Bekijk het origineel

Van draaghoofd tot denkhoofd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Van draaghoofd tot denkhoofd

7 minuten leestijd

Wij vinden ze prachtig: die draaghoofden. Ze doen het geweldig op de t.v., de mooigebouwde Afrikaanse vrouwen met manden, kruiken of emmers op hun hoofd. Het schijnt goed te zijn voor je figuur, je gaat er veel evenwichtiger door lopen.

Mevrouw C. M. van Heemstra, verbonden aan het Werelddiakonaat van de Gereformeerde Kerken, laat er echter een andere kant van zien, als zij een uitspraak aanhaalt van een meisje, dat er tegenop kwam dat zo weinig werd gedaan aan vrouwenontwikkeling in haar streek in Afrika: Ons hoofd is niet om te dragen, maar om te denken1).

Je zult maar vrouw zijn

Dit is de titel van een belangrijk boekje, geschreven door iemand, die jarenlang het leven van vrouwen in Afrika heeft gedeeld. Het aantrekkelijke ervan is dat de lezers in de ruimte van andere culturen worden gezet en van daaruit een blik krijgen ook op de situatie thuis. Ook hierom is te hopen dat het boekje niet alleen in handen komt van vrouwen, die het ergens al wel (denken te) weten, maar ook van (vooral) mannelijke diakenen.

Vrouwenemancipatie en werelddiakonaat hebben alles met elkaar te maken; dat is iets wat je tijdens het lezen gaat beseffen.

De vraag waar de Verenigde Naties ons dit jaar voor stellen, komt hierop neer: ‘Mensen, geef een nieuwe inhoud aan het samenzijn en samenwerken van man en vrouw, bij u thuis, maar ook daar waar de grote beslissingen worden genomen, die het welzijn en de toekomst van miljoenen raken’.

Er zijn hardnekkige tradities, zoals aangaande de ‘mwali-meisjes’ in Tanzania, die jarenlang in afzondering en opgesloten moeten leven in overeenstemming met bestaande huwelijkstransakties. Ook als zulke gebruiken gaandeweg worden verzacht, blijft het patroon bestaan.

Het zijn de inheemse vrouwen zelf, die initiatieven nemen om hun lot te verbeteren. Het is ook de zending, die een speciaal huis voor mwali-meisjes heeft opgezet, waarbij traditionele gebruiken worden omgebogen naar instructieve programma’s. De gewoonte is immers ook een religieus gebeuren, en voorkomen moet worden dat er een leegte ontstaat, waarbij de mens niet meer weet op welke waarden hij zijn gedrag moet baseren, en wat hem houvast kan geven in tijden van nood.

Maar wij leven toch in een veranderende samenleving, en daarin gaat toch ook de vrouw mee? Mevrouw van Heemstra laat ons zien, dat er juist bij ‘vooruitgang’ voor mannen en jongens, in Afrika een proces van achterstand van meisjes in school- en beroepsopleiding dreigt te ontstaan: een nieuw en gevaarlijk proces van uitschakeling uit belangrijke sectoren van de maatschappij. ‘Zij weten te weinig van de mogelijkheden ter verbetering van de gezondheid van hum gezin, ze weten niet hoe ziekte te voorkomen en ze voelen zich onzeker tegenover hun schoolgaande kinderen. Als een weg langs hun dorp komt, als een project voor landbouwvernieuwing hun streek verandert, of’ als zij met hun man naar de stad trekken, zullen zij ondanks alle goede wil een blok aan het been blijven en de ontwikkeling tegenhouden’2).

Tegelijk hebben ook wij in het Westen iets van Afrika te leren. Hier hebben wij namelijk in ons systeem van naamgeving de vrouw als zelfstandige persoonlijkheid weggewerkt. Het sterkst wellicht in Amerika, waar men van een vrouw spreekt als Mrs. Peter Johnson. Daarmee wordt de vrouw zowel in haar voor als in haar achternaam weggemoffeld. In Afrika kent men oorspronkelijk dit systeem niet en het druist in tegen het traditionele leven, als de vrouw haar eigen achternaam moet opgeven.

De huidige burgerlijke stand in Afrikaanse landen isechtereen voortzetting van wat in de koloniale tijd werd geïntroduceerd. Ook kinderen worden op de scholen met de naam van de vader geregistreerd. Echter is in veel gevallen in Afrika de vrouw kostwinner en heeft zij bij langdurige afwezigheid van haar man volle bewegingsvrijheid en verantwoordelijkheid voor de kinderen.

In Tanzania, waar prioriteit wordt ge geven aan landbouwontwikkeling in nieuwe UJAMAA-dorpen, tracht men ook het opvoedings en leersysteem aan te passen aan de Afrikaanse leefwijze. In West. Afrika hebben de vrouwen al een wereldnaam gekregen door hun zelfstandig, economisch efficiënt en ondernemend optreden. Sommige dames leiden transportondernemingen, de ‘mammy lorries’ in Nigeria danken daaraan hun naam.

Maar zo’n goede traditie bestaat bij lange na niet overal. Veelal geldt: ‘het oude is voorbijgegaan, maar het nieuwe is nog niet gekomen’3). Gedoeld wordt op de pijnlijke onzekerheid, als verschillende culturen op elkaar botsen en mensen daartussen geraken.

Je zult maar man zijn

Terecht werpt frl. Van Heemstra vooral in het laatste hoofdstuk een harpoen uit naar de man, die immers ook mee in de boot genomen moet worden. En niet alleen omwille van de vrouw, maar ook omwille van hemzelf en de hele samenleving van mensen.

‘Is het zo, dat de man met beide voeten stevig op de grond staat, of om het maar eens zo te zeggen: op de lage kant van de wip zit, terwijl de vrouw in een soort sociaal vacuüm in het luchtruim blijft zweven op het hoge gedeelte? Als zij de voeten op de grond krijgt, wipt. hij dan de onzekerheid in? Is dit bij hem misschien meer een persoonlijke dan een maatschappelijke onzekerheid? Want dil laatste ervaren vele mannen wel in de beroepswereld. Het mannenleven is niet zo veilig …’4).

Dit lange citaat kan ons laten zien, hoe leesbaar het boekje is geschreven. In zekere zin vind ik het jammer, dat de schrijfster dan de woorden ‘feminisme’ en ‘feministische theologie’ invoert, om duidelijk te maken dat ons hele denken en doen scherp moet worden omgebogen. Wie het, zoals ondergetekende, met het laatste eens is, zoekt het niet, zoals mevrouw Van Heemstra trouwens ook zelf zegt, in agressief activisme, maar in het zichzelf bewust worden van eigen waardigheid en kunnen.

Het gaat haar in wezen om emancipatie. De kerken hebben dit proces eerder vertraagd dan versneld. Tot diep in deze eeuw hoorden (en horen?) wij nog in de kerken dat de vrouw aan de man gehoorzaamheid schuldig is; de openstelling van de ambten is pas iets van de laatste jaren en het aantal vrouwen, dat. aan het kerkelijk beleid deelneemt, is nog altijd bijzonder klein. ‘Met andere woorden: dit kerkelijk bedrijf is sexistisch geweest5).

Een sexist is evenals een racist iemand, die op grond van fysieke verschillen een ander die privileges onthoudt, die hij wel aan de eigen soort toekent. Daardoor reserveert hij voor zichzelf een meerwaardigheidspositie en geeft hij de ander minder ruimte en minder ontplooiingskansen. Vrouwen zijn in de westerse kerken eeuwen achtereen voortdurend blootgesteld aan invloeden, die hun het recht op gelijke ontwikkeling en gelijke deelneming aan het kerkelijk gebeuren heeft ontzegd.

Gelijkwaardigheid, ontwikkeling, vrede

Deze sleutelwoorden van het ‘jaar van de vrouw’ lopen als een rode draad door het boekje heen. Gelijkwaardigheid raakt het hele gebied van de man vrouw-relatie, ontwikkeling richt zich op vrouwen als achtergebleven of gediscrimineerde groep, en vrede richt zich op humanisering en ontplooiing van de samenleving. Voor de christen vinden deze drie begrippen hun kracht en inhoud in Jezus Christus, de Vredevorst.

Op de achtergrond van het ‘jaar van de vrouw’ staat het verlangen naar emancipatie. Al meer dan een eeuw geleden heeft niemand minder dan Karl Marx geschreven: ‘alle emancipatie is een terugvoeren van de menselijke wereld, van de verhoudingen daarin tot de mens zelf’. Het komt er echter op aan welke inhoud wij daaraan geven. Het boekje van mevrouw Van Heemstra: Je moet maar vrouw (of man!) zijn, kan ons ook in de diakonale praktijk op weg helpen.


1) C. M. van Heemstra, ‘Je zult maar vrouw zijn, haar rol in een kleiner wordende wereld geschetst naar ervaringen in Afrika’, uitg. Ten Have, 1975; verkrijgbaar bij de GDR à ƒ 7,50.

2) blz. 23

3) blz. 52

4) blz. 92

5) blz. 88.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1975

Diakonia | 36 Pagina's

Van draaghoofd tot denkhoofd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1975

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken