Bekijk het origineel

De vredesweek kritisch bekeken? een weerwoord

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De vredesweek kritisch bekeken? een weerwoord

15 minuten leestijd

‘Hot IKV ziet de gemeenten niet…’ Zo luidde de kop boven een stuk in het Hervormd Weekblad (Confessionele Vereniging), dat met instemming een gedeelte overnam van het artikel van D. B. van der Waals over de vredesweek 1975 (Diakonia, oktober 1975). ‘Ik ben dankbaar dat de heer Van der Waals vanuit deze geloofsovertuiging zich tot het IKV gericht heeft’, voegde ds A. Groot eraan toe, verwijzend naar het gedeelte van de Catechismus, dat handelt over de roeping van de gemeente.

Ook Trouw nam een stuk over, zij het zonder begeleiding van loftrompetten. Heeft Van der Waals de spijker op z’n kop geslagen? Ik vind van niet. Zijn artikel is geschreven vanuit een zekere sympathie met het werk van het Interkerkelijk Vredesberaad, lijkt me, en zijn kritiek is ongetwijfeld constructief bedoeld, maar ik vrees dat hij eerder helpt het IKV af te breken. Want hij slaat de plank zo vaak mis dat het beeld alleen maar verder misvormd wordt. Daarom ga ik op een aantal punten wat uitvoerig in.

1. Van der Waals zegt: traditioneel komt de kritiek op het IKV meer van ‘rechts’ dan van ‘links’, maar het front lijkt zich te verbreden. Om dat te staven geeft hij 4 citaten.

Het eerste komt van Ds. L. J. Geluk in het blad van de Gereformeerde Bond, De Waarheidsvriend. Het bevat hetzelfde geluid, dat daar al jaren klinkt: het IKV zit vol van een utopie en heeft geen zicht op het Koninkrijk Gods.

Het tweede komt uit het Gereformeerd Weekblad (ook Geref. Bond), waar Ds. Joh. Verwelius in een brief aan het moderamen van de Hervormde Synode klaagt dat in de vredeskrant het Evangelie is ingeruild voor een soort wetticisme, ‘getuige de vele aktiegroepen, die worden genoemd’. Ook dat is een oud verwijt. (We gaven dit jaar ruimte aan Aktie Sahel, Amnesty International, Betaald Antwoord, X min Y„ Stichting Tool, Stichting International Relief Transport, Stichting Oecumenische Hulp aan Kerken en Vluchtelingen, Stichting Mensen in Nood, en de Stroomgroep Kalkar. Ik denk niet dat Ds Verwelius dit allemaal ‘aktiegroepen’ noemt en ik vermoed dat hij hoogstens twee of drie, die in de kerk wat moeilijker liggen, zou willen schrappen. Is het ons kwalijk te nemen dat we nu net daartoe niet bereid zijn?).

Het derde verwijt is van Ds Spijkerboer in Woord en Dienst (eveneens Hervormd), die waarschuwt tegen het onduidelijke en veel te weidse gebruik van woorden als ‘honger’ en ‘geweld’ — en ook deze kritiek is niet nieuw (denk aan de kritiek op het ‘oprekken’ van het woord vrede), al was hij mijns inziens dit jaar meer terzake dan andere jaren. Want een helder achtergrondsverhaal over het thema ontbrak in de vredeskrant.

Het vierde citaat is uit een bespreking in Trouw door Drs. W. Speelman van de theologische brochure ‘Arm en Rijk’ (door Ds W. G. Overbosch).

Deze bespreking zou dan eindelijk een illustratie kunnen zijn van een zich verbredend front van kritiek, ware het niet dat dit stuk ondanks het arrogante toontje theologisch zwaar beneden de maat was (maar dat is een ander verhaal), maar bovendien: het was kennelijk voor het eerst dat Speelman een IKV-publikatie in zijn hand had gehad. Hij begreep niet, aldus het citaat dat Van der Waals geeft, waarom de arm/rijk-problematiek een vredesprobleem heette, en hij vroeg: ‘Waarom vragen ze een theoloog om te schrijven over de vragen van arm en rijk? Daarbij gaat het immers over ingewikkelde economische problemen van hoeveel hulp en hoe we die besteden. Het was mij welkom geweest, als ze daar een paar deskundigen over aan het woord hadden gelaten, met weglating dus van de nu geleverde theologische goochel- en wisseltrucs’.

Het klinkt onaardig, maar het was ons als IKV welkom geweest, als Speelman eens kennis had genomen van de stapels materiaal van deskundigen, die wij sinds 1967 hierover hebben gepubliceerd; dat zou hem deze flater hebben bespaard. En als hij eens zou praten met zo’n deskundige, dan zou hij merken hoezeer die mensen met de handen in het haar zitten en juist aan de theologen vragen om fundamentele bijbelse bezinning. De overweldigende belangstelling voor het cahier van Overbosch (ja, ook onder economen) lijkt ons een betere graadmeter dan deze bespreking in Trouw.

Kortom, verbreding van de kritiek van ‘rechts’ naar ‘links’? Het beste artikel naar aanleiding van het cahier van Overbosch, met een uitvoerige samenvatting en met enkele rake kanttekeningen, was te vinden in Elseviers Weekblad, oplage 140.000. En wat de linkse weekbladen betreft: tot voor kort hadden die nog wel kritiek, o.a. dat het IKV te veelzijdige informatie bood zonder zelf te kiezen. Maar tegenwoordig vinden ze de vredesweek zelfs niet interessant meer voor kritiek.

Overigens, wat ik hier boven heb opgemerkt is natuurlijk niet bedoeld als antwoord op de kritische stukken, waaruit de vier citaten zijn gehaald daaraan pogen recht te doen, valt ver buiten het bestek van deze reaktie.

2. Een volgend punt van Van der Waals is: het is duidelijk dat de vredesweek van het begin af aan in de linkse hoek heeft gezeten. Van der Waals vindt dat geen prettige constatering, maar verzuimt om duidelijk te maken wat hij bedoelt. Hij probeert het wel. Hij verklaart het ‘linkse’ stempel als volgt: Wie zich voor vrede inzet, zet zich per definitie voor verandering in, van mensen en volken, en van verhoudingen tussen mensen en volken. Daar zal ‘rechts’ geen bezwaar tegen hebben, maar de steeds weerkerende vraag is wel: moet de kerk zich hier nu sterk voor maken?’.

Ik snap hier niets van. Volgens mij zit het verschil tussen ‘links’ en ‘rechts’ juist in het wel of niet voorstaan van veranderingen. En voorzover men allebei vóór veranderingen is gaat het erom welke veranderingen. Heb ik dat mis?

Of zit het verschil alleen hierin dat men het over die veranderingen hartelijk eens is, maar dat ‘links’ vindt dat ook de kerk zich daarvoor sterk moet maken, terwijl ‘rechts vindt van niet? Merkwaardig! Dan is het duidelijk, om maar eens een voorbeeld te noemen, dat ook de Hervormde Synode van het begin af aan sinds de tweede wereldoorlog in de ‘linkse’ hoek heeft gezeten, getuige allerlei standpunten en herderlijke schrijvens. (Want onze kerk heeft regelmatig van allerlei zaken gezegd dat ze anders moesten, en zei dat als kerk).

Vindt Van der Waals ook dat dan ‘geen prettige constatering’?

Ik vind het zwaaien met dit soort termen kwalijk. ‘Links’ is in brede lagen van de kerk een scheldwoord, terwijl ‘midden’ als een keurige positie geldt, en ‘rechts’, ja dat hoor je eigenlijk nooit (behalve van het kleine groepje, dat als ‘links’ wordt beschouwd). Betekent het gemeente-zijn niet juist dat allerlei fundamentele tegenstellingen bespreekbaar worden?

Het Europese schrikbeeld van een kerk, die zogenaamd niet aan politiek doet, is voor mij de Katholieke kerk in Italië: socialistische priesters worden daar van hogerhand uit hun parochie gezet, terwijl openlijk neofascistische priesters geen strobreed in de weg wordt gelegd. ‘Links’ is ‘politiek’, en dat mag niet in de kerk, ‘rechts’ niet, dus dat is heel gewoon.

Als Van der Waals aan het slot verzucht ‘Het IKV ziet de gemeenten niet’, zeg ik: ga eens praten met die kleine groepjes gemeenteleden, die met de vragen van arm en rijk, oorlog en vrede, en mensenrechten bezig willen zijn, juist in hun eigen gemeente, omdat ze vinden dat dit werk wezenlijk is voor het gemeente-zijn. De grote klacht overal is: als je je hiervoor inzet, ben je per definitie links, en wie eenmaal die naam heeft, heeft in de gemeente geen been meer om op te staan. Ik ken mensen, echt géén polariseerders van nature, die het overgrote deel van hun vrije tijd in dit soort werk steken, cursussen opzetten, gemeente-avonden, huisbezoek, noem maar op, en die steeds met lood in de schoenen verslag gaan uitbrengen aan de kerkeraad, want die vindt dit werk vooral hinderlijk, rust-verstorend. Want het geldt als ‘links’. Horen die mensen niet bij de gemeente, volgens Van der Waals? (‘Het IKV ziet de gemeenten niet. Het ziet alleen zichzelf’).

Natuurlijk maken ook zulke groepen veel fouten en ze hebben de weerstand vaak nogal aan zichzelf te wijten. Maar ziet Van der Waals deze kant van de gemeenten niet, en sluit hij daarom deze mensen uit? Zulke mensen ervaren het bestaan van het IKV als een grote steun. Elk jaar opnieuw blijkt dat weer in de vredesweek. En dat is de belangrijkste reden dat het IKV z’n mandaat niet teruggeeft aan de kerken.

Want Van der Waals heeft natuurlijk wel groot gelijk als hij constateert dat het werk niet erg aanslaat in de gemeente. Deels ligt dat in de controversiële aard van de problematiek, en deels moet het IKV dat inderdaad aan zichzelf wijten. Het lukt lang niet altijd om de zaken zo te schrijven dat ze voor iedereen duidelijk zijn.

En als het wel lukt, en de problemen komen helder op tafel, wat kan je dan aan die problemen doen? Geld geven voor een probleem in een ver land? Dat is zeker nodig, maar is dat het enige? Nieuwe levensstijl? Prima, maar blijft dat niet vaak bij minder vlees eten en meer fietsen? Moet je dan niet zoeken naar méér? En mag je dan als IKV met je schaarse mankracht en je karige middelen alsjeblieft rekenen op een beetje krediet, zodat je de ruimte krijgt om er ook eens goed naast te zitten?

3. Van der Waals verwijt het IKV dat het dit jaar is gekomen met een tuttifrutti van maatschappij-problemen met wat willekeurige interpretaties van willekeurige bijbelgedeelten. Dat laatste ontken ik krachtig. Maar dat van die tuttifrutti, dat is waar. Daar zit achter dat we als IKV menen dat problemen in onze eigen samenleving deels een weerspiegeling zijn van de wereldproblemen, deels daar, als oorzaak of als gevolg, mee zijn verbonden. In de vredesweek van 1973 ‘De vrede bij u thuis’ lag daarop de nadruk, en dit jaar is het verder uitgewerkt.

Maar waar leg je de grens? Het Reformatorisch Dagblad verwijt ons (anders dan Van der Waals!) dat we niet schrijven over het verschrikkelijk kwaad van de abortus en over de toename van het aantal echtscheidingen, en zegt: dat is niet alleen omdat het IKV zich gespecialiseerd heeft in bewapenings- en ontwikkelingszaken, nee, dat hangt samen met hun linkse maatschappijvisie (22 augustus 1975).

Waar moeten we de grens trekken? Dat is achter een bureau niet uit te maken. Als je over arm/rijk in de wereld praat, wel de gastarbeiders erbij halen en niet de jeugdwerkloosheid? Het heeft allebei te maken met de verschuivingen in de wereldeconomie. En een groep werkloze jongeren zou zich aardig in de steek gelaten voelen! Boeren in Zuid-Amerika wel, boeren in Friesland niet? En als er in Friesland nu eens boeren zijn, die vinden dat hun problemen nogal lijken op die van boeren in Zuid-Amerika?

Ik geef Van der Waals toe dat er dit jaar weinig lijn in zat en dat het gebruik van de termen ‘honger’ en ‘geweld’ nogal onhelder was. Al doende zullen we hopelijk leren. En we zoeken elk jaar naar ‘containerbegrippen, waar de plaatselijke groepen hun eigen werk in kunnen inbrengen, zodat ze niet ‘van boven’ van alles krijgen opgedrongen.

Maar wat voor alternatief biedt Van der Waals? Vetgedrukt staat er: ‘veelzijdige informatie bieden’ (daar worden de gemeenten al jarenlang mee platgegooid, ook door ons als IKV) ‘zonder geprefabriceerde schema’s’ (wat bedoelt u? Ik snap het niet) ‘en ook graag een ruiterlijker erkenning van ons aller onmacht, die immers niet berust op een bedenkelijke passiviteit van gemakzuchtige mensen, maar op een feitelijke stand van zaken’. Maar meneer Van der Waals, ziet het IKV de gemeenten dan wèl, als het dat zegt? Is dat de benadering van de gemeenteleden als gemeenteleden, waar u om vraagt: mensen, zo en zo zijn de problemen, en ze worden steeds erger, maar u kunt er niets aan doen, want dat ligt aan de feitelijke stand van zaken?

Ik voel me ook vaak onmachtig. Maar ik beschouw dat zelf meer als een vorm van ongeloof dan als een vanzelfsprekendheid.

De feitelijke stand van zaken is dat in Christus die oppermachtige machten van deze wereld zijn overwonnen, en als wij ons onmachtig voelen, dan ligt dat aan een heleboel redenen, die onszelf betreffen, onder andere aan passiviteit, gemakzucht en angst, maar niet aan de feitelijke stand van zaken.

Makkelijk gezegd? Ik vrees van wel, ja. Maar als dit niet waar is en als we dit niet gelóven, dan kunnen we er als IKV inderdaad beter mee stoppen. En niet alleen als IKV.

4. Aan het slot van zijn artikel doet Van der Waals iets wat ik hem nogal kwalijk neem. Hij speelt het IKV uit tegen zending en werelddiakonaat. Het IKV is te veel gericht op ‘akties’ (en wat voor akties! zegt hij, zonder aan te geven waar dat op slaat), terwijl juist zending en werelddiakonaat in de gemeenten wel worden herkend als antwoord vanuit het evangelie.

Wat is het verwijt? Dat de vredeskrant geen reclame maakt voor zending en werelddiakonaat? Dat zou wel buitengewoon flauw zijn! Me dunkt dat deze organen hun eigen kanalen naar de gemeenten hebben en deze druk bevaren, dit in tegenstelling tot die paar groepen, die het IKV eens per jaar in de vredeskrant de ruimte biedt.

Bovendien is het domweg niet waar wat Van der Waals zegt, dat de vredeskrant en ook de Nieuwe Levensstijlkrant ‘Nieuw is Anders’ niets vermelden van zending en werelddiakonaat.

Het is wel waar dat zending en werelddiakonaat in het algemeen beter aanslaan dan het vredeswerk. Maar komt dat omdat ze hun werk beter doen, of omdat het vredeswerk qua inhoud controversiëler is? Maar hoe komt dat dan, en wat zegt dat over zending en werelddiakonaat?

Ik vraag in gemeenten, waar ik kom voor de 2% ontwikkelingssamenwerking of voor de vredesweek, altijd wat er wordt gedaan aan zending en werelddiakonaat. Vaak zijn het dezelfde mensen, die daarmee bezig zijn, en vaak worden al die taken als elkaar aanvullend en gedeeltelijk overlappend gezien. Maar vaak ook geldt het één als het alternatief voor het ander. En dat is schadelijk zowel voor het vredeswerk als voor de zending als voor het werelddiakonaat.

Ik heb op een gemeente avond een hoofdbestuurder van de Gereformeerde Bond eens vurig horen pleiten tegen de 2%, want dat was politiek, maar vóór het werelddiakonaat, want dat was echt een taak van de kerk. En ik maak vaak mee dat men een project kiest als alternatief voor die ‘veel te politieke’ 2%. Maar een waterput in India lenigt niet alleen de dorst, het is een ingreep in een stukje samenleving, en dat is politiek. Als de put wordt geslagen op het land van de grootgrondbezitter, neemt de afhankelijkheid (en straks ook weer de dorst) van de kleine boeren erdoor toe. Als de put echt van de arme dorpsgemeenschap is, is de put een bedreiging voor de grootgrondbezitter. Ik wil maar zeggen: het is zeer misleidend om vredeswerk en ontwikkelingssamenwerking enerzijds en zending en werelddiakonaat anderzijds tegen elkaar uit te spelen.

Of bedoelt Van der Waals dat niet? Wat dan? Bedoelt hij de boycot van de Amrobank, die in de vredeskrant stond, een paar maanden voordat hij officieel werd uitgeroepen door het Uitvoerend Comité van de Wereldraad van Kerken, maar dat konden we toen nog niet weten? Allerlei kerkeraden waren woedend en weigerden de vredeskrant uit te reiken. Ik vrees eerlijk gezegd dat er voor deze kerkeraden geen vuiltje aan de lucht was geweest als het stukje over de Amrobank was vervangen door een oproep aan steun aan de zending of aan Beyers Naudé of Helder Camara.

Maar ook die roepen toch de kerken op om de machten en overheden van onze tijd op geweldloze wijze in het gelaat te zien? Waarom komt daar dan geen ruzie over? Mag het soms daar wel, en hier niet? Of is het alleen een verschil in toon, in stijl? Ik geloof er niets van, maar ik hoop van harte dat Van der Waals het eens wil uitleggen.

Tot slot. Van der Waals heeft ook bezwaren tegen de constructie van het IKV, dat immers een officieel samenwerkingsverband is van negen kerken zonder dat die kerken ‘in de besluitvorming van het IKV worden betrokken’. Een hoogst zonderlinge constructie, vindt hij. Weet hij een betere? Je kunt niet een vredeskrant uitgeven, als de kopij eerst negen synodes en bisschoppencolleges moet passeren, want dat kost jaren.

Je kunt wel regelmatig met de kerken over je opdracht praten, en dat proberen we dan ook. Uiteraard worden de kerken zo wel degelijk in het beleid betrokken, maar het IKV spreekt nooit ‘namens’ de kerken, verkondigt nooit ‘het’ standpunt van ‘de’ kerken. Het voert wel namens de kerken de opdracht uit, waarvoor het is opgericht: bewustwording over de vredesproblemen. Dat is méér dan klakkeloos de officiële kerkelijke standpunten kopiëren en daarmee dan in de gemeenten en parochies gaan leuren.

Het vereist een zekere ruimte en dat kan leiden tot een zekere spanning, die creatief kan werken. En we zijn iedere keer blij dat we die ruimte van de kerken krijgen. Nee, dat is niet het probleem. Het probleem is dat er zo weinig schot in het werk zit. Dat is ons probleem als IKV, en dat is het probleem van Van der Waals. Daarover is verdere discussie broodnodig. Ongetwijfeld is er alle reden voor kritiek op het IKV. Maar juist daarom snakken we naar kritiek, waar we werkelijk wat aan hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1976

Diakonia | 52 Pagina's

De vredesweek kritisch bekeken? een weerwoord

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1976

Diakonia | 52 Pagina's

PDF Bekijken