Bekijk het origineel

Ethische vragen: Materiaal voor eigen beslissing

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ethische vragen: Materiaal voor eigen beslissing

8 minuten leestijd

De Dordtse predikant en ethicus dr. A. Dekker, die onder meer voorzitter is geweest van het studiedeputaatschap inzake de kwestie van de abortus, is van mening dat de taak van de kerk in ethische vragen vooral dient te bestaan uit het aandragen van materiaal, dat het kerklid kan helpen om tot een verantwoorde eigen beslissing te komen. Hij zegt verder: 'Tussen dat materiaal en de beslissing van een enkeling voor God mag je geen kerkelijke eisen schuiven'.

We praten met dr. Dekker over de positie, of liever: over de opdracht van de kerk jegens haar leden in deze tijd, nu de problemen van zijn en niet-zijn, van leven en dood in ongekende omvang en directheid op de mensen aankomen. Kan en moet de kerk zeggen: zus is goed en zo is verkeerd? En zo ja, wie zal zich daaraan dan storen, wat heeft het voor effect?

Er is een periode geweest — en die ligt nog niet zo gek lang achter ons — dat althans uiterlijk de zaken eenvoudig lagen en het punt van al of niet fietsen op zondag een druk besproken ethisch probleem vormde. Wanneer je je hield aan bepaalde gedragsregels, was er eigenlijk weinig aan de hand. Je leidde een christelijk leven door stil en gerust je gang te gaan en de bioscoop te mijden. Pacifisten hielden de gereformeerde kerken er niet op na, de overheid draagt het zwaard niet tevergeefs, kinderen zijn een erfdeel des Heren.
Naar goed gereformeerd gebruik waren de synoden zuinig met stellige uitspraken op het gebied van het leven (op het terrein van de leer lag dat anders), maar iedereen wist drommels goed wat wel en wat niet tot de gereformeerde zede behoorde. Langzaamaan kwamen meer-omvattende ethische vragen naar voren en in 1955 besloot de gereformeerde synode op grond van bij haar binnengekomen verzoeken dat er toch wat gezegd zou moeten worden over het al dan niet geoorloofd zijn van het gebruik van voorbehoedmiddelen. Het duurde overigens tot het begin van de jaren zestig alvorens er 'richtlijnen' kwamen en die liepen eerlijk gezegd, achter de (meeste) feiten aan.

Inmiddels verbleekte de problematiek van de verantwoorde gezinsvorming nogal toen mèt de kernbewapening het oorlogsvraagstuk nadrukkelijk aandacht opeiste in de gereformeerde kerken en de generale synoden. Men was (en is) er nog niet over uitgedacht en uitgepraat, toen nieuwe diep-ingrijpende kwesties op tafel werden gelegd: euthanasie, abortus. . . En hierdoorheen de vraag wat we met onze wereld aan het doen zijn en of het aangaat, gerieflijk voort te leven als elders in de wereld (en tegelijk op ons beeldscherm) mensen van honger sterven.

Hoe reageert de kerk, een synode hierop?
Dr. Dekker: 'Wat mij altijd opvalt als iets wonderlijks is dat men in onze kerken zolang het gaat over zaken van de leer, erg radicaal is. Het kennen-ten-dele is er niet of nauwelijks bij en nog minder dat je met iemands zwakheden of gebreken geduld moet hebben. Maar komen de ethische zaken aan de orde. . . ik neem nu maar even het oorlogsvraagstuk. . . dan zijn we opeens zeer nadrukkelijk slechts zondige mensen, die in een gebroken wereld leven en die maar het beste doen met te wachten op de vrede die alle verstand te boven gaat.

Alle stelligheid is dan zoek. Ik heb me wel eens afgevraagd of hierin misschien ook een reactie zit op door de protestantse orthodoxie afgewezen werkheiligheid van de rooms-katholieken, of het daardoor komt dat ons de eis om als christen te leven niet zo lijkt te klemmen. Zo lang we het in kleine dingen konden vinden, in het mijden bijvoorbeeld van wat een dancing werd genoemd, hadden we geen moeite, maar nu het gaat om leven en overleven, zijn we erg onzeker.'

Maar gemeenteleden hebben in de regel toch wel een vaste mening over, zeg maar, abortus?
'De dingen lopen zo raar door elkaar. Als ik op een vrouwenvereniging probeer wat genuanceerd te praten over abortus roepen sommigen: dat is moord! Alsof je een rozige baby wilt onthoofden. Maar breng ik het probleem van de euthanasie ter sprake, dan zijn diezelfde dames opeens heel anders in hun benadering, leder van hen kent wel een demente bejaarde die eigenlijk alleen maar voort vegeteert of een chronisch zieke die snakt naar het einde van z'n lijden. . . en dan sta ik soms verbaasd over het gemak waarmee ze over een spuitje geven of zo beginnen. Men leerde niet zelf kritisch na te denken.'

En hier moet de kerk voorlichting geven?
'De kerk moet met hulpstukken komen om de gemeenteleden tot een besluit te brengen, dat niet rust op emoties of vooroordelen, maar dat vrucht is van verwerken van aangereikte informatie, die niet neutraal is, zo van: zoek het zelf maar uit. Ik meen overigens dat de gereformeerde kerken de deskundigheid en de deskundigen in haar midden niet goed, althans niet voldoende, gebruiken. Hoe is de gang van zaken vaak? Er wordt voor een bepaald probleem een studiedeputaatschap ingesteld.

Deskundig, ik maakte o.a. in diverse deputaatschappen hoogleraren mee.
Na een langdurige studie, soms van jaren, komt er een tot in alle punten uitgekiend en afgewogen rapport. Dit bereikt via een synodale commissie van advies de synode, die niet gespecialiseerd is en die, met nog. . . pak weg. . . veertig andere niet geringe agendastukken voor de boeg, maar korte tijd bezig kan zijn met de ingewikkelde dingen waar zo'n deputaatschap massa's vergaderdagen aan had besteed. De zaak komt op die manier niet rond, het rapport gaat 'terug' en dit kan betekenen: in de ijskast. Daar ligt voor zover mij bekend althans nog steeds ons rapport over de abortus, voor verdere uitwerking. Eigenlijk zou de synode aldus moeten redeneren: wij hebben deskundigen aangewezen, en ook dat zijn christenen, laten we er nu ook maar op vertrouwen dat ze geen gekke dingen beweren. Moet een dergelijk studierapport nu persé een synodaal stempel krijgen? Heeft het dan meer geldigheid voor de kerkmensen?
Ik vraag het me af.'

Kan een kerk dergelijke problemen nog op haar eentje behandelen?
'Wij hebben juist op deze punten interkerkelijk overleg dringend nodig. We hebben geen afzonderlijke problemen, althans niet op het gebied van de ethiek. De grondvragen van het leven zijn in geding. Noem maar op: abortus, kunstmatige inseminatie via de donor, euthanasie, vragen van milieu en vervuiling, kansen op overleven bij kernactiviteiten. . . en die houden niet op bij één bepaalde kerkdeur. Er zijn ook de vereenzaming, de toenemende ontwrichting van huwelijken. . . het aantal echtscheidingen in kerkelijke kringen is behoorlijk toegenomen. . . al die dingen wijzen op verschuivingen, alles wordt scherper, intenser, feller beleefd.'

Kan dit laatste ook geen gevolg zijn van de welvaart, dat de mensen veel tijd hebben om met zichzelf bezig te zijn?
'Dat gaat niet altijd op. Door de openheid van tegenwoordig komt nu het topje van de ijsberg boven. Wie zal ons vertellen hoeveel eenzaamheid doorstaan is in vroeger jaren? Hoeveel er in stilte is geleden in een huwelijk dat naar buiten krampachtig de schijn ophield?

Zelfmoorden zijn niet van vandaag of gisteren. Was het maar zo dat al die verschijnselen van vereenzaming en vervreemding alleen maar modegrillen waren! Cijfers van telefonische hulpdiensten spreken boekdelen en uit dat werk kun je ook vernemen hoezeer minderheidsgroepen lijden onder het feit dat zij op z'n best gedoogd, maar niet aanvaard worden. . .'

We moeten terug naar de opdracht van de kerk. . .
'Ja, en dan kom ik weer terug op dat onduidelijke in ethische vraagstukken. Er is een permanente angst om concreet te zijn in politieke vragen of in vragen van het milieu. Ik heb al gezegd dat ik niet verlang naar stevige synodale uitspraken, maar nu voelen kerkleden die actief met dit soort zaken bezig zijn, zich in de kou gezet door hun kerk die niet verder komt dan gelegenheidsverklaringen, om niet te zeggen: verlegenheidsverklaringen. Duidelijke informatie over de grondlijnen is nodig. Ik praat nu niet over onze kerken in 't bijzonder, je ziet het overal dat actiegroepen door gebrek aan kerkelijk meeleven — welk gebrek zich ook nogal eens wil uiten in wantrouwen! — de mist zijn ingegaan. Ze liepen de kerk uit of ze lieten zich toch maar inpakken door de consumptiemaatschappij, of ze deden 't allebei. Een kerk zal, wil zij geloofwaardig zijn, méé moeten spelen in de maatschappij, juist als het om vragen van de ethiek gaat. Wanneer een maatschappij niet alles doet om het leven dat aan ons is toevertrouwd, juist ook het minder sterke en onbeschermde leven — wanneer een maatschappij niet alles doet om dat te beschutten en te verdedigen, moet de kerk inspringen - en daar versta ik dan wat anders onder dan pruttelen over détails of het slaken van verontwaardigde kreten, want dan dek je je toch weer in.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 1975

Kerkinformatie | 16 Pagina's

Ethische vragen: Materiaal voor eigen beslissing

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 december 1975

Kerkinformatie | 16 Pagina's

PDF Bekijken