Bekijk het origineel

De diakonale dimensie in het verhaal van een levende

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De diakonale dimensie in het verhaal van een levende

n.a.v. e. schillebeeckx, ‘jezus, het verhaal van een levende’

10 minuten leestijd

Wie was eigenlijk Jezus van Nazareth? Dit is een vraag die in onze tijd opnieuw en indringend wordt gesteld van de kant van gewone mensen met hun problemen, maar niet minder van de kant van bijbelgeleerden.

Vooral van R.K. zijde wordt er diep gegraven in de bronnen, met name de evangeliën. Men zoekt een deur, die binnenvoert in een verborgen schatkamer, waar de persoon te vinden is van één, wiens woorden en daden 19 eeuwen zijn bestudeerd, maar die ons toch weer voortdurend ontglipt. Het is een vraag, die dáárom voor allen — en ook voor werkers in het diakonaat — zo belangrijk is, omdat de grote levensvraag, waar het werkelijke HEIL = HEEL worden te vinden is, op tafel komt te liggen.

In Duitsland verscheen het stevige boek van 650 blz., ‘Christ sein’ (= christen zijn) van Hans Küng1), telkens in conflict met het Vaticaanse departement voor geloofsleer. Het is hem er uitdrukkelijk om te doen te laten zien dat Jezus echt, als werkelijk mens, heeft geleefd. Het wezen van het christendom is immers niet een leer, een instituut, een organisatie of een cultuur, maar Christus zelf. Hij is het, die de concrete aardse werkelijkheid onophoudelijk onder kritiek zet zonder zich ermee te vereenzelvigen. Daarbij legt Küng nadruk op het verwerven door Jezus van innerlijke vrijheid ten opzichte van alle systemen, die het welzijn van de wereld trachten te bevorderen, maar in feite aan de diepste behoeften en verlangens voorbij gaan.

Opnieuw op zoek naar de historische Jezus

Schillebeeckx heeft een even dik boek (van 640 blz.) op tafel gelegd2). Terwijl Küng vooral gebruik maakt van de wetenschap van anderen, heeft Schillebeeckx diepgaande zelfstandige bronnenstudie gedaan, en het resultaat is een boek, dat niet alleen heel dik, maar vaak ook heel moeilijk is. En toch geloof ik dat dit boek veel zal kunnen betekenen voor de toekomst van kerk en christenheid.

Aan de ene kant denk je, al lezende: waar komen we terecht, in wat voor een kluwen van vragen omtrent de echtheid en betekenis van Nieuw-Testamentische teksten? Hoe kom je ooit heen door een korst van uitleggingen, die niet alleen bijbelschrijvers, maar ook latere uitleggers om de evangeliekern hebben gebracht? Maar Schillebeeckx laat zien, dat diepgaande historisch onderzoek noodzakelijk is om te voorkomen dat onze belijdende uitspraken in de lucht blijven hangen.

Aan de andere kant werkt het enorm bevrijdend dat Schillebeeckx overtuigend laat zien dat er geen enkele toegang is tot Jezus van Nazareth dan via hetgeen de evangelisten ons over hem vertellen. En dat blijkt veel méér te zijn dan hetgeen tot voor kort befaamde uitleggers van het Nieuwe Testament aannamen. Zij waren ervan overtuigd dat het niet meer mogelijk was nog door te dringen door een schil, die in een halve eeuw (zeg maar tussen 30 en 80 jaar na Jezus’ geboorte) om de evangeliekern was aangebracht. Alle bijbelse theologie was ‘gemeente theologie’, ontstaan uit (welke?) behoefte van de gelovigen zelf.

Schillebeeckx ontkent dit, aan de hand van een onderzoek naar teksten en structuren, die ik aan u niet kan over dragen. Wat mij daarbij treft, is dat bij zijn onderzoek zowel Jezus’ menselijkheid als de op goddelijke zending berustende dienstbaarheid naar voren komen.

Toegang tot Jezus’ menselijkheid

De uitleggingen in het Nieuwe Testament en daarna hebben plaatsgevonden altijd weer binnen een bepaalde ‘ervarings en verstaanshorizon’. Denken wij slechts aan het wereldbeeld van een platte aarde, tegelijk middelpunt van het heelal. Het is niet de verstaanshorizon voor mensen van alle tijden. Er is echter nog meer te zeggen. Sinds het concilie van Nicea in de vierde eeuw werd één bepaalde leer aangaande Christus (God uit God en Licht uit Licht) tot norm uitgewerkt, en in feite heeft deze uitleg geschiedenis gemaakt in de kerken.

Nu vraagt Schillebeeckx aandacht voor een ander verstaansmodel, namelijk dat wij vooral in de drie eerste evangeliën vinden, het z.g. ‘synoptisch model’. Synopsis betekent ‘samenvattend overzicht’: Mattheus, Markus en Lukas zijn tot in de tekst toe vergelijkbaar, hoezeer soms ook verschillend.

In het samenstel van veelvormige belijdenissen aangaande Jezus vinden wij dan op grond van historisch onderzoek:

zijn boodschap van naderend heil: het Koninkrijk Gods;

zijn optreden, waarin hij zijn boodschap a. h.w. ‘voordoet’ aan de mensen, tot zijn dood toe;

zijn Godservaring: Jezus zei ‘Abba’, dat wil zeggen de ervaring van de Vader was bron en bevestiging van zijn prediking en zijn handelen: de zaak van de mensen is Gods zaak.

Dat Jezus, die de dringende nabijheid van Gods heerschappij verkondigde, zich geen gedachten zou hebben gemaakt in verband met zijn levenseinde, hetzij door het zwaard (Johannes de Doper), hetzij door steniging (later Stefanus), hetzij door kruisiging, is a priori uitgesloten. Zijn naderende dood moest Jezus integreren in zijn algehele overgave aan God. Schillebeeckx vindt veel authentieke woorden die onmiskenbaar wijzen in de richting van een levenshouding van trouw tot in de dood. Alle evangeliën en geloofsgetuigenissen van de eerste christenen gaan ervan uit dal Jezus bewust en vrij zijn kruisweg is gegaan.

Dit werpt ook licht op Pasen. Terwijl veel theologen het Paasgebeuren hebben wegverklaard tot ‘gemeentetheologie’, staat voor Schillebeeckx de ontmoeting van de volgelingen met de gekruisigde Jezus in het middelpunt. Nu zien ze pas goed wat ze ook al konden zien vóór Jezus’ dood: de boodschap van HEIL = HEEL maken voor de wereld der mensen.

Schillebeeckx, die de belijdenis aangaande Christus: ‘waarlijk God, waarlijk mens’, die scheefgetrokken is, weer wil rechttrekken, merkt tenslotte op: ‘Jezus van Nazareth, de verrezen gekruisigde, is de Zoon van God op de wijze van een feitelijke en contingente mens: binnen de zijnsmaat van waarachtige en onverkorte, historische menselijkheid bracht hij ons — door zijn persoon, prediking, levenspraxis en dood — de levende boodschap van de onbeperkte zelfgave, die God in zichzelf is en ook voor ons, mensen, wil zijn … Door zijn historische zelfgave, aanvaard door de Vader, heeft Jezus ons getoond wié God is: ‘Dus humanissimus’ (een allermenselijkste God)’3).

Jezus’ dienen is verworteld in de maaltijd

Schillebeeckx gaat uit van een onderstelling, die hij op grond van diepgaand onderzoek bevestigd vindt: het. Nieuwe Testament is globaal een levensgetrouwe (gelovige) re flectie, weerspiegeling van het historisch optreden van Jezus van Nazareth4). Dit is van groot belang voor het verstaan van voor diakonaat èn avondmaal centrale teksten:

Gelukkig de dienaars, die de Heer bij zijn komst wakend zal vinden. Voorwaar, hij zal zich omgorden, hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen. (Luk. 12:37)

Wie is immers de grootste? Die aanligt of die bedient? Niet hij die aanligt? Welnu, ik ben onder u als degene die dient. (Luk. 22:27)

Want ook de mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als een losprijs voor velen. (Mark. 10:45)

Omtrent de eerstgenoemde tekst merkt Schillebeeckx op: ‘De Heer omgordt zich, blijkbaar om de voeten te wassen, een gebeuren vóór de maaltijd en vóór het uitnodigen aan tafel. In deze tekst wordt het hemelse, eindtijdelijke gastmaal bij de parousie ( = komst) van Jezus voorgesteld in termen van een handeling, die de aardse Jezus had gesteld; daaruit blijkt de identiteit tussen de aardse Jezus en de eindtijdelijk komende Jezus. Die handeling is Jezus’ dienst als knecht bij de maaltijd. Het dienen, de liefdedienst, wordt aldus de signatuur van Jezus’ leven tout court; het. wordt vanuit het historisch gebeuren overgedragen op de komende Heer. Ook de johanneïsche voetwassing (Joh. 13:1–20) als liefdedienst aan de leerlingen staat in de context van Jezus’ afscheidsmaal’5).

Bij de tweede tekst (Luk. 22) wordt, opgemerkt: ‘Jezus’ dienst staat hier model voor de kerkelijke ambtsdragers, ‘de leerlingen’, en als aanwijzing voor het gedrag der gemeenteleiders bij het vieren van de maaltijd des Heren. Hier is het kerkelijk gebruik van dienen en dienst voltooid en volledig … De daad van Jezus’ prijsgave van zichzelf, het vergieten van zijn bloed ‘voor (of in plaats van) u’ wordt hier geïnterpreteerd als een dienst die ten goede komt aan de aanzittende. Het avondmaal wordt gezien als een diakonie ten gunste van de leerlingen. Door zijn relatie tot. het avondmaal wordt ‘dienen’ een technisch-kerkelijke term vooreen kerkelijke praxis’6).

De laatstgenoemde tekst uit Markus 10 is het meest omstreden. Berkhol betwijfelt de echtheid ervan7). Schillebeeckx wijst echter op de sterke verankering ook van deze tekst in de avondmaalstraditie. ‘Diakonia’, dienstbaarheid, is de weergave van een zeer oude, in de avondmaalstraditie verankerde interpretatie van Jezus’ dood. Uit genoemde teksten besluit Schillebeeckx dat het motief van Jezus’ dienen stevig verworteld is in de traditie van de maaltijd. Jezus’ dood was een liefdedienst voor de zijnen, waardoor zij tot een nieuwe gemeenschap gemaakt worden: oen nieuw verbond.

Met nieuwe gegevens bevestigt Schillebeeckx hier wat de oudere bijbeluitleg reeds had geconcludeerd, maar met sterker nadruk op de verankering in de avondmaalstraditie.

Het belangrijkste is echter dat juist genoemde teksten omtrent dienst en maaltijd nadruk leggen op de duidelijke band tussen het historisch leven van Jezus van Nazareth en de heilsbetekenis van zijn kruisdood.

’Men kan er niet langs, historisch te bevestigen dat Jezus in het aanschijn van de dood de beker van gemeenschap reikt aan zijn leerlingen; dit is er een teken van, dat hij de dood niet slechts passief over zich heen laat komen, maar hem actief geïntegreerd heeft in zijn totale zending, m.a.w. dat hij zijn dood als laatste en uiterste dienst aan de zaak van God àls zaak van de mensen hoeft verstaan on beleefd, on dat hij dit zelfverstaan in het gesluierde teken van aanreiken van tafelgemeenschap met de zijnen heeft medegedeeld aan zijn intieme leerlingen. Het ‘voor u’ in de zin van Jezus’ gehele pro existentie, is de historische intentie geweest van zijn gehele optreden en heeft zich tot zijn dood waar gemaakt’8).

De dienst: scharnier

De betekenis van deze woorden ligt vooral hierin, dat de dienst tot-de-dood van Jezus voor Schillebeeckx als het ware de scharnier is, waarom de heilsbetekenis van het Nieuwe Testament draait, en dat daarbij de voor het diakonaat centrale teksten de weg wijzen. Hierin immers zijn woord en daad van Jezus tot een volstrekte eenheid geworden, en dit wordt voor ogen geschilderd in het avondmaal.

‘Hij spréékt niet slechts over God en zijn heerschappij. Waar hij optreedt, brengt hij heil en wordt Gods heerschappij gerealiseerd’9).

Treffend is dat Schillebeeckx’ ‘verhaal van een levende’ begint en eindigt met het ‘verhaal van een kreupele’. Schrijver is kennelijk op weg gebracht naar zijn vertolking van Jezus via het getuigenis van Petrus na de genezing van een man bij de Schone Poort: ‘In niemand anders ligt de redding, en geen andere Naam is ons, ondermaanse mensen, gegeven, in wie wij — naar Gods heilsbestel gered worden (Hand. 4:12)’.

Hierin ligt tevens Schillebeeckx’ uitnodiging om de theoretische theologie zowel te verbinden met verhalen als voor al met orthopraxis (de rechte daad), d.i. de praxis van het rijk Gods, ‘zonder welke elke theorie en elk verhaal hun geloofwaardigheid verliezen, zeker in een wereld, die onmachtig roept om gerechtigheid en bevrijding’10).


1) Piper-Verlag, München

2) ‘Jezus, het verhaal van een levende’, H. Nelisson, Bloemendaal

3) blz. 544

4) blz. 422

5) blz. 250

6) blz. 250

7) Christelijk Geloof, uitg. Callenbach, blz. 292

8) blz. 255

9) blz. 256

10) blz. 548

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1975

Diakonia | 44 Pagina's

De diakonale dimensie in het verhaal van een levende

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1975

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken