Bekijk het origineel

Wat te doen tegen kindermishandeling?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wat te doen tegen kindermishandeling?

9 minuten leestijd

Ouders, die hun kinderen mishandelen, hebben praktisch altijd zelf een erg moeilijke jeugd gehad, door bv. verwaarlozing, mishandeling, vroege dood van ouders, ernstige plagerijen van broers of zusters. Zij hebben de warme veiligheid gemist, die een jong kind nodig heeft om zich te kunnen ontplooien en vertrouwen te krijgen in andere mensen en zichzelf.

Door minderwaardigheidsgevoelens en wantrouwen kregen zij later allerlei teleurstellende ervaringen, die hen in deze gevoelens versterkten. Zo werden zij erg gevoelig voor kritiek, angstig en in zichzelf gekeerd.

Maar steeds bleven zij op zoek naar iemand, die hun gemis zou kunnen vergoeden. Als zij zelf een baby verwachten, kan hun hoop daarop gevestigd zijn: mijn eigen kind zal toch zeker van mij houden!, en: ik zal het hem beter geven dan ik het zelf had! Gelukkig lukt dit ook bij veel ouders, die het als kind erg moeilijk hadden. Maar een aantal van hen verwacht zoveel meer dan een pasgeborene kan geven, dat het onvermijdelijk op een teleurstelling moet uitlopen. Dan kunnen zij nog extra aan zichzelf gaan twijfelen: waarom doet mijn kind zo tegen mij? Ben ik geen goede ouder?

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, zijn deze mishandelende ouders niet onverschillig. Zij stellen juist hoge eisen aan zichzelf, aan elkaar en aan de kinderen. De lichamelijke verzorging van de kinderen is dikwijls prima, het huishouden (vaak overmatig) keurig; zij staan bekend als goede werkers en bekleden soms verantwoordelijke functies. Mishandeling komt voor in alle milieus, zeker niet alleen in ‘asociale’ gezinnen.

Verwaarlozing

Soms mishandelen ouders hun kinderen door verwaarlozing. De zuigeling wordt zelden verschoond, zodat hij huidaandoeningen krijgt; de kinderen raken onder voed en hebben onvoldoende kleding. Dikwijls krijgen zij ook te weinig aandacht en missen daardoor ontwikkelingskansen. Bij praten, spelen, zingen, stoeien, wandelen al die dingen, die ouders in het algemeen graag met hun kinderen doen leert een kind allerlei, het kan niet zonder die aandacht.

Jonge kinderen lopen de grootste kans mishandeld te worden. Een dodelijke mishandeling treft, bijna altijd een zuigeling of kleine peuter. Maar ook oudere kinderen, tot adolescenten en jonge volwassenen toe, kunnen slachtoffer zijn. Met kinderen, die voldoening geven, kunnen labiele ouders het in gunstige omstandigheden misschien nog net rooien. Maar babies, die veel huilen, maken sommige ouders radeloos. Kinderen, die om één of andere reden niet goed gedijen, kunnen moeilijk te accepteren zijn voor ouders; zo ook gehandicapten, pleeg en stiefkinderen, buitenechtelijke of ongewenste kinderen; kortom alle kinderen, die ‘bijzonder’ zijn. Ook te vroeg geboren kinderen lopen risico, want zij vragen veel zorg en de zo noodzakelijke warme band tussen moeder en kind kan moeilijk ontstaan, wanneer het kind eerst een tijd in de couveuse ligt.

Ongelukkigerwijs komt het voor dat verwaarloosde of mishandelde kinderen een gedrag gaan vertonen, dat de teleurstelling voor de ouders nog vergroot. Zij raken vaak achter in lichamelijke en/of geestelijke ontwikkeling. Soms worden zij apathisch, schuw, nerveus, angstig of teruggetrokken. Sommige kinderen sloven zich uit om aan de onredelijk hoge eisen van hun ouders te voldoen om slaag of erger te voorkomen.

Zij kunnen dan prestaties leveren, die ver boven hun leeftijd liggen, bv. in de huis houding of bij de zorg voor de jongere kinderen. Zij lijken dan vroegrijp, maar hun verdere ontwikkeling kan hierdoor geblokkeerd raken en op school kunnen zij dan niet goed meekomen.

Andere kinderen reageren met verzet. Zuigelingen krijgen ontzettende gilbuien, ouderen worden soms agressief; zij grissen het speelgoed weg van hun kameraadjes en maken thuis of op school de boel stuk. Soms worden zij zo baldadig en onhandelbaar dat iedereen kan begrijpen dat de ouders het met zo’n kind niet kunnen uithouden.

Gevolgen

De lichamelijke en geestelijke gevolgen van mishandeling kunnen heel ernstig zijn: niet goed genezen botbreuken, verlammingen, doofheid, blindheid etc. Een aantal kinderen wordt achterlijk. Natuurlijk moeten deze kinderen de best mogelijke medische, pedagogische en maatschappelijke hulp krijgen.

Kwetsbare ouders met ‘moeilijke’ kinderen raken soms zo in het nauw dat er gevaar is voor kindermishandeling (al gebeurt dat gelukkig lang niet altijd!) Het begint met een klap. Helpt dat niet, dan volgt een aframmeling en zo gaat het van kwaad tot erger — tot mishandeling toe. Herkent men de oorzaak van de spanningen niet en laat men het gezin zitten met de problematiek (zonder hulpverlening), dan is er groot gevaar op herhaling. Het zo vroeg mogelijk herkennen en helpen van deze gezinnen in hun noodsituatie is daarom van het grootste belang.

Liever de ongelukken voorkomen! Iedereen, die veel te maken heeft met gezinnen met kinderen, zou hierop bedacht moeten zijn en dan veel preventief werk kunnen doen. De ouders zenden ‘noodsignalen’ uit, die men nog te weinig herkent. Op zoek naar hulp, medeleven en steun melden zij zich vaak bij allerlei instanties met schijnbaar kleine klachten. Men helpt met een eenvoudige oplossing: de echte moeilijkheden durven of kunnen deze ouders echter niet te berde te brengen, en die worden door de hulpverlener dan ook niet herkend; zij voelen zich eens te meer verworpen en in de steek gelaten.

Een andere keer proberen zij aandacht te krijgen door op een ongewoon uur te komen of zoeken zij elders gehoor. Zij wisselen vaak van huisarts, gaan telkens naar andere instellingen voor maatschappelijk werk en verhuizen vaak; de kinderen komen midden in het schooljaar op een andere school, hetgeen hun ontwikkeling ook niet bevordert. Ook ‘vergeten’ de ouders vaak afspraken en laten zij de kinderen verzuimen van peuterspeelzaal of (kleuter)school. De kinderen mogen dikwijls niet meedoen aan aktiviteiten buiten schooltijd, nooit buiten spelen of met vriendjes omgaan. Wie dit soort verschijnselen ziet in de hierboven beschreven gezinnen, moet zich wel afvragen of er hulp van hem wordt verwacht en hoe hij die kan geven of kan maken dat anderen die verlenen.

Randgevallen

Er zijn veel meer ‘randgevallen’, gezinnen waar het ‘moeilijk zit’, waar kinderen ‘bedreigd’ zijn, dan gezinnen waar echt wordt mishandeld. Dat is uit het voorgaande wel duidelijk geworden. ‘Gewone’ mensen kunnen juist daar goed preventief werk doen. De ouders hebben vooral behoefte aan warmte en medeleven voor zichzelf. Als iemand hun isolement kan doorbreken, verminderen de spanningen en zijn de kinderen minder bedreigd.

Wat dit betreft, moet men wel erg voorzichtig zijn, want een gewone goedbedoelde opmerking of een ongevraagd advies kan door de gevoelige ouders worden ervaren als grievende kritiek en hen verder in hun isolement drijven. Meevoelend luisteren is vaak de beste methode. De moeilijkheden komen dan wel ter sprake en vaak kan men met daarop aansluitende praktische hulp enig vertrouwen winnen: door te helpen voor de kinderen een plaats te vinden op een peuterspeelzaal b.v. Daardoor krijgt een vermoeide moeder een paar keer per week wat vrije tijd. Zo zijn er allerlei mogelijkheden. Het komt er vooral op aan te luisteren ‘tussen de woorden door’: waarom praat hij nooit eens over zijn werk, gaan deze mensen nooit eens uit, blijft zij nooit eens rustig zitten?

Ruim tijd nemen voor ouders (en opgroeiende kinderen), echt luisteren en meeleven is erg belangrijk.

Vertrouwensartsen

Wanneer wij een vermoeden hebben van mishandeling, of zeker weten, dat het voorkomt in een gezin, is alléén klaarstaan en luisteren natuurlijk niet voldoende al blijft het van grote waarde. Daarnaast zal dan professionele hulp nodig zijn. Er zijn in ons land ‘Vertrouwensartsen inzake Kindermishandeling’, tot wie iedereen zich kan wenden voor overleg en advies, ook bij vermoedens. De naam van de melder geven zij niet door zonder diens toestemming. Ook ouders zélf kunnen zich tot hen wenden. Hun adviezen zijn kosteloos, een verwijsbriefje is niet nodig.

De vertrouwensartsen werken in teamverband (met maatschappelijk werkers en bureaucoördinatoren) en helpen in principe niet zelf … Zij zijn er om de melder te adviseren, dan wel in overleg met hem te zoeken naar andere hulp, liefst zo dicht mogelijk bij het gezin: b.v. de huisarts, het consultatiebureau voor zuigelingen en kleuters, de dominee, de onderwijzer; soms zal het nodig zijn het kind naar een polikliniek te verwijzen of op te nemen in een ziekenhuis; in andere gevallen zal de vertrouwensarts aanraden een Medisch Opvoedkundig Bureau (MOB) in te schakelen of een soortgelijke instelling.

Verdere taken van de vertrouwensarts zijn: registreren van kindermishandeling (van belang voor onderzoek) en de nazorg (o.a. nagaan of de hulpverlening aan het mishandelde kind en zijn gezin goed verloopt).

De vertrouwensartsen zijn te bereiken in de volgende plaatsen:

Amsterdam: A. J. Koers, F. M. van de Velde, Postbus 8333, telefoon 020-142455;

Arnhem: E. van Ruller, Postbus 467, telefoon 085-423157;

Groningen: J. M. Rijkmans, Postbus 145, telefoon 050-232003;

Leeuwarden: H. W. Mauser, Postbus 2204, telefoon 05100-33393;

Rotterdam: J. J. Pieterse, Postbus 2525, telefoon 010-1281 10;

Maastricht: Th. M. van der Kley, Postbus 46, telefoon 043-14772.

In een kort artikel kan men op een zo gecompliceerd verschijnsel als kindermis handeling niet diep ingaan. Wie er meer over wil weten, kan zich wenden tot de Vereniging tegen Kindermishandeling, Koningsplein 27, Den Haag, telefoon 070-631923.

Deze vereniging, die o.a. een voorlichtingsinstantie bedoelt te zijn, heeft een uitvoerige documentatie, die iedereen kan komen raadplegen. Men heeft ook gedifferentieerd voorlichtingsmateraal beschikbaar.

Onder auspiciën van de vereniging is in november 1974 het eerste boek over kindermishandeling voor het Nederlandse taalgebied uitgegeven bij van Loghum Slaterus (Kindermishandeling, onder redactie van ?. K. Sint. van den Heuvel en Mr. J. E. Goddard).

De vereniging organiseert voordrachten over kindermishandeling voor belang stellenden, groepen werkers met kinderen of mensen in opleiding.

Studiedagen

De Vereniging tegen Kindermishandeling heeft in 1974 twee maal twee studiedagen georganiseerd met groepen van uiteenlopende disciplines, allen met ervaring op het terrein van kindermishandeling. De bedoeling was, te leren van de ervaringen van anderen om zo gezamenlijk tot betere hulpmethoden te komen op dit vrij nieuwe terrein. Deze studiedagen hebben wij kunnen financieren door een royale bijdrage van uw Generale Diakonale Raad en ik stel het op prijs dat ik in dit artikel de mogelijkheid krijg u hiervoor zeer hartelijk te danken, zowel namens de vereniging als de deelnemers.

Ik wil dit artikel niet beëindigen zonder — wellicht ten overvloede — een beroep op u te doen, zelf te willen helpen bij het voorkomen en bestrijden van het grote leed van kindermishandeling, als dat op uw weg zou komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975

Diakonia | 32 Pagina's

Wat te doen tegen kindermishandeling?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken