Bekijk het origineel

Vormingsweken voor oudere werklozen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Vormingsweken voor oudere werklozen

6 minuten leestijd

In augustus 1973 zond de actualiteitenrubriek Brandpunt een programma uit over de problematiek van de oudere werklozen.

Minister Boersma werkte hierin zeil’ mee, evenals enkele werklozen zelf.

De vraag rees toen bij de staf van ‘De Drieklank’ te Faterswolde of dit vormingsinstituut met internaatsmogelijkheden niet een bijdrage zou kunnen leveren aan de (her-)oriëntatie van deze mensen op hun huidige en toekomstige situatie en positie. Voor velen van hen bestaan er immers weinig mogelijkheden om weer zinvol in het arbeidsproces te worden opgenomen. Wat maakt dan nog de zin van hun bestaan uit?

Deze vraag klemt te meer, ook voor andere categorieën werklozen, aangezien het zich laat aanzien, dat werkloosheid zich in onze maatschappij meer en meer ontwikkelt tot een structureel gegeven.

Opzet

Via het consulentschap voor sociale zaken in Drenthe en gesprekken van het vormingsinstituut met de kring van directeuren van gemeentelijke sociale diensten in Drenthe kwamen vormingsweken met oudere werklozen en hun (eventuele) echtgenotes tot stand.

De volgende programma opzet werd zinvol geacht:

— uitvoerige kennismaking met elkaar, het centrum, het programma;

— uitvoerige informatie omtrent wetten en regelingen;

— kennismaking met sociale werkplaatsen;

— bezinning op waarde en funktie van de menselijke arbeid;

— kennismaking met creatieve vormen van tijdsbesteding;

— ruimte voor het maken van plannen voor een of andere vorm van aktie;

— veel gelegenheid voor onderling contact en informele gedachtenwisseling.

De deelnemerskosten (ƒ 135,— per week per persoon + reiskosten openbaar vervoer) zouden voor rekening dienen te komen van de diverse diensten, die voor de werkloze zelf de helft van de kosten konden declareren bij het, ministerie van sociale zaken op grond van art. 36 van de wet werkloosheidsvoorzieningen.

Werving

Hoewel de werving het moeilijkste probleem geacht werd, bleek het uitgeven van een gezamenlijke folder en zo mogelijk het persoonlijk benaderen van gegadigden door de betreffende ambtenaar ter plaatse, in staat te zijn voldoende mensen te motiveren. Drie vormingsweken zouden worden gehouden tussen half mei en begin juli 1974. De deelnemers waren afkomstig uit 7 verschillende gemeenten in Drenthe en uit 23 verschillende beroepen, variërend van fabrieksarbeider tot bedrijfsleider tot kleine zelfstandige; zowel hoofd als handarbeiders waren vertegenwoordigd. De leeftijden liepen uiteen van 48–65 jaar.

Uitvoering

De leiding van de weken lag in handen van cursusleiders van het vormingscentrum. Zij kregen spoedig een stuk vertrouwen vanwege hun niet neutrale opstelling. Ambtenaren van sociale diensten, van een gewestelijke arbeidsbureau en van het consulentschap voor sociale zaken waren geheel of gedeeltelijk aanwezig als gesprekspartner en informant.

Na een telkens erg onzekere start (wat zijn dit voor mensen, wat staat ons te wachten, wat gaan ze nou weer met ons uithalen, wie is er eigenlijk nog te vertrouwen) nam het groepsproces telkens snel in intensiteit toe, kwamen er erg veel verhalen, groeide de gemotiveerdheid om creatief met de eigen vragen en problemen aan de slag te gaan. Het programma bleek in vrijwel al zijn onderdelen hiertoe een uitstekende hulp te bieden.

Een belangrijk onderdeel van het gebeuren was telkens het inventariseren van zaken, die als onjuist of minder aangenaam werden beleefd, o.a. in de toepassing van bepaalde wetten en regelingen en de behandeling van de kant van sommige diensten van sociale zaken.

In elk van de weken is men tot het besluit gekomen, het bij deze ene week niet te laten, maar de punten, waar men verder aan wilde werken, in een ‘follow-up’ weekend voor allen tegelijk nader uil. te werken en in plannen te concretiseren. Dit weekend heeft plaatsgevonden op 16 en 17 augustus 1974.

Wat deelnemers er naar hun zeggen aan beleefd hebben

Wij laten henzelf aan het woord:

— met gemengde gevoelens gingen wij naar ‘De Drieklank’, enerzijds met de gedachte aan een vakantieweek, anderzijds van ‘wat wil men van ons’,

— het menselijke contact, dat in deze weken van totaal vreemden een hechte vriendenkring heeft gemaakt, mag zeker positief genoemd worden.

— bovendien was het feit, dat we hier mensen ontmoetten met praktisch dezelfde problemen, de oorzaak dat de tongen gemakkelijk losraakten.

— velen van ons, die met hun problemen alleen stonden, zijn door de intensieve belevenissen tijdens deze weken zo opgelucht, dat zij als herboren mensen naar huis teruggingen. Wij konden weer een stootje verdragen en voelden ons minder hulpeloos.

— een grote verdienste van deze week was de informatie, die we kregen, al verbaasde het velen dat wij nu pas deze informatie kregen.

— de begeleiding en verzorging van deze weken door de medewerkers en medewerksters van het vormingscentrum ‘De Drieklank’ hebben mede het welslagen daarvan bepaald.

Inmiddels heeft het experiment van 1974 zijn vervolg gekregen in de organisatie van liefst zeven weken in 1975, alle in Drenthe, waarvan vier op ‘De Drieldank’. De eerste van deze weken zijn in juni van start gegaan.

De kerk en de problemen van de oudere werklozen.

‘Wat gij aan een van mijn minste broeders hebt gedaan, dat hebt ge mij gedaan’. Dit woord van Jezus zou voor de kerk voldoende moeten zijn om zeil met de problematiek van de (oudere) werkloze aan de gang te gaan. Trouwens, als er één zaak is, die sterk motiveert, dan is het wel met deze problematiek bezig te zijn. De werkers van ‘De Drieklank’, maar ook de ambtenaren van sociale diensten, die in dit project hebben geparticipeerd, kunnen hiervan getuigen.

Hoe kan de kerk hieraan gaan staan?

De invalshoek kan wellicht de diakonale dimensie zijn, die aan deze problematiek zit.

Binnen de Gereformeerde Kerken wordt thans geprobeerd ‘proefpolders’ in de noordelijke provincies op te zetten, met 3 of 4 cursusavonden voor diakenen, die worden afgerond meteen langer verblijf op ‘De Drieklank’. Deze pogingen blijken echter maar moeizaam van de grond te komen.

Diakenen, die hieraan meegewerkt hebben, gaan wellicht initiatieven nemen tot het opzetten van gespreksgroepen over de zin van de arbeid in het leven van mensen, gaan de vraag aankaarten welke pastorale consequenties uit deze problematiek voortvloeien, en gaan zeker ter plaatse na hoe de voorzieningen voor (oudere) werklozen eruit zien en hoe hierin verbetering kan worden aangebracht. Maar dit laatste, voor de diakenen wellicht het meest voor de hand liggende, moet m.i. gekoppeld worden aan de eerder genoemde zaken zoals gespreksgroepenwerk en pastoraat (mogelijk ook catechese en prediking), wil de gemeente in haar geheel hierbij betrokken raken. In ieder geval gaat het hier om een problematiek, die voor velen gemakkelijk invoelbaar is en dat is, naar blijkt, een belangrijke stimulans voor mensen om zich ergens bij te laten betrekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1975

Diakonia | 44 Pagina's

Vormingsweken voor oudere werklozen

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1975

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken