Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek

13 minuten leestijd

Adoptie in Nederland

De invoering van de Adoptiewet in Nederland — nu bijna 9 jaar geleden — is van grote betekenis geweest. Aan veel verdriet en rechteloosheid kwam een einde. Pleegkinderen werden èchte kinderen, pleegouders èchte ouders.

De publiciteit daaromheen gaf evenwel ook de nodige problemen. Heel wat mensen dachten nu op korte termijn wel even een kindje te kunnen ‘aannemen’. Jong, blond en met blauwe ogen liefst.

‘We hebben het kamertje al klaar…’ zei eens een echtpaar tegen me.

Wat een bittere teleurstelling, wanneer je bij het eerste gesprek al te horen krijgt dat de kansen heel gering zijn, dat het helemaal niet zo zeker is, dat het op z’n minst een heel lange en moeilijke weg zal worden.

‘Mankeert er dan iets aan ons gezin?’

‘Verdient mijn man niet genoeg? We kunnen zo’n kind toch alles geven?’

‘Er zitten zóveel kinderen in tehuizen, die willen toch veel liever in een gewoon gezin?!’

Allemaal begrijpelijke reakties, maar de wet stelt nu eenmaal — en terecht — hoge eisen. Daar komt nog bij dat de groep voor adoptie in aanmerking komende kinderen véél kleiner is dan het aantal zich meldende echtparen. Niet iedere kinderhuispupil komt voor adoptie in aanmerking. Hij of zij kan b.v. later naar het eigen gezin terug. Maar we zitten in Nederland nu eenmaal met zo’n 12% kinderloze huwelijken, waarvan de partners in veel gevallen best kinderen zouden willen!

De laatste jaren is het aantal Nederlandse kinderen, dat voor adoptie in aanmerking komt, nog verder teruggelopen. Het gebruik van voorbehoedsmiddelen (de pil) en de toepassing van abortus (onderschat dat aantal niet!) spelen een aantoonbare rol. En wellicht ook het feit dat de verbeterde sociale omstandigheden de niet gehuwde moeder veel meer kansen geven. Gelukkig maar, want Mozes in z’n biezen mandje mag ons dan vertederen, vondeling zijn is toch echt niet fijn.

Twee nieuwe factoren deden intussen hun invloed gelden:

Door onze welvaart kwamen steeds meer Nederlanders met vakantie over de grenzen. In Oostenrijk, in Griekenland en soms nog veel verder.

Door oorlogsomstandigheden ver weg nam het aantal wezen en vaderloze kinderen snel toe. In Korea, Vietnam enz.

Interlandelijke adoptie

Het gevolg hiervan is duidelijk. Dan maar niet blond. Dan maar donker en vertederend. Bovendien werden de eigen verlangens soms gecombineerd met andere gevoelens.

De interlandelijke adoptie ontstond. Niet alleen kwamen er akties van de grond om kinderen uit bepaalde landen te ‘importeren’, heel wat echtparen gingen hun vakantieweken gebruiken om… een kind mee te brengen. Waarbij dan wel eens vergeten werd dat een kind in het algemeen het gelukkigst opgroeit in z’n eigen omgeving, in z’n eigen land, bij eigen ras- en kleurgenoten.

Toch zijn er de afgelopen jaren veel buitenlandse kinderen in Nederland geadopteerd. Misschien zijn het er wel een paar duizend. Eerste voorwaarde blijft echter: toestemming van de Minister van Justitie op basis van een gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Dat moet niet worden onderschat en kan soms erg lang duren en daardoor wel eens frustrerend werken Hoewel gezegd moet worden dat het de betreffende instanties binnen het wettelijk kader zeker niet aan soepelheid ontbreekt. Tot nu toe zijn er in ons land drie instellingen, die zich met de adoptie van buitenlandse kinderen bezighouden:

— de stichting voor interlandelijke adoptie (SIA);

— do vereniging Wereldkinderen; en

— de Ned. Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP).

De ellende is dat geïnteresseerde echtparen zich bij alle drie de bureau’s aanmelden. Dat geeft extra werk en brengt extra kosten met zich mee. Zonder enig extra resultaat.

Op 1 oktober komt daar een eind aan. Dan komt er slechts één wachtlijst, want de drie instellingen gaan dan samenwerken in éér bureau: het Nederlands bureau voor interlandelijke adoptie en jeugdwelzijn (directeur drs. J. van Deth), Nieuwe Schoolstraat 28, Den Haag, telefoon 070 645848.

Heel wat rompslomp zal hierdoor vermeden kunnen worden. Maar dit moeten geïnteresseerden niet vergeten: het blijft lang duren het kan veel geld kosten, de wettelijke voorschriften blijven van krachten de vraag is nu eenmaal groter dan het aanbod.

Weggelopen kinderen…

Geen nieuw verschijnsel, maar de laatste jaren wel enorm toegenomen. Vooral in een stad als Amsterdam schijnen enorm veel minderjarigen zich op te houden — en niet altijd in plezierige omstandigheden — die he thuis niet meer konden vinden of het niet konden bolwerken. Gevolgen: wanhopige of verbitterde ouders, die de politie bellen. Een opsporingsapparaat, dat vaak machteloos blijkt. Daarnaast instanties, die aan jongeren hulp bieden en de jongen of het meisje ergens onderbrengen en weigeren het adres te geven. Enz.

Volgens de ouders is dat ‘verstoppen’ of nog erger. Volgens de wet is het een illegale bezigheid. Volgens de hulpverleners is het een noodzakelijk onderdeel van de hulpverlening. De minderjarige heeft zelf wel een mening, maar in feite geen rechten. Alles bij elkaar een heel ongelukkige toestand, waarbij allerlei — veelal goedwillende — mensen met elkaar in conflict komen, terwijl we niet moeten vergeten dat er ook jongeren zijn, die zich ‘terecht’ (zij het zonder recht) aan de ouderlijke ‘zorgen’ onttrekken.

Begin van dit. jaar is staatssecretaris Glastra van Loon (u weet wel, de man die met minister Van Agt in botsing kwam) met een plan gekomen. Dat is intussen besproken met de Raden voor de Kinderbescherming en door een groot aantal hulpverlenende instanties. Wat ik niet had verwacht, gaat kennelijk toch gebeuren: zeer binnenkort wordt een nieuwe maatregel van kracht. Die komt er in het kort op neer dat weggelopen minderjarigen voortaan na opsporing niet zonder meer naar huis worden teruggedirigeerd. Bij de Raden voor de Kinderbescherming komen speciale commissies voor deze gevallen en vertrouwenspersonen, die het contact gaan verzorgen tussen deze raden en de hulpverleners. Zij controleren de verblijfplaats, stellen de politie er van op de hoogte dat de betrokkene zich heeft gemeld en proberen het contact tussen ouders en kind te bevorderen.

Het lijkt allemaal wat omslachtig, maar het is in ieder geval stukken beter dan de halfslachtige situatie van thans. Het is duidelijk een stap in de richting van een getemporiseerd jeugdrecht, waarbij een minderjarige zijn groei naar volwassenheid op meer natuurlijke wijze zal kunnen waar maken. Met rechten èn plichten. Maar zover is het nog niet.

Gereformeerde sociale academie wacht op een rechtvaardige uitspraak

Enige tijd geleden hebben wij u in deze rubriek iets verteld over de opmerkelijk snelle groei van de nieuwe sociale academie (van de Gereformeerde gezindte) te Ede. Een snelle groei wat betreft het aantal studenten (thans 350 plus een flinke wachtlijst), maar ook een opmerkelijke start met alléén eigen middelen. Daarom kwam u deze stichting ook op het G.D.R.-giftenadvies tegen.

Het spreekt vanzelf dat het bestuur wèl subsidie heeft aangevraagd, maar staatssecretaris Veerman — inmiddels van dit toneel verdwenen — was daar vooralsnog vierkant tegen. Naast de financiële bezwaren had de staatssecretaris moelijkheden met de vraag of deze nieuwe opleiding wel past ‘in het evenwichtig geheel van onderwijsvoorzieningen in ons land’. Dr. Veerman wees daarbij op de hervormde opleiding in Driebergen en de gereformeerde in Baarn, die zich in de loop der jaren wel wat anders hebben ontwikkeld dan de oprichters voor ogen stond… Zal dat in Ede ook niet gebeuren?

Dat was natuurlijk een zeer subjectieve redenering van de staatssecretaris. Wanneer hij wist wat het kerkelijk en particulier initiatief hier zèlf tot stand heeft gebracht, zou hij moeten blozen. Of dat ooit gebeurt, zullen we nooit weten.

Intussen heeft het bestuur alle argumenten weerlegd in een bezwaarschrift aan de Raad van State. De academie hoopt vóór 1 oktober op een rechtvaardige uitspraak.

‘Ach(t) vader’…

Wie thans klaagt over het grote alcoholgebruik in Nederland, heeft natuurlijk gelijk. Maar wie zich realiseert dat de Nederlander thans per hoofd 2,75 liter per jaar tot zich neemt, kan zich voorstellen dat honderd jaar geleden een gebruik van bijna 5 liter per persoon tot grote verontrusting aanleiding gaf. Het was de tijd dat de beroemde tekenaar Johan Braakensiek zijn bekende prent ‘Ach vader, niet meer!’ uitbracht. Een prent, die toen een diepe indruk maakte, maar waarbij grapjassen het ach in acht veranderden.

Intussen is het thans precies honderd jaar geleden dat onder leiding van de heer L. Philippona de algemene vereniging ‘Volksbond tegen drankmisbruik’ werd opgericht. Het uitgangspunt was: misbruik van alcohol is een maatschappelijk kwaad. Men wilde niet betuttelen, niet afschaffen, niet droogleggen, maar een mentaliteitsverandering aan de gang brengen. Het was eigenlijk een ‘matigingsorganisatie’, een aktie-nieuwelevensstijl anno 1875.

Een paar van de belangrijkste aktiviteiten uit de beginjaren: verantwoorde koffie- en eethuizen openen, een gereglementeerde loonuitbetaling (tot genoegen van veel huismoeders met hun talrijke kroost), plannen voor gezondheidsinstellingen voor verslaafden en akties om het drankmisbruik bij militairen en spoorwegmensen tegen te gaan. De leus was ‘Liever een biertje dan een borrel’.

Thans worden er 300 kantines en koffiehuizen geëxploiteerd, waarin per jaar 48 miljoen koppen koffie, een zee van frisdranken en 3,5 miljoen maaltijden worden verstrekt. En dat gebeurt zonder winstoogmerk en praktisch zonder regeringssubsidie. De regering waardeert dit werk, waarin meer dan 1000 mensen werkzaam zijn, met ƒ 4.000, per jaar.

Op het moment dat ik dit. schrijf — zaterdag 6 september —, viert de Volksbond tegen drankmisbruik in het Congresgebouw in Den Haag zijn eeuwfeest. Een gezelschap, dat niet alleen het misbruik van alcohol bestrijdt, maar op tal van andere terreinen van het maatschappelijk leven zijn steentje heeft bijgedragen.

Wie er meer over wil weten leze het gedenkboek ‘Honderd jaar Volksbond tegen drankmisbruik, 1875 1975’, samengesteld door de heer H. Woudstra.

Vindbaarheid

Een vreemde gewoonte van mij is het lezen van adres- en telefoonboeken. Je leert er veel van. Bijvoorbeeld hoe weinig kerkelijke en sociale instellingen hun best doen zich te laten vinden. Ik schreef daar vroeger al uitvoeriger over.

Vorige week las ik in Londen in de beroepenlijst van de telefoondienst. Tussen Snackbars en Softririnks vond ik de rubriek Social serviceen welfare. Die houdtin 2½ pagina’s met 500 adressen en telefoonnummers van hulpverlenende instanties.

Wat mij ook opviel: langs de roltrappen van veel ondergrondse stations was een korte verwijzing naar het telefoonnummer van een permanent bereikbare hulpdienst aangebracht. En nog eens, en nog eens. Ik zocht er niet naar, het viel me gewoon op.

‘Tot uw dienst’

Voor zover u het nog niet wist: uw kerkeraad en uw predikant hebben enkele weken geleden van de Synode de brochure ‘Tot uw dienst’ ontvangen. Niet om die in de boekenkast te zetten, maar om er wat mee te doen. Een en ander werd omstreeks Pinksteren reeds door ds. G. Spilt bij persoonlijk schrijven geïntroduceerd.

Dit boekje is een eerste presentatie van allerlei aktueel materiaal, dat geschikt is voor het gemeentewerk. Voor gesprekskringen, dienstkringen, aktiegroepen, gemeenteavonden, verenigingswerk enz. Wie in die richting in de gemeente iets doet of wil doen, vindt hier een schat aan materiaal.

Ik noem een paar thema’s: Nieuwe levensstijl, Nairobi, de gezinsweek, de vredesweek, Solidaridad, het jaar van de vrouw, diakonaat, zending en werelddiakonaat, de eredienst, politieke vragen, het belijden. Mocht u zelf over deze uitgave willen beschikken, dan kan dit door storting van ƒ 2,— op giro 50292 van de Quaestor-Generaal te Den Haag met vermelding van het gewenste.

Het kan dan ook zijn dat u in deze uitgave iets mist en suggesties hebt voor de volgende uitgave in 1976. Het ligt nl. in de bedoeling dat deze uitgave ieder jaar opnieuw bijgewerkt wordt. Met uw reakties kunt u terecht bij de secretaris van de commissie, de heer D. B. van der Waals, bereikbaar op het bureau van de G.D.R. in Utrecht.

Wijkvoorzieningen bejaarden

Naar aanleiding van het verschijnen van de publicatie ‘Grootstedelijke structuurnota wijkvoorzieningen bejaarden’ (over de gewenste organisatie van het bejaarden werk in en buiten de tehuizen), belegt vrijdagmiddag 24 oktober de Nederlandse vereniging van dienstencentra een openbare samenkomst in het congrescentrum in Den Haag. Drie inleiders en een forum staan garant voor een degelijke bespreking. De plaatsruimte is beperkt, zodat geïnteresseerden zich met spoed dienen te melden bij het bureau van genoemde vereniging, Laan van Meerdervoort 478, Den Haag, telefoon 070-631905. De nota zelf is ook bij dit bureau verkrijgbaar à ƒ 9,50.

Let wel: het gaat hier om de grote gemeenten, met meer dan 100.000 inwoners.

Amersfoort en de verkeersveiligheid

Naar aanleiding van een persbericht van de G.D.R. over de verkeersonveiligheid, hebben de diakenen van Amersfoort zich tot B. en W. van hun stad gewend, die intussen geantwoord hebben dat al het mogelijke gedaan wordt om de veiligheid te dienen. In hun schrijven wordt stuk voor stuk aan de aangesneden punten aandacht besteed. Gemeld wordt voorts dat de verkeersonveiligheid niet wordt veroorzaakt door een falende overheid, maar door het gedrag van de verkeersdeelnemers. De gemeente Amersfoort acht het irreëel de auto weg te denken, maar als een ‘heilige koe’ — zo schrijven B. en W. aan de diakonie — zien wij haar beslist niet.

Telefoon kan eenzaamheid doorbreken

Eenzaamheid is een verschijnsel van deze tijd, Zelfs bij mensen, die dicht bij anderen wonen, zoals in een bejaardenhuis. Velen hebben de neiging zich te isoleren, trekken zich terug van algemene aktiviteiten en worden daardoor nog eenzamer. Ze wachten op een vertrouwd bezoek, ze wachten eventueel op een telefoontje. En als noch het een noch het ander komt (en dat zal steeds vaker voorkomen), wordt de eenzaamheid tastbaar. Ik heb wel eens iemand ’s avonds opgebeld, die me zei: dit is de eerste stem, die ik vandaag hoor…

Het Rode Kruis is een jaar geleden begonnen met het experiment ’telefooncirkels’. Een groep van telkens 6 personen, die elkaar dagelijks in een bepaalde volgorde opbellen. Ieder heeft, al naar de behoeften, gelegenheid voor een kort of lang gesprek. Als aan het einde de cirkel gesloten is, heeft niet alleen iedereen een kans tot contact gehad, men weet bovendien van elkaar of er al of niet iets ernstigs aan de hand is. De telefoon is nu eenmaal een ideaal middel om elkaar zonder veel lichamelijke inspanning te bereiken, wat vooral voor zieken, ouderen en gehandicapten van belang is.

Na ervaringen in Amerika en Zweden is er nu enige tijd geëxperimenteerd in Apeldoorn (3x), Emmen, Geldermalsen en Brummen. Naar men schrijft met een positief resultaat. Mensen van allerlei leeftijd doen mee, waaronder alleenwonenden en bejaardenhuisbewoners. Het Rode Kruis is aan de deelnemers gekomen via huisarts, verpleegster, kerk enz.

Verwacht wordt dat na deze goed geslaagde proeven het aantal telefooncirkels zal gaan uitbreiden. Niet alleen schept het een gemakkelijke onderlinge ‘controle’, het geeft veel van de betrokkenen het gevoel weer ergens bij te horen. Een telefoontje om naar uit te kijken.

Voor inlichtingen kunt u zich wenden tot Mejuffrouw J. E. de Bruijn, p/a Rode Kruis, Den Haag, Prinsessegracht 27, telefoon 070-469595.

Een interessant initiatief. ‘Bedankt voor uw telefoontje en tot morgen!’

Je moet natuurlijk wel telefoon hebben.


In dit nummer schreven:

Dr. C. P. van Andel, secretaris Raad voor het verband met andere Kerken van de Nederlandse Hervormde Kerk.

G. J. Kroef, voorzitter protestants-christelijke stichting voor maatschappelijke dienstverlening ‘De Overwaard’, Gorinchem.

Drs. A. H. van der Mersch, secretaris Christelijke Vereniging van Ziekenhuizen en Diakonessenhuizen.

Drs. ?. E. Reul-Verlaan, preventiefunctionaris Protestantse Stichting voor Geestelijke Gezondheidszorg in Noord-Brabant.

D. Visser, pastor voor vormingswerk en kadertraining van het dekenaat Hoofddorp en functionaris voor maatschappelijke aktivering van het Katholiek Maatschappelijk Centrum Noord Holland (benoemd tot eerste pastor en kerkelijk opbouwwerker van de nieuwe stad Almere in de Zuidelijke Flevopolder).

P. W. A. de Wit, oud medewerker Generale Diakonale Raad.

D. B. van der Waals, medewerker Generale Diakonale Raad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 1975

Diakonia | 36 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 september 1975

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken