Bekijk het origineel

De diaken in de gemeente

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De diaken in de gemeente

11 minuten leestijd

In dit nummer van Diakonia zien we de diaken op verschillend niveau en in verschillend verband aan het werk. Hij (of zij) is bezig in de kerkeraad, in de kerkdienst, in het college van diakenen bij het overleg over het diakonale beleid. Hij is in de weer in een werkgroep voor het werelddiakonaat en als bezoeker van mensen, die extra aandacht nodig hebben. Hij verzamelt informatie — waarbij zijn Provinciale Diakonale Commissie in het bijzonder behulpzaam kan zijn —, en hij geeft ook weer informatie door. In dit alles zijn de diakonale houding en het juiste begrip voor de samenlevingsvragen, waarmee het diakonaat heeft te maken, uiteraard van het grootste belang.

In deze paar zinnen heb ik, lijkt me, al heel wat overhoop gehaald; er zijn hier allerlei zaken in het geding, die bij elkaar veel verlegenheid teweeg kunnen brengen. Toch is het hele verhaal hiermee niet verteld. ‘De gemeente, in al haar leden geroepen tot de dienst der barmhartigheid, beantwoordt onder leiding van of door de arbeid van diakenen aan die roeping in het diakonaat’.

Op die manier spreekt de kerkorde over de diakonale roeping. Een kerkorde kan, als elke regeling en ordening, op gespannen voet staan met de werkelijkheid. Een bezwaar hoeft dat niet te zijn. Als het goed is, is een kerkorde niet de spiegel van het kerkelijk leven, maar houdt zij integendeel de kerk een spiegel voor.

Wie afgaat op de normale kerkelijke praktijk, kan in het genoemde kerkorde-artikel weinig anders zien dan een idealistische spreuk.

Maar men kan de zaak ook anders, m.i. beter, benaderen en zich afvragen, hoe de kerkorde ook op dit punt aan zijn doel kan beantwoorden, dat wil zeggen dat hij wordt toegepast. Ik ga er nu maar van uit dat de kerkorde zélf het hier bij het juiste eind heeft. We hoeven alleen maar aan de ondubbelzinnige tekening van de ‘diakonale gemeente’ in Handelingen te denken, om te concluderen dat het hier gaat om een bijbelse waarheid ‘als een koe’.

Maar als ooit van een waarheid geldt dat hij waar gemaakt moet worden, dan is het welhier. We vragen ons dus af, hoe de gemeente in al haar leden aan haar diakonale roeping kan beantwoorden.

De diakonale gemeente

We hebben het dus over het diakonaat van de gemeente, over het functioneren van wat we kort en bondig de diakonale gemeente noemen. We doen dan wel alsof er geen diakonale geschiedenis is. Diakonaat is in het verleden, in de gestalte van ‘de diakonie’, immers vooral gezien als een (beheers)instituut in en van de gemeente; niet als een functioneren van de gemeente, niet als een manier waarop de kerk in de wereld staat. Wel stak achter veel diakonale zorg de liefde van Christus, maar de nadruk op de diakonale roeping van àlle leden van de gemeente is in elk geval nieuw.

Het is goed dit in ons achterhoofd te houden, als wij de plaats van de diaken in de gemeente op het spoor proberen te komen.

Dwarsverbindingen

We komen dan al heel snel terecht bij dwarsverbindingen in de gemeente. Daar zijn allerlei aktiviteiten aan de orde. In de kerkeraad ontmoeten diakenen ouderlingen (-kerkvoogd) en predikant(en). Er zijn vormen van jeugdwerk: jeugdvereniging, sociëteit, instuif, kinderkerk, zondagsschool. Er zijn aktiviteiten voor bejaarden, soms uitgaande van een Hervormde Vrouwen Dienst of - Groep. Er zijn gespreks-, bijbel- en/of gebedskringen. Er is een zendingscommissie. Er is evangelisatiewerk. Er zijn werkgroepen, vaak interkerkelijk of algemeen van opzet, maar met raakvlakken naar de kant van het diakonaat, zoals werkgroepen voor ontwikkelingssamenwerking, bevordering van de vrede, verbetering van situaties in eigen omgeving, bemiddeling bij huisvesting enz.

Als de gemeente in al haar leden geroepen is tot de dienst der barmhartigheid, dan is zij het ook overal waar zij zich vertoont. Zij is het waar ook maar één gemeentelid er getuige van is dat iemand klem gereden wordt in het werk, in de contacten met de buurt, in het gezin. Maar de gemeente is zéker tot de dienst der barmhartigheid geroepen, waar zij a/s zodanig aan het werk is. In de prediking, in de kerkdienst, in de catechese, in het jeugdwerk en ga zo maar door.

Maar als de diakenen er niet achterheen zitten, dat de diakonale roeping in de hele gemeente wordt verstaan, wie zal dat dan wel doen? De dominee misschien, die in zijn theologische opleiding maar een paar woorden over diakonaat heeft opgevangen en het wel prettig vindt dat de diakenen ervoor zijn’? Of een paar gemeenteleden, die iets van het evangelie hebben verstaan en maar op eigen houtje doen wat hun hand vindt om te doen, buiten alle ‘kerkelijke’ kanalen om?

De dienstkring

De noodzaak van dwarsverbindingen in de gemeente, die hier als vanzelfsprekend naar voren komt, is ongeveer een jaar geleden welsprekend naar voren gebracht door de praeses van de hervormde synode ds. Spilt. Op zijn hartekreet is, voorzover ik zien kan, niet opvallend gereageerd - afgezien dan van het synodale initiatief, dat ermee verbonden was, de jaarlijkse uitgave van een boekje Tot uw dienst’ met allerlei gegevens ten dienste van het gemeentewerk, maar als reaktie vanuit de gemeenten kon dat nu eenmaal moeilijk worden gezien.

Toch zijn de ideeën, die ds. Spilt uitte, juist voor het diakonaat belangwekkend genoeg.

In een persoonlijke — met de hand geschreven! — brief aan alle hervormde predikanten wees de synodepraeses op het belang van de verborgen omgang met God als bron voor al het werk in de gemeente. En verder:

In Handelingen 2 lees ik ook dat de zorgen van ieder gemeentelid de zorgen van de hele gemeente zijn. Dit bindt ons de nood van onze zusters en broeders in de wereld op het hart, hun honger, verdrukking, gevangenschap. Maar ook de zorgen van hen, die hun dienstwerk doen op posten in onze kerk, waar de financiële toestand zorgelijk is. Die nood veraf en de zorg dichtbij zijn een test voor de gemeente, en vergeet niet dat de Geest veel kan losmaken. Daarom zijn onze financiële appèls voor zending, (wereld)diakonaat en kerkvoogdij ook geen bedelpartij, maar een bevrijdend appèl. Onderlinge solidariteit is medewerking aan eikaars blijdschap. Wie de wolken telt, dreigt te vergeten dat er gezégd is: tel de sterren (Genesis 15:5).

Als hulp bij het overleg van kerkeraad en gemeenteleden over aktiviteiten in het nieuwe seizoen voegde ds. Spilt bij deze brief een bijlage ‘Tot uw dienst’. waarin suggesties voor de opzet van gemeentekringen werden gedaan.

Die bevatte allereerst de suggestie van de ‘dienstkring’:

Een dienstkring is zowel een praat-groep als een doe-groep, verbindt als de twee brandpunten van een ellips woord en daad, bezinning en aktiviteit.

Het is gebleken dat gespreksgroepen, die na enkele jaren een zekere slijtage vertoonden, bij deze dubbelsporigheid opleven en ook weer nieuwe deelnemers aantrekken. Ook dat groepen, die aktief bezig waren in de gemeente, nieuwe stimulans opdoen bijeen gezamenlijk beraad van tijd tot tijd.

En onder het hoofd ‘De aktiviteiten’: Er is grote verscheidenheid van mogelijkheden, waarvan in vrijwel elke gemeente al verschillende aan de gang zijn. Wat de eredienst betreft: de bandrecorderdienst, de cantorij, het kerkkoor of ook speel- en zanggroepen van kinderen, een groep die bepaalde diensten voorbereidt. In het pastoraat en diakonaat: het kraambezoek, het bezoek van nieuw- ingekomenen, rand-kerkelijken, zieken, bejaarden.

Maar ook: ziekenhuisbezoek aan patiënten zonder relaties ter plaatse, contact met gevangenen en hun gezinnen, met alleenstaanden, ook met Ambonnezen, Surinamers en buitenlandse werknemers. Verder: oppasdienst, niet alleen de crêche tijdens de kerkdiensten, maar ook door de week in de gezinnen, het vervoer van invaliden, weekendhulp in rusthuizen en ziekenhuizen, hulp aan bejaarden enz.

In het jeugdwerk zijn de medewerkers nodig voor zondagsschool en clubwerk.

Het zendingswerk vraagt de verzorging van de zendingscollecten en het contact met de zendingswerkers en de kerken overzee. Dit af en toe combineren met de bespreking van een zendingsonderwerp kan de zendingscommissie nieuw elan geven.

Wat de samenlevingsvragen betreft zijn er o.a. de aktiviteiten van het Interkerkelijk Vredesberaad en Amnesty International. Te overwegen zou zijn een groep gemeenteleden, die contact onderhoudt met het onderwijs, de industrie of de gemeentepolitiek.

Over ‘de voorbereiding en de uitvoering’: Een commissie van ambtsdragers en gemeenteleden zou naar eigen mogelijkheden in overleg met bestaande groepen een plan kunnen opstellen voor bezinning en aktiviteit. Voor de toerusting van de leiding van gespreksavonden zijn er in de provincie en ook in kleinere regio ‘s hier en daar commissies gevormd, voor de dienstverleningsprojecten zijn naast de provinciale HVD commissies de provinciale diakonale werkers te consulteren.

In het algemeen zullen de staffunctionarissen op de bureau s van de provinciale kerkvergaderingen de gemeenten hierin adviserend en ondersteunend van dienst kunnen zijn.

Tenslotte de ‘integratie in het geheel van de gemeente’: Voor de groepen beginnen, is het van belang in een kerkdienst hier aandacht aan te schenken. Ook een beraad van kerkeraad, deelnemers aan de groepen en andere gemeenteleden is als start bijzonder waardevol.

De afsluiting geschiede weer in een kerkdienst, maar ook in zo’n breed gemeente beraad, waarbij elke kring rapporteert en de wijze van voortzetting aan de orde stelt. De groepen zijn immers onderdeel van de geméénte, die er als geheel bij betrokken dient te blijven. Wanneer vorming en diakonaat naar de voorhanden mogelijkheden verbonden worden, zullen wij beter in staat zijn als leerjongeren van Christus onze opdracht in de wereld te vervullen.

Het gemeenteberaad

Heel wat malaisegevoelens in de kerk zijn m.i. daartoe terug te voeren dat het beleiden het belijden te weinig met elkaar in verband worden gebracht. Het beleid, en de uitvoering van het beleid, is evengoed een zaak van de gemeente in al haar leden als dat geldt van het belijden van de kerk.

De mislukking van de Algemene Kerkvergadering van een paar jaar geleden is, geestelijk gesproken, ernstiger dan alle financiële perikelen van de kerk bij elkaar. Dat kan best liggen aan de manier, waarop de AKV werd georganiseerd, of aan het onverstand, dat in vele AKV-voorstellen terug te vinden was, maar dat moet men nu eenmaal bij elke ‘inspraak’-aktiviteit voor lief nemen. Het motief voor deze beweging van gemeenteleden was er niet minder waardevol om. De hervormde kerk heeft in de kerkelijke praktijk deze beweging niet de ruimte gegeven, die zij verdiende, en daarmee het beeld van een verstard instituut in niet geringe mate versterkt.

Dat betekent natuurlijk niet dat de kansen op een ‘diakonale gemeente’ zijn verkeken.

Zolang mensen zich openstellen voor de Heilige Geest, zijn die kansen aanwezig. De diakonale gemeente vraagt echter om vormen, om structuren. Het gemeenteberaad, wellicht het belangrijkste voorstel van de AKV, is er één van. Jaarlijks zouden gemeenteleden in een vergadering over het gevoerde en te voeren beleid moeten spreken.

De grote winst daarvan lijkt mij niet dat het beste beleid uit de bus komt (de beleidsvorming in de kerkeraad is daarvoor van groter belang), maar dat gemeenteleden medeverantwoordelijkheid gaan dragen voor het beleid en de uitvoering ervan.

‘Participatie’. noemen we dat tegenwoordig.

De uitvoering

Op grond van zo’n beraad moet het mogelijk zijn de genoemde dwarsverbindingen tot stand te brengen. Hoe staat het met de diakonale vorming in de catechese? Wat voor onderwerpen komen er aan bod in de gemeentekringen? Is er behoefte aan ‘dienstkringen’. of wordt het meer wenselijk geacht de elementen ‘gesprekskring’ en ‘werkgroep’ gescheiden te houden? Maar ook dan vraagt het begrip ‘diakonale gemeente’ om concretisering, ook dan hebben vormingswerk en diakonaat elkaar nodig.

Welke noden, welke maatschappijproblemen vragen de aandacht van de gemeente? Hoe moet daarop worden gereageerd? Op welke gemeenteleden kan daarbij een beroep worden gedaan? En welke ‘bondgenoten’ zijn er in eigen plaats hiervoor te vinden?

Het spreekt vanzelf dat de gemeente hier niet alleen diakonaal aan het werk is. Dat is geen bezwaar, maar juist een voordeel. Het gaat erom dat de verschillende functies van de gemeente bij elkaar komen, opdat ze als functies van de ene gemeente, als functies ook van elkaar, worden erkend en herkend. Het gaat erom dat de zorgen van de één de zorgen van de ander worden, door die ander worden meegedragen en in gezamenlijke verantwoordelijkheid worden omgezet.

Het zou al heel wat zijn, als die gezamenlijke verantwoordelijkheid in de kerkeraad gestalte krijgt. Het streven daarnaar — zie de publicatie Naar een verantwoord beleid van de landelijke kerkvoogdelijke en diakonale organen mag ons niet doen vergeten dat de kerkeraad wel de gemeente vertegenwoordigt en tevens aanspreekt, maar daarom nog niet de gemeente is.

De gemeente, dat zijn de gemeenteleden bij elkaar. Hun roeping stelt alleen maar iets voor, als ze door de ambtsdragers bijeen worden geroepen. Tot de orde geroepen misschien wel. In elk geval: geroepen.


Meer exemplaren van dit nummer kunt u à ƒ 2,50 per stuk bestellen bij de Generale Diakonale Raad, giro 8685, Utrecht, met vermelding ‘themanummer: de diaken aan het werk’.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1976

Diakonia | 52 Pagina's

De diaken in de gemeente

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1976

Diakonia | 52 Pagina's

PDF Bekijken