Bekijk het origineel

Synode oordeelt over visie dr. Wiersinga

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Synode oordeelt over visie dr. Wiersinga

6 minuten leestijd

Nadat diepgaande studie en veel besprekingen, ook met de betrokkene-zelf, daaraan vooraf zijn gegaan heeft de synode een oordeel uitgesproken over de opvattingen van dr. H. Wiersinga te Amsterdam inzake de verzoeningsleer.
Enerzijds wordt daarin overeenstemming, anderzijds een tekort doen aan en een weerspreken van het belijden der kerk onder woorden gebracht. Wat dat laatste betreft verwacht de synode, dat de kerkeraad van dr. Wiersinga — die van Amsterdam dus — zulk een tekort doen en weerspreken niet toelaat, zoals de synode dat ook verwacht van alle andere kerkelijke organen.

Dit is, samengevat, het besluit dat de synode met grote meerderheid van stemmen (48 tegen 21 en vier onthoudingen) heeft genomen, nadat deze zaak daar meer dan vijf jaar aan de orde is geweest. Het besluit hield ook in, dat er een kanselboodschap over de verzoening komt en, op langere termijn, een breder herderlijk schrijven. Aan hun rapport over deze zaak hadden deputaten (de hoogleraren dr. J. Plomp, dr. J. Veenhof en dr. J. Verkuyl, de predikanten ds. M. P. van Dijk, dr. A. Kruyswijk en ds. P. Schravendeel, alsmede drs. J. Helderman van de theologische faculteit aan de Vrije Universiteit) een korte balans toegevoegd, waarin de overeenkomsten en verschillen met dr. Wiersinga over de leer der verzoening in een overzicht waren samengebracht. Zij concludeerden onder meer: 'Hoewel deputaten de bereidheid van dr. Wiersinga zich door de Schrift te laten gezeggen, niet in twijfel willen trekken, betreuren zij het dat hij zijn visie handhaaft ten spijt van het exegetisch materiaal dat daartegen in de loop der jaren door deputaatschappen en anderen is ingebracht (. . .) In hun samensprekingen met dr. Wiersinga zijn deputaten met hem versterkt in de overtuiging dat aan het nadenken over het evangelie van de verzoening geen einde is. Zij hopen dan ook dat de theologische bezinning hierover voortgang mag hebben. Tegelijk zijn ze echter bevestigd in hun overtuiging dat de Heilige Geest de kerk bepaalde kernen van dit evangelie heeft doen verstaan en heeft leren belijden, die zij nimmer mag prijsgeven en voor het tekort doen waaraan zij geen verantwoordelijkheid kan dragen.'

Officiële besluit
De letterlijke tekst van het besluit dat de synode op 3 maart nam luidt als volgt:

I. DE SYNODE HEEFT KENNIS GENOMEN VAN
het rapport van de deputaten voor advies inzake de behandeling van de brief van dr. H. Wiersinga d.d. 21 februari 1975 aan de synode van Haarlem en de bij haar ingediende bezwaarschriften en andere 'stukken ter zake'.

De synode heeft overwogen
1. Het antwoord van dr. H. Wiersinga, vervat in zijn schrijven d.d. 21 februari 1975 op het beroep dat de synode van Haarlem op hem deed (vgl. acta art. 306 en de brief van deze synode aan dr. H. Wiersinga d.d. 26 november 1974) om zich trouw te houden aan het belijden der kerk, ook ten aanzien van het dragen door Christus van het gericht Gods in onze plaats, heeft de synode teleurgesteld.
2. De synode beseft met dr. H. Wiersinga dat wij ten aanzien van het gebeuren van Golgotha stuiten op grenzen van het doorzien en begrijpen die wij niet kunnen overschrijden, zonder het mysterie te schenden, en dat de bijbelse uitspraken deze grenslijnen markeren.

De synode constateert:
1. Dr. H. Wiersinga heeft gezocht naar een vertolking van het Evangelie, waarbij scherper dan tot nu toe tot de gemeente zou uitgaan de oproep tot de dienst der verzoening. De overeenstemming van gevoelen ten aanzien van de door ons in de navolging van Christus te vervullen dienst der verzoening, die reeds in een vroegere fase van de kerkelijke behandeling was vastgesteld, is opnieuw daardoor duidelijk aan het licht getreden.
2. Hij is terwille van de effectiviteit, de relevantie en de verstaanbaarheid van het Evangelie der verzoening echter een weg ingeslagen, die naar het duidelijk getuigenis van de Schrift niet alleen tekort doet aan het werk der verzoening, door Christus alleen volbracht, maar daardoor ook het evangelisch uitgangspunt voor de dienst der verzoening weerspreekt.
3. Deputaten hebben in hun samensprekingen — na de voorafgaande pogingen door de vorige synoden in het werk gesteld — tevergeefs getracht dr. H. Wiersinga van dit tekort te overtuigen.

De synode houdt echter staande:
God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende, doordat Hij over de gruwelijke menselijke boosheid, die zich op Golgotha heeft geuit, in zijn heilshandelen zó geregeerd heeft, dat de door mensenhanden Gekruisigde in het lijden en de dood die Hij onderging, in onze plaats het goddelijk gericht over de menselijke schuld heeft gedragen.

De synode spreekt het volgende uit:
1. De synode acht het mysterie dat God in Christus de wereld met zichzelf verzoenende was, doordat Hij over de gruwelijke menselijke boosheid die zich op Golgotha heeft geuit, in Zijn heilshandelen zó heeft geregeerd, dat de door mensenhanden Gekruisigde in het lijden en de dood die Hij onderging, in onze plaats het goddelijk gericht over de menselijke schuld heeft gedragen, een bestanddeel van het belijden der kerk van zó wezenlijke aard, dat een tekort doen daaraan en een weerspreken daarvan voor haar niet toelaatbaar is, ook omdat daardoor de enigheid des geloofs en de eenheid van de kerk in gevaar wordt gebracht.
2. De synode verwacht van de kerkeraad van Amsterdam dat deze erop toe ziet, dat zulk een tekort doen daaraan en een weerspreken daarvan niet plaatsvindt, c.q. wordt tegengegaan, gelijk zij dit verwacht van alle andere kerkelijke vergaderingen.

De synode besluit:
Bovenstaande uitspraken zullen met de daarbij behorende overwegingen e.d. ter kennis worden gebracht van dr. H. Wiersinga, de kerkeraad van de Gereformeerde Kerk van Amsterdam, de indieners van de bezwaarschriften, en voorts — door publikatie in Kerkinformatie — van alle andere kerkelijke vergaderingen.

II. DE SYNODE HEEFT OVERWOGEN:
1. Het belijden in woord en daad van de door Christus tot stand gebrachte verzoening, zoals deze in de Heilige Schrift wordt geleerd en in de belijdenisgeschriften is omschreven, in prediking, catechese en pastoraat, dient tot de primaire roeping van de kerken gerekend te worden.
2. Blijkens ingekomen brieven, perspublikaties en anderszins is gebleken dat er nog misverstanden bestaan binnen de kerken aangaande de door de synode afgewezen opvattingen over de verzoening.
3. De opvattingen van dr. H. Wiersinga wekken de indruk samen te hangen met een geestelijke ontwikkeling zowel binnen als buiten onze kerken, die veel meer omvat dan één bepaald, af te grenzen onderdeel van het belijden van de kerk.
4. Het is voor de kerken van groot belang in deze ontwikkeling een duidelijk inzicht te verkrijgen.

De synode besluit:
1. Een kanselboodschap op te stellen n.a.v. de uitspraken over de verzoening.
2. Een commissie te benoemen met de opdracht naar de bedoelde geestelijke ontwikkeling een nader onderzoek in te stellen, daarover aan haar te rapporteren, zulks onder overlegging van een ontwerp van een herderlijk schrijven over de verzoening in de bredere samenhang van deze geestelijke ontwikkeling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1976

Kerkinformatie | 20 Pagina's

Synode oordeelt over visie dr. Wiersinga

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 april 1976

Kerkinformatie | 20 Pagina's

PDF Bekijken