 8685 van de Generale Diakonale Raad te Utrecht met vermelding van het aantal gewenste exemplaren.

Prijs per exemplaar: ƒ 2,50

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1975

Diakonia | 36 Pagina's

Over onszelf en ‘de anderen’

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 maart 1975

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken