Bekijk het origineel

„Een wijze in Israël”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Een wijze in Israël”

13 minuten leestijd

Even heb ik gedubd over de titel die ik de kroniek dit keer wilde meegeven. De man enigszins kennende die ik ermee (of: erin) op het oog had, moest ik vrezen dat hij hem wel een beetje 'tè' zou vinden. Maar over zulk soort dingen moetje nooit te lang piekeren. Ik heb de knoop doorgehakt en daar hebt u de titel dan: een wijze in Israël. En ik wil u ineens ook zeggen wie ik daarmee bedoel: professor dr. W.H. Gispen, emeritus hoogleraar aan de Vrije Universiteit.
Hoe ik daarop kom? Omdat ik van prof. Gispen een boekje gelezen heb, dat ik zó wijs vond dat ik u er het een en ander over wilde vertellen. Een boekje dat mij ook ineens deed denken aan een rede die hij eens (in 1956) gehouden heeft. Die rede heette: 'De wijze in Israël'. Nu, dé wijze was ook mij te machtig, maar een wijze — dat kon en mocht best, vond ik. Trouwens, oordeelt u zelf.

Wijze woorden
Ik leg nu eerst een aantal losse uitspraken voor uit zijn boekje 'Over Bijbelgebruik', (Kok, Kampen, 95 blz., f 8,90). En zegt u dan zelf maar: is dit niet wijs?
'Mijn levensbeschrijving moet vooral zijn een beschrijving van wat de Bijbel deed in mijn leven' (16). 'De Bijbel spreekt de mens aan, niet in zijn hoedanigheid, maar in zijn wezen, in zijn hart. Je kunt niet op titels zalig worden, en als Schriftgeleerde je bij God presenteren' (25). 'Nooit mag in de Kerk de opvatting bestaan, dat de gelovigen, die geen beroepsexegeten zijn, van deze wetenschapsmensen afhankelijk zijn. Integendeel: een eenvoudige gelovige, die zijn of haar Bijbel kent, kan door leiding van de Heilige Geest, door ervaring of door intuïtie schatten uit de Schrift te voorschijn brengen, die de exegeet nieuwe ideeën geven en hem sterken in zijn geloof. Zelfs een verkeerde uitlegging uit oogpunt van vakwetenschap kan een wetenschapsmens stichten. Dat geldt (gelukkig maar) zelfs in de kerkdienst' (43). Wat een mildheid zit er in die laatste woorden: prof. Gispen zal ongetwijfeld in zijn leven heel wat kromme exegesen hebben aangehoord! 'Slechts één wens nog: Mogen wij in de Kerk bewaard blijven voor uitleggers, die de grondtalen van de Bijbel nooit geleerd hebben, omdat zij bereikt hebben, of omdat een aan hen voorafgaande generatie studenten bereikt heeft, dat de eis van kennis van die talen ook voor theologen is afgeschaft' (44). Hier hebt u mildheid vermengd met — zou ik denken — een zeker sarcasme, maar in elk geval wéér: wijsheid!

Driemaal Gispen en de Bijbel
Het boekje bevat ook enige historische anecdoten. Vooral die over de schrijver zelf zijn interessant. 'Er is geen einde aan het maken van veel boeken en veel doorvorsen is afmatting van het lichaam. Van al het gehoorde is het slotwoord: Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen' (Pred.12:12,13). Mijn grootvader zei dit tot mij (in 1909) op zijn sterfbed'. Die grootvader was ds. W.H. Gispen, de afgescheiden dominee op artikel 8 met ontwijfelbaar singuliere gaven — 'singulier in alles' noemde men hem —, die in 1892 met dr. Kuyper de verenigingssynode in de Keizersgrachtkerk presideerde. In het gezin van diens zoon, óók een ds. W.H. Gispen — van hem heb ik in Den Haag nog godsdienstonderwijs gehad — werd volgens de kleinzoon zó met de Bijbel omgegaan:
'Bij ons thuis werd drie keer per dag uit de Bijbel gelezen. Tweemaal uit het Oude Testament, 's avonds uit het Nieuwe. En wel: van Genesis tot Maleachi, en van Mattheüs tot Openbaring. Op die manier duurde de lezing van het Oude Testament een jaar of vier, en die van het Nieuwe een jaar of twee. Vanzelfsprekend kreeg men op die manier Bijbelkennis. Vooral als de kinderen ieder een eigen Bijbel kregen en aan tafel daarin meelazen, 's Zondags werd met het gewone rooster gebroken. Zondagmorgen werd Psalm 92 gelezen, 's middags en 's avonds de lezing van het Nieuwe Testament voortgezet'.
In Kampen bezocht de jonge Gispen het gereformeerd gymnasium, zijn vader stond toen in Zwolle, ledere leerling had zijn eigen Bijbel en de dag werd door de leraar begonnen met het voorlezen van een Bijbelgedeelte. 'Zo groeide ik op, totdat ik student werd en van huis ging en in de gelegenheid werd gesteld mijn eigen weg te gaan ook in het Bijbelgebruik. Vanaf die tijd werd het mijn Bijbelgebruik'.
Veel kerkse mensen kijken daar tegenwoordig raar tegen aan, weet prof. Gispen. Hij hoort ze als het ware zeggen: zo kan het niet meer, of: wat is het nut van zo'n dwangsysteem? of: kregen jullie niet te veel van het goede? Op die laatste vraag reageert hij heel nuchter: 'Natuurlijk wel. De zaak is, dat de regel, het systeem, pas veel later wordt gewaardeerd. En ik heb het over mijn Bijbelgebruik'.

Persoonlijk Bijbelgebruik
Nu, om dat laatste is het prof. Gispen in héél zijn boekje begonnen, om het persoonlijk Bijbelgebruik van u en van mij. 'Pas, als ik de Bijbel zelf uit eigen beweging ga gebruiken en dagelijks lees, pas dan is het echt goed gebruik' (20). Ik wil nu proberen de inhoud van het boekje met een paar hoofdlijnen aan te duiden.
De schrijver begint met tegenover zijn lezers verantwoording af te leggen over de vraag: waarom dit boekje? Zijn antwoord luidt: omdat de Bijbel en ik elkaar moeten krijgen. Hebben wij elkaar dan nog niet? Misschien wel, maar nooit helemaal. Want het blijft heel ons leven — net als in een gelukkig huwelijk — zij moeten elkaar nog krijgen (7).
Aan de term 'Bijbelgebruik' geeft prof. Gispen de voorkeur boven bijv. 'omgang' met de Bijbel. Dat laatste is wel te verdedigen. 'Maar 'omgang' vindt plaats met een persoon. En de Bijbel is een boek en als zodanig een gebruiksvoorwerp. Hoe gewoner wij met dat boek omgaan, hoe meer wij het gebruiken, hoe beter het is. Dat gebruik moet vallen onder de omgang met God. Het lezen in de Bijbel geeft aan God de gelegenheid tot ons te spreken. Het bidden is een antwoord op zijn spreken tot ons' (9).

Noodzaak van Bijbellezen en de gevolgen
De schrijver geeft dan enkele voorbeelden van mensen die de Bijbel gebruikten, mensen uit de Bijbel zelf en mensen daarbuiten. Van die laatsten noemt hij dr. J.G. Schreuder, de bekende zendingsarts, later lid van de Tweede Kamer. Die las — vertelde hij prof. Gispen eens — elke avond in de Bijbel aan de hand van de Korte Verklaring. 'Wie dit voorbeeld onbenullig vindt, moet niet vergeten, dat ieder van ons, die een figuur als Daniël navolgt, klein is in vergelijking met deze grote in het koninkrijk Gods' (12).
Het komt erop aan dat ik de Bijbel gebruik. En als ik dat doe, kunnen de gevolgen niet uitblijven. 'Een goed gebruik van de Bijbel geeft mij de handen vol met mijzelf, doet mij niet oordelen (Matth.7:1), houdt mij bescheiden (Ps.19:14). En het vreemde is: het maakt mij tegelijk moedig, verlost mij van vrees voor mensen (Spr.29:25), zegent mij en stelt mij tot een zegen' (16).

Wetenschap en geloof
Prof. Gispen is Bijbeluitlegger van professie. In het leven van zo iemand dreigt 'het grote gevaar, dat hij een sterk onderscheid gaat maken tussen zijn wetenschappelijk werk en zijn persoonlijk Bijbellezen. Dat er onderscheid is, valt niet te vermijden. Maar het is niet nodig, ze leven in twee werelden: die van de wetenschap en die van het geloof'. In dit verband vertelt de schrijver: 'Prof. Van Gelderen zei eens tot mij: 'Elke avond als ik slapen ga, leg ik mijn hoofd neer op een peluw vol onopgeloste problemen'. En toch was hij een kinderlijk gelovige' (23).

Bijbellezen, een geluk!
Uit hetzelfde hoofdstukje waaraan ik het voorgaande ontleende, citeer Ik nog een paar zinnen: 'Het Bijbellezen wordt in de Bijbel een geluk genoemd. Als er 'zalig' staat, dan betekent dat dikwijls: 'o, het geluk van'. Zo begint Psalm 1: 'Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op de weg der zondaars noch zit in de kring der spotters; maar aan des Heren wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht' (Ps.1:1,2). Op die laatste regel komt het voor ons doel aan . . . O, het geluk van de man, die de Bijbel ziet in het licht van Jezus, die ontdekt, dat het getuigenis van Jezus is de geest der profetie' (25,29).
Het is Jezus die voor de Emmaüsgangers de Schrift opende. 'Hij opent ons nog de Bijbel, nu. Net als aan de Emmaüsgangers. Wie de derde Emmausganger zou willen zijn, leest het Oude Testament goed' (33), 'Ons Bijbellezen moet opgenomen zijn in ons wandelen met God', heet het even verder weer. En de schrijver laat daar dan op volgen: 'Persoonlijk Bijbellezen behoort volgens een jaren geleden ingesteld onderzoek niet tot het Gereformeerde levenspatroon. Waarschijnlijk is het op dit ogenblik daarmee iets beter gesteld' (35). Dat laatste willen wij met hem hopen.

Het uitleggen
Volgende hoofdstukjes gaan over het lezen en uitleggen van de Bijbel en over de eenheid en de veelheid daarin. Met dat laatste bedoelt hij dit: 'De Bijbel tekent de Ene tegenover de twee mensen Adam en Eva en tegenover hun zonen Kaïn en Abel, tegenover de vele volken (Gen.10), tegenover het volk Israël, het ene volk, uit Abraham gesproten, tegenover de wereldrijken van Assur, Babel, Perzië. Maar de veelheid der mensen mondt uit in de ene mens: Jezus Christus, de tweede Adam, de ene Kerk (Handelingen 2), de ene grote schare, die niemand tellen kan, uit alle volk en stammen en natiën en talen, die staan voor de troon en voor het Lam (Openb. 7:9). Dat is de eenheid in de veelheid' (50). Prof. Gispen vertelt ook iets over de opgravingen in het Midden-Oosten en illustreert de betekenis daarvan voor het recht verstaan van de Bijbel met de geschiedenis van de aartsvader Abraham.

Drie soorten vertalingen
Tegen het eind is hij weer helemaal terug bij zijn eigenlijke bedoeling: het persoonlijk Bijbelgebruik. Daar hebben wij vertalingen voor nodig. In onze tijd moet naar drie soorten vertalingen worden gestreefd. In de eerste plaats zou er een zgn. idiolectische vertaling moeten komen. Dat is een vertaling 'die alle eer geeft aan de oorspronkelijke taal van het Bijbelboek . . .Taal- en stijleigenaardigheden van de tekst worden in deze uitgave maximaal gehandhaafd'. Maar zo'n vertaling zal 'nooit een populaire vertaling kunnen worden. Zij zou zijn voor de fijnproevers, een vertaling voor een groep, die zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijke coloriet wil komen'. Daarom is er ook plaats voor een zgn. dynamisch-equivalente vertaling, dwz. een vertaling waarbij men de bedoeling van de Bijbelschrijvers wil weergeven in de hedendaagse omgangstaal.
En dan zal er in de derde plaats behoefte blijven aan 'een vertaling voor kansel en gezin, voor kerkelijk gebruik en voor het christelijk leven'. Zo'n vertaling tracht het midden te bewaren tussen de idiolectische en de dynamisch-gelijkwaardige vertaling (67 v., 75 v.). En voor het overige vindt prof. Gispen dat men ieder zijn eigen keus moet laten. 'Elke vertaling is goed voor wie er zich mee verwant gevoelt' (77).

Voorbeelden daarvan
Aan het bovenstaande wil ik nog een paar dingen toevoegen. Allereerst (na het voorgaande eigenlijk een overbodigheid) een aansporing: lees dit boekje en verwerk het. Dat kan uw persoonlijk Bijbellezen enkel maar ten goede komen. Misschien begint u er weer mee, misschien gaat u er mee verder, maar dan met nieuwe toewijding.
Dan noem ik u van elk van de drie soorten vertalingen die ik hierboven aanduidde, een voorbeeld. Een voorbeeld van de laatst genoemde is de onder ons — in onze gezinnen en kerkdiensten — gebruikelijke vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap, de zgn. Nieuwe Vertaling. De vertaling 'Groot nieuws voor u' is een dynamisch- gelijkwaardige vertaling. Zoals men weet is dat (nog) alleen een vertaling van het Nieuwe Testament. Het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting zijn nu ook begonnen met een soortgelijke vertaling van het Oude Testament. Als eerste proeve verscheen onlangs het boek Ruth. En tegelijkertijd werd een idiolectische vertaling van dit Bijbelboek aangeboden! Dat maakt vergelijken mogelijk, een bijzonder Interessante bezigheid. Eén voorbeeld. In de idiolectische vertaling zegt Naomi (hier: Noömi) bij haar terugkeer te Betlehem: 'Roept me niet toe: Noömi, roept me toe Mara, want Sjaddai heeft me veel bitterheid aangedaan. Ik, vol ben ik gegaan en leeg deed JHWH mij terugkeren. Waarom zouden jullie me toeroepen: 'Noömi', nu JHWH zich tegen mij heeft gericht en Sjaddai mij kwaad heeft aangedaan'. En in de dynamisch-gelijkwaardige vertaling: 'Noem mij niet Noömi, maar liever Mara, want de Almachtige heeft mij heel wat bitterheid aangedaan. Ik had alles toen ik hier wegging, maar zonder iets laat de HEER mij terugkeren. Waarom noemen jullie mij Noömi, terwijl de HEER tegen mij heeft getuigd, ja de almachtige God mij kwaad heeft gedaan'.
Het Nederlands Bijbelgenootschap is ook begonnen met de afzonderlijke Bijbelboeken uit 'Groot nieuws voor u' opnieuw uit te geven, maar dan voorzien van een inleiding en informatieve aantekeningen. Als eerste deeltje kwam Openbaring uit, onder de titel: 'Wie overwint. . .' Ik las het door in een korte vakantie. Uitnemend geslaagd, naar mijn mening.
Er wordt veel gedaan om de Bijbel naar de mensen — ook de kerkse mensen — van nu toe te brengen. Als die mensen nu maar handelen naar het woord dat Augustinus eens hoorde: tolle lege, neem en lees.

Waarom dit onderwerp: Bijbelgebruik?
Tenslotte: waarom ik heel deze kroniek wijdde aan Bijbelgebruik? Eerst een wat algemeen antwoord: omdat Bijbelgebruik altijd nodig is en omdat er zulk voortreffelijk materiaal beschikbaar kwam. Maar dan óók een meer specifiek antwoord: omdat er weer een synode begonnen is en er straks in Lunteren wel weer heel veel en heel zwaar gediscussieerd zal moeten worden. Maar God geve dan: bij de Bijbel, de open Bijbel!
Het lijkt mij goed te eindigen met een variant op de laatste twee zinnen van de rede van prof. Gispen die ik in het begin al noemde — 'De wijze in Israël' —: Men zegt wel eens, dat in onze tijd, waarin de problemen waarvoor de kerk zich geplaatst ziet steeds meer specialistische kennis schijnen te vragen, hoe langer hoe meer nodig is: wijsheid. Ook aan ons is de taak te rekenen met het beklemmende woord van Jezus: 'De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier' (Matth. 12:42).


Naschrift: De beide boekjes Ruth die ik noemde, kosten elk f 4,90; samen f 7,50. Het boekje 'Wie overwint . . .De openbaring van Johannes' kost eveneens f 4,90. Besteladres: Nederlands Bijbelgenootschap, Postbus 620, Haarlem.


Kroniek door prof. dr. J. Plomp

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975

Kerkinformatie | 16 Pagina's

„Een wijze in Israël”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975

Kerkinformatie | 16 Pagina's

PDF Bekijken