Bekijk het origineel

Aan de andere kant van de Noordzee

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Aan de andere kant van de Noordzee

13 minuten leestijd

Deze zomer zijn wij met vakantie in Schotland geweest, voor het eerst.'Mijn collega Rothuizen en zijn vrouw zijn er al vaker geweest en dat heeft hun zoveel gedaan dat hij er gedichten over moest schrijven. — Kok heeft ze onlangs uitgegeven. — Zo ver is het met mij nog niet, maar een stukje proza over Schotland zal mij, denk ik, toch niet al te moeilijk uit de pen vloeien. Nu kun je in 'Kerkinformatie' niet over alles schrijven — zelfs niet in de kroniek —, het moet toch altijd op de een of andere manier kerkelijk zijn. Maar dat is geen bezwaar.
Laat ik beginnen met iets te vertellen over de vier kerkdiensten die wij er meemaakten. (Bij die vier heb ik dan één dienst in Engeland meegeteld, maar die heb ik ter afronding van mijn verhaal eigenlijk wel nodig). Ik ga niet proberen u uit te leggen wat precies de verschillen zijn tussen de kerken waarmee wij kennismaakten. Ik beledig u niet als ik zeg: u zou dat toch vergeten. Want het kerkelijk bestand in Schotland is minstens zo ingewikkeld als in ons land, zó niet ingewikkelder. Alleen dit: historisch gezien komen al die kerken — ik spreek nu alleen over de Schotse — voort uit de gereformeerde kerk zoals die daar in de zestiende eeuw ontstond onder leiding van mannen als John Knox.

In de Church of Scotland
We begonnen met een dienst in Edinburgh, in een parochie van de Church of Scotland. Met de dominee zijn wij al jaren bevriend en zo ontvingen we ook een uitnodiging die zondag het avondmaal mee te vieren.
In het 'Kirk Magazine' stond de dienst zó aangekondigd: 'Sacrament of the Lord's Supper. No cards. 11.30 a.m. (common cup); 3 p.m. (individual cups)'. Dat vereist enige toelichting. 'No cards', geen kaartjes. Meestal wordt er avondmaal gevierd mèt kaartjes. Vóór zo'n avondmaalsdienst bezoeken de ouderlingen alle 'communicating members' (avondmaalvierende leden) om hen uit te nodigen en bij die gelegenheid geven zij een kaartje af met de naam van het kerklid erop. Dat kerklid levert het kaartje dan weer in op de avondmaalszondag. Op die manier bezoeken de ouderlingen geregeld de 'members' en weet de kerkeraad precies wie avondmaal gevierd hebben. Dat laatste is ook van praktisch belang, want de aanslag voor de bijdrage in de centrale kas van de Church of Scotland wordt mede bepaald door het aantal 'communicating members'. Maar af en toe wordt er avondmaal gevierd zònder kaartjes. Zo die zondag.
Het was een dienst waarin wij ons thuis voelden. Een sobere liturgie, een eenvoudige preek die heenleidde naar de avondmaalsviering met de 'common cup', de gemeenschappelijke beker. De parochie bezit een paar van zulke 'cups': prachtige bekers uit de zeventiende eeuw. Deze manier van avondmaal vieren — met gemeenschappelijke bekers — is ook ons vertrouwd. Maar wij kennen ook de kwestie of die manier wel hygiënisch verantwoord is. Die kwestie heeft men daar heel praktisch opgelost: wie bezwaren heeft tegen de 'common cup' kan 's middags avondmaal vieren met 'individual cups'.

Bij de Free Presbyterians
De volgende zondag maakten wij een dienst mee in een dorp in het noordoosten, ergens aan de kust. Misschien wonen er duizend mensen, maar behalve een Church of Scotland ontdekten wij er ook een Free Church en een Free Presbyterian Church.
U ziet het: Schotland lijkt op Nederland. Onze keus was gevallen op de Free Presbyterians. In het portaal van hun kerk kon je — als je dat wilde — een gave kwijt; in de dienst werd niet gecollecteerd. In de kerkzaal is zeker plaats voor 200 mensen, er waren er nog geen twintig. Alles wat vrouwelijk was had het hoofd bedekt.
Maar nu de dienst zelf! Die werd geleid door een ouderling, omdat — hoorden wij later — de dominee elders het avondmaal bediende. Zoiets hadden wij al vermoed toen wij zagen dat de voorganger niet de kansel beklom, maar bescheiden achter een lessenaar daaronder ging staan. Dus preeklezen? Dat had u gedacht. Maar laat ik de dingen ordelijk verhalen. De dienst begon met het zingen van een gedeelte van Psalm 34 in een oude berijming en naar het ons toescheen op een nog oudere melodie. Zonder orgelbegeleiding — want orgels zijn in deze en verwante kerken taboe —, maar met een 'precentor', een voorzanger. De man zat gewoon in de kerk en stond op als hij moest voorzingen. Ik merkte dat de gemeente pas ging meezingen tegen het eind van de eerste regel. Traag, zegt u? Maar alles ging traag in deze dienst. In het vervolg zouden wij uit geen enkele andere psalm zingen dan uit Psalm 34. Het zgn. lange gebed was inderdaad lang, 20 minuten. Maar de preek — over een korte tekst, de laatste woorden van Jes. 53:8 — duurde 55 minuten. Die preek 'deed' de voorganger om zo te zeggen uit het blote hoofd. Al heb ik er lang niet alles van kunnen verstaan, ik durf wel te zeggen; de preek had evengoed langer of korter kunnen duren. Want na 45 minuten prekens trok de voorganger in alle rust zijn horloge, nam de tijd op en preekte vervolgens nog tien minuten door. Het geheel duurde 95 minuten. Erg verheffend en stimulerend vonden wij het niet. 'Very interesting' wel.

Kennismaking met een Free Church
Het volgend weekend brachten wij door in een ander fraai dorp aan de westkust, iets zuidelijker. Ditmaal hadden wij gekozen voor de Free Church. Uiterlijk leek de dienst veel op die van de vorige zondag. Ook hier merkwaardig genoeg een ouderling- voorganger omdat de dominee ergens anders dienst had. Ook hier in het kerkportaal een plankje waarop je een gave kon deponeren. In de dienst geen collecte, geen lezing van de wet, geen lezing van de geloofsbelijdenis, geen orgel. Alleen, net als bij de Free Presbyterians: zingen, bidden. Schriftlezing en preek. Nu ja, toch wel de voornaamste bestanddelen van een kerkdienst.
De koster vroeg ons bij het binnenkomen of wij een bijbel hadden. Wel een bijbel, maar geen 'hymn book', zei ik. Wij zingen hier geen 'hymns', zei hij, alleen psalmen, waarop hij ons een boek gaf dat toch wel iets méér bleek te bevatten dan berijmde psalmen: óók 'doxologies and conclusions' en 'paraphrases', berijmde Schriftgedeelten. Het was, geloof ik, hetzelfde boek als de Free Presbyterians gebruikten.
Toch was de dienst anders. De voorzanger zat, of stond, hier vóór in de kerk, naast de voorganger, ònder de kansel — want die schijnt toch wel voor ordained ministers' gereserveerd te zijn—. Maar deze 'precentor' — een bariton — zong voortreffelijk, het was een lieve lust hem te horen. Dat vonden de gemeenteleden blijkbaar ook want een aantal van hen fabriceerde bij de melodie niet onverdienstelijk tweede en derde stemmen. De preek — over Johannes 4:10 — was ditmaal ook voor ons goed verstaanbaar, en ook frisser en evangelischer. En alles duurde korter. Nu moest dat ook wel want een uur na onze dienst in het engels, volgde er een dienst in het gaelic, de oude keltische taal van de Schotten.
Op het kerkplein vielen ons twee dingen op: hoe de meisjes onmiddellijk hun hoedjes afzetten en dat er voor de dienst in het gaelic meer belangstelling was dan voor die in het engels!

In de Minster van York
De laatste zondag waren wij in York. In Engeland dus, op weg naar huis. Wij zouden er een dienst meemaken in de Church of England.
York, wat een stad! Je hebt er de eeuwen om je heen, de voor-romeinse en romeinse, de eeuwen van de engelen en saksen, van de noormannen. Allemaal hebben ze hun sporen nagelaten, vooral in steen. En vooral in die onvergelijkelijk heerlijke Minster. Wij hadden er zaterdags al in rondgedwaald — ik schat dat ik een maand nodig zal hebben om in deze kerk alles te bezien, alleen maar te bezien.
Nu, die zondagmorgen beleefden we hier de dienst. In het koor. Wat een zang! Allereerst: wat een koorzang, van zo'n kleine twintig jongens en zo'n kleine tien mannen. Volmaakt! Als ik het zeggen mag: je werd er door de hemel in-gezongen, in elk geval er een eindweegs naar opgetild. Maar ook de zang van de gemeente was imposant, gedragen als ze werd door zó'n koor en zó'n orgel. De preek was kort, ze ging naar aanleiding van een woord uit de psalm van die zondag over het geloof: dat dit zo vaak werd aangevochten en hoe het kon worden versterkt.
Alles ging er zeer plechtig toe. De tegenstelling met de Schotse diensten, vooral van de afgescheiden kerken, was wel heel erg groot. In alle opzichten, maar misschien nog het grootst op het punt van de 'collections'. De afgescheiden Schotten zeiden als het ware: als je wat geven wilt, leg het dan daar maar neer op dat plankje. Hier in York was de inzameling een gebeuren! Offerschalen gingen rond, werden neergezet op een grote koperen schaal, die werd plechtig naar het altaar gedragen waar een geestelijke hem in ontvangst nam en hem als een soort beweegoffer voor het kruis op het altaar heen en weer bewoog, biddend.
Ik heb twee versregels genoteerd uit een van de laatste liederen die wij zongen. Deze: 'Let all the world in every corner sing, My God and King!' *
Ik vond ze typerend voor heel de dienst, tenminste zoals ik die beleefd had: hier was aanbidding en oproep daartoe.

Het probleem dat meeging
Dan verlaat je het koor. En je constateert dat het toeristisch bedrijf gewoon is doorgegaan. Daar lopen ze weer, of nog, bij honderden, de mensen die kijken en fotograferen en filmen. En daar was tegelijk ook het probleem weer dat ik kende van thuis en blijkbaar niet echt thuis had kunnen laten, want ook in Schotland was het al op mij afgekomen. Dit probleem: hier is de kerk en daar is de wereld van de mensen. Maar waar is de brùg? Laat heel de wereld in alle hoeken mijn God en Koning zingen. Maar wie zal dat vandaag doen die het gisteren nog niet deed? En welke nieuwelingen zullen het morgen doen? Vonken zullen moeten overslaan, vonken van de Geest, daar ben ik zeker van. Vonken die geloof doen ontstaan, geloof dat zingen doet. Maar er moeten geleiders zijn. Wat zijn góede geleiders? Waar kunnen wij iets, waar mogen wij het meest van verwachten? Van deze verhevenheid, deze haast bovenaardse liturgie? Of van de Schotse ascese? Een jong echtpaar waarmee wij in één van onze Schotse dorpen een paar dagen onder één dak verkeerden — de man een Zwitser, de vrouw een Francaise — vertoonde zich op een dag meer dan anders bij huis. Wat was de reden? Hij was een venwoed hengelaar. Maar die dag kon hij niet vissen? Waarom niet? Het was zondag en dan is vissen hier verboden, zei hij. En hij nam het royaal, want: de mensen hier zijn 'very religious, you know. Maar er zal van de 'religie' toch nog iets méér en iets ànders moeten uitgaan, willen er mensen gaan meezingen.
Ik denk dat hiervoor van erg veel belang is wat ik, óók in Schotland, las in het kerkblad van een parochie die op mij een goede indruk maakte, de goede indruk van een levende gemeenschap. De dominee schreef in dat nummer een pastorale brief waar ik een paar zinnen uit wil vertalen:

'Ik vind het elke zondag fijn en bemoedigend als ik de kerk binnenkom, zovelen van u bijeen te zien die de Heer willen ontmoeten, naar Hem willen luisteren en Hem antwoord willen geven. Het is voor mij inderdaad een voorrecht uw pastor en uw vriend te mogen zijn en ik heb maar één groot verlangen: nog beter aan uw noden tegemoet te komen'. Even verder: 'Er rust op ons als leden van de kerk wel een grote verantwoordelijkheid. Nooit was het noodzakelijker de mensen ervan bewust te maken: God is er! en hen te leiden naar de Waarheid. Uw geregelde aanwezigheid in onze eredienst is een getuigenis en zeker geen onbelangrijk. Maar kerklid-zijn houdt meer in dan wekelijkse kerkgang. Wij moeten voor de wereld een open boek zijn doordat wij Christus vertonen in alles wat wij zeggen en doen'. Ja, dat zal moeten, in Schotland, Nederland, overal. In elk geval dat.

Varia
Wij hebben in Schotland nog veel meer gezien. In Edinburgh de St. Giles en het huis van John Knox. Dan: het eiland lona met zijn beroemde abdij, heel oud, en daarin en daarnaast de jonge, geestelijk en maatschappelijk zeer geëngageerde lona Community. Ik zou er veel van kunnen verhalen, maar doe het niet: er zijn boekjes genoeg waarin u er iets over kunt lezen.

Liever tot slot een paar dingen die u misschien niet zo gemakkelijk in boekjes vindt. Schotland is het land van de schapen, de honderdduizenden schapen. Hoe vaak heb ik er niet gezien wat Micha de zoon van Jimla zag: Israël op de bergen verstrooid als schapen die geen herder hebben (1 Kon. 22:17). Nee; ik zag géén herder, maar ik wist: als schapen verstrooid op de bergen, zo zag ook Jezus de scharen, en zijn hart was vol ontferming. Dus: de Herder is er tòch.
In een museum zagen wij een schoollokaal uit de goede oude tijd (nu ja). Aan de wand hing een bord, geen Delfts blauw maar het leek erop. Er stond op: 'THOU, God, seest me', 'GIJ, God, ziet mij'. Een religieus paardemiddel tegen voorzeggen en spieken waar wij nu van rillen, maar ànders dan de kinderen van toen ervan zullen hebben gerild.

Je ziet ook zo veel amusants als je je ogen open houdt. Zo hebben we Mr. Nixon gezien en gesproken. Op een parkeerplaats onderweg troffen wij een busje met vakantiegangers. Er stond op: 'Nixon's minibus Hires, T. C. Nixon, 13 Findhorn Av. Foxbar, Paislay'. (Paisley ligt in de buurt van Glasgow). Ik kon tegenover de chauffeur die uitgestapt was, de opmerking niet voor me houden: Oók twee fameuze namen! Ja, zei hij en ik ben Mr. Nixon zelf, Thomas Charles Nixon, wèl van een andere tak dan Mr. Richard M.
York was — ik vertelde het al — station op de weg naar huis. In één van de oeroude straatjes is een winkeltje. Dat winkeltje heeft een uithangbord waarop in oud engels staat te lezen: Zoekt de Here terwijl Hij zich laat vinden; roept Hem aan terwijl Hij nabij is'. Je kon er teksten kopen, echte bijbelteksten, maar ook andere. Bijv. deze; 'Home! The place where we grumble the most, and are treated the best' (Ons huis! De plaats waar we het meest mopperen en het best worden behandeld). Ik dacht: dat is nog waar ook. En zo gingen wij na een rijke vakantie toch weer vol goede moed huiswaarts. 'Home-wards, zeggen de Britten.

*) Laat heel de wereld in elke hoek bezingen mijn God en Koning!


Kroniek door prof. dr. J. Plomp


Fotobijschriften

St. Giles in Edingburgh met z'n markante bekroning. Deze kathedraal is hoofdkerk van de protestantse Church of Scotland.


Het bedaarde grijze, typische Keltische interieur van de kathedraal van St. Giles te Edinburgh, waarin destijds John Knox de reformatie doorvoerde.


Edinburgh is ook bekend in de geschiedenis der oecumene. In 1910 werd er de eerste wereldzendingsconferentie gehouden. Daarvan was de jonge J. H. Oldham secretaris. We zien hem op deze foto 50 jaar ouder, toen in 1960 dat begin van de oecumenische beweging heracht werd te Edinburgh met een dienst in St. Giles. Dr. Oldham loopt hier naar de St. Giles tussen vertegenwoordigers van Afrika en Azië in de Wereldraad van Kerken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1975

Kerkinformatie | 16 Pagina's

Aan de andere kant van de Noordzee

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1975

Kerkinformatie | 16 Pagina's

PDF Bekijken