Bekijk het origineel

Boekbesprekingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbesprekingen

6 minuten leestijd

L. Adriaens, ‘Ben ik zo anders? Ervaringen met misdadigers’. DNB-paperback, uitgave De Nederlandse Boekhandel. Kapelle, 228 pag., prijs ƒ 26.90.

De auteur van dit boek is een man met een belangrijke praktijkervaring: hij heeft vijf jaar lang als psychiater gewerkt in de Psychiatrische Observatiekliniek in Utrecht, waar over mensen, die verdacht worden van een ernstig delict, een psychiatrisch rapport wordt opgemaakt. Vanuit die ervaringen heeft Adriaens een uiterst sympathiek boek geschreven. Het sympathieke van het boek ligt in de zeer begripvolle, tolerante opvatting, die Adriaens uitdraagt.

Het geeft altijd weer een reden tot optimisme, om te ontdekken dat diegenen, die de zwaarste delinquenten van dichtbij leren kennen, eerder in hun verdraagzaamheid worden versterkt dan dat het tegendeel gebeurt.

De bewogenheid, waarop het boek is gebaseerd, wordt door een religieuze instelling van de schrijver gevoed. Die bewogenheid, die het boek zo sympathiek maakt, is tegelijkertijd evenwel de zwakte van het werk, althans voor diegenen, die er een wetenschappelijke publicatie in denken te vinden. De wetenschappelijke, dat wil zeggen geobjectiveerde en rationeel- theoretische, kant is niet de sterkste zijde van het boek.

Het boek omvat drie delen. In het eerste deel, dat in hoofdzaak theoretisch is, bespreekt de schrijver een veelheid van onderwerpen, die met criminaliteit in verband staan. Daarbij laat de schrijver zich vooral inspireren door de inzichten van wat in de criminologie bekend staat als ‘de Utrechtse school’. Dat is niet zo verwonderlijk, wanneer men weet dat professor Kloek — die ook een voorwoord voor het boek heeft geschreven — een van zijn leermeesters is geweest.

Het meest interessant lijkt het mij dat hij als psychiater duidelijk de onmogelijkheid signaleert om aan te geven, in welke mate iemand toerekenbaar is. Een antwoord op die vraag, die door de rechter frequent aan de psychiater wordt gesteld, is z.i. niet te geven. Hij pleit daarom, in mijn ogen terecht, voor een veel meer pragmatische benadering, in de zin van: ‘wat moet er met deze persoon nu gebeuren?’, zonder dat hij daarbij overspannen verwachtingen heeft van de mogelijkheden voor behandeling.

In het tweede deel van het boek bespreekt de schrijver met veel warmte en begrip een negental ‘gevallen’, zoals hij die in zijn eigen praktijk heeft meegemaakt. Ik vind dit, om eerder genoemde reden, het sterkste deel van het boek. Deel drie van het boek tenslotte maakt een vergelijking tussen de Belgische delinquentenzorg en de Nederlandse. Het contrast tussen de zeer humane situatie in ons land en de bijna middeleeuwse benadering bij onze zuiderburen is schril.

Al met al een boeiend boek, dat zijn primaire verdienste niet vindt in zijn wetenschappelijke waarde, maar in de warme bewogenheid, waarmee de auteur over zijn ‘dialoog met de criminele psychopaat’ vertelt.

Dr. J. van Klinken, Synodale papiermolens malen murw, pleidooi voor behoud van eigen initiatief, uitg. Kok, Kampen.

De schrijver van deze brochure is ook in hervormde kring welbekend als directeur van het Algemeen Diakonaal Bureau der Gereformeerde Kerken. Toch heeft hij dit geschrift niet in deze functie geschreven. Zijn deputaten ontraadden hem zelfs de publicatie. Dat neemt niet weg dat zijn scherpe kritiek op de ingewikkelde werkwijze van de synode van zijn kerken, met name bij de besluitvorming over het centrale gebouw te Leusden, niet denkbaar is zonder zijn nauwe betrokkenheid bij de diakonale functie van deze kerken.

Hij signaleert in synodale kring remmende factoren, als het gaat om de ontplooiing van het diakonale leven en handelen. ‘Het diakonaat loopt hinderlijk voorop’, heeft hij ter synode horen zeggen. ‘Alsof een kerk te diakonaal kan zijn’. Eén van de remmen ziet hij in de scheiding van landelijk- en werelddiakonaat, die in twee grote deputaatschappen zijn verdeeld, waardoor weer een nieuwe Algemene Diakonale Beleidsraad nodig was om te kunnen coördineren. Omdat telkens dezelfde mensen daarvoor moeten vergaderen, uit hij de vrees dat het op de duur onmogelijk zal blijken, voor deze cumulatie van taken nog vrijwilligers te vinden. Dat ziet hij ook op andere terreinen dreigen.

De spits van zijn kritiek richt zich echter op de besluitvorming over de bouw van het centrale gebouw. Terwijl aan de synode een bezuiniging is voorgespiegeld, berekent Van Klinken dat een grote stijging van kosten onvermijdelijk is.

Vooral omdat er bijzonder weinig overleg met de werkers is geweest, ziet hij vele goed- ingewerkte krachten vertrekken. Bovenal eist een zo sterke concentratie een hiërarchise opbouw, die het werk eerder vertraagt dan bevordert.

In dit verband prijst hij de hervormde kerk — door gereformeerden nogal eens als centralistisch bestempeld —, die nog net op tijd van een gecentraliseerde huisvesting heeft afgezien. Bepaald jammer acht hij het ook dat bij de instelling van enkele nieuwe functies niet meer parallellie is gezocht met gelijksoortige functies in de hervormde kerk, waardoor zowel de duidelijkheid als de samenwerking bevorderd zou zijn. We zijn toch immers ‘samen op weg’!

De bedoeling van deze aankondiging is niet, ons als hervormden een gereformeerde pluim op de hoed te laten zetten. Deze brochure is allereerst uit liefde voor de Gereformeerde Kerken en uit zorg vooral voor haar diakonaat geschreven. Dat betekent echter wel dat wij zijn kritiek ter harte mogen nemen, om gewaarschuwde mensen te worden. Vooral zijn suggesties, als positieve conclusies over de meest gewenste structuur (‘in grote lijnen gelijk … aan die van de hervormde kerk’), zijn het overdenken waard.

De structuur dient geen rem, maar een stimulans te zijn voor de dienst en het getuigenis van de kerk in de samenleving; daarom zo doorzichtig en zo eenvoudig dat gemeenteleden hun speciale gaven beschikbaar kunnen stellen; zo flexibel dat er openheid is voor vernieuwingen.

Dit zijn adviezen, die verder reiken dan alleen de Gereformeerde synode. Daarom kunnen ook wij dr. Van Klinken dankbaar zijn dat hij zo openhartig zijn kritiek heeft gespuid — juist omdat hij ‘van binnenuit’ zoekt naar structuren, die alle kerken kunnen helpen tot een betere dienst in de wereld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1976

Diakonia | 36 Pagina's

Boekbesprekingen

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1976

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken