Bekijk het origineel

In en om het diakonaat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

In en om het diakonaat

6 minuten leestijd

Gezondheid in de tropen

‘Gemeenschapsgezondheidszorg op het platteland in de tropen’: daarover moesten de inzendingen gaan voor de prijsvraag, die de jubilerende SIMAVI, vereniging voor directe medische hulp in de tropen, uit schreef. Er kwamen 24 bijdragen binnen waarvan het werkstuk van dr. G. J. Ebra him uit Tanzania werd bekroond. Tijdens het jubileumcogres op 11 april in Amsterdam werd de prijs van ƒ 10.000, uitgereikt.

Dr. Ebrahim, die bij het instituut voor kindergeneeskunde van de Londense universiteit werkzaam is, werd door de jury geprezen om zijn ‘praktische oorspronkelijkheid en zorgvuldige uitwerking van de ideeën’. SIMAVI zegde dan ook alvast toe een eventuele toepassing van het door dr. Ebrahim bepleite systeem van gezondheids zorg in de tropen fïnanciëel te zullen steunen.

Aan de inzenders was gevraagd een systeem van gezondheidszorg te beschrijven (met alle eisen daaraan verbonden), dat voldoen de ruimte biedt voor aanpassing aan plaatselijke situaties. Bij het gedachtenleven van de bevolking in het betrokken land zou men moeten aansluiten. Door de prijsvraag wilde SIMAVI een duidelijker beeld krijgen van de huidige en toekomstige behoeften aan medische en maatschappelijke zorg in de tropisehe gebieden. Daarmee zou de vereniging dan ook artsen en andere functionarissen op het terrein van de gezondheidszorg stimuleren in hun werk en hen helpen de gezond heid ter plaatse te verbeteren.

De houding van de plaatselijke gemeen schappen tegenover vragen van volksgezondheid speelt daarbij een belangrijke rol. Een eervolle vermelding kreeg de Amster damse huisarts A. O. H. Tellegen, die van 1970 tot 1973 in Kenya heeft gewerkt.

Legpenningen

Twee vrouwen, die zich bijzonder hebben ingespannen voor medische hulpverlening, werden op het SIMAVI-congres gehuldigd. Zuster Lydia Bahler uit Langnau in Zwitser land, die vele jaren werkte voor de doopsge zinde zending in een leprakliniek op Irian Jaya (vroeger Nederlands Nieuw Guinea), en majoor Eva den Hartog (nu werkzaam voor het Leger des Heils in Bangladesh) ontvingen uit handen van prins Claus de SIMAVI legpenning.

Verschuiving

Waar ging het SIMAVI geld in 1974 naar toe? Daarover werd ter gelegenheid van het congres van de 50 jarige vereniging ook informatie gegeven. De inkomsten bedroe gen vorig jaar ƒ 2.672.246,—. De verdeling daarvan was: 42% voor Afrika, 22% voor Indonesië, 6% voor het Midden Oosten, 4% voor Suriname, 9% voor Zuid en Midden Amerika en 17% voor Zuid Oost Azië. Ver gelijkt men het aantal aanvragen met de situatie in 1964, dan vallen er belangrijke verschuivingen op. Minder vraag was er voor Suriname en voor Indonesië bleef het aantal ongeveer gelijk, maar een grote toe name viel te bespeuren wat, betreft Afrika (35 in plaats van 15) en vooral Zuid en Midden Amerika en Zuid Oost Azië (beide 12 in plaats van 3).

Van de al toegestane aanvragen in 1974 had het merendeel betrekking op medicijnen en instrumenten (ƒ 621.000,—),

maar er ging ook geld naar transportmiddelen (ƒ 102.000,—),

röntgenapparatuur (ƒ 95.000,—)

en bouwprojecten (ƒ 103.000,—)

Martelen

Martelen is menselijk. Het is een wrange uitspraak van Gerard van den Boomen, maar daarom niet minder waar. Door de eeuwen heen hebben mensen andere mensen (en dieren) gemarteld. En gezien de opkomst van marteltechnieken als middelen voor politieke pressie, juist in deze tijd, is deze ‘menselijke’ neiging nog springlevend. Gelukkig is er een instantie, die er wat aan doet: Amnesty International. Deze organisatie, in 1961 op initiatief van een Engels advocaat gesticht, heeft zich uitgebreid tot een beweging met 40.000 aanhangers en in verschillende landen nationale afdelingen. Die aanhangers nemen op allerlei wijze aan het werk van ‘Amnesty’ deel: soms als contribuant en lezer van informatie (in Nederland o.m. het blad ‘Wordt Vervolgd’), soms als lid van een werkgroep of adoptiegroep (die gevangenen uit landen met uiteenlopende politieke regiems adopteert), soms via de zgn, anti martelingen campagne. De brochure Martelen, niet te geloven, vorig jaar samen met de Raad van Kerken uitgegeven, ontstond in het kader van deze campagne, evenals aktiviteiten, die ‘Amnesty’ ondernam met enkele groepen van beroepsbeoefenaren ten behoeve van onderdrukte vakgenoten.

Wie over dit alles nog wat meer wil weten, raad ik de lezing aan van het in april verschenen nummer van De Gids1), sinds 1837 vooraanstaand Nederlands literair tijdschrift, de laatste jaren echter steeds meer geworden tot een blad, dat naast verhalen, gedichten en literaire beschouwingen veel anderssoortig werk bevat, met ruime aandacht voor politieke zaken. Zo staat het genoemde nummer voor een groot deel in het teken van het martelen. Er staan artikelen in over ‘het martelen’, over de ‘sociale bronnen van geweld’ (door G. van Benthem van den Bergh), over de anti martelingen campagne (door P. R. Baehr, hoogleraar Internationale Betrekkingen in Amsterdam), over Amnesty International zelf (door beleidssecretaris ?. E. Ruitenberg en, met een kritische beschouwing, de jurist Jak van der Meulen) en tenslotte over ‘terreur als overheidsdienst’ (door de socioloog A. de Swaan). Goede achtergrondstu dies, die het onderwerp dichterbij brengen.

Kritiek

Maar waarom zou je als diaken het bij lezen laten en niet eens kijken of er meer te doen valt: door een persoonlijk lidmaatschap, door vorming van een werkgroep, door deelname aan het adopteren van gevangenen en zo meer?’ Amnesty International’, 3e Hugo de Grootstraat 7, Amsterdam west, telefoon 020-847905, helpt u graag verder. Sommigen hebben op de organisatie kritiek, omdat zij zich richt tegen opvallende vormen van terreur, niet tegen maatschappelijke achtergronden van die terreur; politiek lijkt bij ‘Amnesty’ taboe, maar op haar manier doet zij tóch weer aan politiek, door gevangenen, die zich van geweld hebben bediend, van haar zorgen buiten te sluiten. Weer anderen menen dat de vrijheid van meningsuiting ten onrechte in ‘Amnesty’ kringen wordt opgehemeld en dat aan sociale en economische rechten, die in sommige landen veel belangrijker zijn, te weinig aandacht wordt besteed.

De discussie rond diakonaat en gerechtigheid, die op dit moment zo actueel is, vind je hier volop terug! Wat ‘Amnesty’ betreft, men vindt daar praktisch werk voor mensen, die er zo duidelijk, behoefte aan hebben omdat ze lichamelijk en geestelijk ‘kapot’ dreigen te gaan, belangrijker dan theoretische beschouwingen over achtergronden van geweid en over maatschappijstructuren, die martelpraktijken in de hand werken.

Martelen is menselijk; daarom behoort men er aktie tegen te voeren en men behoort het met zoveel mogelijk mensen, van soms heel verschillende politieke gezindheid, te doen. Een anti-martelingen campagne mag misschien niet genoeg zijn, in de gegeven situatie is en blijft ‘t het meest nodige en het enig juiste.


1) De Gids, 3/1975, Meulenhoff Bruna, Am sterdam; prijs ƒ 7,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975

Diakonia | 32 Pagina's

In en om het diakonaat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975

Diakonia | 32 Pagina's

PDF Bekijken