Bekijk het origineel

De plaats van de sport in het leven van de mens

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De plaats van de sport in het leven van de mens

Rapport van de deputaten voor contact met de Nederlandse Christelijke Sportunie aan de generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland.

23 minuten leestijd

Op 17 september '75 kwam ter vergadering van het breed moderamen van de generale synode opnieuw ter sprake het rapport van de deputaten voor contact met de Nederlandse Christelijke Sportunie, dat zij hebben aangeboden aan de synode van Haarlem tor voorbereiding van een uitspraak over 'de plaats van de sport in het leven van de mens.'
De synode van Haarlem heeft dit rapport in dank ontvangen en heeft er op 13 november '74 van gezegd, dat het als eerste aanzet in de bezinning over het onderwerp een belangrijke bijdrage is.
Tevens werd gevraagd om voortzetting van de studie en een verder uitgewerkt rapport.
Daartoe zijn deputaten echter niet gekomen. Zij hebben zich op het standpunt gesteld, dat zij kernpunten naar voren hebben gebracht en dus aan de opdracht hebben voldaan. Zij schreven aan de synode voorts 'leder noemen van voorbeelden en geboden of verboden, wijzen wij af omdat het gaat om het vormen van een besef van de zin van ons mens-zijn, van ons christenzijn in ons persoonlijk leven en in de sport en in de samenleving. Onze opdracht was immers niet het schrijvent van een 'ethiek van de sport', maar het' naar voren brengen van fundamentele begrippen. Het is aan de werkers in de praktijk -- in kerk en sportbeweging en jeugdwerk - om op basis van deze bezinning daaraan gestalte te geven van uit persoonlijke overtuiging.'
Wij publiceren dit rapport, niet dus als een synodale uitspraak, maar wel als een eerste aanzet tot bezinning en als zodanig een belangrijke bijdrage.
Aangezien dit een discussiestuk is geven wij het adres van deputaten hier door: W. F.H. Grashoff, Mgr. van Steelaan 110, Voorburg.

B.R.


Inleiding
Aan de generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland werd een uitspraak gevraagd over 'de plaats van de sport in het leven van de mens.'
Het onderwerp is lang in bespreking geweest en tenslotte uitgeschreven.
Het moet, evenals alles, onder het aspect van gedurige verandering worden gelezen, zo gezien is het een voorlopige mening en een zoekende en wikkende uitspraak van de deputaten anno 1974.
In het rapport komen mede een aantal onderwerpen aan de orde die reeds als volkomen overbodige 'hete hangijzers' kunnen worden beschouwd.
De 'spelende mens' in het licht van het evangelie is de hoofdteneur van het rapport.
Het rapport besluit met een aantal praktische aanbevelingen.

Sport in de samenleving van 1974
Alhoewel sport een wereldomvattend verschijnsel is, beperken wij ons in dit rapport tot de Nederlandse samenleving.
Sport in de Nederlandse samenleving is naar bedoeling en vorm te onderscheiden in: topsport, algemene wedstrijdsport, recreatiesport en sportieve recreatie.
Sport is dermate verweven met andere samenlevingsverschijnselen en bezit als verschijnsel zoveel kenmerken, dat nauwkeurige definiëring van sport, in dit bestek, op niets moet uitlopen.
Wij weten allen wat sport is, wij worden er dagelijks mee geconfronteerd, soms hebben wij er problemen mee, problemen waar wij aan tillen en die om opheldering vragen.
De sportbeoefenaar, veelal de jeugdige sportbeoefenaar mag rekenen op hulp en begeleiding in het veroveren (verwerven) van een eigen stellingname in en tegenover de sociale realiteit van de sport.
Heldere beleidsformulering bevordert de beleidsvoering in elke sociale realiteit, ook in de sport; bedoelde hulp en begeleiding is daar in hoge mate mede gediend.
Sport is een cultuurverschijnsel en de sport van 1974 vertoont alle overheersende kenm. erken van de Nederlandse cultuur van 1974.
Onze Nederlandse samenleving is te kenschetsen als een Westerse samenleving, onze cultuur is Westerse cultuur en deze cultuur is in hoge mate ontkerstend.
In het algemeen, maar toch nadrukkelijk gesproken: onze cultuur staat met de rug naar God toe. God is buitenspel gezet, wij 'mensen' regelen de Schepping, alsof het de onze is.
Zo moet ook het begrip ontkerstende cultuur worden opgevat: hier en daar verrassend humaan maar zonder de erkenning van Jezus Christus.
Alle samenlevingsverschijnselen, de sport, het onderwijs, het verkeer, de handel, de universiteit, het werk. . . het gezinsleven, hier en daar verrassend humaan maar zonder Jezus Christus.
Het is goed op te merken dat de sport zich in dit opzicht in niets onderscheidt van alle andere samenlevingsverschijnselen in de sociale realiteit, het niet onderkennen daarvan leidt tot een hardnekkig misverstand waaruit onnodige weerstand tegenover de sport voortkwam. Het menselijk gedrag in de sport is nooit beter of slechter dan dat in andere samenlevingsverbanden.
In grote lijnen kunnen wij stellen, dat de christelijke sportbeoefenaar en de christelijke sportorganisatie dezelfde sportdoeleinden nastreven, dat ze op overeenkomstige wijze zijn georganiseerd, dezelfde actiepatronen kiezen, dezelfde methodes gebruiken als elke andere sportvereniging; en toch voeren zij een pretentie.
De opvatting dat het onderscheid tussen de christelijke en elke andere vereniging zou zijn 'geen geld uit de toto' en 'nooit op zondag' is een hardnekkig maar ook gemakkelijk te achterhalen misverstand.
Vele christelijke verenigingen spelen immers reeds in de voetbaltoto en profiteren van de daaruit te verkrijgen baten; vele christenen beoefenen hun sport op zondag, vooral in de sector recreatiesport en de minder aan organisatie gebonden sportieve recreatie.
De werkelijkheid is dat er in het heden en in het verleden vele eerlijke pogingen zijn gedaan, zowel door christenen als door niet christenen om vorm te geven aan hun idealen van sport en spel als handelingsgedrag in hun vrije tijd.
De werkelijkheid is ook dat er in de (sport)- samenleving allerlei gelijkschakelende tendenzen werkzaam zijn; het verschil in het (sport) gedrag vervlakt door de geweldige invloed van de moderne communicatiemedia.
Hier stuiten wij op een spanning die om een oplossing vraagt, de spanning tussen het sport-ethisch ideaal en de werkelijkheid van de sport.
Het is een spanning waar iedere sportbeoefenaar op mondige wijze mee klaar moet zien te komen. Het constateren van deze spanning is niet haar ook oplossen, de wijze waarop dat_laatste gebeurt is ons, als christenen niet onverschillig, handreiking en hulp van deskundigen (sportagogen) is daarbij gewenst.
In de rechtvaardiging van eigen organisatie ligt anno 1974 het grote probleem voor de christelijke sportbeweging, geen wonder in een wereld waar ontzuiling 'terecht' gemeengoed is, ontzuiling die in zoverre terecht kan zijn dat hij overbodige omheiningen opruimt en daardoor het woord van Christus niet hindert om de wereld te bereiken.
In de bezinning op de rechtvaardiging van eigen organisatie moet de christelijke sportbeweging zich rekenschap geven van eigen taak en doelstelling in relatie met die van de kerk. In deze relatie moet de christelijke sportvereniging haar rechtvaardiging vinden. De kerk als de gemeenschap van gelovigen die aan de wereld veel te zeggen heeft, maar over de wereld niets te vertellen heeft.

De kerk die Gods woorden en genade verkondigt, daardoor hoorders inspireert tot daders, daders die nauwelijks antwoord hebben maar gewoon antwoord zijn. De kerk werkt door haar geïnspireerde hoorders, die vallende en opstaande het levende antwoord zijn.
Wie steeds roept: 'de kerk doet ook niets', heeft er niets van begrepen. Die gaat van de veronderstelling uit dat de kerk een instituut met macht en autoriteit is. Niets is minder waar, nogmaals de kerk werkt door zijn hoorders/daders, die hetzij persoonlijk, hetzij elkaar vinden in hun gelijkgerichtheid in allerlei levensverbanden, metterdaad het woord zijn.
De gelovigen zwerven uit in de wereld en hun gedrag is uiting van hun geloof, daardoor wordt het woord zichtbaar en leesbaar, geloven is mogen laten gelden wat God zegt.
De kerk heeft aan de wereld veel te zeggen en werkt door haar leden! In deze lijn moet u de rechtvaardiging van christelijke organisaties zien, ten behoeve van die taak moet de christelijke organisatie opgebouwd zijn, niet als een club met een sociale omheining, maar als een inspirerende beweging als vertolking van een boodschap voor de wereld.
Een christelijke sportbeweging wordt gedragen door mensen die daartoe geroepen zijn en zich voor deze maatschappelijke werkelijkheid verantwoordelijk voelen.
Mensen die op hun beurt leiding willen geven aan het daadwerkelijk vormgeven van een bijbelse boodschap voor de wereld.
Leiding geven in de brede zin, aan de ouders, aan de kinderen, aan jeugdigen, aan volwassenen, aan de sportbeoefenaars waar ook in de sportsamenleving.
Leiding geven in de zin van techniek, organisatorisch, ethisch-normatief, voorlichtend en voorwaarden scheppend voor het 'licht' in de wereld en het 'licht' in de sport.
Daartoe, omdat zij christelijke sportbeweging is, is zij een dienende organisatie, heeft zij een dienende struktuur, voor alle gewenste niveau's, voor alle te bereiken samenlevingsverbanden.

SAMENVATTING
In kort bestek en daarom ongenuanceerd wordt gesteld dat onze cultuur een ontkerstende cultuur is, dientengevolge zijn alle te onderscheiden sub-culturen — waaronder sport - mede ontkerstend.
Ondanks duidelijke onderscheiden doelstellingen, zie daarvoor de statuten van verschillende bonden, onderscheidt de sport, beoefend binnen christelijk georganiseerd verband, zich in het algemeen, helaas, vaak niet of nauwelijks van de sport georganiseerd door andere organisaties. Indien de vaak genoemde onderscheiding 'geen toto' en 'nooit op zondag' de enige onderscheiding zou zijn, gaan wij aan de hoofdproblematiek 'van de betekenis van de sport in het leven van de mens' voorbij.
Het probleem van de christelijke organisatie is dat van de eigen identiteit, de taak van de christelijke organisatie is een afgeleide taak, bezinning op de doelgerichtheid zal altijd noodzakelijk zijn, een dergelijke organisatie mag niet terwille van zich zelf een eigen leven gaan leiden.
De kerk predikt het Woord en werkt aan de daad door de gelovigen. De kerk predikt het woord van Christus voor de wereld en het werken van de christenen in of buiten de christelijke organisaties is als vormgeving hiervan ook op de wereld gericht.
Voor de christen die graag sport wil beoefenen gaat het om een persoonlijke keuze, hij ondergaat daarbij de spanning tussen ideaal en realiteit.

Sport en ideologie
Het menselijk handelen in de samenleving is een bezig zij n naar opvattingen, waarden en normen.
De cultuur-elementen worden gedragen door geloof in de juistheid ervan.
Een sport-ideologie doet een specifieke sportcultuur ontstaan.
Cultuur veronderstelt leiding en leiderschap door cultuurdragers en zij veronderstelt overdracht van opvattingen.
Onze nationale sportcultuur wordt gedragen door een ideologie die bepaald niet evangelisch is.
Het merkwaardige is dat ook de christelijke sport in vele opzichten funktioneert en is georganiseerd naar dezelfde richtlijnen, dat ze zelfde doeleinden pleegt na te streven en daartoe middelen ontleent aan die niet-evangelische sportcultuur.

Deze cultuur is zelfs voorbeeld tot navolging, waaraan men zich spiegelt, men voelt zich veelal beschaamd omdat men achterloopt. Het is goed nogmaals op te merken dat het onjuist is om de christenen in de sport dit als schuld aan te wrijven, het geconstateerde geldt in niet mindere mate in de handel, het verkeer, het onderwijs, de politiek, de vakbonden.
Het zoeken naar en vormgeven aan de eigen identiteit maakt in onze kringen een krampachtige indruk, men maakt het nodeloos ingewikkeld, terwijl het in de praktijk zo eenvoudig ligt.

Men mag van een christen een levenshouding verwachten die aansluit bij de radicale christelijke ethiek.
Wij zijn van mening dat de identiteit niet volledig is gerealiseerd bij het weigeren van financiële steun uit de toto en het niet deelnemen aan sport op zondag.
In feite ontvangen vele christelijke verenigingen inkomsten uit de toto, en vele christenen zijn via krant, radio en televisie, en ook daadwerkelijk betrokken bij de zondagssport.
Bij de sportjournaals van de zondagavond verdringen vele christenen hun gevoelens van onvrede, ze ondergaan die als een interne tegenspraak en lossen die op in frustraties of in een polariserende stellingname.
De tijd is rijp voor het leren herkennen van wezenlijke zaken, zodat bezinning ruimte en vrijheid krijgt om aan wezenlijke stellingname alle aandacht te schenken.

SAMENVATTING
Ook nu weer willen wij stellen dat ongenuanceerde uitspraken onrechtvaardig zijn.
Toch moeten wij het nuanceren aan de begrijpende lezers overlaten.
Ons thema is 'sport bedreven binnen een christelijke organisatie wordt evenzeer ontkerstend', dit ondanks de doelstellingen.
Christelijke sport dreigt zich meer en meer te richten naar de zelfde waarderingsoordelen als de open sportvereniging.
Een geweldige 'de mens dienende welzijnsmogelijkheid' blijft daardoor op de achtergrond.
De tijd is rijp voor oprechte bezinning over ons radicaal 'anders' zijn.

Sport blijkt van alle tijden te zijn
Sport blijkt een vormgeving te zijn aan bepaalde menselijke behoeften. Actuele sport is ook anno 1974 tijdgebonden in zijn vormgeving.
Vormgeving moet breed worden opgevat, naar organisatievorm, naar trainingsmethoden, naar concretisering van doelstellingen en naar de wijze waarop men zich rechtvaardigt.
De menselijke behoeften die steeds opnieuw en variërend geactualiseerd worden zijn uiterst simpel, drang tot spelen, drang tot sociaal contact, drang tot vergelijking, drang naar persoonlijke ontplooiing, op zoek naar zekerheid verschaffende sociale structuren.
In de vrije tijd leidt dit tot met name in de sport naar mogelijkheden om vorm te geven aan de behoeften aan vrijheid, het handelen naar keuzes onder eigen verantwoordelijkheid.
Sport als een manier om de materiële en sociale wereld te 'verwerven', sport als een manier van 'zijn' en een manier van 'bestaan' van en voor de mensen, die de mensen tot zegen kan strekken.
De samenlevingsontwikkeling wordt gedragen en gestimuleerd door ideologieën, dat zijn werkzame rechtvaardigingsgronden voor inhoud, richting, vormgeving en snelheid van met name ons streven naar welvaart, zoals dat tot uitdrukking komt in de economische ontwikkeling. Het zijn de zelfde rechtvaardigingsgronden die richting geven aan woningbouw, wijkvorming, maatschappelijk werk, ontwikkelingshulp, enz. en ook aan de sport.
Kenmerkend voor onze tijd is dat er sprake is van ontstellende schaalvergroting, met verlies aan variabiliteit in de ideologieën; vervlakking van opvattingen en waarden als gevolg van gelijkschakelingstendenzen, gekombineerd met gebrek aan kritische maatstaven.
De oorzaken hiervan doen er minder toe, een feit is dat een volkomen werelds denken richtinggevend is geworden voor de sportontwikkeling; dit geldt zowel voor de stroom als voor de tegenstroom.
Een belangrijk kenmerk van dit wereldse vinden wij in de opvattingen over de mens zelf; hier dient de autonome mens zich aan die zichzelf genoeg is.
De mens die in een historisch proces van technisch denken en technisch problemen oplossen tot deze waan gebracht is en als zodanig de wereld, de medemens, het milieu en zijn lichaam te lijf gaat, en technisch tracht te beheersen.
Hij doet dit in de dagelijkse omgang met zijn medemensen, in zijn werk zowel als in de sport. Oplossingen zoekend en in deze geest oplossingen vindend.
Verschillende tendenzen wijzen er op dat het vinden van oplossingen langs deze weg een einde kan nemen (de weg van de technische escalatie).
In deze technocratische mentaliteit past pure machtsuitoefening en een gewelddadig ingrijpen in natuurlijke processen, ingrijpen in de orde van de Schepping, dehumanisering, secularisatie.
Wij herkennen dit ook in de sport.
Wij kunnen stellen dat 'presteren', in de zin van inspannen, je best doen, een gezonde menselijke zaak is; de bron van echte kulturele vooruitgang.
Indien het presteren belangrijker wordt, doel in zich zelf wordt en het accent te sterk komt te liggen op de productie, de promotie, de opbrengst en het profijt, dan heeft de vindingrijke mens voldoende mogelijkheden om dit probleem rationeeltechnisch te klaren. Men gaat dan oefenen en trainen, men maakt daarvoor tactische afspraken, men voert de conditie op.
Indien het presteren naar zijn betekenis verre overtrokken wordt, dan blijkt dit voortdurend uit het overschrijden van normatief te achten grenzen; te veel inspanning is ongezond, te veel beweging is verslijtend, te veel verkeerde beweging is vernietigend, te weinig respect voor de tegenspeler is anti-sociaal, het maakt hem tot tegenstander, in plaats van een 'meespelende tegenspeler'.
Maar de technisch-rationeel denkende mens heeft om aan de gevolgen te ontkomen allerlei mogelijkheden. Een been kan in het gips worden gezet, een meniscus kan verwijderd worden, voor vermoeidheid en pijn kan een injectie worden gegeven, voor een versleten speler kan aan andere worden ingezet en jonge spelers in opleiding kunnen hormoonpreparaten worden toegediend.
Nogmaals de technocratische tijdgeest leidt tot machtsuitoefening en tot gewelddadig ingrijpen in natuudijke processen, tot ingrijpen in de orde van de Schepping, tot dehumanisering en secularisatie. Wij herkennen dit ook in de sport.

SAMENVATTING
Sport in zijn verschijningsvormen berust op menselijke behoeften om te bewegen, te spelen, te presteren, daarin zichzelf te stellen en te leren vinden.
In volle vrijheid, d.i. onder volledige eigen verantwoordelij kheid. Sportontwikkeling komt tot stand onder invloed van overheersende tendenzen in de samenleving.
Wedijver wordt rivaliteit, en naijver zoekt te overtroeven.
In dit overtroeven is de mens zeer vindingrijk, maar de mens is anno 1974 ethisch onderontwikkeld.
Het is belangrijk dat wij de krachten versterken die meehelpen het 'kwade' te ontmaskeren, ook in dat deel van ons samenleven dat sport heet.

De evangelisch-ethische vraagstelling
In het voorgaande is gesteld dat de mensen in feite deelnemers zijn aan een cultuur zonder Christus, en dat de christelijke sportbeweging in zekere zin afspiegeling is geworden van de algemeen gangbare sportbeweging.
Het is verder zo dat de sport zich in dezen niet bijzonder onderscheidt van andere terreinen in het samenleven.
Opmerkingen en inzichten over de mens tenslotte completeerden het beeld van de zich genoegzame mens!
Wij stellen dat wij van uit ons geloven in het evangelie van Jezus Christus eigen standpunten kunnen innemen ten aanzien van ons mens-zijn, onze medemens, de samenleving, kortom de Schepping als geheel.
Wij kennen een Schepper en de door hem geschapen werkelijkheid.
De geschapen werkelijkheid is niet toevallig; maar bedoeld; en daarom geordend; door de Schepper.
Het is aan de mens als kroon van de Schepping gegeven/opgedragen, om deze wereld-werkelijkheid te beheren, te verzorgen, te ontplooien, in een aanvaarde verantwoordelijkheid.
Tot deze verantwoordelijkheid worden wij steeds weer opgeroepen (één der functionele taken van de kerk) en een eerste taak is bezinning op de eigen orde van deze geschapen en geopenbaarde werkelijkheid.
Wat zegt de bijbel over de mens, wat zegt de bijbel over de menselijke omgang, wat zegt de bijbel over Jezus Christus en de verhouding van God met zijn eigen Schepping?
Hem staat een samenleving voor de ogen waarin de menselijke omgang liefdevol genoemd kan worden, omdat wij Hem lief hebben boven alles!
Het gaat om een leefklimaat waarin God aan zijn eer komt.
Hier staat de mens, de totale mens, geschapen naar lichaam en ziel, voor zijn Schepper, wij staan daar met zijn allen, ja, wij mogen, het staat ons vrij om 'nee' te zeggen.
Dit leven, dit samenleven, is God tot eer, want het stemt in met zijn bedoelen en is de mens tot welzijn.
Onze samenleving anno 1974, is een mogelijke vormgeving van een ontplooiing van de geschapen werkelijkheid, het had best anders gekund, meer in overeenstemming met het bedoelde.
Dat geldt voor het arbeidsleven anno 1974.
Dat geldt in niet mindere mate voor het leven in het spel, de sport, de recreatie, de dans, het onderwijs. . .
Het had allemaal best anders gekund.
Ontplooiing in verantwoordelijkheid betekent onthulling van de Schepping; indien het verantwoordelijkheidsbesef te kort schiet of verkeerd gericht is, wordt ontplooiing gemakkelijk tot exploitatie.
Er is een duidelijke overeenkomst in de bezinning op religieus-ethische vraagstellingen in het onderwijs, de vakorganisatie, de politiek, de sport en de recreatie. Hoe is het in 'God's' naam toch bedoeld, en wat is onze strategie als wij in alle besef van afhankelijk mogen, en in alle besef van voorlopigheid, iets van het bedoelde welzijn willen vormgeven.
In diepste zin is de mens op recreëren aangelegd.
De vrije tijd heeft bij ons de betekenis gekregen van restauratie en dient dit recreëren allerminst.
Wij willen het recreëren graag terugplaatsen in de Scheppings-betekenis, als 'verlustiging' omdat alles goed is.
Zo mogen wij spelen en sporten, dansen en springen, kamperen en recreëren, ontmoeten en omgaan, bespreken en beleven. . .

Dit is een mogelijkheid en een mogen van elke dag, geen enkele uitgezonderd.
Dit is een mogelijkheid en een mogen van elke manier van manifesteren, denkende, werkende, spelende, liggende in de zon. . . dit is 'dansen' voor Gods aangezicht, dit is lust en geen last.
Wij mogen in afhankelijkheid en verantwoordelijkheid, wij mogen alles onder de primaire conditie van God lief te hebben boven alles en de naaste als ons zelf; een perspectief op een samenleven wars van benepenheid en betutteling.
Wij hebben in onze eigengereidheid een historische samenleving gebouwd waar werk het karakter heeft gekregen van een maatschappelijk moeten, waar sport en spel het karakter hebben gekregen van herstel, een moeten uit vitale armoede. . .!
Deze realiteit is ver verwijderd van de ons schemerende wenselijke werkelijkheid, toch zijn wij op weg gegaan, vormgeven van deze idealen is mogelijk, dat blijkt dagelijks.
Juist in de vrije tijd, waar het je onttrekken aan een maatschappelijk moeten veel gemakkelijker gaat dan in het werk, moet het mogelijk zijn het feest van het bestaan als christen mee te maken en op te roepen.
Het daadwerkelijk beleven van de vrije tijd en de daarmede gegeven verantwoordelijkheid tot het als zodanig ook beheren en bewaren van sport en recreatie zou een hefboom voor en een strategie kunnen zijn tot verandering in nevenliggende subculturen, het arbeidsleven, de schoolculturen, de topsport, onze vakantiecultuur.

SAMENVATTING
Het is hoogst noodzakelijk dat de mensen bewust hun handelen afstemmen op een evangelische ethiek.
Deze evangelische ethiek kunnen wij leren kennen en is te praktiseren. Daarvoor is nodig het ontdekken van normatieven grenzen, de speelruimte waarbinnen alles mogelijk is.
De vormgeving van alle dag overschrijdt deze grenzen, deze vormgeving is tijdgebonden en kan en moet anders.
Terugkeer binnen de normatieve speelruimte is in de vrijetijdssector gemakkelijker dan in de arbeidssector van het maatschappelijk leven.
Bezinning op echte waarden zou kunnen leiden tot besef van echte waardigheid in het arbeidsleven, het verkeer, de school en de sport.

Praktische konsekwenties
1. De taak van de kerk is specifiek, zij heeft onder andere de mensen op te roepen om naar Gods inzettingen te leven, het naar de praktijk toe vertalen van bijbelse gegevens vraagt eigen deskundigheid.
Dit vertalen vraagt maatschappelijke deskundigheid en christelijke inspiratie. Het unieke samengaan en de daaruit voortvloeiende activiteit wordt geïnstitutionaliseerd in de 'christelijke sportbeweging'.
Een organisatie die zich ten doel stelt de sport te christianiseren, naar gedrags- en omgangsregels zoals die kernachtig in het liefdegebod zijn vervat.
De christelijke sportbeweging wil dit propageren en verwerkelijken.
Het instituut van de christelijke sportbeweging heeft een geweldige opdracht, in feite is de hele sportwereld haar werkterrein, nogmaals een geweldige opdracht om op een onmogelijk ruim werkveld, daadwerkelijk vorm te geven in de vrije tijd van wat bedoeld is.
2. De taak van de christelijke sportvereniging is in deze bijzonder.
In deze verenigingen vinden mensen elkaar die door christus geïnspireerd, op menswaardige manier vorm willen geven aan spel, sport en bewegingsrecreatie.
Deze uitdrukkelijke wens moet ze ook waarmaken ten overstaan van nieuw ingekomen leden, maar vooral ook t.a.v. haar jeugdgroepen. De sportbeweging in het algemeen heeft opvoedingsverantwoordelijkheid vooral als het gaat om het vrijetijdsgedrag, verantwoord vrijetijdsgedrag moet geleerd en beoefend worden in de vrije tijd.
Een uitspraak onzerzijds die in feite een nadrukkelijk pleidooi vormt om de vrijetijdsopvoeding uit de sfeer van de toevalligheid te halen, het vraagt systematische studie, aandacht en beleid.
De christelijke sportvereniging heeft haar opvoedingsverantwoordelijkheid te zien als taak en opdracht van Jezus Christus, en schept dientengevolge een verantwoord sportmilieu voor de jeugd.
In deze geest willen zij de jeugd introduceren in, en opleiden tot die wereld van gedragsvormen waar sport een lust en geen last is. Hier ligt opvoedingsverantwoordelijkheid van ouders, gedelegeerd aan ter zake deskundigen. Controle van ouders of het naar hun bedoeling gebeurd, is functioneel en getuigt van de eerder genoemde verantwoordelijkheid.
3. De volwassen sportbeoefenaar heeft zelf het beheer over zijn vrijetijd te accepteren, dat hij/zij moeten leren in opvoedingsprocessen.
Dit leren slaat op de gekozen sportvorm, in technische en taktische zin, maar slaat ook op het menswaardige sportgedrag, heeft ook te maken met het besef dat sport een levensuiting is die met een bedoeling uit handen van de Schepper komt.
De christelijke sportbeoefenaar zal de mondigheid moeten verwerven om als christen te spelen, om als ontembare christen 'zelfmondig' te zijn.
Christelijke sportbeoefenaars hebben zich georganiseerd in christelijke verenigingen; christelijke verenigingen in christelijke bonden; christelijke bonden in de koepelorganisatie, de N.C.S.U.
Het uitdrukkelijk noemen van de 'C' voor de naam van de vereniging garandeert te weinig, integendeel christelijk sportgedrag moet steeds weer waargemaakt worden door mensen die dat beslist willen, die daartoe geïnspireerd zijn.

Deze geïnspireerde mensen zijn zowel te vinden in de christelijke als in de andere verenigingen, ze spelen daar om principiële of om structurele redenen, van belang is dat zij deel hebben aan de 'christelijke sportbeweging' ook al zijn zij niet christelijk georganiseerd.
De christelijke sportbeweging zal zich moeten inspannen om een functionele vorm te vinden om mede daadwerkelijk iets te betekenen voor de christen in de andere sportbonden.
4. De christelijke sportvereniging is primair een groepering van mensen die naar christelijke intenties sport willen bedrijven, daarnaast heeft zij een bezinnings- en opvoedingstaak.
De praktijk van de wedstrijdsport is van dien aard dat deelname aan competities met algemene bonden wenselijk, soms zelfs noodzakelijk kan zijn. In dit contact is uitwisseling van opvattingen over daadwerkelijk sportgedrag vanzelfsprekend.
Een duidelijke bewuste stellingname over het hoe en waarom van de christen in de sport is noodzakelijk. Een christelijke vereniging moet een centrum zijn waar zin en onzin van de eigen sport duidelijk kunnen worden gezegd en beleefd) Zo'n vereniging is een vereniging met een pretentie, waarin het woord 'daad' is.
Hier ligt nadrukkelijk verantwoordelijkheid voor de bestuurders en leiders van verenigingen, die op hun beurt zullen moeten kunnen rekenen op geïnspireerde vakbekwame voorlichting van de bonden en de koepel, kortom van de christelijke sportbeweging waarvan zij deel uitmaken,
5. Een zeer noodzakelijke consequentie is het vrij komen van het odium dat de christelijke sportorganisaties hun bestaansrecht alleen ontlenen aan het bestaan van de zondagssport en de toto, dit standpunt is door de feiten reeds lang achterhaald; bovendien de christelijke sportorganisatie moet sportbeweging willen zijn, zij heeft een boodschap en heeft positieve bestaansgrond, de christelijke sportbeweging stelt zich op vanuit een eigen rangorde van waarden.

In principe is sport op zondag geen ondeugd. De ondeugd schuilt in onverantwoord en onsportief gedrag en is in de 'door de weekse' sportbeoefenaar even onjuist als in de sportbeoefening op zondag.
Ook het deelnemen aan of het gebruiken van fondsen van de sporttoto wordt door ons niet als onoverkomelijk gezien, al menen wij dat een betere manier van financiering denkbaar is.
Door misvattingen op dit gebied, kan de christelijke sportbeweging slechts zeer summier haar hoogst noodzakelijke werk doen, o.a. de bevordering van echt welzijnsbeleid in de vrije tijdssector van onze samenleving.

6. De christelijke sportbeweging, handelt uit opdracht en propageert een van daaruit genormeerd sportgedrag.
Het is een boodschap van Christus en bestemd voor de wereld.
De christelijke sportbeweging is naar buiten toe het instituut dat deze boodschap in de betreffende sector van de samenleving onder de aandacht wil brengen.
Het getuigt van realistisch leiderschap als de christelijke sportbeweging daadwerkelijk meefunctioneert in haar samenlevingssector, wie een boodschap heeft moet zorgen dat hij gehoord wordt.
Dit daadwerkelijk meefunctioneren kan bevorderd worden door vertegenwoordigers die posities gaan innemen in overlegorganen van allerlei aard en op verschillend niveau.

7. Het verdient aanbeveling de sportontwikkeling zoals die in de samenleving stormachtig plaats vindt, te begeleiden.
Een voortgezet deputaatschap verdient aanbeveling.

Slot
In dit rapport hebben de deputaten hun mening neergeschreven over het hoe, het waarom, van christelijke sport.
In het rapport ontbreekt elke venwijzing naar de vermeende fouten bij anders denkenden, het zou ook niet kunnen, alles wat daar fout gaat, gaat bij ons ook fout.
Het leek ons beter om duidelijk te stellen hoe het zijn 'mag' in gehoorzaamheid en verantwoordelijkheid.
leder mondig christen kan zijn eigen situatie in ogenschouw nemen, aan die volwaardigheid werkt de kerk, tot die mondigheid kan worden opgevoed, aan de praktische vormgeving werkt de christelijke sportbeweging en Christus werkt in allen.
de deputaten:
L. P. Isings W. F. H. Grashoff
P. M. Nagtegaal Drs. B. C. Barendsen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1976

Kerkinformatie | 16 Pagina's

De plaats van de sport in het leven van de mens

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1976

Kerkinformatie | 16 Pagina's

PDF Bekijken