Bekijk het origineel

Diakonale sjouwers aan de dienstverlening

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Diakonale sjouwers aan de dienstverlening

8 minuten leestijd

Welke mogelijkheden heeft een diaken om betrokken te zijn bij het werk van een stichting voor maatschappelijke dienstverlening? Legio.

Dat is tenminste het antwoord van de heer E. van Dasselaar, diaken van de hervormde gemeente van Putten en lid van het dagelijks bestuur van het Protestants-Christelijk Centrum voor Maatschappelijke Dienstverlening ‘Noord-West Veluwe’.

Uit het werk van deze stichting geeft hij één van die legio’ mogelijkheden aan.

Alcoholisme is ook op de Veluwe een nog steeds niet uitgeroeid, eerder in omvang toenemend kwaad. Vaak komt het voort uit eenzaamheid. Bij voorbeeld als de vader of moeder in een gezin is overleden. De eerste tijd is er vanuit de maatschappelijke dienstverlening contact met het gezin. Dan gaat de eenzaamheid de achtergebleven partner echter steeds meer benauwen.

‘Laat deze mensen niet alleen staan’, hebben de stafmedewerkers van de stichting tot de Veluwse diakenen gezegd, en het gevolg is dat deze nood inderdaad met nadruk aan de orde komt in diakonale kring.

Het woord ‘eenzaamheid’ valt vaker in het gesprek. Er zijn gevallen van zelfmoord. Er zijn mensen, die er in de boksring van de Nederlandse economie uitgeteld bij liggen. Zelfstandigen hebben het moeilijk, met name die bedrijfshoofden, die langdurig ziek zijn. Dat is gewoonlijk méér dan alleen een zaak van de portemonnee. Spanningen, ook op de ‘rustige’ Veluwe, doen zich bij velen voor. En ook de oorzaken zijn vele.

Ga er maar aan staan, als instelling voor dienstverlening. En ga er maar aan staan als college van diakenen. Als diakonale gemeente vooral. Hulp is op allerlei fronten en in allerlei vormen hard nodig.

Een diakonale vergadering

U bent er misschien bij geweest, 18 oktober vorig jaar in de Utrechtse schouwburg. Op de algemene diakonale vergadering werd gesproken over het onderwerp ‘diakonaat en maatschappelijke dienstverlening’. Drie toespraken: een schets van de ontwikkeling in de laatste tientallen jaren door GDR- medewerker mej. van Dellen, een inleiding vanuit een protestantse stichting (de heer Kroef) en één vanuit een algemene instelling (de heer Schot). Enige discussie volgde, waarbij bleek dat de relatie van diakonaat en maatschappelijke dienstverlening voor velen een groot probleem is.

De heer Van Dasselaar was er ook, en stuurde de redaktie van Diakonia bij wijze van reaktie een stuk over het werk, dat zijn stichting in het Veluwse doet, met een aanduiding van wat er zoal voor de komende tijd op de agenda staat.

Reden voor de schrijver van dit artikel om de reis naar Putten te ondernemen. Niet met de illusie, nu een ‘model’ voor de verhouding van diakonaat en maatschappelijke dienstverlening op het spoor te zijn gekomen. Wel in de verwachting iets te horen, dat ook buiten Putten en omstreken van belang zou kunnen zijn. En in die verwachting is hij, wat hemzelf betreft, niet beschaamd.

Vijf in één

De stichting ‘Noord-West Veluwe’, die in Putten is gevestigd en ook bureau’s heeft in Harderwijk, Ermelo en Nijkerk, dateert van 1 januari 1974. Toen gingen namelijk vijf plaatselijke instellingen een fusie aan. Zo kwam een ‘A instelling’ tot stand, die nu ongeveer 700 krachten, voornamelijk bejaardenhulpen, in dienst heeft. Afgezien van directeur J. Windig (vroeger diaken en synodelid) zijn er staffunctionarissen voor gezinsverzorging, maatschappelijk werk en administratie, samen vier stafleden.

In het begin waren er nogal wat problemen, die vooral werden veroorzaakt, volgens de heer Van Dasselaar, doordat de vertegenwoordigers in het algemeen en het dagelijks bestuur er moeite mee hadden de zaken in het verband van de hele streek te bezien. Een nogal voor de hand liggende binding met de eigen plaats speelde een belangrijke rol. Maar deze kinderziekten lijken nu wel overwonnen.

Voor elke 2000 ‘zielen’ van een kerkelijke gemeente is een zetel in het algemeen bestuur beschikbaar. De vertegenwoordigers worden aangewezen door kerkeraden of colleges van diakenen van de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken, de Christelijk Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt in het gebied. Wat de hervormde gemeenten betreft, zijn ook de buitengewone wijkgemeenten (in wording), die in sommige plaatsen te vinden zijn, vertegenwoordigd. Om goed te kunnen werken, en vooral het overleg tussen bestuursleden en medewerkers een goede vorm te geven, stelde men een jaar geleden een zestal secties in.

Ze houden zich respectievelijk bezig met:

— plaatselijke voorzieningen (de verschillende bureau’s)

— maatschappelijk werk

— gezinsverzorging

— fundamentele en structurele vragen

— levens- en gezinsvragen

— recreatie gehandicapten.

Behalve overleg met de medewerkers, horen ook de contacten met de kerkelijke gemeenten en het voorbereiden van het bestuursbeleid tot de opdracht van de secties.

Levens- en gezinsvragen: nieuw bureau

De onderwerpen, die bij de secties op tafel komen, zijn nogal ongelijksoortig. Sommige zijn vooral van organisatorische aard. Met de sectie ‘fundamentele en structurele vragen’ — het denkcentrum, zou je kunnen zeggen; ook theologische en ethische aspecten komen hier aan de orde — ligt dat al weer anders. ‘Levens en gezinsvragen’ betreft de voorbereiding, met enige andere instellingen op de Veluwe, van een bureau, dat zich speciaal met deze vragen moet gaan bezighouden.

‘Recreatie gehandicapten’ is de voortzetting van recreatiewerk, dat de kerken al een aantal jaren gezamenlijk doen, met weken in het Roosevelthuis en op de Blije Werelt. De interkerkelijke groep, die zich daarmee bezig hield, had er echter zelf behoefte aan dit werk bij de stichting onder te brengen.

De stichting en de kerken

Over de verhouding met de kerken schreef de heer Van Dasselaar in het stuk, dat hij ons toezond, het volgende:

Het is voor het P.C.C.M.D. van levensbelang dat de kerkelijke gemeenten (kerkeraden, diakonieën) blijven meeleven met het werk. Dat dit werk zich van zijn basis zou kunnen verwijderen en daardoor in de lucht zou komen te hangen, is geen denkbeeldig gevaar.

Het maatschappelijk werk en de gezinsverzorging dienen verworteld te blijven in een brede laag van de bevolking — voor zover het het P.C.C.M.D. betreft, in de kerkelijke bevolking. Het is niet goed als de leidsters en de maatschappelijk werk(st)ers van een P.C.C.M.D. de diakenen in hun plaats niet kennen en omgekeerd. De doorverwijzing functioneert in dat geval dan ook niet of nauwelijks.

De sectieleden hebben in dit verband in de eerste plaats tot taak het werk te ‘vertalen’ naar hun eigen kerkeraad c.q. diakonie, maar evenzeer naar de andere aangesloten kerken; in de tweede plaats op te vangen wat er ten aanzien van dit werk in de gemeenten leeft. Onze directeur heeft bij zijn komst de deelnemende kerkeraden en diakonieën bezocht.

Het zou goed zijn, als ook de staffunctionarissen met de leidsters en maatschappelijk werk(st)ers eenmaal per jaar een uitnodiging kregen van de deelnemende kerkeraden c.q. diakonieën.

Dat laatste kan, vindt Van Dasselaar, eraan bijdragen dat de band van de stichting met de kerkelijke gemeenten duidelijker gestalte krijgt. Wil het blijven gaan om diakonaal werk, dan moet deze band méér zijn dan een lege huls of een louter financiële relatie.

Hij vindt het dan ook erg belangrijk dat de bestuursleden tevens ambtsdragers zijn. Het komt wel eens voor dat iemand diaken-af wordt en toch mee blijft doen in de instelling, waarin hij de diakonie vertegenwoordigde. Ook is het gevaar aanwezig dat de vertegenwoordiger van een gemeente zijn ‘achterland’ (of hoe men het ook mag noemen) nauwelijks op de hoogte houdt, of daar de kans niet voor krijgt. Het is juist erg belangrijk dat de zaken van de maatschappelijke dienstverlening, in de breedste zin, in de gemeente aan bod komen. Niet dat een kerkelijke gemeente precies dezelfde taak zou hebben als een stichting voor maatschappelijke dienstverlening, maar met een goede wisselwerking zijn beide geholpen.

Naast wat al genoemd werd, heeft de heer Van Dasselaar de volgende wensen wat betreft de verhouding met de kerkelijke gemeenten:

— meer aandacht voor de doorverwijzing, vooral ook door de predikanten

— in verband daarmee: een (nog) beter contact tussen diakenen, ouderlingen en predikanten

— meer publiciteit over het werk van de stichting in de betrokken gemeenten.

De plaatselijke kerkbladen zouden méér moeten bieden dan alleen plaats en tijd van de spreekuren. Het P.C.C.M.D. ‘Noord-Veluwe’ wil op dit gebied graag wat aktiever worden dan totnutoe.

In dit nummer schreven:

A. Buys, medewerker ‘Amnesty International’, redakteur ‘Wordt Vervolgd

Mr. J. M. van den Elzen, medewerker Algemene Reclasseringsvereniging

Ds. R. Kaptein, secretaris Raad voor de Herderlijke Zorg van de Nederlandse Hervormde Kerk

Ds. D.J. Karres, coördinatiesecretaris Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk

Drs. Μ. E. Reul-Verlaan, medewerker Protestantse Stichting voor Geestelijke Gezondheidszorg in Noord-Brabant

J. Trapman, diaken hervormde gemeente Giessendam-Noord-Hardinxveld

P. W. A. de Wit, oud-medewerker Generale Diakonale Raad

D. B. van der Waals, medewerker Generale Diakonale Raad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1976

Diakonia | 36 Pagina's

Diakonale sjouwers aan de dienstverlening

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 maart 1976

Diakonia | 36 Pagina's

PDF Bekijken