Bekijk het origineel

Werelddiakonaat als bemoediging

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Werelddiakonaat als bemoediging

18 minuten leestijd

Nooit, natuurlijk, kon diakonaat alleen maar een besloten dorps- en wijkaffaire zijn.

Zelf kan het, als verbijzondering van het gemeente-diakonaat, allerminst een kwestie van liefdadigheid of barmhartigheidsbetoon, en geldwerving daarvoor, zijn.

Het kan niet worden, wat diakonaat nooit heeft mogen en kunnen zijn.

Venster en kanaal

In het werelddiakonaat heeft de gemeente een venster op het werkterrein ‘de wereld’ gekregen. Dat werd al vrij gauw na de oorlog een wereld, waarin zelfstandig geworden kerken in jonge naties probeerden, op een eigen manier kerk van Jezus Christus te zijn in de eigen samenleving.

Niet alleen een venster — wat daar overigens verder nog van te zeggen valt — , maar ook een kanaal. Een ‘Amsterdam-Rijnkanaal’. met tweerichtingsverkeer, waardoor kerken deel krijgen aan eikaars pogen diakonaal erte-zijn in de omringende leefwereld.

De bedding van dat kanaal wordt gevormd door de relaties van kerken en kerken, mogelijk gemeenten en gemeenten. Ginds kerken, die op zoek zijn naar een zelfstandigheid, een eigen uitdrukking van het kerk-van-Jezus Christus-zijn, een eigen verantwoordelijkheid. Een niet van buitenaf, b. v. theologisch, bepaald verstaan van zichzelf in de samenleving. Werelddiakonaat is bijzonder relatie-bepaald. En je moet, wil je echt verstaan wat het is, incalculeren dat het gaat om relaties van kerken; ze helpen elkaar kerken te zijn.

In het werelddiakonaat hebben we een kanaal gekregen waarlangs, van de ene kant, het transport plaatsvindt van wat in onze gemeenten leeft aan diakonaal bewustzijn en verantwoordelijkheidsbesef. Dat transport is niet primair een transport van geld en kennis. We worden in deze relaties bevraagd op ‘de hoop die in ons is’.

Van de andere kant is er transport van de vragen, noden en bemoedigingen, die in wereldverband tot ons als gemeenten komen.

Transporteren

Meer nog dan een kwestie van transporteren, is dat een zaak van transponeren: overdragen in een-situatie, ‘vertalen’ in de zin van overzetten.

Probeer je er zo kijk op te krijgen wat werelddiakonaat wil zijn, dan is het duidelijk dat dit alles niet zonder gevolg blijft. Dan gaan we, zoals we dan zeggen, ‘met het werelddiakonaat in de gemeente aan de gang’. Voor het gemeente-zijn hier. Voorde eigen geloofsbeleving: je oriënteren op het evangelie en de zaken, die op de agenda van de gemeente komen.

Voor de eigen levensstijl onder meer in de gezinnen.

Voor de diakonale houding van de gemeente.

Wat beeldend kun je het zó zeggen: in het werelddiakonaat hebben wij, gemeente met elkaar en kerk met elkaar, een hulpmiddel waarmee de dingen, waar de kerk in alle continenten mee worstelt, geprojecteerd worden op het doek van óns gemeente-zijn. Geen blank, geen ‘onbeschreven’ doek.

De kerk in Afrika, in Azië en Zuid-Amerika leeft niet in een vacuüm. De kerk hier ook niet. Dat heeft historisch en oorzakelijk erg veel met elkaar te maken ! De kerken daar èn hier worstelen om hun identiteit, elk op eigen wijze.

Voorbeelden ter illustratie

We zijn met elkaar verbonden in verantwoordelijkheid en in ‘partnerschap in gehoorzaamheid’. Het is goed, al deze zaken eens op een rij te zetten, voor je in de praktijk te storten. Die behoort eruit voort te vloeien.

Het is goed telkens weer één vraag aan de orde te stellen - in kerkeraad, diakonie en gemeente - : ‘Wat bedoelen we eigenlijk, wanneer we zeggen dat het werelddiakonaat hoort bij de kerk en dus bij de gemeente? Wat is daarbij dan wezenlijk en komt het eerst? Waar is dat een uitdrukking van?’.

En dan vinden we vervolgens de weg naar een veelheid van onderwerpen, aandachtsvelden, invalshoeken. Voorbeelden ter illustratie:

De zaak van de honger naar ‘t dagelijks brood én naar de gerechtigheid van het Koninkrijk. Een zaak, die God met ons heeft terwille van de broeder. In het ‘onze Vader’. ‘t gebed van het Rijk, staan ze bij elkaar. Het probleem van het geld en de macht. De vraagstukken van de structuren en de wereldorde. De zaak van de kwaliteit van de arbeid en het omgaan met de tijd. De zaak van de gevangenen. Het vraagstuk van de intermenselijke verhoudingen. De oorzaken en de gevolgen van rampen, vooral als de mens zelf daar de hand in heeft en de onderscheiding ‘natuurrampen’ - door mensen veroorzaakte rampen’ niet altijd zo gemakkelijk opgaat. Voorbeelden uit vele onderwerpen. Sprekend worden ze pas, als ‘het verhaal erbij komt’.

Een veelheid van veelsoortige onderwerpen, toch steeds weer in een onderling verband. De grote vraag van dit moment is, hoe we als gemeenten dit alles kunnen verwerken in ons gemeente-zijn - als we daar al mentaal aan toe zijn … Duidelijk wordt dat we in de gemeente een tijd lang een keuze moeten doen, die afgewisseld kan worden door weer een andere keuze.

‘Projekten’

De delen staan in een geheel. Wellicht valt er op dit moment daarom een goed woord te doen voor het veel gekritiseerde ‘projektmatige’ werken in de gemeenten.

Mits een projekt dan wel gezien wordt als een illustratie-mogelijkheid. Als een katalysator in het proces van bewustwording en bezinning.

Het draadje in de oververzadigde suikeroplossing, waaraan de klont ontstaat. Iedere zondag krijgen we in de gemeente ook niet het héle evangelie op ons brood. Het wordt in stukken verdeeld. Ze zijn wel uitéén-stuk !

Zo brengt in ons leven de Geest het ook bij ons, zodat we het aan kunnen.

Zou het dan anders zijn, wanneer we proberen in de gemeente het evangelie en de agenda, die de wereld ons aandraagt, bij-één te houden?

Daarbij: werelddiakonaat heeft nog altijd met nood te maken. Zonder nood geen werelddiakonaat. Die kunnen we niet in z’n totaliteit aan. Dat wordt te dwangmatig en te kunstmatig. Temeer omdat de schuldvraag vaak niet veraf is.

Niet romantisch

Werelddiakonaat is niet een aansprekend, overzichtelijk, misschien zelfs wel exotisch- romantisch alternatief voor een diakonaat, waarin we dichterbij onthand en verlegen staan. Niet wetend hoe er eigentijds vat op te krijgen. Misschien vluchten we weleens in een verkeerd begrepen werelddiakonaat. En dan lopen we toch o.m. tegen allerlei oorzakelijkheden, samenhangen tussen ‘hier’ en ‘ginds’ op.

Het is daarom niet om het even, hóe de dingen aan de orde komen. Sommigen benadrukken dat dat een zaak vooral van vertalen en presentatie is. Dat zal wel zo zijn. Maar laten we het verband, waarin de dingen aan de orde komen, nadruk geven.

Werelddiakonaat kan zo’n verband aanbrengen. Want het is een venster. Maar het is méér dan een doorkijkglas: een kijk-opzaken, een gezichtshoek, waaronder je de wereld ziet. Een raam, waarbinnen je de wereld ziet.

Daar zit doorlichting en doordenking achter. Georiënteerd aan het evangelie aangaande de grote Diaken, Jezus Christus. Die bij de mensen wil zijn in gerechtigheid èn barmhartigheid; die de wereld zó wil regeren. Dat evangelie is de gemeente toevertrouwd en opgelegd. Van haar wordt verwacht dat ze ermee functioneert. Ze wordt er op bevráágd. Het is daarom goed dat ze de expressiemogelijkheid van het werelddiakonaat kiest voor haar betrokkenheid. Daarbij ‘blijft de kerk in het midden’. en kan er continu met een zekere orde en rust aan de opdrachten gewerkt worden. Bemoedigend en geïnspireerd.

Herkenning van de diakonale opdracht

Twee neven-opmerkingen, niet vaak aangevoerd, moeten hierbij worden gemaakt. We zijn, hier èn ginds, als kerk een minderheid in een meerderheid, een ogenschijnlijk machteloze kerk tegenover ogenschijnlijke wereldmachten. Geplaatst voor een immense opdracht.

Het gevoel is telkens weer te tasten dat gemeenteleden, behalve via de publiciteitsmedia, ook door ‘die zending, dat werelddiakonaat, dat ontwikkelingsgedoe’ iets vreemds overkomt (in de geest van 1 Petrus sprekend). Maar op de manier van het werelddiakonaat der gemeente mogen we de dingen vanuit het evangelie - dat we al hadden herkennen en onderkennen, duiden en enigermate plaatsen.

Dit brengt ons in de buurt van de tweede neven-overweging, die toch van actueel belang is.

Merkbaar is telkens weer het gevoel van velen in de gemeente, gebombardeerd te worden met informatie in abstracto, in het wilde weg. Zonder merkbare solidariteit met de gemeente. En absoluut, dat is: los van een aanwijsbaar verband met haar gemeente-van-de Heer-willen-zijn.

Oproepend tot het aantrekken van allerlei kurassen, waarin deze kleine David geen stap kan verzetten. Eigenlijk worden er geen bruikbare concretiseringsmogelijkheden geboden.

Het gevaar van de afwending en het immuun worden voor al die prikkels is niet denkbeeldig.

Bemoedigend

Aan informatie en beïnvloeding ontbreekt het in ons land niet. Veel komt niet over. Er zullen ongetwijfeld mentale drempels liggen Wat ik niet wil absorberen, zal ik ook niet absorberen, oppakken.

Het bij de gemeente horend gemeente-diakonaat biedt ons een onschatbaar hulpmiddel, wèl uit de voeten te kunnen met de opdrachten. Vasthoudend en continu. Bemoedigd, niet in het minst door de ervaringen van de partnerkerken in hùn samenleving.

Daarom ligt het voorde hand, de in het werelddiakonaat geboden mogelijkheid niet te laten liggen. Samen als gemeente eraan dragend. Geordend en prioriteiten stellend. Willekeurigheid en onheilzame eenzijdigheid zoveel mogelijk indammend.

Gesteld voor een veelheid van opdrachten met relatief beperkte middelen, is het zaak zo effectief mogelijk te werken. Ook met de zogenoemde ‘algemene onderwerpen’ in het werelddiakonaat voor 1976: vluchtelingen, gevangenen, rampen, intermenselijke verhoudingen, het helpen functioneren van partner-kerken, het werk in Oost-Europa. Willen we beantwoorden aan de opdracht, dan is veel bezinning, doordenking en studie nodig.

Suggesties

Het voorgaande vraagt om suggesties voor de plaatselijke vormgeving.

Suggesties inderdaad, geen voorschriften. De situatie is, zeker in een pluriforme kerk als de onze, steeds weer verschillend. Plaatselijk kent men die het beste en weet men het best, wat eerst aangepakt moet worden en wat de mogelijkheden zijn.

Niettemin kunnen we winst doen met de ervaringen elders en is er wel een algemeen patroon voor de opzet. En: met elkaar hebben we deel aan hetzelfde gebeuren in de kerk. Wat schematisch, zonder in te gaan op alle mogelijke verbijzonderingen en details, geef ik hier enkele suggesties.

Werkgroep

Tot het patroon behoort eerst de instelling van een werkgroep voor het werelddiakonaat. Die bedoelt echt een diakonale werkgroep of een ‘orgaan van bijstand’ van de diakonie te zijn, waaraan in de gemeente door kerkeraad en diakonie de stimulering van het werelddiakonaat is gedelegeerd. De werkgroep werkt daarom in de gemeente met een mandaat.

De eerste taak van de werkgroep is: te zorgen dat het werelddiakonaat, in brede betekenis, op de agenda van diakonie, kerkeraad en gemeente komt en blijft.

Dit moet echt aan de orde komen als een zaak van bezinning en uitwerking.

Het heeft daarom alle zin dat in elk geval één (wijk-)diaken lid is van de werkgroep. In de praktijk blijkt dit niet altijd realiseerbaar en wordt wel, in ‘t bijzonder voor het contact met en de rapportage in diakonie en kerkeraad, een gelukkige oplossing gevonden in de persoon van iemand, die bijzondere belangstelling, ervaring, kennis heeft op dit terrein. Hoofdzaak is dat het geen ‘randgebeuren’ is in de gemeente.

Bijzonder goede ervaringen heeft men hier en daar met een korte, schriftelijk voorbereide, rapportage in de kerkeraad. Kerkeraden hebben dikwijls overladen agenda’s en dan werkt dit prettig en efficiënt.

Het beste kan dikwijls begonnen worden met een beperkte werkgroep van drie of vijf leden — afhankelijk ook al weer van de plaatselijke situatie. Onderling worden de bestuursfuncties verdeeld, en het ligt vaak voor de hand dat de ‘correspondent werelddiakonaat’ optreedt als secretaris. Eventuele aanvulling van de werkgroep volgt later.

Eén van de eerste aandachtspunten zal zijn: hoe betrekken we de gemeente optimaal bij het werelddiakonaat? In deze fase wordt het hele veld van het gemeentelijk werk overzien. Een ander aandachtspunt is: welke specifieke bekwaamheden hebben we nodig en welke kwaliteiten zijn in onze gemeente aanwezig? Te denken valt hierbij aan de terreinen studie/bezinning, informatie/publiciteit, aktievoering, geldwerving/administratie/beheer.

In dit verband komt mogelijk ook de relatie met de zendingscommissie aan de orde en die met de soms wat losser van de gemeente opererende groepen op het terrein van ontwikkelingssamenwerking enz.

In een aantal gemeenten heeft een samenvoeging plaats gehad tot een commissie Zending-Werelddiakonaat of Zending-Werelddiakonaat-Ontwikkelings-samenwerking. Het is dan erg zinnig, de werksoorten goed te onderscheiden en goede afspraken te maken t.a.v. de aandachtsconcentratie en de organisatorische uitwerking.

Als niet verhelderd is wat deze terreinen onderscheidt en verbindt, moet men er niet toe overgaan.

Andere (wijk-)gemeenten werken samen in een plaatselijke of regionale werkgroep. In het laatste geval vaak als onderdeel van een regionaal diakonaal werkverband. Het motief hiertoe is dikwijls dat een dergelijke samenwerking de mogelijkheden verrruimt om aan één onderwerp of een beperkt aantal onderwerpen te werken. Zo’n coördinatie is van betekenis; tegelijk springt bij een eerste bespreking er al gauw uit dat er nu meer mogelijkheden zijn voor bezinning en informatie. Mogelijk met een koppeling aan één projekt of enkele projekten of onderwerpen, die als illustratie en katalysator worden verstaan.

De fase van het zich verdiepen in de materie

De vraag ‘Wat bedoelen we er eigenlijk mee, als we zeggen dat het werelddiakonaat aan de orde moet komen?’. is één van de eerste, die gesteld moeten worden.

Het is zaak, ook in het verloop van de aktiviteiten die vraag steeds mee te laten spelen.

De werkgroep gaat zich dus verdiepen in de materie ‘Werelddiakonaat’.

Dat wordt voor de groep zelf meestal een ontdekkingstocht, waarbij wij, al lezende, studerende en pratende, tot grotere helderheid komen.

Allengs komt er voor de werkgroep zelf ook klaarheid t.a.v. de manier, waarop het werelddiakonaat in de eigen gemeente aan de orde gesteld kan worden.

Het is goed, dit te laten resulteren in een praatpapier’ of beleids-concept, aan de hand waarvan, samen met een aktieplan en organisatie schema, de bespreking met diakonie en kerkeraad plaats heeft.

Een dergelijk programma biedt ook een goed uitgangspunt voor de eerste informatie in de gemeente en voor het op gang brengen van het gesprek in de gemeente (kerkblad).

Sommige werkgroepen hebben er erg goede ervaringen mee opgedaan, het program achtereenvolgens te bespreken met de diverse verenigingen, waarbij de sector ‘jeugd’ niet overgeslagen wordt.

Hoofdzaak is dat, via dit voor-werk van de werkgroep, de betrokkenheid van de gemeente van meet aan het volle pond krijgt.

Keuze t.a.v. de concretisering

In elk geval gaat dus aan deze fase die van de verdieping in de materie vooraf.

De beantwoording van de vraag van de concretisering vloeit daaruit voort.

Natuurlijk speelt de situatie ter plaatse daardoorheen. Deelvragen zijn verder: Begint men pas? Wat kan de gemeente aan? Spelen er bepaalde interesses in de gemeente? Welke aktiviteiten zijn er al ? Samenwerking met de zending? etc.

De éérste vraag in deze fase is evenwel: Wat staat ons, gegeven het voorwerk, voor ogen? In het bijzonder: Denken we een bredere algemene bewustwording en bezinning op gang te brengen? Doen we dat met een aantal specifieke onderwerpen, waaromheen we een stuk voorlichting opbouwen? Loopt dat uit in het participeren vanuit onze gemeente in het totaal van het werelddiakonale werk van onze kerk? Concretiseren we dat, naar de voorlichtingskant, door een aantal wisselende bestemmingen aan de gemeente voor te leggen, met de daarbij behorende informatie?

Is het verstandig, in deze gemeente te starter met een projekt, dat meer als een ‘eigen’ verantwoordelijkheid wordt ervaren? Hoe voorkomen we dan geestelijke misgroei, verkeerd gedachtengoed?

Het zou een goede zaak zijn, ons in deze fase — voorzover dat niet al eerder is gebeurd in het gesprek in de werkgroep, met z’n neerslag in diakonie, kerkeraad en gemeente — bezig te houden met de kwaliteit, de aard van onze kerkelijke hulpverlening. Met de invloed ervan op onszelf en ginds in de ‘derde wereld’. Met de visie op de wereld, van waaruit hulp wordt gegeven en ontvangen. Met de verhouding ‘gever’ - ‘ontvanger’.

Vragen

Dat leidt dan weer tot allerlei vragen:

Wordt er een rookgordijn gelegd over de werkelijke oorzaken van ongerechtigheid, armoede, nood?

— Hoe werkt het partnerschap, wanneer er financieel nog sprake is van een gevende en ontvangende partij?

— Gaat het primair om geld, materiële hulp en westerse, intellectualistische, kennis, of is er nog een andere stroom en dan in beide richtingen?

— Wat zijn de reële mogelijkheden om een relatie aan te gaan?

— Vervreemdt kerkelijk hulp, die in grote omvang wordt gegeven aan weinige kerken of organisaties met een dikwijls weinig ontwikkelde ‘ontvangststructuur’. die kerken niet van zichzelf en hun omgeving?

— Vervreemden wij bij dit al van onszelf als echt diakonale gemeente?

— Hoe maken we de werelddiakonale aktiviteit tot een bemoedigende zaak voor ons gemeenteleven?

Daarbij doen zich andere vragen voor zoals:

— Welke mogelijkheden zijn er, ons in deze veelheid van vragen wat wegwijs te laten maken?

— Hoe mobiliseren we met het oog hierop de in de gemeente of in onze omgeving beschikbare bekwaamheden?

— Welk accent krijgen, nadat we ons in deze en dergelijke zaken verdiept hebben, de aktievoering en geldwerving? Waarop doen we bij de gemeente een beroep, en waarop bij voorkeur niet, ook al zou het aanvankelijk effect in geldelijke opbrengst ons daartoe misschien haast verleiden?

Het heeft zin, op z’n laatst in deze fase contact op te nemen met onze afdeling Werelddiakonaat van de Generale Diakonale Raad. Doorgesproken kunnen dan worden de keuze van concretisering en de hoofdlijnen van de aktievoering, met het aspect van de informatie.

Zet u tenslotte een aantal conclusies op papier. Dat kan de basis vormen van uw (concept-)program.

Bespreking met diakonie en kerkeraad

Een eerste beleidsprogram met een schema van organisatie en aktievoering is nu gereed. Dat wordt vervolgens met de diakonie en kerkeraad doorgesproken.

Het is goed, dit tijdig aan de orde te stellen en het goed voorbereid te doen, juist ook met de genoemde schriftelijke voorbereiding.

Het is echt niet een agendapunt, dat er wel als hamerstuk tussen doorloopt. Bij een goede voorbereiding zal er voor de bespreking ongetwijfeld voldoende ruimte zijn.

Voor de kerkeraadsleden betekent het dat zij zich verdiepen in veel wat nog nieuw is.

Belangrijk in het gesprek met de kerkeraad zijn de volgende punten:

— Waarom ? En: wat bedoelen we ermee?

— De plaats in het geheel van het gemeentebeleid

a. introductie en plaats binnen de eredienst en de Woordverkondiging

b. introductie en plaats in het gemeenteleven; verenigings- en jeugdwerk, catechese, evt. scholen inbegrepen

— Aktievoering en informatie

— De rapportage aan en het samenspel met de kerkeraad.

Varia

Voor de uitwerking in de gemeente zijn onder meer van belang:

— het doorspreken van de zaak met de predikant(en), om in de prediking en in de catechese op de juiste manier het werelddiakonaat aan de orde te stellen

— het aspect van de voorbede, in de gezinnen en in de eredienst

— de informatie via het kerkblad, het gemeentebulletin, een ‘meeneem’- stenciltje e.d.

— de berichtgeving in de plaatselijke pers

— het organiseren van gespreksgroepen, gemeenteavonden en themabijeenkomsten

— het houden van bijzondere diensten, in het bijzonder ter gelegenheid van de collecte- zondagen voor het werelddiakonaat

— ‘t schema van collecten voor andere zondagen, avondmaalsdiensten en de zondagen van het landelijk rooster

— de doorlichting van het gemeentelijke budget en de diakonale saldi

— bijzondere akties en de methode om voor één jaar of meer jaren een toezegging te doen

— het gebruik van de algemene folders voor het werelddiakonaat, informatie-, foto-, dia- en filmmateriaal, collectedoosjes, stickers en posters, panelen enz.

— het inrichten van lectuur- en boekentafels b. v. in de hal of de ontmoetingsruimte van de kerk.

Laten we het geheel in gedachten de revue nog eens passeren, dan springt meteen de opmerking, die we eerder maakten, naar voren: dit zijn geen voorschriften, maar suggesties, ervaringen elders in de praktijk opgedaan.

Wel is er een patroon, waarmee we in de gemeenten onze winst kunnen doen en waarin belangrijke elementen schuilen.

Het geheim van het werelddiakonaat is dat het pas leeft in de gemeente. Dat inspireert en bemoedigt telkens weer.

In dit nummer schreven:

Dr.J. C. van Dongen, oud-medewerker Generale Diakonale Raad

J. H. Hebly Vrijhof, diaken te Bilthoven

P. s’Jacob, diakonaal consulent in de provincie Friesland

Ds. D. J. Karres, coördinatiesecretaris Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk, auteur van ‘De gemeente en haar diakonaat’

Drs. E. W. B. Ruitenberg, diakonaal consulent in de regio Leiden

Ds. Y. Schaaf, directeur Provinciaal Hervormd Centrum ‘It Skewiel’, Leeuwarden

Ds. H. M. Stam, diakonaal consulent in Amsterdam

W. K. van der Veen, diaken te Groningen

L. M. Vroom-De Geus, diaken te Middelie, lid Generale Synode

P. W. A. de Wit, oud-medewerker Generale Diakonale Raad

Mr. E. Gerritsen, Ds. D. Papma, D. B. van der Waals, medewerkers Generale Diakonale Raad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1976

Diakonia | 52 Pagina's

Werelddiakonaat als bemoediging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1976

Diakonia | 52 Pagina's

PDF Bekijken