Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Kroniek

11 minuten leestijd

Pro Juventute is niet meer

We gaan er langzamerhand aan wennen dat bekende en belangrijke instellingen in ons land verdwijnen. Ze worden opgeheven of ‘afgebouwd’ of ze fuseren met andere. Soms tot verdriet, soms tot vreugde van velen. Hun tijd is dan kennelijk voorbij.

Dit jaar bestond het Verbond der verenigingen ‘Pro Juventute’, zoals de naam officieel luidt, vijf en zeventig jaar. Dat is een feit om wel even bij stil te staan, wat door het verbond dan ook gedaan werd op een congresdag te Noordwijkerhout.

Echter niet met het goede gebruik nieuwe plannen aan te bieden voor de volgende jaren, maar met het besluit er een punt achter te zetten. Pro Juventute zal opgaan in een groter verband. Hoe dat precies zal zijn of heten, weten we nog niet, maar daar wordt thans op hoog kinderbeschermings niveau aan gedokterd.

Heel wat diakenen hebben in die 75 jaar met Pro Juventute te maken gehad. Als bestuurslid, als donateur, als vrijwillig medewerker (gezinsvoogd of patroon), als verwijzer of belangstellende. Voor mij persoonlijk was P.J. altijd een dame. Een vriendelijke, soms wat deftige, maar altijd zeer lieve dame, waar ik zo’n 25 jaar mee geleefd heb. Dal betekende heel wal vergaderingen en lezingen in Nutsgebouwen of kerkeraadskamers met bijna nachtelijke tochten over het mistige Friese land of een besneeuwde Veluwe. Een hoofdstuk, dat is afgesloten.

Als hervormd diakonaat hebben wij met Pro Juventute een bijzondere band gehad. Vooral na de invoering van de ondertoezichtstelling. Moesten er hervormde of protestant se verenigingen voor gezinsvoogdij komen? Nee, zei de Diakonale Raad daarin later gevolgd door de gereformeerden —, wij wensen een eigen inbreng in Pro Juventute. Er werden daartoe afspraken gemaakt en in de praktijk ging dat meestal heel plezierig. Hoe dat kwam? Omdat P.J. in haar doelstelling altijd het kind en het gezin centraal stelde en geen enkele godsdienstige of politieke indoctrinatie wenste. Wel werd het standpunt gehuldigd dat een kind c.q. een gezin een gezinsvoogd moest hebben van gelijke levensbeschouwing.

Het werk van Pro Juventute gaat door

Door Pro Juventute is een belangrijk hoofd stuk van de Nederlandse kinderbescherming geschreven. Dat begon eigenlijk al in 1896, dus bijna HO jaar geleden, toen in Amsterdam de eerste vereniging Pro Juventute werd opgericht. Daarna kwamen er dergelijke verenigingen in Den Haag, Utrecht, Rotterdam en andere steden, tot in 1900 het Verbond ontstond.

Zoals met zoveel aktiviteiten op kinderbeschermingsgebied is gebeurd, dankte P.J. zijn ontstaan aan juristen. In dit geval was de Amsterdamse hoogleraar Van Hamel de initiatiefnemer. De eerste doelstelling was het bestrijden van de jeugdcriminaliteit, met daarnaast hulp en bijstand bieden aan kinderen, die met justitie in aanraking kwamen. Tegen het einde van de vorige eeuw (industrialisatie, verstedelijking en nog geen leerplicht!) was het heel gewoon dat kinderen uil bepaalde milieu s gingen zwerven en aan het bedelen sloegen, gingen stelen of zich voor een kleine beloning aan ouderen aanboden. Die goeie ouwe tijd was niet zo best als we soms wel eens denken.

Een kinderwetgeving was er nog niet. Kin deren, die afgleden, kwamen dus net als volwassenen en mét volwassenen in een sirafgesticht. Met alle gevolgen daarvan.

Zo is P.J. begonnen. Eerst alleen met vrijwil ligers, langzamerhand met beroepskrachten. Er werd maatschappelijk werk gedaan, toen het woord nog nauwelijks bestond. Heeft P. J. jarenlang gefungeerd als vereniging van gezinsvoogden, de laatste jaren heeft zij zich steeds meer bezig gehouden met preventief werk. Vooral door de oprich ting van adviesbureaus voor ouders en kinderen, voor jeugd en gezin. Maar steeds meer groeit de opvatting dat je dat ook samen met anderen (b.v. Rooms katholieken en Humanisten) kunt doen. Dat wordt bovendien door de overheid gestimuleerd en het is wellicht efficiënter.

Het werk van Pro Juventute gaat door, zij liet straks onder een andere vlag. Staat de kerk er dan verder buiten? Organisatorisch waarschijnlijk wel. Maar ménsen zullen er altijd nodig zijn. Ook mensen ‘van de kerk’. Misschien moet ik zeggen: juist mensen van de kerk. Ik hoop dat u mij begrijpt en mee blijft, doen.

‘Ouder worden’

Ouder worden we allemaal, dag na dag. Kerst schijnt dat langzaam te gaan en dan opeens steeds vlugger. En wie het een flinke tijd mag volhouden, wordt bejaard. De één nog gezond en vol plannen voor de oude dag, de ander wat sukkelig of misschien zelfs zielig. Zo gaat dat.

In Nederland zijn op het ogenblik bijna 1½ miljoen bejaarden. Wat betekent dat bejaard zijn en hoe staan we er tegenover?

Op de manifestatie Dag ouwe dag’ op 13 november in Den Haag ging in première de film Ouder worden, geregisseerd door Nouchka van Brakel. Ik heb ‘m gezien en ben onder de indruk gekomen van de kundigheid van de maakster. Een film met zeer poëtische en verstilde momenten, gedragen door een eerbiedige benadering van het onder werp. Dat moet ook, want enerzijds zijn er komische situaties (die iedere levensfase kent), maar daarnaast is er ook de tragiek van het aftakelingsproces.

Zijn alle bejaarden zo? Natuurlijk niet. In één film van 45 minuten is het slechts mogelijk enkele aspecten over te brengen. Daar is mevrouw Van Brakel uitstekend in geslaagd.

Het is m.i. geen film, die zo maar geschikt is voor b.v. de televisie. Wel uitermate als inleiding op een discussie. Er worden kopieën gemaakt, die binnenkort geleend kunnen worden bij de Nederlandse Federatie voor het bejaardenbeleid (N.F.B.), die de film liet maken, en verder o.a. bij de Rijksvoorlichtingsdienst en het Nationaal Centrum voor de Geestelijke Volksgezondheid te Utrecht.

Er zit wel wat ‘bloot’ in de film, maar daar zijn we tegenwoordig wel aan gewend. Trouwens, dat was bij de zendingsfilms in mijn jeugd ook al zo!

Graag wijs ik ook op het aardige boekje Van ouds, dat de N.F.B. ter gelegenheid van het congres uitgaf. Met bijdragen van o.a. Jan Joost Lindner, prof. Munnichs, dr. Witte, Maurice Ackermans en dr. J. J. Buskes. Het kost ƒ 7,50 (giro 531100, N.F.B., Den Haag).

De professor danste

Vorige maand was ik in het Utrechtse congrescentrum waar ik prof. dr. I. A. Diepenhorst hoorde zingen, begeleid door het combo van Joop Reynold. Later danste hij zelfs met Conny Vink in de armen over het toneel. Ja, u leest het goed! Dat gebeurt bepaald niet iedere dag.

Het was dan ook een bijzondere dag: de viering van het 60 jarig bestaan van de blindeninrichting Bartiméus. Een echt familiefeest kun je wel zeggen. Met veel oudpupillen, familieleden en belangstellenden. Ook met veel geschenken en goede gaven uit den lande.

Op de beste plaatsen in de zaal de kinderen. Dat was goed, want daar gaat het tenslotte om.

Namens de hervormde diakenen heb ik Bartiméus gelukgewenst met deze feestelijke herdenking. Enkele pagina’s terug wat meer over het werk zelf.

Van Stormbrand naar Donatus

Even een prozaïsch onderwerp, maar niet onbelangrijk. Het gaat over de verzekering van eigendommen van kerkelijke, sociale en aanverwante instellingen. Bijna een halve eeuw heeft zich in onze kerk de in kerk voogdelijke kring ontstane stichting ‘Stormbrand’ bewogen. Ook diakonale instellingen werden herhaaldelijk naar deze stichting verwezen.

Intussen is er iets gebeurd. Om praktische redenen is ‘Stormbrand’ opgegaan in de onderlinge verzekeringsmaatschappij ‘Donatus’, die al bijna 125 jaar op vergelijkbaar terrein werkzaam is. Zij adviseerde haar verzekerden daar naartoe over te gaan en nieuwe geïnteresseerden wijst zij dezelfde weg. Reeds enkele honderden kerkelijke instellingen hebben positief gereageerd.

Wanneer u dus met verzekeringsproblemen zit moet u niet meer in De Bilt zijn, maar bij ‘Donatus’, Geert Grootestraat 31 te ‘s-Hertogenbosch, tel. 073-146233.

Werkloos toezien?

De ‘stuurgroep Sociaal culturele aktiviteiten ten behoeve van werkloze jongeren’ (Maliebaan 20 22, Utrecht) heeft een informatiemap het licht doen zien onder de titel ‘We kunnen toch niet werkloos toezien’. Aanleiding is het feit dat in ons land zo’n 70.000 à 100.000 jongeren zonder werk rondlopen en de omstandigheid, dat één op de vier jongeren, die dit jaar hun beroepsopleiding afsloten, niet aan de slag kan komen.

De map biedt een visie op de jeugd werkloosheid als maatschappelijk verschijnsel, geeft een typering van de jeugdige werkloze (ook kwesties als verveling en schuldgevoel) en stelt dat vormings- en welzijnswerk beschikbaar moet zijn voor alle betrokkenen. Praktische voorlichting wordt geboden over de bereikbaarheid van de werkloze, over de verzameling van gegevens, bet programmamateriaal enz.

Deze uitgave is vooral bedoeld voor vormings- en welzijnswerkers en voor mensen uit het jongerenwerk, maar is m.i. ook heel bruikbaar voor anderen, die met jeugdige werklozen te maken hebben. Of die dat willen.

Op hetzelfde adres verscheen het boekje ‘Niks doen, da’s geen werk’. Een handige wegwijzer van 80 pagina’s voor de jongeren zelf. Aanbevolen.

Hééft de kerk een taak ten aanzien van de werklozen?

Onze broeders diakenen van de Chr. Gereformeerde Kerken hebben zich óók over het probleem van de werkloosheid gebogen. Zij deden dat 18 oktober op een diakenenconferentie te Amersfoort, waar minister Boers ma van Sociale Zaken als een van de sprekers optrad.

Na een schildering van de situatie (200.000 werklozen, waarvan velen al langere tijd), stelde de minister dat de materiële zorg voor werklozen vooral een overheidstaak is. Maar er is méér te doen. In dat opzicht kan de kerk een niet te onderschatten bijdragen leveren.

Bij velen komt namelijk het gevoel boven, overbodig te zijn, ontstaat een doffe berusting, vallen de sociale contacten weg, treden verveling en huwelijksproblemen op.

De kerk moet haar werkloze leden uitdrukkelijk laten merken dat ze er helemaal bij horen, dat ze geen kneuzen zijn, maar volwaardige leden van kerk en samenleving.

Hij drong er op aan juist deze mensen in het kerkelijk en verenigingsleven in te schakelen. Daarnaast hebben de kerken zijns inziens als taak kritisch toe te zien op het doen en laten van overheid en volksvertegenwoordiging.

Minister Boersma had zijn referaat ook best voor hervormde diakenen kunnen houden. Vandaar hier zijn visie in een notedop.

Kerken richten bank op

Dr. Philip Potter van de Wereldraad van Kerken heeft onlangs een reisje gemaakt met een ongebruikelijk doel. Hij kwam naar Rotterdam om de akte te ondertekenen voor de stichting van een coöperatieve beleggingsbank voor ontwikkelingshulp. De bank wordt nl. in Nederland gevestigd. De naam is E.D.G.S., Ecumenical Development Cooperative Society.

Opzet is dat de kerken via deze bank gelden zullen gaan beleggen in humanitaire projecten in de ontwikkelingslanden. Dat zal dan gebeuren tegen een lage rente en met een lange looptijd. De zeggenschap over de gelden ligt zowel bij de gevers als bij de ontvangers; de arme landen zullen evenveel te vertellen hebben als de rijke.

De werkzaamheden zullen pas echt begin-non wanneer een beginkapitaal van 5 miljoen dollar (ongeveer 12½ miljoen gulden) bijeen is. De helft hiervan zal er nu wel ongeveer zijn.

Geweldige projecten kunnen met dergelijke bedragen natuurlijk niet gefinancierd worden. ‘Maar het begin is er’, zei Potter, ‘en dat is een teken van hoop’. Bovendien kunnen nu wellicht belangrijke kleinere projecten gesteund worden, die anders nauwelijks in aanmerking zouden komen.

In Nederland participeren op het ogenblik de Raad van Kerken, de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en enige R. K. parochies uit het bisdom Breda.

Het adres van de E.D.C.S. is voorlopig bij de Raad van Kerken te Amersfoort.

Hebe Kohlbrugge kreeg Vondelprijs

Misschien hebt u het in de krant gelezen: mejuffrouw Hebe Kohlbrugge in diakonale kring geen onbekende ontving onlangs in Münster de Joost van den Vondelprijs. Dat is een prijs, die ieder jaar wordt toegekend aan een Duitser, Nederlander of Belg, die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de goede verhoudingen tussen tenminste twee van deze landen.

In dit geval was het een eervolle beloning voor haar verdiensten voor de relaties tussen Nederlanders en Duitsers voor en na de oorlog.

De prijsuitreiking gescheidde door dr. Gustav Heinemann (ook al niet onbekend in diakonale kring), die daarbij een bijzonder hartelijke toespraak hield en onder meer herinnerde aan het verzetswerk van mej. Kohlbrugge. Er waren veel gelukwensen, waaronder uit Oost Europa. Als oud-collega voeg ik er graag de mijne bij.

Drempel

Het jaar is dus bijna weer om. Met dit rubriekje sluiten we de 42e jaargang van ons blad af. In de hoop elkaar óver de drempel van 1976 weer te mogen ontmoeten.

Goede Kerstdagen gewenst en voor het nieuwe jaar: veel heil en zegen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1975

Diakonia | 44 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 november 1975

Diakonia | 44 Pagina's

PDF Bekijken