Bekijk het origineel

Doorbreking van het isolement van gehandicapten *)

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Doorbreking van het isolement van gehandicapten *)

18 minuten leestijd

Letterlijke en figuurlijke barrières

Er zijn vele minderheidsgroepen in de maatschappij, waarmee de contacten niet zo eenvoudig liggen. De benadering van deze groepen geeft problemen van grotere en kleinere aard. De meesten van ons hebben zich nog te weinig ingesteld op de ontmoeting met minderheidsgroepen zoals bejaarden, alleenstaanden, buitenlandse werknemers, gehandicapten. Deze contacten dienen echter beslist geen eenrichtingsverkeer te zijn.

Omgekeerd hebben deze minderheidsgroepen zelf vaak ook moeilijkheden te overwinnen om tot een relatie met anderen te komen. Dit is zeer zeker het geval bij de verhouding gehandicapten niet gehandicapten, die in deze bijdrage aan de orde komt.

In het zojuist verschenen boek ‘Leven met een handicap’ wordt een groot aantal aspecten van invaliditeit behandeld, zoals de medische, de sociaal-psychologische, de financiële en de meer technische1). Onder de laatste vallen o.m. de bouwkundige-, verkeers-, vervoers- en communicatie barrières, die de integratie van de gehandicapte wezenlijk belemmeren.

Aantallen

Er zijn vele soorten handicaps. Sommige; zijn direct uiterlijk waarneembaar, zoals die van de geheel of gedeeltelijk verlamde en de spasticus. Andere handicaps vallen niet direct op. Aan het uiterlijk is niet te zien of iemand een zwaar hartgebrek heeft, doof of astmatisch is.

Het eind 1974 gepubliceerde onderzoek van de C.B.S., ‘Gehandicapten wel geteld’, dat gebaseerd is op een steekproef van 70.000 personen, bevat veel interessante gegevens. Van de jongeren van 5–24 jaar is krap twee percent lichamelijk gehandicapt, dit stijgt geleidelijk tot 14% in de categorie 50–54 jaar, en tot 24% in die van 60–64 jaar, en bereikt het percentage van ruim 35% voorde categorie van 75 jaar en ouder.

Stoornissen in het uithoudingsvermogen en in de loopfunctie spelen een zeer grote rol. Verder zijn er vele gehandicapten, die één van deze stoornissen hebben, gecombineerd met een andere functiestoornis. Dit resulteert in het feit dat in 45% van het totaal aantal lichamelijk gehandicapten (470.000 personen) een stoornis in het uithoudingsvermogen en bij 42% (440.000 personen) een stoornis in de loopfunctie voorkomt.

Het aantal personen, dat buitenshuis wegens een handicap op een rolstoel, duwwagen e.d. is aangewezen, wordt geschat op omstreeks 40.000. Het aan tal personen met bewegings- en/of verplaatsingsbeperkingen zal, naar verwacht wordt, blijven stijgen door:

a. De vooruitgang in medische en technische kennis, waardoor meer personen in leven blijven, voor wie voorhoon geen kansen om in leven te blijven bestonden.

b. De — in absolute zin nog steeds toenemende verkeersonveiligheid, waardoor het aantal gehandicapten blijft groeien.

Deze stijging heeft betrekking zowel op de tijdelijk gehandicapten als op de blijvend gehandicapten. Naast de groep van de in hun beweging en verplaatsing gehandicapten, zijn ook de visueel en auditief gehandicapten van belang i.v.m. te treffen bouwkundige en verkeersvoorzieningen.

Blinden: er zijn in Nederland ongeveer 4000 blinden. Verder ca. 80.000 slechtzienden, in allerlei gradaties.

Doven: het aantal geheel doven in Nederland bedraagt ongeveer 12.000 personen. De groep van slechthorenden, eveneens in allerlei gradaties, telt ca. 156.000 personen.

Doof blinden: deze groep, die dus op licht noch op geluidssignalen kan reageren, is gelukkig niet zeer groot: ca. 300 personen.

Duidelijk komt naar voren dat de groep, waarin zich de meeste lichamelijk gehandicapten bevinden, die der bejaarden is. Dit geldt ook t.a.v. de zintuiglijk gehandicapten. Bovendien zal zich in de groep bejaarden een groot aantal personen bevinden, die niet als ‘gehandicapt’ in de genoemde percentages en aantallen zijn begrepen, maar voor wie eliminatie van barrières eveneens van groot belang is.

Het aantal zwakzinnigen bedraagt ruim 1% van de bevolking. Het. bestek van dit artikel laat niet toe op de specifieke problemen van de verschillende handicaps in te gaan. Slechts de meer algemene problemen der lichame- lijk en zintuigelijk gehandicapten worden aan de orde gesteld.

Voorzieningen

De kosten van verzorging van en voorzieningen voor gehandicapten zijn in de laatste decennia gelukkig voor een zeer belangrijk gedeelte uit de sfeer van de ‘liefdadigheid’ gehaald en overgeheveld naar die van de collectieve maatschappelijke verzekeringen en regelingen.

Onze sociale voorzieningen steken over het algemeen gunstig af tegen die van vele andere landen. Nederland besteedt voor dit soort doeleinden jaarlijks een fors bedrag. De uitgaven onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) bedragen b.v. ca. ƒ 3,5 miljard per jaar. Onder deze wet vallen de ziektekosten voor hen, die langer dan één jaar ziek zijn.

De zgn. ‘intra-murale’ voorzieningen (in inrichtingen) zijn goed. Duidelijk ligt er de vraag om de ‘extra-murale’ voorzieningen voor degenen, die thuis worden verzorgd, uit te breiden.

Nederland beschikt over grotere en kleinere tehuizen voor gehandicapten. ‘Het Dorp’ is beroemd als voorbeeld van één der collectieve woonvormen van zwaar gehandicapten, waarin een goede verzorging mogelijk is. Het isolement blijft er echter bestaan.

Kleinere collectieve woonvormen zijn er ook. De bouw hiervan staat zeer in de belangstelling. Met kleinere centra kunnen regionale oplossingen verkregen worden. Een voorbeeld van een geïntegreerde woonvorm is het ‘Service Wooncentrum’ te Brielle. Hierin vinden bejaarden, gehandicapten en niet-gehandicapten, die belang bij collectieve voorzieningen hebben, hun huisvesting. De bouw van goede aangepaste woningen, waarin de zelfstandigheid van de gehandicapte, al dan niet met watextra hulp vanuit b.v. een dienstencentrum, gehandhaafd kan blijven, begint gelukkig verder op gang te komen. De meerkosten van deze woningen worden in de woningwetsector volledig en in de particuliere sector voor 35% door de overheid gesubsidieerd. Maar het verkrijgen van een dergelijke woning is in de meeste gevallen nog geen eenvoudige en tevens een tijdrovende zaak.

In 1974 kwam een goede film gereed, waarin het zelfstandig wonen van lichamelijk gehandicapten wordt behandeld2). Geïnteresseerden kunnen zich aan de hand van een brochure3) en een folder4) over de verschillende aspecten van aangepaste woningen en het verkrijgen van de voorzieningen oriënteren.

In de brochure worden ook - over het algemeen niet kostbare punten vermeld, waarop in de algemene woning-bouw gelet moet worden.

Hen goed aangepaste woning is belangrijk voor de gehandicapte, maar hij wil ook bij zijn familie en vrienden op bezoek kunnen gaan.

Arbeid en alternatieven hiervoor

Er bestaat in Nederland een wet dat bedrijven met meer dan 50 werknemers 2% gehandicapten in dienst moeten hebben. Het bedrijfsleven en de overheid houden zich daar helaas lang niet altijd aan, controle hierop is ook zeer moeilijk.

De afdelingen voor speciale bemiddeling van de arbeidsbureaus onderzoeken en bevorderen de plaatsingsmogelijkheden. Het meeste wordt bereikt door het opbouwen van goede relaties. Verdere research op dit gebied en verbetering van inzicht zijn zeer wenselijk. Er zijn vele gevallen bekend dat bij juiste opleiding en goed voorbereide plaatsing gehandicapten uitstekend kunnen voldoen. In feite zouden gehandicapten, die willen werken, voorrang bij plaatsingsmogelijkheid moeten hebben, daar voor hen de deelname aan het arbeidsproces in het algemeen nog belangrijker kan zijn dan voor een nietgehandicapte, die eerder alternatieven voor werk kan vinden.

Nederland heeft relatief meer sociale werkplaatsen dan welk land ter wereld: ca. 200, waarin ongeveer 45.000 gehandicapten werkzaam zijn. Maar hoe goed ook van opzet, toch komt de apartheid’ ook daar duidelijk naar voren. Een belangrijk aantal van de tewerkgestelden zou graag hetzelfde werk in het ‘vrijt! bedrijf’ verrichten. De kansen hierop zijn voor de meesten gering, doordat de wegen nog niet gevonden zijn dat mogelijk te maken.

Voor hen, die in het geheel geen arbeid kunnen verrichten, is een zinvolle en liefst zo creatief mogelijke bezigheid belangrijk. Stimulering daarvan is wenselijk: wij zien ook mensen wegkwijnen, doordat het dagelijks levenspatroon geen inhoud meer heeft. In collectief verband, b.v. in dagverblijven, maar ook individueel kan met steun van de omgeving en wat inventiviteit vaak een goede bezigheid gevonden worden.

Tekenen, weven, tuinieren, vertalen etc. behoren, al naar de omstandigheden, tot de mogelijkheden. Er zijn nog vele andere te noemen. Maar ook het inschakelen van een gehandicapte als ‘oppas’, wanneer deze de telefoon kan bedienen, en welke kleinere of grotere taakvervulling dan ook, kan stimulerend werken en contactmogelijkheden geven.

Recreatie en sport

Ook de gehandicapte verlangt naar recreatiemogelijkheden. De maatschappij dient daar zo veel mogelijk rekening mee te houden en het gebruik van theaters, bibliotheken, kerken, restaurants, musea, volkshogescholen enz. voor hen mogelijk te maken. Onder het kopje ‘barrières’ wordt hierop nog wat nader ingegaan.

Nog maar een zeer klein gedeelte van de gehandicapten neemt deel aan sportaktiviteiten. Toch zijn er op diverse gebieden voor sommige gehandicapten mogelijkheden, die nog onvoldoende bekend en benut worden. Zwemmen, skiën en paardrijden (ook voor blinden), allerlei vormen van atletiek vanuit, een rolstoel, judo voor spastici enz. Optimale aktivering is gewenst. De sportwereld van niet. gehandicapten kan in vele gevallen daarbij behulpzaam zijn. Vakantiemogelijkheden en recreatieve voorzieningen voor gehandicapten worden in de jaarlijks verschijnende ‘Vakantiegids’ beschreven5).

Barrières

Vele gehandicapten leiden een geïsoleerd bestaan, doordat zij in een ontoegankelijke maatschappij leven en fysiek niet in staat zijn de bouwkundige barrières te overwinnen. Dit zijn soms ogenschijnlijk kleine hindernissen, die echter van bijzonder grote betekenis voor bepaalde gehandicapten en in het bijzonder voor hen, die op het gebruik van een rolstoel zijn aangewezen, kunnen zijn.

De gehandicapte wil graag zo zelfstandig mogelijk in de maatschappij functioneren. Het is voor velen bijzonder frustrerend, steeds op hulp van anderen te zijn aangewezen. Vaak zou speciale hulp niet nodig zijn, als bij de bouw van kantoren, woningen, recreatieve en verkeersvoorzieningen met gehandicapten rekening zou zijn gehouden.

De Nederlandse Spoorwegen passen de stations zo veel mogelijk aan en bieden diverse faciliteiten. Er is een gratis folder van de N.S., ‘Het reizen per trein voor minder validen.’

Het ontbreken van ‘alternatieve vervoersmogelijkheden’ voor hen, die onmogelijk 1van het ‘openbaar vervoer’ gebruik kunnen maken, is een belangrijke maatschappelijke tekortkoming van onze in zijn totaliteit welvarende maatschappij. In Zweden heeft men in een honderdtal steden voor deze groep reeds speciale vervoersmogelijkheden geschapen. In Nederland bestaat deze mogelijkheid in beperkte vorm nog maar in enkele plaatsen. Hieraan is grote behoefte.

In 1973 verscheen het werkboek ‘Geboden Toegang’, waarin op ook voor niet bouwkundigen begrijpelijke wijze de aanpassingen van gebouwen, woningen en recreatievoorzieningen ten behoeve van gehandicapten staan beschreven6).

De Nederlandse gemeenten kennen sinds 1968 bepalingen m.b.t. toegankelijkheid van voor het publiek bestemde gebouwen. Deze bepalingen waren tot nu toe echter ‘niet imperatief’. Verwacht mag worden dat vanaf voorjaar 1976 nieuwe bindende bepalingen in de modelbouwverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten opgenomen worden en dat deze snel door de autonome gemeenten zullen worden overgenomen.

Belangrijk is, dat de gehandicapten ook zoveel mogelijk van de voor hen getroffen voorzieningen gebruik maken.

Isolement

Over het algemeen zijn slechts diegenen zich van het isolement der gehandicapten bewust, die in hun eigen familie, vrienden of kennissenkring gehandicapten meemaken. De maatschappij als totaliteit leeft helaas veelal aan hen voorbij.

Vele oorzaken zijn hiervoor aan te wijzen. De speciale scholen voor ge handicapte leerlingen staan b.v. apart, de niet gehandicapte kinderen komen over het algemeen niet of weinig in aanraking met een gehandicapte leerling.

De voorbereiding van het gehandicapte kind, om later een zo zelfstandig mogelijke plaats in de maatschappij te kunnen bekleden, is een belangrijk punt. Hoe eerder met deze voorbereiding wordt begonnen, hoe beter.

Ook de begeleiding van ouders van gehandicapte kinderen is van groot belang. Door een goede voorlichting kunnen zij gesteund worden bij een zware taak. Uitwisseling van ervaring en gevonden oplossingen in andere gezinnen met soortgelijke problemen kan van grote waarde zijn. Regelmatig bezoek en contacten met anderen dienen zo veel mogelijk bevorderd te worden. Vaak zal ook het belang van een geheel gezin afgewogen moeten worden tegen dat van een gehandicapt gezinslid. Het is niet juist, wanneer een geheel gezin wordt geïsoleerd, doordat het permanent. te zwaar blijft belast.

Er dienen ook voorzieningen te zijn, die het mogelijk maken dat een gezin, dat een geheel jaar voor een gehandicapte heeft gezorgd, met vakantie kan gaan. De niet gehandicapten hebben evenveel moeite met het leggen van een contact met een gehandicapte, als dit omgekeerd het geval is. Daarom wordt er vaak maar niet aan begonnen, want het lijkt allemaal zo veel moeilijker dan het in vele gevallen is.8)

Uit ervaring en onderzoekingen blijkt steeds weer dat de verlangens van de gehandicapten ten aanzien van de maatschappij, het wonen, de persoonlijke contacten en de interessen in feite niet. veel anders liggen dan die der nietgehandicapten. Maar de eersten leven veelal toch geïsoleerd, want het contact wordt onvoldoende gelegd. Men gaat misschien wel naar een sociëteit voor gehandicapten, een eigen sportclub, enz.

De maatschappij als totaliteit is nog onvoldoende voor hen geopend.

Verbetering der contacten

Aan verbeteringen van de relaties, voorzieningen en regelingen moet worden gewerkt. Aan beide zijden moet een bestaande schroom worden overwonnen.

Integratie dient het doel te zijn. Dat de niet gehandicapten daarbij een duidelijke taak hebben, om te trachten behulpzaam te zijn, de omstandigheden voor een zo volwaardig mogelijk leven voorde gehandicapten te scheppen, lijkt vanzelfsprekend. Toch is het nodig hieraan zeer bewust te werken, anders gaat men al gauw hieraan voorbij.

Daarbij is warmte en begrip over en weer noodzakelijk, met emotionaliteit wordt de situatie meestal niet verbeterd. Men ‘zo gewoon mogelijk’ contact is essentieel.

Wanneer de juiste toon niet gevonden wordt bijvoorbeeld bij het aanbieden van hulp aan een blinde, die oversteekt — kan de aanbieder vaak een verrassende en pijnlijke reaktie ontvangen. Een veel voorkomende klacht is dat men, wanneer een gehandicapte begeleid wordt, zich steeds tot de begeleider richt t.a.v. de zaken, die de gehandicapte rechtstreeks aangaan.

Men dient zich ervan bewust te zijn dat een fysieke handicap van geen invloed behoeft te zijn op de verstandelijke vermogens.

Organisatie en voorlichting

Aan de doorbreking van het isolement der gehandicapten wordt op vele wijzen door diverse organisaties gewerkt. Zo zijn er verenigingen die het onderwijs bevorderen, andere die zich toeleggen op de sociale dienstverlening en het maatschappelijk welzijn, recreatie, materiële steunverlening enzovoort.


Uit een in Den Haag gehouden onderzoek onder gehandicapten kwamen de volgende gegevens naar voren:

10% der ondervraagden brengt in verband met de handicap geen bezoek aan een kerk

16% brengt bezoek aan een kerk, maar heelt daarbij problemen

26% heeft geen probleem in verband met de handicap bij bezoek aan een kerk

47% heeft geen behoefte aan bezoek van een kerk.

De belangrijkste problemen voor hen, die wel de kerk bezoeken, zijn de trappen, en verder (maar in wat mindere mate) de plaats en, of constructie van de banken.

Zou er niet in iedere plaats tenminste één protestantse kerk moeten zijn, die zonder problemen voor iedereen bruikbaar is? Hier ligt een taak voor kerkvoogdijen (maar ook voor diakonieën) en niet minder voor kerk bouwcommissies!


Een deel der lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten is aangesloten bij één van de algemene resp. categoriale gehandicaptenorganisaties. Ook is er een landelijke oudervereniging. Deze organisaties informeren hun leden zo veel mogelijk over allerlei ontwikkelingen, voorzieningen en mogelijkheden. Toch is er nog een grote behoefte aan meer voorlichtingsmateriaal.

Het landelijk samenwerkingsverband, de Nederlandse Vereniging voor Revalidatie (N.V.R.), Postbus 9115, Den Haag, tel. 070 556600, verzorgt velerlei publikaties.

Eén daarvan is een gids voor de gehandicapten zelf en hun familie12), een andere is meer bedoeld voor de werkers ‘in het veld’13). Ook het maandblad van de Vereniging, ‘Revalidatie’, is op de laatste groep gericht.

In iedere provincie heeft een Provinciale Revalidatie Stichting een coördinerende en voorlichtende taak. Deze wordt in enkele grote steden verricht door de Sociaal Medische Diensten.

Voor inlichtingen over moeilijke problemen t.a.v. de sociale verzekeringen, waar men eventueel plaatselijk onvoldoende inlichtingen over kan verkrijgen, kan men zich wenden tot het Voorlichtingscentrum Sociale Verzekeringen, Rhijnspoorplein 1, Amsterdam, tel. 020 927474.

Inlichtingen betreffende technische voorzieningen kunnen worden verkregen van de Stichting Aanpassingen Voor Gehandicapten, Voorburgseweg 36, Leidschendam, tel. 070 270800.

Er bestaan enkele nuttige brochures voor auditief gehandicapten11).

Al kwamen de problemen der geestelijk gehandicapten in dit overzicht niet speciaal aan de orde, toch is het wellicht dienstig ook het adres van het samenwerkingsverband op dit gebied te vermelden, vooral daar er ook een relatief groot aantal dubbel gehandicapten (geestelijk en lichamelijk gehandicapten) bestaat. Dit is het Nationaal Orgaan Zwakzinnigenzorg (N.O.Z.), Postbus 415, Utrecht, tel. 030 333524. Het maandblad van deze stichting heet ‘Klik’.

Taak van de kerken

Over het algemeen hebben de kerken zich nog niet zo erg veel aan de gehandicapten gelegen laten liggen. Gelukkig zijn op deze misschien wel wat harde bewering toch een aantal goede uitzonderingen te noemen.9).

Als voorbeeld kunnen speciale vakantieweken voor gehandicapten, o.m. georganiseerd vanuit de kerken, dienen. Voor dit werk zijn steeds vrijwilligers nodig, zowel deskundige verzorgers als helpers. Hierbij kunnen zeer bijzondere ervaringen worden opgedaan, waardoor over en weer een heel andere visie op de problemen, die er zijn, wordt verkregen. Met wat goede wil en praktische aanpak is er veel mogelijk.

Voor een niet gehandicapt gemeentelid kan het leven nieuwe waarde krijgen, doordat hij of zij op de één of andere wijze een taak op zich neemt ten aanzien van een gehandicapte.

Een belangrijk punt daarbij is dat, na een verkenning over en weer, een bepaalde regelmaat van het contact ontstaat en vermeden wordt dat verwachtingen worden gewekt, waaraan niet kan worden voldaan. Teleurstellingen zijn voor een gehandicapte extra moeilijk verteerbaar.

Al wordt, de dienstverlening steeds professioneler, toch zijn er nog steeds allerlei instellingen, die voor een belangrijk deel draaien op de vrijwilligers. Dit zijn o.m. de dienstencentra, die ook voor gehandicapten beschikbaar zijn.

Verder zouden de kerkgebouwen waar mogelijk ook toegankelijk en bruikbaar voor gehandicapten moeten worden ge maakt. In het programma hiervoor dient, naast een goede verlichting i.v.m. het ‘spraakafzien’, tevens de juiste akoestiek en zo nodig een geluidsversterking t.b.v. slechthorenden te worden opgenomen. Over de praktijk ervaring met ‘ringleidingen’ in kerken zijn nog weinig gegevens bekend. In iedere plaats zou tenminste een protestantse kerk volledig aangepast moeten worden. Kunnen plannen daarvoor, begeleid vanuit een technische commissie, niet worden ontwikkeld?

De G.D.R. beheert het F. D. Roosevelthuis in Doorn, waar het hele jaar door vakantieweken worden gehouden voor lichamelijk gehandicapten. Hier enkele gasten met hun begeleiders bij het aangepaste busje (maximaal ruimte voor 5 rolstoelen) van het Roosevelthuis.

In sommige plaatsen is er behoefte aan ruimten voor vergaderingen, gespreksgroepen en sociëteiten. Het. zou zeker de moeite waard zijn, indien de gebouwen der kerken beschikbaar gesteld zouden worden voor deze (en andere) groepen, die over het algemeen niet zo gemakkelijk een passend onderdak kunnen krijgen voor aktiviteiten.

Dat daarbij een zo groot mogelijke integratie, dus gemengde groepen, dient te worden nagestreefd, spreekt haast vanzelf.

Kon zekere mate van inventiviteit over en weer is veelal nog belangrijker dan het steunen van financiële akties, hoe nuttig die ook zijn.10).

Behalve verbetering van pastorale zorg en een doelbewust opnemen in de gemeente van de individuele gehandicapte lidmaten, zou ook het verder bevorderen van contacten tussen gehandicapten en niet-gehandicapten, het naast elkaar staan, een wezenlijke taak van een levende kerk kunnen zijn.

LITERATUUR en FILMS

1. ‘Leven met een handicap’, uitgave Samsom, Alphen aan den Rijn, 1975, ƒ 19,50

2. ‘Wonen’, N.V.R., 30 min, kleur. Filmotheek Int. Film Services, Rijswijk

3. ‘Wonen, zelfstandig wonen voor gehandicapten’, uitgave N.V.R., ƒ 1,10*

4. ‘Aangepaste woningen voor lichamelijk ge handicapten’, gratis, verkrijgbaar bij Ministerie van Volkshuisvesting & R.O., Den Haag

5. Vakantiegids voor lichamelijk gehandicapten’, uitgave N.V.R., verkrijgbaar bij A.N.W.B. (verschijnt eind december)

6. ‘Geboden Toegang’, losbladig handboek, uit gave N.V.R., 1973, ƒ 15,—*

7. ‘Lichamelijk gehandicapte schooljeugd … waarheen?’, uitgave N.V.R., ƒ 4,50*

8. Hen ‘discussiefilm’, waarin de integratie der gehandicapten aan de orde komt, werd onder de titel ‘Leven en laten leven’ door de N.V.R. uitgebracht. Ken stencil hierover is voor belangstellenden beschikbaar. Voor reservering van deze film: tel. 030-517804 (Nat. Centrum voor Geestelijke Volksgezondheid, Wilhelminapark 22–23, Utrecht)

9. Het Algemeen Diakonaal Bureau van de Gereformeerde Kerken publiceerde de brochure ‘De gemeente en de lichamelijk gehandicaple’, ƒ 2,10, excl. porti ƒ 1,20. Hierin staan vele waardevolle aanbevelingen. Zie ook het artikel ‘De gehandicapte in de samenleving’ in ‘Diakonia’, themanummer ‘Vooroordeel en discriminatie’, maart 1975, ƒ 2,50.

10. Het Nationaal Revalidatie Fonds. Eisenhowerlaan 142, Den Haag, giro 671100, steunt vele revalidatieprojecten. Het jaarverslag wordt op aanvraag toegezonden. Ook diverse andere fondsen verrichten veel werk op dit gebied, zoals het Prinses Beatrix Fonds en het Koningin Juliana Fonds. Jaarlijkse bijdragen zowel als legaten ten behoeve van deze werkzaamheden zijn uiteraard zeer welkom.

11. Brochure over o.m. boortoestellen, luisterapparatuur en ringleidingen worden verspreid door de Nederlandse Vereniging van Slecht horenden, p.a. Stationsstraat 14, Zutphen.

12. ‘Gehandicapt, waar moet ik heen?’, uitgave N.V.R. ƒ 12,50*

13. ‘Revalidatiegids’, uitgave N.V.R., ƒ 10,—*

* De uitgaven van de N.V.R. zijn te verkrijgen door overschrijving van het vermelde bedrag onder opgave van de juiste titel: giro 382100, Nederlandse Vereniging voor Revalidatie, Den Haag.


* Voor dit artikel werd onder meer gebruik ge maakt van een bijdrage, eveneens van de hand van de heer Van Leer, verschenen in het Remon strants Weekblad van 14 juli 1973.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1975

Diakonia | 44 Pagina's

Doorbreking van het isolement van gehandicapten *)

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1975

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken